erfgoedobject

Herenhuis in cottagestijl

bouwkundig element
ID: 6550   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/6550

Juridische gevolgen

Beschrijving

Historiek en context

Herenhuis in cottagestijl naar een ontwerp van de architecten Florent Vaes en Joan Coninck Westenberg uit 1911. Opdrachtgever was Pierre Jean Maurice van der Groen (°Den Haag, 1871), die in 1888 vanuit zijn geboortestad naar Antwerpern emigreerde met zijn moeder de weduwe Paulina Sophia van der Groen-Falck (°Bergen op Zoom, 1840), en twee jongere broers Jean Pierre (°Den Haag, 1875) en Hendrik (°Den Haag, 1877). De bouwheer was vennoot van de Antwerpse drukkerij De Vos & Van der Groen, uitgever van onder meer het architectuurtijdschrift De Bouwgids, gevestigd in de Apostelstraat en later in de Rodestraat. Deze rijwoning in halfopen bebouwing beantwoordt aan het type van de stadsvilla, dat in de Bosmanslei en de Van Putlei het merendeel van de bebouwing uitmaakt.

De schoonbroers Florent Vaes en Joan Coninck Westenberg waren vóór de Eerste Wereldoorlog geassocieerd in een gezamenlijke praktijk, die een kantoor in de Bosmanslei deelde met vader Richard Vaes. De pittoreske architectuur onder invloed van de Engelse 'Old English'-stijl, die traditionele en regionalistische stijlkenmerken koppelt aan een op huiselijkheid gerichte vernieuwing van de wooncultuur, is één van de hoofdstromingen in het werk van de jonge Vaes en Coninck Westenberg, naast het meer klassieke beaux-arts-burgerhuis. Vergelijkbaar zijn de hotels Marsily, Magée en Engeringh in de Bosmanslei en de Van Putlei.

Architectuur

Het gebouw dat een souterrain en twee bouwlagen omvat onder een complex zadeldak (pannen), is halfvrijstaand ingeplant op een ondiep, ingesloten perceel. Een voortuin leidt met getrapte bordessen naar het portaal in de zijgevel, en mondt achteraan uit in een houten pergola. Dirk De Vos-Van Kleef wijst in De Bouwgids op het voorname uiterlijk en de grote allure van deze woning: "Het is een der weinige goede huizen sedert kort in dit nieuwe stadsgedeelte opgetrokken, en verdient de aandacht om den gelukkigen keus der materialen, de flinke gevelspitsen en dakbedekking, en ten slotte om de zorg waarmede al de 'détails'’ behandeld zijn." Opgetrokken in een sobere baksteenbouw schaars verwerkt met natuursteen en oorspronkelijk in 'grès' geschilderd houtwerk, wordt het volume in grote mate bepaald door de dubbele puntgevel die de hoekpartij bekroont. Deze geschakelde geveltoppen met houten windborden, die zich onderscheiden door een individuele behandeling van het gevelveld, zijn onderdeel van een eerder informele, asymmetrische compositie, die over een achttal traveeën evolueert en verder de klemtoon legt op de driezijdige erker en het inkomrisaliet van de zijgevel.

Anders dan bij het merendeel van de cottagevilla's door Vaes en Westenberg, is het gebruik van houten stijl- en regelwerk in de topgeleding hier tot een minimum herleid. De architectuur, die zich eerder op de classicerende Engelse landhuizen uit het Edwardian lijkt te inspireren, wordt vooral gekenmerkt door de gebeeldhouwde natuurstenen ornamentatie in renaissancestijl. Meest opmerkelijk zijn de Serliaanse drielichten in de voor- en zijgevel, de typische vormgeving van een driehoekig fronton met sluitsteen en boogveld boven het smalle zijvenster, de hoekpostamenten met voluten, de bolornamenten van de tuintrappen en de balkonbalustrade, en de getrapte schoorsteen. Zonder al te veel regelmaat weerspiegelt de vensterordonnantie de indeling van het interieur, gericht op een doelmatige verlichting van de vertrekken. Opvallend is de verscheidenheid in afmeting en vorm van de deur en vensters - van grote veellichten tot kleine oculi, en de verzorgde detaillering van het houten schrijnwerk met kleine roedeverdeling. Ook het smeedijzeren voortuinhek is nagenoeg volledig bewaard. De garagepoort die de vroegere dienstingang vervangt, is een latere zij het beperkte ingreep.

Volgens de bouwplannen is de plattegrond georganiseerd rond de ruime traphal met bovenlicht, die op de begane grond integraal deel uitmaakt van een doorlopende suite van woonvertrekken. De hal met open trap in het centrum van de woning, vormt een geheel met de woonkamer aan de straatzijde, en staat via het inkomportaal in verbinding met de eetkamer aan de tuinzijde. De bovenverdiepingen worden ingenomen door de slaapkamers, de badkamer, de meidenkamer en de zolder. Behalve de kelders biedt het souterrain ruimte aan de keuken met diensttrap en keukenlift vooraan, en de wasplaats achteraan. De doorsnede uit de bouwplannen en een eigentijdse beschrijving wijzen op een smaakvol, vermoedelijk art-nouveaugetint interieur met verzorgd schrijnwerk, ingebouwd meubilair zoals een cosy-corner en haarden, en parketvloeren. Voor de bemeubeling stond de firma De Ridder & Zonen in.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossier 1911#2193 en 1913#3167; vreemdelingendossier 481#64194.
  • DE VOS-VAN KLEEF, D. 1913: Nieuwe huizen in en rond de stad, De Bouwgids 5.10, 175-176.
  • S.n. 1913: Maison 33 Avenue Bosmans Anvers, Album de la Maison Moderne 5, 20.

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2011


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Herenhuis in cottagestijl [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/6550 (Geraadpleegd op 12-08-2020)