erfgoedobject

Eenheidsbebouwing in art-nouveaustijl, architectenwoning Daniël Rosseels

bouwkundig element
ID: 6553   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/6553

Juridische gevolgen

Beschrijving

Historiek en context

Eenheidsbebouwing van drie burgerhuizen in art-nouveaustijl, gebouwd naar een ontwerp van de architecten Daniël Rosseels, Florent Vaes en Joan Coninck Westenberg uit 1908. De opdrachtgever was Rosseels zelf, die na de voltooiing zijn intrek nam in het rechter hoekpand (nummer 16). Gehuwd met diens zus oudere Brigitte Coninck Westenberg (°Sas van Gent, 1878), had hij van 1904 tot 1906 een gezamenlijk architectenbureau gevoerd met Joan Coninck Westenberg. Deze was in 1906 zelf echter met Alice Vaes (Antwerpen, 1883-Antwerpen, 1934), de zus van Florent Vaes gehuwd, en vervolgens voor het architectenbureau van zijn schoonbroer en schoonvader Richard Vaes gaan werken. De eenheidsbebouwing in de Bosmanslei is het enige gekende project waarin de drie schoonbroers hun krachten bundelden. Rosseels ontplooide een zelfstandige praktijk, occasioneel in samenwerking met architect Léon Gras, maar zou kort na de Eerste Wereldoorlog, in 1923, vroegtijdig overlijden. Vaes en Coninck Westenberg, die in 1908 hogerop in de straat een tweewoonst lieten optrekken waren tot 1914 op hun beurt geassocieerd in een succesvolle en in deze wijk bijzonder actieve architectenpraktijk, om vervolgens zelfstandig hun eigen weg te gaan.

Daniël Rosseels ontwierp in 1903, amper 21 jaar oud, "Het Klaverblad" in de Cogels-Osylei, in opdracht van zijn vader Jaak Rosseels. In dit statige herenhuis in neo-Vlaamserenaissance-stijl, was het architectenbureau Rosseels en Coninck Westenberg in de korte periode van zijn bestaan gevestigd. De art-nouveaustijl die hij voor het complex met zijn eigen woning toepaste, is nog sterk verwant met de gezamenlijke projecten met Coninck Westenberg uit de jaren voordien, zoals de margarinefabriek Albers Creameries Limited in de Lange Leemstraat en de woning Watelet in de Waterloostraat, beide uit 1905. Het hotel Bertrand in de Van Putlei, dat hij ongeveer gelijktijdig met de eenheidsbebouwing in de Bosmanslei ontwierp, is verwant wat de materiaalpolychromie en de volumeopbouw betreft, maar toont een meer uitgesproken eclectische vormgeving. Ook zijn werk uit de jaren 1910 laat zich vooral kenmerken door een gevarieerd stijlenrepertorium, van cottage- en beaux-artsstijl tot neorococo zoals het dubbelhotel Van Tichelen-Schobbens in de Jan Van Rijswijcklaan, waarbij het gebruik van art nouveau zich hoogstens beperkt tot de decoratieve details of het interieur.

Het middenpand (nummer 14) werd tot diens overlijden bewoond door de vader van Daniël Rosseels, de kunstschilder Jaak Rosseels (Antwerpen, 1828-Antwerpen, 1912). Als landschapsschilder vormde hij met Isidoor Meyers en Adrien-Joseph Heymans de kern van de zogenaamde School van Wechelderzande, waarvan ook de jonge Henry van de Velde deel uitmaakte vóór zijn debuut als vormgever. Van 1865 tot 1901 was Jaak Rosseels directeur van de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Dendermonde, waar hij de kunstschilder Franz Courtens onder zijn leerlingen telde.

Architectuur

Het geheel van drie rijwoningen neemt de volledige westflank van de rotonde van de Bosmanslei in, op de hoek met de Van Putlei. Zo vormde het complex een pendant van de gekoppelde cottagevilla's Belpaire aan de tegenoverliggende oostflank, die begin jaren 1960 werden gesloopt voor een flatgebouw. Het bouwvolume, dat drie bouwlagen onder een pseudo-mansarde (leien) telt, incorporeert met een gevelopstand van een twaalftal ongelijke traveeën de dubbele knik in de straatwand van de Bosmanslei, veroorzaakt door het verbrede rotondetracé. Opgetrokken uit baksteen, doorspekt en verwerkt met natuursteen, kenmerkt de compositie zich door een volkomen symmetrische opbouw in spiegelbeeld, met een eerder vlak front, maar krachtig geprofileerde flanken. Het geheel, dat als eenheid is ontworpen, zonder het onderscheid tussen de samenstellende woningen expliciet te benadrukken, valt op door een levendig en pittoresk als neotraditioneel te omschrijven karakter, met een discreet geïntegreerd decor in art nouveau. Zowel gebeeldhouwde ornamenten als kleurrijke mozaïekfriezen accentueren het gevelveld, aangevuld met houten schrijnwerk en smeedijzer van een complex patroon.

Horizontaal belijnd door de sokkel en de kroonlijst, ontleent de opstand zijn verticale ritme vooral aan de oplopende driezijdige erkers met balkon, en bow-windows met afdak, die twee aan twee de interieurindeling van hoekpanden veruitwendigen. Brede dakvensters met bekronende postamenten doorbreken de kroonlijst van de frontgevel, in het verlengde van de erkers. Verdere accenten zijn de afgeronde hoekpenanten, en de overhoekse partijen die met een scherp profiel de overgang maken naar de zijgevels. Waar de inkomdeuren worden beschermd door korte luifels, vallen de vensters op door hun gevarieerde vorm: veelal twee- , drie- of veellichten met gestrekte lateien, ontlastingsbogen en typische spuwers onder de lekdrempels. De middenpenant is versierd met een soort dubbele kruisbloem, en naast de inkomdeuren prijken de wapenschilden van Antwerpen, Zeeland en Oost-Vlaanderen. Vermoedelijk verwijzen zij naar de herkomst  van de bouwheren: Oost-Vlaanderen voor Daniël Rosseels, Zeeland voor echtgenote Brigitte Coninck Westenberg, en Antwerpen voor vader Jaak Rosseels. Minder waarschijnlijk is een verwijzing naar de herkomst van de drie architecten: Oost-Vlaanderen voor Rosseels, Zeeland voor Coninck Westenberg en Antwerpen voor Vaes. De mozaïekfries van het hoofdgestel, vermoedelijk met een stralende zon als motief, uitgevoerd in overwegend rode en gouden tinten, is enkel intact in het rechter hoekpand (nummer 16), waar de dakkapellen dan weer verdwenen zijn. Hoewel het typische houten schrijnwerk van de vensters en deuren grotendeels behouden bleef, is het glas in lood van de bovenlichten nog slechts sporadisch aanwezig. Van het fraaie smeedijzeren voortuinhek met vergulde bloemen, werd een gedeelte verwijderd bij de inbreng van een garage in het middenpand (nummer 14).

De drie woningen hebben een gelijkaardig programma, gericht op een welstellende burgerij met inwonend personeel. De radiale indeling van beide hoekpanden is identiek gespiegeld, en ontleent een informele ruimtewerking met een efficiënte lichtinval aan de half vrijstaande inplanting. Waar de plattegrond telkens is opgebouwd rond de centrale traphal, kreeg deze laatste in het compacte, orthogonaal ingedeelde middenpand een ruimer opzet, ontdubbeld door een diensttrap. Volgens de bouwplannen bood de begane grond oorspronkelijk ruimte aan de vestibule, de spreekkamer, en de keuken met keukenlift, was- en pomphuis, met een extra kinderkamer in de hoekpanden, en een wijnkelder in het middenpand. De bel-etage wordt ingenomen door een doorlopende suite van salon en eetkamer, waarbij de office, de veranda en het overdekt terras aansluit, en een kantoor. De tweede verdieping telt vier slaapkamers waarvan twee met 'cabinet de toilette' in de hoekpanden, drie slaapkamers en een badkamer in het middenpand. Op de mansardeverdieping bevinden zich telkens twee meidenkamers, in de hoekpanden twee slaapkamers waarvan een met 'cabinet de toilette' en een zolder, en in het middenpand één slaapkamer.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossier 1908#1187; vreemdelingendossier 481#112213 (Brigitte Coninck Westenberg).
  • VANHOVE, B. 1978: De Art Nouveau-architectuur in het Antwerpse: een doorsnede, onuitgegeven verhandeling RUG, Gent, 65.
  • VAN OLMEN, J. 1987: Jaak Rosseels en de Wechelse School, Jaarboek Heemkundige Kring Norbert De Vrijter Lille, 113-131.

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2011


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Eenheidsbebouwing in art-nouveaustijl, architectenwoning Daniël Rosseels [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/6553 (Geraadpleegd op 02-06-2020)