erfgoedobject

Twee burgerhuizen in art-nouveaustijl

bouwkundig element
ID: 6650   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/6650

Juridische gevolgen

Beschrijving

Twee burgerhuizen in art-nouveaustijl, rug aan rug opgetrokken op een perceel tussen Cuperusstraat en Zurenborgstraat. Opdrachtgever was Pierre Vaes, ontwerper de architect Jacques De Weerdt (gevelinscriptie). Als geheel ontworpen in maart 1912, werd midden mei een bouwvergunning verkregen voor het pand in de Zurenborgstraat en begin augustus voor het pand in de Cuperusstraat.

De woningen Vaes zijn representatief voor het oeuvre van Jacques De Weerdt uit de periode vanaf omstreeks 1905 tot aan de Eerste Wereldoorlog. In nauwelijks tien jaar tijd realiseerde de architect alleen al op het toenmalige grondgebied van de stad Antwerpen meer dan honderd panden, overwegend in art-nouveau- of neorococostijl, vaak van eenzelfde standaardtype. Deze architectuur is herkenbaar aan de voorkeur voor natuursteen als parement, de vloeiende lijnvoering, de plastische volumetrie en het sierlijke smeedijzer in zweepslagstijl. In 1910 had De Weerdt voor eigen rekening al twee aanpalende burgerhuizen van hetzelfde type gebouwd in de De Marbaixstraat. Begonnen als tekenaar in dienst van de Belgische Spoorwegen vóór de eeuwwisseling, liep zijn carrière tijdens de minder productieve jaren 1920 ten einde.

Met een gevelbreedte van drie traveeën omvatten beide rijwoningen drie bouwlagen onder een pseudo-mandarde. De identieke lijstgevels onderscheiden zich door een verzorgd parement uit witte natuursteen, met gebruik van blauwe hardsteen voor de bewerkte plint en leien als dakbedekking. Vanaf de gegroefde puilijst evolueert de opstand naar een axiale compositie, in een vloeiende beweging bepaald door de brede bow-window op consoles van de eerste verdieping. Hierbij sluit een balkon met smeedijzeren borstwering tussen gevleugelde sfinxen aan, vóór het hoefijzerboogvormige deurvenster met spitse waterlijst van de tweede verdieping. Het art-nouveau-karakter berust verder op de profilering, lijnvoering en vormgeving van het lijstwerk, zowel boven de deur- en vensteropeningen van souterrain en pui, en als versiering van de erker, zijpenanten en steigergaten. Een houten kroonlijst op gekoppelde hoekconsoles vormt de gevelbeëindiging; centrale dakkapel met gestrekte waterlijst. Het houten schrijnwerk van de inkomdeur en vensters met typische roeden in het bovenlicht is in beide panden bewaard, evenals het smeedijzeren traliewerk van het souterrain, en de gietijzeren voetschraper.

De plattegronden van beide woningen volgen een identiek schema, over de volledige breedte opgedeeld door de centraal ingeplante traphal met bovenlicht, die bereikbaar is via de vestibule met trappenbordes. Op de begane grond neemt het salon volgens de bouwplannen de straatzijde in en de eetkamer de koerzijde; de keuken bevindt zich in het souterrain. De eerste en tweede verdieping omvatten telkens twee slaapkamer, met de badkamer in het verlengde van de traphal; de mansarde herbergt een voorkamer en twee kleine achterkamers met een 'cabinet' tussen beide.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossiers 1912#1040, 1912#1373 en 1912#1913.
  • VANHOVE B. 1978: De Art Nouveau-architectuur in het Antwerpse: een doorsnede, onuitgegeven licentiaatsverhandeling Rijksuniversiteit Gent, 95.

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2016


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Twee burgerhuizen in art-nouveaustijl [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/6650 (Geraadpleegd op 19-07-2019)