erfgoedobject

Stationsgebouw en spoorwegbrug Antwerpen Dam

bouwkundig element
ID: 6676   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/6676

Juridische gevolgen

Beschrijving

Het neogotische stationsgebouw Antwerpen-Dam dateert uit 1895-1898 en werd verplaatst in 1907, toen de ringspoorweg en de metalen spoorwegbrug werden gebouwd.

Historiek

Het stationsgebouw Antwerpen-Dam neemt een belangrijke plaats in in de geschiedenis van de spoorwegen in de stad Antwerpen. Het is een getuige van de eerste lijn Antwerpen-Roosendaal die in 1854 werd geopend. In die zin betekende het de eerste omvorming van het kopstation, toen het station Borgerhout in 1836 op de lijn Mechelen-Antwerpen, tot een doorrijstation Antwerpen-Oost. Het station Borgerhout was het eerste Antwerpse station en was gelegen net buiten de Spaanse vesten ongeveer aan de huidige Breydelstraat. Het vervangende station Antwerpen-Oost lag ongeveer op het huidige Koningin Astridplein. De nieuwe spoorverbinding Antwerpen-Roosendaal liep toen door het hart van de stad en dwarste de weg naar Turnhout (de huidige Carnotstraat). Dit traject is nog duidelijk herkenbaar in een hedendaagse stadsplattegrond. Het lange oponthoud aan de druk bereden overweg van de Carnotstraat was aanleiding van de beslissing in 1871 tot een ringspoorweg om de stad heen. Daardoor werd Antwerpen-Oost opnieuw een kopstation en vandaag reist men nog steeds via dit traject van Nederland naar Antwerpen. In 1873 was de ringspoorweg klaar en werd de verbinding Antwerpen-Oost naar Antwerpen-Dam gesloopt. Ten behoeve van de reizigers werd er bij het goederenstation Antwerpen-Stuyvenberg een halte in gebruik gesteld. Het is op deze halte dat het huidig stationsgebouw in 1895-1898 wordt opgericht dat later Antwerpen-Dam wordt genoemd. Ook de ringspoorweg zal nog voor veel oponthoud van het wegverkeer aan de uitvalswegen zorgen. Daarom wordt beslist tot de verhoging van de ringspoorweg tegelijk met een nieuwe perronoverkapping (1895-1898) en een monumentaal stationsgebouw (1898-1905) naar ontwerp van De la Censerie. In 1898 werden ook twee nieuwe reizigersstations Berchem en Borgerhout (nu Antwerpen-Oost) in gebruik genomen.

De verhoging van de ringspoorweg leidde in 1907 voor het station Antwerpen-Dam, dat gebouwd was aan een gelijkvloers spoor, tot een historische gebeurtenis voor de Belgische spoorwegen. De overweg zou een onderdoorgang worden onder de 2,20 meter verhoogde spoorweg. Daartoe diende het stationsgebouw te worden verplaatst. Afbreken en wederopbouwen werd evenwel te duur bevonden. Onder leiding van de ingenieurs Morglia en Weiss werd het stationsgebouw met ijzeren luifels incluis verplaatst. Het werd van zijn funderingen losgemaakt, opgevijzeld, op treinsporen gezet en 36 meter vooruitgeschoven. De Gazet van Antwerpen besteedt aandacht aan deze uitzonderlijke gebeurtenis in twee artikels op 14 juli en 15 september 1907 waarin de vooruitgang van het gebeuren beschreven wordt. Meer technische gegeven vonden we in een artikel van de hand van ingenieur I.A. Lindo in het Nederlandse vaktijdschrift ‘De Ingenieur’ in 1908. De bij de werken betrokken ingenieurs Albert Morglia, een in Brussel wonend Italiaan, en Henry Weiss, een Amerikaan van Duitse ouders, hebben over deze onderneming wellicht niets in het Nederlands gepubliceerd. Wel nemen we aan dat zij de hand hadden in de reeks van 25 postkaarten, die van dit Huzarenstukje gemaakt werd, daar ze er beiden meermaals op poseren. De verplaatsing van het Damstation is ook internationaal gezien een unieke gebeurtenis. De firma van de beide ingenieurs ‘Entreprise Internationale pour le Rehaus¬sement, l'Abaissement et le Déplacement des Grands Edifices’ met een zetel in Budapest, Milaan en Brussel had reeds enkele gebouwen in de Verenigde Staten van Amerika verplaatst en zal nadien in 1910 nog de kerktoren van Bocholt verplaatsen om de kerk met twee traveeën te kunnen vergroten.

Beschrijving

Het neogotisch stationsgebouw (1895-1898) is samengesteld uit twee vleugels van respectievelijk vier traveeën en één bouwlaag aan de zuidzijde en twee traveeën en twee bouwlagen aan de noordzijde. De schild- en zadeldaken zijn met leien bekleed en voorzien van dakkapelletjes, fraaie schoorstenen en vorstkam. De gevels zijn een combinatie van lijst- en trapgevels van baksteen en natuursteen afgewerkt met kantelen, pinakels en topstukken. De ramen zijn uitgewerkt met kruiskozijnen onder blind bewerkt boogveld naast rond- en spitsboogvensters met traceerwerk. De hoofdtoegang is uitgevoerd als een korfboog in geprofileerde hardstenen omlijsting met waterlijst, topstukken in rechthoekige omlijsting met een oculus met daarin plaats voor een stationsklok. Aan de spoorzijde is in de gevels een arduinen plaat verwerkt, met daarin het opschrift "ANTWERPEN-DAM ANVERS-DAM".

In het plannenarchief van de Nationale Maatschappij van de Belgische Spoorwegen (N.M.B.S.) is een tekening bewaard op schaal 1/50 van de voorgevel van het stationsgebouw. De tekening is gedateerd "Bruxelles, 13 fevrier 1888", getekend door "Le Chef de Section" en "Anvers, 3 mars 1888", getekend l' Ingenieur en Chef E. De Rudder. Ingenieur E. De Rudder kan dus worden aanzien als de ingenieur die verantwoordelijk was voor het ontwerp. Het ontwerp zo blijkt, zou dan ook bijna 10 jaar ouder zijn dan het gebouw.

De doorgang naar de Lange Lobroekstraat gaat onder een metalen spoorwegbrug (1907) van geklonken liggers en platen op gietijzeren zuilen. Bovenaan is deze spoorwegbrug afgewerkt met een smeedijzeren leuning met art nouveau-inslag.

Interieur

Het stationsgebouw bewaart nog grotendeels zijn oorspronkelijke indeling. De plattegrond vertoont alle kenmerken van een stationsgebouw dat ontworpen is om te functioneren aan een gelijkvloers spoor. Vandaag staat het station los naast de spoowegberm en bereikt men de perrons via de boogvormig gemetselde onderdoorgang en twee trappen. Op het gelijkvloers in het gebouw bevindt zich de ‘salle des pas perdus’ met een uitgang naar het perron en twee spitboogvormige openingen waarin oorspronkelijk de loketten waren verwerkt. Het schrijnwerk van de loketten is verdwenen en één van beide spitsbogige openingen werd dichtgemetseld om in de lokettenhal een moderne lokettenwand te kunnen voorzien voor het latere postkantoor. Door een gang, die vandaag is dichtgemetseld, bereikte men vanuit de lokettenhal oorspronkelijk de wachtzaal derde klas. Deze grootste van de drie zalen had een rechtstreekse uitgang naar het perron. De zaal is vandaag door een lichte wand omgevormd tot twee clublokalen en voorzien van een verlaagd plafond. Te oordelen naar de nog zichtbare consoles bevindt zich hieronder zeer waarschijnlijk nog de gewelfbogen die het dak dragen. Tussen de wachtzaal derde klas en de lokettenhal bevindt zich de kleinste wachtzaal voor de reizigers eerste klas. Dit lokaal is voorzien van een plankenvloer en een schouw in blauwe hardsteen met twee kolommen, waarvan kapiteel en basement in rouge royal zijn uitgevoerd. Verder zijn er gelijkvloers de lokalen voor de spoorwegbedienden: de ruimte achter de loketten, daarnaast een smal lokaal met sobere schouw dat verbinding geeft met het perron en ten slotte een klein lokaal voor de wegwerkers dat alleen van buitenaf toegankelijk is. De vloerconstructie bestaat uit gemetselde gewelfjes tussen ijzeren ribben. De ribben werden in de plafonds afgewerkt met pleisterwerk in neogotisch geïnspireerde profielen. Vanuit het inkomportaal, dat oorspronkelijk niet door een muurtje verdeeld werd, bereikt men via een hardstenen wenteltrapje met smeedijzeren leuning de woning van de stationschef op de verdieping. Deze woning is qua indeling nagenoeg intact bewaard. Ze was voorzien van centrale, overdekte wintertuin. Alleen de tussenwand tussen beide salons aan de voorzijde werd verwijderd. Wat opvalt is het verzorgd neogotisch uitgewerkte schrijnwerk en een neogotisch gedetailleerde schouw onder een raam. Het dakgebinte op de zolderverdieping lijkt bijzonder ingenieus verstevigd met houten wind-verbanden en metalen trekkers. Mogelijk heeft deze constructie iets te maken heeft met de verplaatsing van het gebouw in 1907.

  • BROOS M.C.J. 1984: De geschiedenis van de spoorwegen te Antwerpen. Het baanvak Antwerpen-Oost - Antwerpen-Dam (1854-173), Antwerpen 30.4, s.l., 145-155.
  • LINDO I.A. 1908: Heffing en verplaatsing van station Antwerpen-Dam, De Ingenieur 23.3, 's Gravenhage, 37-39.
  • PLOMTEUX G. & STEYAERT R. met medewerking van WYLLEMAN L. 1989: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Stad Antwerpen, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 3NC, Brussel – Turnhout, 105-106.

Bron     : Onroerend Erfgoed, digitaal beschermingsdossier DA002009, Station en spoorwegbrug Antwerpen Dam
Auteurs :  Agentschap Onroerend Erfgoed
Datum  : 2015


Relaties

  • Is deel van
    Damplein
    Damplein (Antwerpen)

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Stationsgebouw en spoorwegbrug Antwerpen Dam [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/6676 (Geraadpleegd op 16-10-2019)