erfgoedobject

Villa in neorégencestijl

bouwkundig element
ID: 6694   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/6694

Juridische gevolgen

Beschrijving

Villa in neorégencestijl op de hoek van Della Faillelaan en Kastanjelaan, gebouwd in opdracht van A. Fridt, naar een ontwerp door de architect Michel De Braey uit 1913. De bouwheer is wellicht te identificeren met August Fridt (1871-1916), echtgenoot van Clara van Gent (1871-1950), stichter van een gelijknamige firma met zetel in de Lange Leemstraat. Afkomstig uit Maastricht, overleed hij in 1916 te Saint-Adresse nabij Le Havre, waar tijdens de Eerste Wereldoorlog de Belgische regering in ballingschap gevestigd was. De villa Fridt is met de villa Aeby door de architect Jan Jacobs uit 1911, het enige bewaarde van de zes landhuizen, die aan de Della Faillelaan werden opgetrokken tijdens de ontstaansfase van de Nieuw-Parkwijk "Den Brandt" vóór 1914. Een derde, de in 1913 ontworpen villa Michiel door de architect John Voet op nummer 18 is volkomen verbouwd, de overige drie zijn verdwenen. Het statige gebouw is een typisch voorbeeld van het landhuis naar klassiek Frans model, dat in deze korte periode het overwicht van de architectuur uitmaakte in de wijk, met als meest imposante voorbeelden het "Acaciahof" door de architecten Fernand de Montigny en Louis Somers uit 1912 aan de Acacialaan, en het verdwenen kasteel Lejeune door de architect Joseph Hertogs uit 1911 verderop aan de Della Faillelaan. De aanpalende villa Honigmann op nummer 21, naar een ontwerp door de architect Willie Pijl uit 1914, lijkt destijds als symmetrisch pendant van de villa Fridt te zijn geconcipieerd, met een gelijkaardige opstand in spiegelbeeld. Vanwege ernstige schade opgelopen tijdens V 1-bominslagen, werd deze laatste in 1946 op de fundering na gesloopt voor de bouw van de villa Coryn.

De villa Fridt is representatief voor het rijpe, residentiële oeuvre in beaux-artsstijl van Michel De Braey, die zich in deze periode op het hoogtepunt van zijn loopbaan bevond. Na zijn debuut eind jaren 1880, maakte de architect omstreeks de eeuwwisseling naam met prestigieuze hotels in diverse neostijlen of landhuizen in cottagestijl. Tot de belangrijkste realisaties uit deze periode behoren de neogotische Anglicaanse kerk Sint-Bonifacius in de Grétrystraat en het in neorenaissancestijl ontworpen Gemeentehuis van Wijnegem. Geïnspireerd op het model van het 18de-eeuwse Parijse hotel, is de villa Fridt sterk verwant met de twee architectenwoningen die De Braey met zes jaar tussentijd tot stand bracht aan de Van Putlei en de Markgravelei. Na de Eerste Wereldoorlog was De Braey nog een vijftal jaar geassocieerd met zijn zoon Jan, alvorens omstreeks 1925 een punt achter zijn carrière te zetten.

Vrijstaand ingeplant in de diepte van het perceel, op een rechthoekige plattegrond van drie bij vijf traveeën met afgeschuinde hoek, omvat het gebouw een souterrain en twee bouwlagen onder een mansardedak. Het statige gevelfront doorlopend over drie zijden van het gebouw palend aan Della Faillelaan, Kastanjelaan en Park Den Brandt, onderscheidt zich door een verzorgd, volledig natuurstenen parement, met gebruik van leien voor de dakbedekking. Enkel de ingesloten noordgevel met de dienstingang is opgetrokken uit rood baksteenmetselwerk, verwerkt met natuursteen voor de plint, speklagen, waterlijsten, hoekblokken en dorpels. Horizontaal geleed door de puilijst en het klassieke hoofdgestel, kenmerkt de compositie zich door het alternerende ritme van hoekkettingen en risalieten. Deze laatste worden, geaccentueerd door erkers, balkons en dakkapellen met voluten en gebogen fronton. In de voorgevel legt het korfboogportaal de klemtoon op de middenas, daar waar een driekwartronde erker de afgeschuinde hoektravee accentueert. In de zuidelijke zijgevel tekent zich de traphal af door middel van het brede, getoogde traplicht boven een decoratief guirlandepaneel, en de bekronende attiek met driehoekig fronton. Typische details en ornamenten, ontleend aan de Franse Lodewijkstijlen, zijn de geblokte kwartholle omlijstingen met medaillonsleutel van portaal en traplicht, de acanthusconsoles van het centrale balkon en de kroonlijst, de guirlandes en balustrades van de erkers. Opmerkelijk is het sierlijke smeedijzer van borstweringen, traliewerk en voortuinhek, geïnspireerd op 18de-eeuwse régencepatronen. Verder bestaat de opstand uit regelmatige registers van steekboogvensters met sluitsteen, op de bovenverdieping in vlakke omlijsting. Het gevernist houten schrijnwerk van de inkomdeur en de vensters met typische roedeverdeling is bewaard.

De plattegrond beantwoordt aan de klassieke typologie van de voorname burgerwoning, met scheiding van ontvangstruimten, privévertrekken en dienstlokalen. Daarbij kreeg de ruime traphal een centrale inplanting in de zuidelijke helft van het gebouw aansluitend op de vestibule, met als pendant aan de noordzijde de dienstingang en -trap. In het bouwdossier ontbreken de bouwplannen, maar naar analogie met gelijkaardige villa’s uit deze periode bevinden de spreek- of ontbijtkamer en het salon zich vermoedelijk ten westen van deze circulatiezone zijde Della Faillelaan, de eetkamer en de veranda met terras ten oosten zijde de tuin. De bovenverdieping groepeert een viertal slaapkamers met badkamer of 'cabinet de toilette', en de mansarde de overige slaap- of gastenkamers en de meidenkamers. Behalve de wijn-, voorraad, stook- en kolenkelders, bood het souterrain oorspronkelijk ruimte aan de keuken en de wasplaats; de ingebrachte garage dateert van een latere verbouwing.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossier 1913#4593.

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2014


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Villa in neorégencestijl [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/6694 (Geraadpleegd op 20-10-2019)