erfgoedobject

Brandweerkazerne

bouwkundig element
ID: 6833   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/6833

Juridische gevolgen

  • is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Brandweerkazerne
    Deze vaststelling is geldig sinds 29-03-2019

  • is aangeduid als beschermd monument Brandweerkazerne
    Deze bescherming is geldig sinds 03-04-1995

Beschrijving

Historiek en context

Brandweerkazerne in art-nouveaustijl gebouwd door de Stad Antwerpen, naar een ontwerp van architect in stadsdienst Emiel Van Averbeke uit 1911. Als stadsbouwmeester voerde Alexis Van Mechelen de supervisie uit over het project, en ondertekende ook het lastenboek. Het bouwterrein vormt de westelijke punt van een ruim perceel stadsgronden op de hoek van Viséstraat en Halenstraat, dat verder de gebouwen van de Openbare Reinigingsdienst omvatte. De werken begroot op twaalf maanden, werden bij openbare aanbesteding in december 1911 toegewezen aan de aannemers Georges Hargot en Richard Somers, voor een bedrag van 148.110 Belgische frank. Eind 1913 voltooid, vervulde de brandweerkazerne zijn functie tot 1947, en diende vervolgens als ontspanningslokaal voor bejaarden en woningen. De huisvestingsmaatschappij Onze Woning renoveerde het gebouw in 1990-1995 tot sociale woningen, samen met de bouw van het aanpalende wooncomplex “Dambuster”, naar een ontwerp door de architect Roger Groothaert.

Emiel Van Averbeke, die in 1905 in dienst trad van de stedelijke dienst gebouwen, werd in 1920 benoemd tot stadsbouwmeester, een functie die hij waarnam tot zijn overlijden in 1946. Vóór de Eerste Wereldoorlog ontwierp hij als assistent van stadsbouwmeester Alexis Van Mechelen onder meer de brandweerkazernes in de Paleisstraat en de Halenstraat, waaruit een sterke affiniteit bleek met het werk van de Nederlandse architect Hendrik Petrus Berlage. Als stadsbouwmeester bouwde Van Averbeke in de vroege jaren 1920 verder op dit idioom, met realisaties als het Stedelijk Instituut voor Sierkunsten en Ambachten in de Napelsstraat. In deze periode werd onder zijn leiding ook de brandweerkazerne aan het Suezdok voltooid, een gebouw in neotraditionele stijl geïnspireerd op het 16de-eeuwse Hansahuis, waarvan het ontwerp al uit 1912 dateerde. Omstreeks 1930 ontwikkelde Van Averbeke vervolgens een door de Nederlandse architect Willem Marinus Dudok geïnspireerd 'romantisch kubisme', waarvan de Stedelijke Normaal- en Oefenschool in de Pestalozzistraat als belangrijkste voorbeeld geldt.

Architectuur

Het half vrijstaande gebouw bestaat uit een samenstel van vier onderscheiden volumes, waarin de functionele indeling van de brandweerkazerne zich aftekent. Deze opbouw gaat terug op het rationalisme van Hendrik Petrus Berlage, wiens invloed ook tot uiting komt in het robuuste, vlakke karakter van het metselwerk, waarin structurele onderdelen worden beklemtoond door het gebruik van blauwe hardsteen. Ook het gedrukte profiel van de puntgevels, het verzaken aan ornamentatie of overdadige profilering, tot de vormgeving en detaillering van rondboogarcaden, veellichten, kraagstenen en balustraden zijn terug te voeren tot de Beurs van Amsterdam.

Het hoofdvolume op een rechthoekige, ten noorden afgeschuinde plattegrond, telt drie traveeën en drie bouwlagen onder een afgeschuind zadeldak (nok loodrecht op Viséstraat). Hierbij sluit ten westen het rechthoekige torenvolume met afgeschuinde hoeken aan, dat vier bouwlagen telt inclusief de blinde topgeleding, onder een schilddak (nok parallel aan Viséstraat, leien). Het wordt ten noorden geflankeerd door het quasi vierkante trappenhuis dat zich onderscheidt door een opdeling in vijf niveaus boven een souterrain, met een plat dak. In de oksel van trappenhuis en hoofdvolume is het driehoekige volume van het inkomportaal ingepast, met twee bouwlagen en een entresol bekroond door een terras. Het gevelparement bestaat uit rood baksteenmetselwerk in kruisverband, met gebruik van blauwe hardsteen voor de hoge sokkel, vensterposten, lateien, tussendorpels, lekdrempels, waterlijsten, kraag- en gevelstenen, archivolten, borstweringen, steigergaten, topstukken, spuwers en dekstenen. De structuur van het gebouw berust verder op ijzeren roosteringen en troggewelven, opgevangen door geklinknagelde moerbalken en steunposten; ijzeren vakwerkspanten vormen de dakconstructies. Oorspronkelijk was het gebouw voorzien van houten garagepoorten aan de Viséstraat, ijzeren vouwpoorten aan de Halenstraat, en houten vensterschrijnwerk. Enkel de houten inkomdeur van het portaal aan de Halenstraat is bewaard, evenals het smeedwerk van een afsluithek en venstertralies.

Van het hoofdvolume onderscheidt de gedrukte puntgevel in de Viséstraat zich door een asymmetrisch compositieschema, met een over begane grond en eerste verdieping oplopend risaliet op een kraagsteen in de rechter travee. De twee rondboogpoorten met een breed geprofileerde archivolt in de linker traveeën, worden gescheiden door een polygonale lantaarn op een console, en bekroond door een casement met het opschrift “BRANDWEER”. Rondbogige spaarvelden ritmeren de bovenbouw, waarin oplopende drielichten met tussendorpel, en ter hoogte van de tweede verdieping gesloten balkons op getrapte korbelen. Blind afgezien van een rij steigergaten, heeft de geveltop het stadswapen van Antwerpen en een topstuk als bekroning. De gedrukte puntgevel in de Halenstraat is eenvoudig van opzet, met een vlakke gevelbehandeling, twee rondboogpoorten op de begane grond, hogerop drielichten en waterspuwers op de hoeken.

Het op de vrijstaande hoeken afgeschuinde  torenvolume wordt geritmeerd door rondbogige spaarvelden in kolossale orde. Aan de Viséstraat is het spaarveld opengewerkt door vijflichten waarvan de halfronde posten doorlopen over de met casementen versierde borstweringen. De geblokte archivolt is gevat tussen bewerkte boogaanzetstenen. Overhoekse topstukken maken op de vier hoeken de overgang naar de blinde topgeleding, belijnd door vier golvende waterlijsten, geaccentueerd door waterspuwers, en bekroond door het spitse schilddak met vorstkam. Zijde Halenstraat wordt het aanleunende trappenhuis gemarkeerd door een afgeschuinde hoekpenant met kraagsteen en topstuk, geopend door gestapelde drielichten ten westen, en bekroond door casementen en een geblokte daklijst. Het aansluitende front van het inkomportaal is gevat in een kolossaal, rondbogig spaarveld met waterlijst, waarin het portaal met zijlichten, en vierlichten met oplopende, halfronde posten. Waterspuwers en de balustrade van het terras vormen de bekroning.

Volgens de bouwplannen omvatte de driehoekige plattegrond gelijkvloers de garage voor brandweerwagens met in- en uitrit aan Viséstraat en Halenstraat. Deze werd ten oosten geflankeerd door de seinkamer en wachtpost, een magazijn en atelier. Aan de westzijde nam de refter het torenvolume in, met de keuken in de kelder, waartegen de traphal en het inkomportaal aanleunden. De eerste verdieping omvatte een eerste woning van de onderofficier, een slaapzaal met zestien bedden, een wasplaats in het torenvolume en wc’s boven het inkomportaal. Op de tweede verdieping bevond zich een tweede woning van de onderofficier, een zolder, een recreatiezaal in het torenvolume en een terras boven het inkomportaal. Traphal, slaapzaal en zolder waren uitgerust met glijpalen.

  • Stadsarchief Antwerpen, dossier MA#83497, plannen 697#3968-3971; bouwdossiers 86#8722174 en 86#931433; foto FOTO-GF#69.
  • AERTS W. 1977: Emiel Van Averbeke (1876-1946). Stadshoofdbouwmeester. Zijn bijdrage tot de moderne bouwkunst te Antwerpen , onuitgegeven licentiaatsverhandeling, Rijksuniversiteit Gent, 139-141.

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2019


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Brandweerkazerne [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/6833 (Geraadpleegd op 16-12-2019)