erfgoedobject

Burgerhuis in art deco

bouwkundig element
ID: 6859   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/6859

Juridische gevolgen

  • is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Burgerhuis in art deco
    Deze vaststelling is geldig sinds 29-03-2019

Beschrijving

Burgerhuis in art-decostijl gebouwd in opdracht van Eduard De Bruyn, naar een ontwerp door architect Rob Van der Aa uit 1928 (inscriptie). De rijwoning met een gevelbreedte van twee tot drie ongelijke traveeën, telt vier bouwlagen onder een plat dak. Het gebouw behoort tot de vroegste realisaties van Van der Aa, die pas een jaar eerder zijn architectuurstudies had beëindigd. Met haar expressieve metselwerk en de integratie van beeldhouwwerk en glas in lood, leunt de woning De Bruyn nog sterk aan bij de architectuur van de Amsterdamse School, die in de jaren 1920 een grote uitstraling kende. De villa “De Tegel” uit 1930 (Door Verstraetelei 12, Brasschaat), waarmee Van der Aa in 1932 de prestigieuze Prijs Van de Ven in de wacht sleepte, toont de invloed die vervolgens via de Nederlandse architect Willem Marinus Dudok uitging van het werk van Frank Lloyd Wright en de Prairie School. Later in de jaren 1930 evolueerde de architect naar een zakelijk modernisme.

De volkomen asymmetrische compositie van de voorgevel wordt ondersteund door een uitgesproken reliëf, een contrastrijke materiaalcombinatie in roodbruine baksteen en witte natuursteen, en een decoratief metselverband. Daarbij alterneren gevelpartijen in gestrekte lagen, rollagen en zelfs diagonale lagen voor de geveltop, gevat binnen natuurstenen waterlijsten of ribben. Drie- en vierlichten in geprononceerde en bewerkte kozijnen, weerspiegelen nadrukkelijk de functionele indeling van het interieur. Een gedrukte sokkel met dienstruimten gaat naadloos over in de bel-etage waar zich de belangrijkste woonvertrekken bevinden. Hogerop domineert een verticaal ritme, waarbij de klemtoon op het brede risaliet ligt dat uitmondt in een puntgevel, daar waar de smalle zijtravee wordt gemarkeerd door een driezijdig balkon en een rondboogvenster. Opmerkelijk is de integratie van beeldhouwwerk in halfreliëf: de penant tussen het bovenlicht van de deur en het vierlicht van de bel-etage is bewerkt tot een vrouwenfiguur, terwijl het linker postament van de puntgevel subtiel de vorm aanneemt van een ooievaar of ibis. De beeldhouwer is vooralsnog niet bekend. Het typische houten schrijnwerk van de deur, de garagepoort en de vensters bleef bewaard, evenals het sierlijke smeedijzer van het traliewerk, de balkon- en vensterleuning. Bijzonder decoratief zijn de glas-in-loodramen met een abstract patroon van kleurvlakjes, en in het bovenlicht van de deur het motief van een bloemenvaas. Ook de achtergevel kenmerkt zich door een verzorgde afwerking volgens dezelfde principes.

De plattegrond beantwoordt aan de typologie van de bel-etagewoning, georganiseerd rond de ruime centrale traphal met bovenlicht. Volgens de bouwplannen biedt de lage begane grond, behalve aan de vestibule en de garage, ruimte aan de keuken met keukenlift en de voorraadkelders. Op de bel-etage neemt het salon de straatzijde in, en de ruime woonkamer met office de tuinzijde, palend aan het terras met tuintrap. Twee slaapkamers, een speelkamer, de linnenkamer en de badkamer vormen de tweede verdieping. Van hieruit leidt de diensttrap naar de ondiepe derde verdieping met de meidenkamer en twee zolders.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossier 1928#31555.

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2012


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Burgerhuis in art deco [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/6859 (Geraadpleegd op 24-08-2019)