erfgoedobject

Gekoppelde burgerhuizen in neorenaissancestijl

bouwkundig element
ID: 6874   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/6874

Juridische gevolgen

Beschrijving

Historiek en context

Geheel van twee gekoppelde burgerhuizen in neorenaissancestijl, naar een ontwerp van de architect Jaak Alfons Van der Gucht uit 1898. Opdrachtgevers waren de heren Bernard Vinck (1853-1937) en L. Heymans, wellicht schoonbroers.

De woningen Vinck-Heymans maken deel uit van het vroege oeuvre van Jaak Alfons Van der Gucht, die actief was vanaf midden jaren 1880 tot eind jaren 1930. Het gevelontwerp combineert op hybride wijze een klassiek symmetrische ordonnantie, met een hoogst merkwaardig geveldecor waarvan de iconografie is ontleend aan de Antwerpse Gouden Eeuw. Eveneens uit 1898 dateren twee gekoppelde winkelpanden in opdracht van François Heymans in de Jan Van Beersstraat, met een meer uitgesproken neo-Vlaamserenaissance-karakter. Tot de belangrijkste realisaties van Van der Gucht uit de jaren 1890 behoren het nieuwe westfront van de oude, gesloopte Sint-Laurentiuskerk aan de Markgravelei, en het kasteel Selsaete te Wommelgem.

Architectuur

Met een breedte van respectievelijk drie (nummer 12) en vier traveeën (nummer 14), omvatten de rijwoningen een souterrain en twee bouwlagen onder een mansardedak met dakkapellen en oeils-de-boeuf. De lijstgevel onderscheidt zich door een rijk geornamenteerd parement uit witte natuursteen, met gebruik van blauwe hardsteen voor de hoge plint en leien als dakbedekking. Uniform van opzet, beantwoordt het gevelfront aan een volkomen symmetrisch compositieschema, nadrukkelijk geleed in horizontale registers en afgewerkt met een klassiek hoofdgestel. Daarbij ligt de klemtoon op het vijf traveeën brede, tot in de bedaking doorgetrokken middenrisaliet, dat wordt bepaald door de pilasterordonnantie, en het alternerend ritme van balkons en dakkapellen.

De balkons rusten op uitgelengde voluutconsoles met acanthusblad, wortelmotief en saterkop, de dakkapellen worden bekroond door een gebroken en gebogen fronton. Rondboogportalen in een breed geprofileerde omlijsting met leeuwenkopimposten, maskerkopsleutel en bovenlicht flankeren het middenrisaliet in beide uiterste traveeën. Verder rondboogopeningen met saterkopsleutel in het souterrain, en rechthoekige vensters in geprofileerde omlijsting, op de begane grond met geprofileerde tussendorpel, op de bovenverdieping geriemd en vermeerderd met een lambrekijn en voluutsleutel in het risaliet. Het hoofdgestel bestaat uit een architraaf, een fraai gesculpteerde fries en een bewerkte kroonlijst met tandlijst en modillons. Van de houten vleugeldeuren met paneelversiering en rondbogig snijraam is er één integraal bewaard (nummer 12). Fraai smeedwerk van de keldertralies en de balkonborstweringen; twee van de oeil-de-boeufs zijn verdwenen.

Het iconografisch programma verwijst naar het Antwerpen uit de 16de en 17de eeuw, met de nadruk op de kunsten. De sluitstenen van de portalen verbeelden links de Schelde onder de vorm van een mannenhoofd met rietstengels, en rechts de Stad Antwerpen onder de vorm van een vrouwenhoofd met stedenkroon. Op de balkonconsoles flankeren de Rijksadelaar en het wapen van de Sint-Lucasgilde, emblemen van beeldhouwkunst, muziek, letterkunde en bouwkunst. De dolfijnen of walvissen met putti die de impostfries op de begane grond en de borstweringen van de bovenvensters sieren, geïnspireerd op renaisance-gravures, verwijzen wellicht naar de bekende, 17de-eeuwse praalwagens uit de Antwerpse Ommegang. De fries van het hoofdgestel onderscheidt zich door vijf portretmedaillons in een decor van zeemeerminnen. Het centrale medaillon met dubbel profiel verbeeldt twee eigentijdse kunstenaars (vermoedelijk Hendrik Conscience en Peter Benoit of August Snieders), de flankerende medaillons de historische figuren Christoffel Plantijn (?), Jacob Jordaens (?), Dirk Martens (?) en Pieter Paul Rubens.

Verschillend in oppervlakte beantwoorden beide panden vermoedelijk aan de klassieke typologie van het burgerhuis, bestaande uit een voorbouw en een smalle achterbouw in entresol. De gebruikelijke enfilade van salon, eetkamer en veranda wordt daarbij geflankeerd door de zijdelings ingeplante inkom- en traphal, met de keuken in het souterrain.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossiers 1898#396-397.

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2015


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Gekoppelde burgerhuizen in neorenaissancestijl [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/6874 (Geraadpleegd op 17-11-2019)