erfgoedobject

Pakhuis Le Globe

bouwkundig element
ID: 6886   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/6886

Juridische gevolgen

  • is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Pakhuis Le Globe
    Deze vaststelling is geldig sinds 29-03-2019

Beschrijving

Historiek en context

Pakhuis met een conciërgewoning in eclectische stijl opgericht op de Zuiderdijk van de Kempische Vaart, naar een ontwerp door de architect Frans Van Dijk uit 1886. 0pdrachtgevers waren de reder Julius Bernhard von der Becke (Iserlohn, 1825-Mirwart, 1895) en de scheepsmakelaar William Edward Marsily (Antwerpen, 1838-Antwerpen, 1922). Beide schoonbroers richtten in 1872 de Société Anonyme de Navigation Belgo-Americaine op, de Belgische partner van de trans-Atlantische rederij Red Star Line. In 1887 ontwierp Van Dijk ook de monumentale, neoclassicistische hoofdzetel van de Red Star Line in de Kammenstraat (gesloopt). Pakhuis “Le Globe”  was via een elevator verbonden met de Kempische Vaart, die werd gedempt voor de aanleg van de IJzerlaan omstreeks 1935. Het gebouw werd gerenoveerd tot wooncomplex naar een ontwerp uit 1997, uitgevoerd in 1998-1999.

Het pakhuis Le Gobe behoort tot het vroege oeuvre van Frans Van Dijk, die aan het begin van zijn loopbaan naam had gemaakt als medeontwerper van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten aan de Leopold De Waelplaats. Omstreeks de eeuwwisseling deed hij zich opmerken met enkele van de meest opvallende huizengroepen in de wijk Zurenborg waaronder "Boudewijn met de IJzeren Arm" en "Scaldis" aan de Cogels-Osylei, en het imposante Grand Hôtel Métropole in de Leysstraat. Als een van de uitverkoren architecten van de Antwerpse elite, de financiële wereld en het bedrijfsleven, beoefende hij zijn carrière lang een monumentaal architectuuridioom van eclectische signatuur.

Architectuur

Het imposante pakhuis heeft een half vrijstaande inplanting op de kruising van de vroegere Kempische Vaart en de spoorlijn Antwerpen-Roosendaal. Opgetrokken op een L-vormige plattegrond, bestaat het complex uit een voorbouw van tien bij vijf traveeën, en haaks daarop een achterbouw van vijf bij vijf traveeën. Het geheel telt vijf bouwlagen en een mezzanine, onder een complex, licht hellend en ten westen afgeschuind zadeldak. Aan de westzijde is de vrijstaande conciërgewoning ingeplant, een gebouw van drie bij drie traveeën en twee bouwlagen, oorspronkelijk onder een zadeldak met kruisende nok. Deze was oorspronkelijk met het pakhuis verbonden door de inrijpoort van de binnenplaats.

Voor de constructie is gebruik gemaakt van rood baksteenmetselwerk in kruisverband, verankerd door smeedijzeren muurankers. Blauwe hardsteen is gebruikt voor de zware, geprofileerde sokkel in gebouchardeerde rustica en de negblokken van de poorten, witte natuursteen voor de poortomlijsting, pui- en waterlijsten, lekdrempels, kapitelen, kraag- en sluitstenen en topstukken. Horizontaal geleed door de puilijst en het hoofdgestel, beantwoorden de opstanden aan een drieledig compositieschema. Dit is opgebouwd uit de twee bouwlagen hoge onderbouw, de drie bouwlagen hoge bovenbouw in kolossale orde en de mezzanine. Het voorgevelfront is asymmetrisch van opzet, waarbij de hoger opgetrokken tweede en derde en de elfde travee verticaal de klemtoon krijgen, gemarkeerd door laadluiken (op de tweede travee na verbreed) en bekroond door geveltoppen. De onderbouw onderscheidt zich door een diamantkoppenfries, steekboogpoorten met schamppalen in de tweede en derde (verbouwd) travee, en een rondboogpoort met sluitsteen in de zesde travee. Deze laatste is gevat in een omlijsting met geblokte pilasters, schamppalen en een entablement, geaccentueerd door diamantkoppen. De bovenbouw wordt geritmeerd door rondbogige spaarvelden op pilasters met lijstkapiteel. Verder regelmatig ordonnantieschema met registers van steekboogvensters en laadluiken op individuele lekdrempels. Geleed door pilasters, wordt de mezzanine met getoogde tweelichten belijnd door de architraaf en de kroonlijst. De getuite geveltop met schouderstukken op voluutconsoles boven de tweede en derde travee, wordt bekroond door een topstuk met een cartouche tussen pilasters, een fronton en een wereldbol op top. Ook het dakvenster van de elfde travee draagt een fronton. Het ordonnantieschema van de voorgevel loopt door over de westelijke zijgevel met afgeschuinde hoektravee en de achtergevels aan de zuid- en oostzijde van de vroegere binnenplaats, met laadluiken en een dakvenster met fronton in de voorlaatste travee.

De conciërgewoning op een rechthoekige plattegrond werd oorspronkelijk gemarkeerd door tuitgevels aan de noord- en oostzijde, en een octogonaal torentje met een peerspits aan de blinde westzijde. Verder betreft het een constructie uit bak- natuur- en hardsteen, nadrukkelijk horizontaal geleed door de plint, puilijst, cordonvormende lekdrempels en het hoofdgestel. Regelmatige ordonnantie van rechthoekige kozijnen met tussendorpel. Een schoorsteen op kraagstenen accentueert de noordgevel.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossiers 1886#286, 86#970607, 86#265, 86#30224; foto 40#1203.
  • BAETENS R. e.a. 1984: Industriële Revoluties in de provincie Antwerpen, Antwerpen, 89.
  • HUYBRECHS J. 1994: Frans Van Dijk Architect te Antwerpen 1853-1939, Antwerpen, 121-123.

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2019


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Pakhuis Le Globe [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/6886 (Geraadpleegd op 13-08-2020)