erfgoedobject

Herenhuis in neo-Lodewijk XVI-stijl

bouwkundig element
ID: 6947   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/6947

Juridische gevolgen

Beschrijving

Historiek en context

Voornaam herenhuis in neo-Lodewijk XVI-stijl naar een ontwerp door architect Michel De Braey uit 1912. Opdrachtgever was Jules Fribourg (Straatsburg, 1877-New York, 1944), echtgenoot van Lucienne Brunschwig (1889-1968), en vader van drie dochters en een zoon, de twee oudste geboren te Antwerpen in 1912 en 1913 de twee jongste te Londen en Parijs in 1915 en 1920. Als zoon van Arthur Fribourg (Aarlen, 1848-Parijs, 1915) en Estelle Bollack (Soultz-sous-Forêts, 1856-Montreux, 1931), stamde hij af van een geslacht Joodse graanhandelaars uit Aarlen. De familiale graanhandel in 1813 opgericht in Aarlen door stamvader Simon Fribourg, vestigde zich in 1890 onder Arthur Fribourg in Antwerpen. Jules Fribourg en zijn broer René Fribourg, de vierde generatie aan het hoofd van het bedrijf, richtten in 1919 te Antwerpen de Compagnie Continentale d'Importation op, en in 1921 the Continental Grain Company met vestigingen in Chicago en New York, voor de wereldwijde export van Amerikaans graan. In Parijs bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, wist het gezin Europa te ontvluchten dankzij een irregulier visum verstrekt door Aristide de Sousa Mendes, de Portugese consul in Bordeaux. Via Lissabon en Santo Domingo bereikten zij New York. De multinational met hoofdzetel in New York is tot op vandaag actief in de agro- en voedingsindustrie onder de benaming ContiGroup Companies.

Het hotel Fribourg is geïnspireerd op het model van het laat-18de-eeuwse Parijse hotel, met een grote mate van stijlzuiverheid ook wat het groots opgezette interieur betreft. Deze aanpak is kenmerkend voor de latere residentiële stadsarchitectuur van Michel De Braey, waartoe zijn eerste en zijn tweede architectenwoning in de Van Putlei en de Markgravelei behoren, het aanpalende hotel Lehmann en de dokterswoning Herman verderop aan de Jan Van Rijswijcklaan, die hij vóór de Eerste Wereldoorlog ontwierp. Actief vanaf eind jaren 1880, maakte de architect omstreeks de eeuwwisseling naam met prestigieuze hotels in diverse neostijlen of landhuizen in cottagestijl. Tot de belangrijkste werken uit de rijpe fase van zijn loopbaan behoren de neogotische Saint-Boniface Anglican Church in de Grétrystraat en het in neorenaissancestijl ontworpen Gemeentehuis van Wijnegem.

Architectuur

Deze drie traveeën brede en diepe rijwoning omvat een souterrain en twee bouwlagen onder een leien mansardedak. Het statige gevelfront met een verzorgd parement uit witte natuursteen, wordt nadrukkelijk horizontaal geleed in twee evenwaardige registers, afgewerkt met een klassiek hoofdgestel. De symmetrische opeenvolging van hoge rechthoekige vensters bepaalt de regelmaat van de ordonnantie. In een vlakke omlijsting worden de bel-etagevensters onderscheiden door lekdrempels op consoles, en de bovenvensters door een medaillon met strik, guirlande en een smeedijzeren borstwering. Pilasters met chutes en een balkon op consoles markeren de inkom in de linkerzijtravee. Boven het entablement gevormd door een stafwerkfries en de kroonlijst, wordt de grote dakkapel met voluten en gebogen fronton geflankeerd door oculi met draperie, alle drie bekroond door een vuurvaas. Net als de natuurstenen ornamentatie en het bewaarde houten schrijnwerk van deur en vensters, is ook het smeedijzer van de borstweringen en het voortuinhek afgeleid van het typisch classicistische patroon van entrelacs met vergulde rozetten.

Volgens de bouwplannen vertoont de plattegrond de typologische kenmerken van een woning voor de vermogende burgerij, met een opdeling in ontvangst- en privé-vertrekken, dienstlokalen en -circulatie. Een vestibule leidt vanaf de straat naar de royaal aangelegde hal met staatsietrap, haarden op beide niveaus en een bovenlicht, die over de volledige breedte de centrale ruimte van het hotel vormt. Op de bel-etage neemt het groot salon de straatzijde in, en de eetzaal met aanpalend fumoir de tuinzijde. Deze suite sluit via een rotonde aan op een halfrond bordes oorspronkelijk met een monumentale trappenpartij. De bovenverdieping omvat vooraan een grote en een kleine slaapkamer, en achteraan de ‘chambre des maîtres’ met balkon, en suite nursery en badkamer, die door een galerij is afgezonderd van de traphal. Net als de mansarde is het souterrain gereserveerd voor het personeel, met behalve de gebruikelijke voorraad-, wijn-, kolenkelders en stookinstallatie, een 'état domestique', washuis en 'brosserie', en de grote keuken bij de 'cour anglaise' aan de achterzijde van het hotel. Een verborgen circulatiesysteem met dienstrap en -gangen, keukenlift en office ontsluiten het privé-domein voor het personeel. Het rijk gelambrizeerde interieur vertoont dezelfde stijlkenmerken als de gevel. Het tuinbordes werd in 1937 gewijzigd; in tegenstelling tot de bouwplannen loopt de rotonde van de achtergevel vandaag door over de bovenverdieping.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossiers 1912#1744, 1913#4154 en 18#8720.

Bron     : Braeken J. & Hooft E. 2011: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie Antwerpen, Stad Antwerpen: Jan Van Rijswijcklaan, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen ANT3, (onuitgegeven werkdocumenten).
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2011


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Herenhuis in neo-Lodewijk XVI-stijl [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/6947 (Geraadpleegd op 04-06-2020)