erfgoedobject

Kasteel Fester

bouwkundig element
ID: 6984   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/6984

Juridische gevolgen

  • is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Kasteel Fester
    Deze vaststelling is geldig sinds 29-03-2019

Beschrijving

Imposant landhuis met bijgebouwen, vrijstaand ingeplant in een met smeedijzeren hekken afgesloten, beboomde tuin. Het gebouw maakt vandaag deel uit van een schoolcomplex met nieuwbouwvleugels, dat achteraan uitmondt in de Korte Lozanastraat.

Historiek

In kern vormt het kasteel Fester een vroeg- of midden-19de-eeuws landhuis in neoclassicistische stijl, dat deel uitmaakte van de bebouwing van de Warandewijk, de exclusieve woonbuurt rond het huidige Koning Albertpark. Het gebouw was uiterlijk in 1869 tot zijn overlijden in het bezit van de kunstschilder Nicaise De Keyser (1813-1887), directeur van de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten, en zijn echtgenote Bella Telghuys. De Keyser liet het landhuis in 1875 in neorenaissancestijl aanpassen en uitbreiden door de architect Joseph Schadde. In 1882 volgde de verbouwing van het koetshuis in de tuin tot schildersatelier door de aannemer August Vermeulen. Na aankoop liet Henri Fester het bestaande gebouw tussen 1892 en 1910 in meerdere fasen verbouwen en uitbreiden tot zijn huidige vorm in neo-Vlaamserenaissance-stijl, naar ontwerpen door architect Henri Thielens. Het kasteel Fester groeide zo uit tot een van de belangrijkste residenties in de Warandewijk, waar zich rond de eeuwwisseling enkele van de meest vooraanstaande Antwerpse families van Duitse herkomst vestigden. Pas voltooid werd het kasteel tijdens de Duitse invasie op 8 en 9 oktober 1914 verwoest door beschietingen. Het gebouw waarvan enkel nog de muren overeind stonden, diende tijdens of na de Eerste Wereldoorlog dan ook in grote mate te worden heropgebouwd. De familie Fester was eigenaar van het kasteel minstens tot de jaren 1930. In de naoorlogse periode huisvestte het gebouw het Rijksinternaat voor Schipperskinderen of de "Schippersschool", en vanaf 1984 het Rijksinstituut voor Kunstsecundair Onderwijs, vandaag de campus beeldende en audiovisuele kunst, drama en muziek van de!Kunsthumaniora.

Henri Fester (1849-1939) was zakenman, een belangrijk promotor en mecenas van de muziek en de beeldende kunsten, en een prominent lid van de Duitse kolonie in Antwerpen. Zijn vader Jules Fester had zich in 1840 vanuit Frankfurt in Antwerpen gevestigd. Na studies in zijn geboortestad Antwerpen en in Zwitserland, richtte Henri Fester in 1874 samen met Adolf Mund de verzekeringsmaatschappij Mund & Fester op, gevestigd aan de Groenplaats, die in 1876 een nog steeds actief filiaal opende in Hamburg. Hij was medestichter van de Société de Musique en van de Koninklijke Maatschappij der Nieuwe Concerten (1903-36), één van de belangrijkste concertverenigingen in België die belangrijke dirigenten en solisten naar Antwerpen uitnodigde, waaronder de componisten Gustav Mahler, Sergei Prokofiev, Sergei Rachmaninov en Igor Stravinsky. Daarnaast liet Fester zich opmerken als regeringscommissaris van het Koninklijk Vlaams Muziekconservatorium, als stichter en geldschieter van de Bachvereniging en van het Toonkunstenaarsverbond, en als lid en begunstiger van de Antwerpse kunstenaarsvereniging Kunst van Heden/L’Art Contemporain (1905-55), opgericht ter promotie van de eigentijdse Belgische kunst.

Het kasteel Fester behoort tot de belangrijkste realisaties van architect Henri Thielens, die in Antwerpen actief was in de periode 1880-1914, vooral als ontwerper van klassieke burgerhuizen. Zijn eerste opdrachten voor Henri Fester waren in 1892 de uitbreiding van het bestaande landhuis met een salon en oranjerie aan de achterzijde, en in 1899 de plaatsing van het tuinhek met poorten. De belangrijkste ingreep bestond uit de volledige heropbouw van het voorgevelfront in 1900, gepaard met een belangrijke verbouwing en herinrichting van het interieur zoals de nieuwe vestibule en traphal. In 1902 volgde de verbouwing van een bestaand bijgebouw tot stallen en remise, en in 1908 de toevoeging van een kleine annex met badkamers tegen een van de zij- of achtergevels. Het ontwerp uit 1910 voor de nieuwe wintertuin en het muzieksalon, die tegen de middenpartij van de achtergevel werden aangebouwd, is toe te schrijven aan de architect Joseph Hertogs. Deze fraaie, overkoepelde rotonde uit ijzer en glas, rustend op een open colonnade, werd overigens in 1929 gesloopt. In 1911 liet Fester door Hertogs een pendant van twee herenhuizen in de Van Putlei ontwerpen, mogelijk bedoeld als vastgoedinvestering. Wie verantwoordelijk was voor de heropbouw en herinrichting van het kasteel Fester na de verwoestingen van 1914, gepaard met detailwijzigingen aan met name de geveltoppen, is niet bekend.

Hoofdgebouw

Het van bij oorsprong rechthoekige gebouw telt drie bouwlagen onder een schilddak (leien), dat het in 1914 verwoeste mansardedak vervangt. Zeven traveeën breed beantwoordt het voorgevelfront aan een symmetrische compositie, met kleine varianten in de detaillering. Het geheel is opgetrokken uit rode baksteen, verwerkt met witte natuursteen voor de pui, waterlijsten, speklagen, hoekkettingen, vensteromlijstingen en ornamenten, op een arduinen plint. Twee brede zijrisalieten bekroond door in- en uitgezwenkte geveltoppen flankeren de centrale gevelpartij, waarvan de middenas licht gearticuleerd is. De geboste begane grond fungeert als gedrongen sokkel voor de twee hoofdverdiepingen. Het linker risaliet wordt gemarkeerd door een brede rechthoekige erker waarboven een door hermen geflankeerd frontonvenster met cartouche. Een meer uitgesproken frontispice oplopend samengesteld uit een driezijdige erkerpartij, een loggia met gekoppelde zuiltjes en afdak en een geveltop onderscheidt het rechter risaliet. De centrale gevelpartij, die de twee inkomportalen met driehoekig fronton groepeert, en op beide verdiepingen belijnd wordt door een klassiek entablement met bewerkte fries, heeft drie dakkapellen als bekroning. Verder volgt de vensterordonnantie een vrij regelmatig schema. Het drukke ornamentele repertorium van maskerkoppen, voluten, balusters, frontons, obelisken, lamberkijnen, schelpmotieven, rolwerk en wortelmotieven, is ontleend aan de Hans-Vredeman-de-Vries-renaissance uit de latere 19de eeuw. Driezijdige annexen leunen tegen de rechter zijgevel en de achtergevel aan. Het houten schrijnwerk van de deuren en vensters inclusief metalen rolluikkasten is bewaard, evenals de gebuikte gietijzeren balkonleuningen; het traliewerk van de benedenvensters is verdwenen.

Zoals heringericht door Henri Thielens omvatte de begane grond in de linkervleugel de dienstlokalen keuken, washuis en 'état domestique', en in de rechtervleugel het kantoor met een afzonderlijke vestibule en de biljartzaal. In de middenvleugel leidde de ruime inkomhal met staatsietrap, ontdubbeld door een diensttrap, naar de diverse ontvangstsalons en de eetzaal op de bel-etage. Privé-vertrekken en slaapkamers namen de tweede verdieping in, de meidenkamers de zolder. Het interieur dat in zijn geheel van na 1914 dateert, is nog in belangrijke mate bewaard.

Koetshuis

Dit langgerekte gebouwtje van één bouwlaag en drie traveeën onder een mansardedak (leien), loodrecht ingeplant ten opzichte van de straat, is eveneens opgetrokken uit bak- en natuursteen. Met een geboste sokkel en een blinde bakstenen bovenbouw beantwoordt de sobere opstand aan het karakter van het hoofdgebouw.

Bijzonder fraai is het smeedwerk van beide inkomhekken in neorégencestijl. Deze worden geflankeerd door bewerkte arduinen postamenten, met een granaatappel of een smeedijzeren corbeille als bekroning.


Bron     : -
Auteurs : Braeken, Jo
Datum  : 2012


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Kasteel Fester [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/6984 (Geraadpleegd op 23-05-2019)