Parochiekerk Sint-Martinus

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Limburg
Gemeente Bree
Deelgemeente Beek
Straat Kerkstraat
Locatie Kerkstraat 10, Bree (Limburg)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Bree (adrescontroles: 12-04-2007 - 12-04-2007).
  • Inventarisatie Bree (geografische inventarisatie: 01-01-2005 - 12-01-2005).

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Parochiekerk Sint-Martinus

Deze vaststelling is geldig sinds 01-02-2018.

is beschermd als monument Parochiekerk Sint-Martinus

Deze bescherming is geldig sinds 25-03-1938.

Beschrijving

Basilicale kerk met vroegromaanse en romaanse toren uit eind 10de-begin 11de eeuw, bovenbouw uit de 12de eeuw en laatgotisch schip en koor uit de 15de eeuw.

De parochie is een zeer oude stichting. De kerk wordt voor het eerst vermeld in 1007, in een akte waarin keizer Hendrik II op aanvraag van bisschop Notger haar aan de in 992 door graaf Ansfried gestichte abdij van Thorn schenkt. Begevingsrecht en tienden waren in handen van deze abdij.

De plattegrond beschrijft een driebeukig schip van drie traveeën, een voorstaande westelijke toren en een koor van twee rechte traveeën met driezijdige sluiting; oorspronkelijke sacristie aan de noordelijke zijde, tussen koor en zijbeuk; recente sacristie aan de zuidelijke zijde. Mergelstenen schip op een plint van kalksteenblokken, en met een onderbouw van breuksteen, voornamelijk Maaskeien, resterend van de romaanse kerk; dit is vooral in de zuidelijke gevel duidelijk. Zadel- en lessenaarsdaken (leien). Steunberen tussen de traveeën. Spitsboogvensters in een geprofileerde omlijsting met mergelstenen maaswerk; kordon vormende lekdrempels. Geprofileerde kroonlijst. In de eerste westelijke travee van de noordelijke zijde, rechthoekig portaal in een omlijsting van kalksteenblokken, met recente mijtervormige latei. De oostelijke gevels van de zijbeuken zijn voorzien van een thans gedicht spitsboogvenster.

Iets lager, mergelstenen koor onder zadeldak (leien). Steunberen van vier versnijdingen, afgewerkt met lisenen en driepasmotieven. Hoge spitsboogvensters in een geprofileerde omlijsting; kordon vormende lekdrempels. In de meest oostelijke koorwand, onder het venster, een mijtervormige nis met kalkstenen sokkel.

Vierkante toren van breuksteen, voornamelijk Maaskeien, sommige delen in opus spicatum; hoekbanden van grote breuksteenblokken. Even boven de begane grond, een drietal primitief bekapte maskerkoppen, mogelijk Romeins van herkomst. De toren schijnt, getuige het metselwerk, in drie fasen gebouwd: terwijl de onderste geleding met zware en onregelmatige stenen zeker vroegromaans (eind 10de-begin 11de eeuw) is, dateert de bovenste geleding, in twee campagnes gebouwd met lichtere stenen in regelmatiger verband, bovenaan in volledig regelmatig verband, uit de 12de eeuw. Ingesnoerde naaldspits (leien). De gevels waren oorspronkelijk blind, op een paar smalle lichtspleten na. De overgang van toren naar dak wordt gevormd door een paar later toegevoegde lagen baksteen. De toren was bovenaan oorspronkelijk afgewerkt door de nog aanwezige rondboogfries op consooltjes; opgenomen in deze fries zijn de rondboogvormige galmgaten, in elke gevel twee, in een geprofileerde omlijsting van breuksteen. In een latere periode werd in de westelijke gevel een rechthoekig portaal aangebracht in een geprofileerde omlijsting van kalksteenblokken, schijnbaar hergebruikt materiaal, onder mijtervormige latei op consoles, en waarin een reliëf met voorstelling van Sint-Martinus.

De sacristie aan de noordelijke zijde is een waarschijnlijk later toegevoegd deel van mergelsteen, één travee en één bouwlaag, onder lessenaarsdak, voorzien van een geprofileerd rondboogvenster. In een latere periode verhoogd met een aantal lagen baksteen.

Mergelstenen interieur. In 1933 werd de bepleistering verwijderd. Overwelving door middel van kruisribgewelven met bakstenen gewelfkappen en doorlopende topnerf; ribben en spitsboogvormige gordelbogen opgevangen door mergelstenen colonnetten. De zijbeuken zijn voorzien van kruisribgewelven, de koorsluiting heeft een straalgewelf. Scheiding tussen midden- en zijbeuken door middel van een geprofileerde, mergelstenen spitsboogarcade op kalkstenen zuilen met Maaskapiteel. Spitsboogvormige scheiboog op gelijkaardige halfzuilen tussen middenbeuk en koor. Het onderste gedeelte van de bovenlichten is blind, en vormt op die manier een imitatie-triforium. De scheiding tussen schip en toren wordt gevormd door een vrij lage rondboog in de breukstenen muur, voorzien van een mergelstenen boog. De bovenverdieping van de toren is naar het schip toe opgewerkt door middel van een tribune gevormd door twee gekoppelde rondbogen, de bogen van natuursteen op natuurstenen imposten, gedragen door een centrale, hardstenen zuil met teerlingkapiteel; deze zuil is een recente reconstructie; de bovenverdieping van de toren is voorzien van een kruisribgewelf.

Mobilair: beeld Sedes Sapientiae, gepolychromeerd hout (circa 1300-10); beeld Sint-Anna ten Drieën, gepolychromeerd hout, Maasland (1490-1500); beeld Sint-Catharina, gepolychromeerd hout, Jan van Steffesweert (circa 1510); beeld Sint-Lucia, gepolychromeerd hout, Meester van Elsloo (circa 1510); beeldengroep Calvarie, gepolychromeerd hout, Meester van Elsloo (circa 1520); beeld Sint-Martinus, gepolychromeerd hout (16de eeuw); beeld Sint-Hubertus, witgeschilderd hout (eerste helft 18de eeuw); beeld Sint-Rochus, witgeschilderd hout (eerste helft 18de eeuw); beeld van een bisschop, witgeschilderd en verguld hout (eerste helft 18de eeuw).

Hoofdaltaar, neogotisch (tweede helft 19de eeuw); neogotische zijaltaren, witte steen (tweede helft 19de eeuw). Twee biechtstoelen, eik, rococo (derde kwart 18de eeuw). Orgel, mogelijk 1593, met herstellingen en ombouw in 1657, 1741, 1780, 1933. Wijwatervat, zwart en wit marmer (eind 18de eeuw). Lambrisering begane grond toren, eik (vierde kwart 18de eeuw). Glasramen (1887).

  • Laat-gotische beeldsnijkunst uit Limburg en Grensland, St.-Truiden, 1990, nummers 84-87.
  • COENEN J., Kempische Kerken: Kantons Bree en Peer, Hasselt, 1936, pagina's 7-10.
  • GESSLER K., Terechtwijzigingen en aanvullingen, (Limburg, 19, 1937-38, pagina's 168-176).
  • GEUKENS B., Fotorepertorium van het meubilair van de Belgische bedehuizen. Provincie Limburg. Kanton Bree, Brussel-Sint-Truiden, 1977, pagina's 18-19.
  • HENDRICKX C. en anderen, Het orgelbezit in de provincie Limburg, (Kunst en Oudheden in Limburg; 16), Sint-Truiden, 1976, pagina 39.
  • KUBACH H.E. & VERBEEK A., Romanische Baukunst an Rhein und Maas. Katalog der vorromanische und romanische Denkmäler, Berlin, 1976, I, pagina 77.
  • TIMMERS J.J.M., De kunst van het Maasland, Assen, 1971, pagina's 40, 155, 161, 209.
  • TIMMERS J.J.M., De kunst van het Maasland. Deel II. De Gotiek en de Renaissance, Assen, 1980, pagina 68.

Bron: Schlusmans F. 2005: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Limburg, Arrondissement Maaseik, Kantons Bree - Maaseik, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 19N1, Brussel - Turnhout.

Auteurs: Schlusmans, Frieda

Datum tekst: 2005

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Kerkstraat

Kerkstraat (Bree)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.