erfgoedobject

Klooster van de Soeurs de l'Espérance

bouwkundig element
ID: 7085   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/7085

Juridische gevolgen

Beschrijving

Historiek en context

Klooster opgericht door de Soeurs de l’Espérance, een van oorsprong Franse zusterorde die in 1836 werd gesticht in Bordeaux, en zich toelegde op ziekenzorg aan huis. Sinds 1854 was de congregatie in Wallonië gevestigd, en vanaf 1896 ook in Vlaanderen. Het complex in eclectische stijl werd gebouwd naar een ontwerp door de architecten August Cols en Alfried Defever uit 1903. Voor de bouwaanvraag in juni 1903 tekenden de zusters Marty, Champon, Harronard, Thureau en Tynan. De eerstesteenlegging vond plaats op 19 augustus 1903 (gevelsteen kapel), het jaar van voltooiing en ingebruikname is niet gekend. Oorspronkelijk bestemd als zusterklooster en tehuis voor bejaarde vrouwen, werden de gebouwen in 1948 omgevormd tot algemeen ziekenhuis onder de benaming “Kliniek Heilige Familie”. De zusterorde, inmiddels omgedoopt tot Soeurs de la Sainte-Famille, verliet in 1968 het complex, dat verder bleef functioneren als "Medisch Instituut Lamorinière". In 1989 vormde de elektriciteitsmaatschappij E.B.E.S. het vroegere ziekenhuis om tot kantoren.

August Cols en Alfried Defever, die van 1899 tot minstens 1912 een gezamenlijke praktijk voerden, lieten zich in hun beginjaren opmerken door een opvallende reeks burgerhuizen in Zurenborg, alle voor rekening van de Naamlooze Maatschappij voor het Bouwen van Burgershuizen in het Oostkwartier, waarbij zowel de art-nouveau-, neo-Grec- als neorococostijl op uitbundige wijze werden toegepast. Ook ontwierpen zij het kantoorgebouw in de Grotehondstraat waar de bouwmaatschappij zich vanaf 1902 vestigde. Het klooster van de Soeurs de l'Espérance dat samen met het verwante pensionaat van de ‘Dames de Sion’ uit 1907-1909 in de Arthur Goemaerelei tot hun meest omvangrijke opdrachten behoort, is ontworpen in een gestrenge eclectische stijl die invloeden van het neoclassicisme en de neorenaissance vermengt. Verwijzingen naar de religieuze aard van de instelling, zijn in deze van karakter seculiere architectuur beperkt tot het absolute minimum.

Architectuur

Het klooster met kapel bestaat uit een U-vormig gebouwencomplex dat een souterrain en drie bouwlagen omvat onder leien schilddaken. Het langgerekt gevelfront strekt zich over een breedte van vijftien traveeën uit aan de Lamorinièrestraat, de vleugels waarvan de kapel de westelijke vormt palen aan een beboomde tuin. Deze reikt vandaag tot de Boomgaardstraat.

De statige lijstgevel die aan een volkomen symmetrische compositie beantwoordt, heeft een verzorgd parement uit roomkleurige Silezische brikken, geaccentueerd door rode baksteen voor speklagen, ontlastingsbogen en mozaïeken. Witte natuursteen is eveneens gebruikt voor speklagen en verder voor bewerkte onderdelen als sluitstenen, hoekblokken, kraagstenen, omlijstingen, waterlijsten, frontons en postamenten, blauwe hardsteen voor de plint, puilijst en doorgetrokken lekdrempels. Horizontaal geleed door de puilijst en het klassieke hoofdgestel met houten kroonlijst op klossen, worden de bovenverdiepingen verticaal geritmeerd door steekbooglisenen. De klemtoon ligt op het middenrisaliet met het inkomportaal, en de brede zijrisalieten met drielichten, die worden gemarkeerd door frontons in de topgeleding, en opvallend bekroond door grote dakkapellen met driehoekig fronton, postamenten en topstuk. Verder is de opstand opgebouwd uit registers van steekboogvensters met sluitsteen en hoekblokken op begane grond en tweede verdieping, en rechthoekige vensters met waterlijst op de eerste verdieping. Het getoogde inkomportaal onderscheidt zich door een sluitsteen met scheepsanker, als symbool van de hoop het embleem van de Soeurs de l’Espérance. De houten inkomdeur met smeedijzeren waaier waarin een radmotief, en de smeedijzeren souterraintralies zijn bewaard; het vensterschrijnwerk is vernieuwd.

De sobere gevels aan de binnentuin, negen traveeën breed voor de hoofdvleugel met middenrisaliet, en tien traveeën voor de oostvleugel, kenmerken zich door een gelijkaardige ordonnantie en materiaalgebruik. De kapel aan de westzijde vormt een eenbeukige constructie van zes traveeën met driezijdige sluiting, aanleunende sacristie en een klokkentorentje als dakruiter. De opstand wordt geritmeerd door steunberen en hoge spitsboogtweelichten onder een ronde oculus in de bovenbouw.

In het bouwdossier ontbreken de plattegronden, het oorspronkelijke programma en indeling zijn niet gekend; het interieur is verbouwd.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossier 1903#1112.

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2016


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Klooster van de Soeurs de l'Espérance [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/7085 (Geraadpleegd op 23-10-2019)