Watermolen Pollismolen

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Alternatieve naam Scheelenmolen, Wayenberchmolen
Provincie Limburg
Gemeente Bree
Deelgemeente Opitter
Straat Molenstraat
Locatie Molenstraat 56, Bree (Limburg)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Bree (adrescontroles: 12-04-2007 - 12-04-2007).
  • Inventarisatie Bree (geografische inventarisatie: 01-01-2005 - 12-01-2005).
Links

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Watermolen Pollismolen

Deze vaststelling is geldig sinds 01-02-2018.

is beschermd als monument Watermolen Pollismolen

Deze bescherming is geldig sinds 28-12-1994.

is beschermd als stads- of dorpsgezicht, intrinsiek Watermolen Pollismolen met omgeving

Deze bescherming is geldig sinds 28-12-1994.

Beschrijving

Voormalige watergraanmolen op de Itter. De molen is thans niet meer gelegen aan de Itter maar aan de Wijshager- of Eetsevelderbeek; de Itterbeek was oorspronkelijk omgeleid om de molen van water te voorzien, maar heeft ondertussen haar vroegere loop terug aangenomen. Oorspronkelijk de Wayenberchmolen genaamd; de naam is die van een zeer oude familie, Wayenberch, reeds vermeld in 1139. Deze molen was de banmolen voor Bree van het kapittel van Sint-Bartholomeus van Luik, tiendheffer van de parochie Bree; de molen lag oorspronkelijk op grondgebied Bree. Vermoedelijk maakte hij deel uit van de donatie van Ermengardis in 1078. Samen met de Genamolen van Beek is hij één van de oudste molens van de streek. Hij wordt voor het eerst vermeld in 1296. Begin 16de eeuw kreeg hij de naam Schelenmolen; Jan Schelen wordt vermeld als molenaar in 1502 en 1528. In 1633 kreeg hij de naam bij Pollen, naar de familienaam Van Pol. De molen ging in 1961 uit bedrijf. Hij werd in 1981 gekocht door de gemeente Bree en in 1987 gerestaureerd. De molen is aangeduid op de Ferrariskaart (1771-77) en in de Atlas van de Buurtwegen (1845). De molen bestond toen uit een langgestrekte vleugel ten zuiden van de straat, die het molenaarshuis omvatte, en het alleenstaande molenhuis ten zuidwesten hiervan; alle gebouwen waren toen in vakwerk. In een latere periode, waarschijnlijk in het vierde kwart van de 19de eeuw, werd een dienstgebouw aan de overkant van de weg toegevoegd, zodat de hoeve thans tweeledig is. De hoeve werd in de loop van de tweede helft van de 19de en in het begin van de 20ste eeuw versteend; waarschijnlijk gebeurde dit het eerst met het molenhuis (midden 19de eeuw); het huidige woonhuis werd gebouwd in 1906; nog in 1901 bouwt molenaar Pieter-Jan Domen een nieuwe schuur in vakwerk (noordelijke vleugel), thans eveneens versteend.

Het molenhuis is een alleenstaand diephuis van drie traveeën en anderhalve bouwlaag onder zadeldak (Vlaamse pannen). Bakstenen gebouw op gecementeerde plint. Baksteenfries onder de dakrand der zijgevels. Smeedijzeren muurankers, sommige met krullen. De voor- en achtergevel zijn puntgevels, voorzien van aandak, vlechtingen, topstuk en schouderstukken. Kleine rechthoekige vensters (strek); drie rondboogvensters in de achtergevel. Rechthoekige deur (strek). Metalen onderslagrad tegen de achtergevel, met opschrift: 1985, M. DREES; het vervangt een houten rad dat in 1970 door brand was vernield. Betonnen sluiswerk van 1929.

De hoeve bestaat uit twee evenwijdige bakstenen vleugels van één bouwlaag onder zadeldak (Vlaamse pannen), op gecementeerde plint. De zuidelijke vleugel heeft als ordonnantie: dwarsschuur-stal-woonhuis. Muizentandfries onder de dakrand. Het woonhuis is een dubbelhuis van vijf traveeën. Getoogde muuropeningen, de vensters beluikt. Stalpoort onder gebogen houten latei, geflankeerd door kleine stalvenstertjes. Rondboogvormige schuurpoort. Zijgevels met aandak, vlechtingen en schouderstukken; smeedijzeren muurankers met krullen. Brandgevel tussen woonhuis en stal. Het dienstgebouw heeft een schijnbaar gewijzigde ordonnantie, mogelijk oorspronkelijk: bakhuis-dwarsschuur-stal. Getoogde deur; getoogd venster, voorheen beluikt; getoogde stalpoort onder houten latei, met houten posten; rondboogvormige schuurpoort; recent venster. Zijgevels met aandak, vlechtingen en rechts een topstuk. Dit gedeelte is ingericht voor de horecafunctie die het gebouw thans heeft.

Het hooiland aan de molen is een thans zeldzaam, goed bewaard voorbeeld van in bedden aangelegde bevloeiing op veengrond.

  • CUPPENS H. & SMET W., Limburgse watermolens. Molens op de Aabeek-Bosbeek en Itterbeek, Sint-Niklaas, 1980.
  • DOORSLAER B. VAN, Met de stroom mee of tegen de wind in ? Molens in Limburg, Borgloon, 1996, pagina 31.
  • GEYSKENS B., in De Vlaamse Landschapsatlas, OC-GIS-Vlaanderen, Brussel, 2001.
  • GUFFENS T., Pollismolen Opitter-Bree, 1987.
  • MAES S.F., De geschiedenis van Bree. De gemeente van de oudste tijden tot aan de Franse revolutie, 1952, pagina's 181-182.
  • MANDERS J. & VERHEIJEN M., Koren op de molen. Langs de Itter, Echt, 1992, pagina's 62-64.

Bron: Schlusmans F. 2005: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Limburg, Arrondissement Maaseik, Kantons Bree - Maaseik, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 19N1, Brussel - Turnhout.

Auteurs: Schlusmans, Frieda

Datum tekst: 2005

Relaties

maakt deel uit van Opitter

Opitter (Bree)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.