erfgoedobject

Hotel André Dumont

bouwkundig element
ID: 7132   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/7132

Juridische gevolgen

  • is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Hotel André Dumont
    Deze vaststelling is geldig sinds 29-03-2019

Beschrijving

Herenhuis in neogotische stijl gebouwd in opdracht van André Dumont, naar een ontwerp door de ingenieur-architect Joris Helleputte uit 1878.

Historiek en context

De geoloog en mijnbouwkundige André Dumont (Luik, 1847-Brussel 1920) geldt als de ontdekker van het Kempense steenkoolbekken. Als sinds 1877 overtuigd van de aanwezigheid van steenkool in de ondergrond, startte Dumont in 1897 met proefboringen. De aanboring van de eerste steenkoolader te As in de nacht van 1 op 2 augustus 1901, betekende des start van de steenkoolontginning in Limburg.

André Dumont vestigde zich in 1873, na zijn huwelijk met Marie Thérèse Pauline Joséphine Meeus (1852-1918) aan de Van Breestraat in Antwerpen. Hij kocht in 1878 twee percelen grond in de nabijgelegen Lange Leemstraat, waarvoor Joris Helleputte nog hetzelfde jaar twee woningen ontwierp, een privé-hotel voor het echtpaar Dumont zelf, en een links aanpalend burgerhuis bestemd voor verhuur. Bouwheer en architect kenden elkaar wellicht van de Leuvense universiteit, waar Joris Helleputte sinds 1874 architectuur doceerde aan de Speciale Scholen voor Burgerlijke Genie, Mijnen en Fabriekswezen. Dumont was hier al in 1870 afgestudeerd, maar bleef nauw betrokken via zijn engagement in de Unie der Leuvense Ingenieurs. Helleputte had kort voordien zijn eerst opdracht voor de universiteit gerealiseerd, het Anatomisch Amfitheater in de Minderbroedersstraat.

Beide woningen werden gelijktijdig opgetrokken in 1879-1880, maar de afwerking van het privé-hotel liep uit tot 1883. Op het rechts aanpalende perceel liet André Dumont in 1880 nog een derde woning ontwerpen door Joris Helleputte, opnieuw een burgerhuis waarvan de bouw pas uit 1883 dateert, dat al in 1885 werd verkocht aan Edward De Wit-Somers. Toen Dumont in 1890 professor Louis Cousin aan de universiteit opvolgde, verhuisde hij naar Leuven, en verkocht het privé-hotel in 1893 aan Herwyn Van der Beeken. In het bezit van de reder Henri Gylsen vanaf 1931, en van de Société Industrielle et Commerciale sinds 1943, werd het herenhuis in 1979 aangekocht door de stad Antwerpen. Het gebouw stond van 1979 tot 2015 ter beschikking van het Humanistisch Verbond, als Vrijzinnig Ontmoetingscentrum Karel Cuypershuis. Een eerste uitbreiding aan de tuinzijde waarvoor de veranda verdween vond plaats in 1944, de achter aanpalende zaal die de vroegere tuin beslaat dateert uit 1958. Het links aanpalende burgerhuis (voorheen Lange Leemstraat 55) bleef in het bezit van Dumont tot zijn overlijden in 1920, om vervolgens in 1960 te worden gesloopt voor de bouw van een nieuwbouwflat.

Het hotel André Dumont behoort tot het vroege werk van Joris Helleputte, die van 1874 tot omstreeks 1896 als zelfstandig architect actief was. In deze relatief korte periode bracht hij een imposant oeuvre tot stand verspreid over het hele land, met een overwicht in Leuven en omstreken. In Antwerpen realiseerde hij verder enkel nog het verdwenen Sint-Camillusziekenhuis uit 1887-1890 in de Lokkaardstraat. Helleputte, een van de meest productieve neogotische architecten van zijn tijd, ontwierp voornamelijk scholen, universiteitscolleges, kloosters, kerken en kapellen, in een gestrenge, rationele neogotiek beïnvloed door de geest van Jean-Baptiste Bethune en de Sint-Lucasscholen, en geïnspireerd door de laat-middeleeuwse Brugse baksteenarchitectuur. Daarbij combineerde hij een ambachtelijk gebruik van traditionele materialen en technieken, met de nieuwste ontwikkelingen in ijzertechnologie. In 1889 werd Helleputte verkozen tot katholiek volksvertegenwoordiger, en was van 1907 tot 1918 bijna ononderbroken minister, achtereenvolgens verantwoordelijk voor Spoorwegen, Post en Telegrafie, Landbouw en Openbare Werken.

Opdrachten voor privé-woningen zoals het ensemble Dumont, vormen een minderheid in het oeuvre van Joris Helleputte, wiens carrière vooral in dienst stond de katholieke zuil en de clerus. Andere voorbeelden uit dezelfde periode zijn de rijwoningen voor zijn broer August Helleputte uit 1879-1880 aan de Citadellaan te Gent, en het riante landhuis Wauthier uit 1882-1887 te Hannut. Van het hotel André Dumont zijn talrijke ontwerptekeningen bewaard voor interieuronderdelen als schouwen, vloeren, trappen, lambriseringen, deuren met beslag en lichtarmaturen. Oscar Algoet was betrokken bij de beschildering van de vestibule, Arthur Verhaegen bij de glas-in-loodramen van de erker. Het hotel Dumont behoort in Antwerpen tot de zeldzame, meest zuivere en vroegste voorbeelden van neogotiek in de privé-architectuur uit het laatste kwart van de 19de eeuw.

Architectuur

Het hotel André Dumont vormde oorspronkelijk het monumentale middenpand van een ensemble van drie neogotische rijwoningen, waarvan het verdwenen linker pand werd gekenmerkt door een trapgevel met Brugse traveeën, en het rechter pand door een lijstgevel met korfboogarcade en getrapte dakkapel. Daarbij onderscheidde het herenhuis zich door een imposanter, hoger opgetrokken volume, en een hardstenen parement, van de meer bescheiden flankerende panden met gevels in traditionele baksteenbouw. Naast een onmiskenbare inspiratie op het Stadhuis van Brugge, vertoont de opstand van het hotel André Dumont met name in de dakkapellen een verwantschap met het Prinsbisschoppelijk Paleis van Luik, net als de typisch Maaslandse parementdteen wellicht een verwijzing naar de geboorteplaats van de bouwheer.

De brede, onderkelderde rijwoning met een gevelbreedte van vier traveeën, omvat drie bouwlagen onder een complexe dakstructuur met aandaken en vorstkam. Vanwege de grote bouwdiepte van het pand, is deze laatste opgebouwd uit twee parallelle zadeldaken waarvan de nok de rooilijn volgt, in het midden verbonden door een zadeldak met de nok loodrecht op de straat, en ernaast het bovenlicht van de traphal. De lijstgevel heeft een parement uit hardsteen in traditioneel verband, verrijkt met lelievormige sierankers uit smeedijzer, onder een leien bedaking. Oplopende Brugse traveeën in spitsboogvorm bepalen de traveeënindeling, gekenmerkt door geprofileerde dagkanten, een booglijst op consoles met hogels en kruisbloem, kruiskozijnen en blind maaswerk van drielobben en vierpassen op de borstwering en in het boogveld. De spitsbogige koetspoort in de linker travee heeft een gelijkaardige omlijsting, met colonnetten, een tussendorpel op rozetkorbelen, en maaswerk in het bovenlicht; de bespijkerde en geklampte houten vleugeldeur is voorzien van fraai lelievormig beslag, een slotplaat en deurklopper uit smeedijzer. Opmerkelijk is de rechthoekige erker op getrapte korbelen met leien afdak, die uit de middenas een accent legt op de eerste verdieping. Deze laatste onderscheidt zich door spitsboogkozijnen gevat binnen een rechthoekig veld met geprofileerde dagkanten, glas-in-loodramen, en vierpassen in de borstwering waarin het bouwjaar “Anno Domini 1879”. De gevelbeëindiging wordt gevormd door een eenvoudige kroonlijst op consoles gevat tussen schouderstukken, met daarboven vier imposante, natuurstenen dakkapellen met sierankers, leien bedaking en vorstkam. De puntgevels met schouderstukken, hogels en kruisbloem, worden geopend door een spitsboogvenster met drielobbig maaswerk en loodglas. Soberder van opzet, opgetrokken uit baksteenbouw, beantwoordt de achtergevel aan een gelijkaardige ordonnantie met Brugse traveeën en dakkapellen.

De plattegrond beantwoordt volgens de bouwplannen aan de typologie van de voorname herenwoning met doorlopende vestibule, georganiseerd rond de monumentale traphal met bordes, eretrap en bovenlicht. Op de begane grond wordt de traphal aan straatzijde geflankeerd door het antichambre en het ontvangstsalon, en aan tuinzijde door de keuken met diensttrap en de eetkamer, oorspronkelijk met een veranda als sluitstuk. De eerste verdieping biedt vooraan ruimte aan het kantoor met erker en het privésalon, en achteraan aan twee slaapkamers. Op de tweede verdieping nemen drie slaapkamers de straatzijde in, de kinderkamer met annex speelruimte de tuinzijde. vandaag zijn de eetkamer en keuken volledig verbouwd, een traphal uit de jaren 1950 vervangt de diensttrap, en van de twee slaapkamers op de eerste verdieping is er slechts één bewaard.

Van het rijke, door Helleputte ontworpen neogotische interieur zijn de vestibule met bakstenen graatgewelven en spitsbogen en de traphal met balkenzoldering en bovenlicht bewaard. De eiken bordestrap is voorzien van een leuning samengesteld uit maaswerkpanelen, met heraldische leeuwen op de postamenten; het glas in lood van het bovenlicht is verdwenen. Tot de oorspronkelijke vertrekken behoren het antichambre en het ontvangstsalon op de begane grond, het kantoor, het privé-salon en de ene bewaarde slaapkamer op de eerste verdieping, met als gemeenschappelijke kenmerken een balkenzoldering met bewerkte balksloffen, een lage lambrisering, deuren met briefpanelen en parket, alles uitgevoerd in eikenhout. In het ontvangstsalon bevindt zich tegenover een kastenwand met met briefpanelen, een haard met natuurstenen wangen, een gebeeldhouwde schouwbalk met een jachttafereel, een veelkleurig betegelde haardvloer en -wand, en een beschilderde schouwboezem met afbeelding van een eikenboom tussen klimopranken en banderollen waarop de opschriften: "Bien faire passe bien dire" en "Bonne amitié seconde parenté"; glas-in-loodramen met tekstbanderollen. Het privé-salon en het kantoor vormen twee gespiegelde vertrekken die zich onderscheiden door briefpanelen op de balkenzoldering, gebeeldhouwde balksloffen, en een volledig eikenhouten schouw met een spiegel, colonnetten en een gietijzeren haard met eikelmotief. De erker van het kantoor heeft een marmeren mozaïekvloer en glas-in-loodramen met gebrandschilderde medaillons. In de bovenlichten centraal de initialen AD van bouwheer André Dumont en de spreuk: "Force n'est pas droit", geflankeerd door de spreuken: "La meilleure finesse c'est la simplesse" en "Mal pense qui ne repense"; zes gebrandschilderde medaillons met de spreuken: "Nulla unquam inter fidem et rationem vera dissensio esse potest", "Peu de science éloigne de dieu beaucoup de science y ramène", "Tijd genoeg en al te vroeg ze kwamen alle twee te late", "En faisant on apprend", "Rosa Mystica ora pro nobis" en "Passio Christi conforta me". In het bovenlicht van de binnendeur van de vestibule: glas-in-loodraam met afbeelding van een heraldische leeuw en het opschrift "Ick Waeck A° 1797".

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossiers 1878#910 en 1878#1008.
  • Universiteitsarchief Katholieke Universiteit Leuven, Plannenfonds Helleputte-Lemaire, collectie R.L. 56/6 en 3000/6.
  • CORNILLY J. 1996: De stadswoningen van Joris Helleputte (1852-1920). Een historisch typologische studie, onuitgegeven licentiaatsverhandeling Katholieke Universiteit Leuven.
  • KINTSSCHOTS L. 1885: Anvers et ses faubourgs, Brugge, 119-120.
  • MAES K. (red.) 1998: Joris Helleputte. Architect en politicus 1852-1925. Deel II Oevrecatalogus, Leuven, 16-20.

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2015


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Hotel André Dumont [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/7132 (Geraadpleegd op 22-11-2019)