erfgoedobject

Kasteel van Moorsele

bouwkundig element
ID: 71477   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/71477

Juridische gevolgen

  • is aangeduid als beschermd monument Kasteel van Moorsele
    Deze bescherming is geldig sinds 03-06-2005

  • is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Kasteel van Moorsele
    Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009

Beschrijving

Kasteel van Moorsele, ook gekend onder de benaming kasteel Grimaldi, beschermd als monument bij M.B. van 3 juni 2005.

Omwalde site bestaande uit kasteel, donjon en ijskelder gelegen binnen de omwalling, op een motte. Het kasteel is bereikbaar via een bakstenen brug geflankeerd door twee Venijnbomen (Taxus). Ten zuiden van het kasteel, het koetshuis. Geheel ten noorden en ten oosten ommuurd, ten westen afgezoomd met beukenhaag. Kapel, toegewijd aan de Heilige Godelieve bij de ingang, tevens twee schamppalen met een ketting, restanten van de vroegere wegafsluiting.

Het kasteel wordt tussen 1418-'20 en 1443 heropgebouwd op de resten van een ouder kasteel, een vermoedelijk eerder bescheiden woning van de heren van Moorsele en Moorslede, in opdracht van Geldolf I van der Gracht, kamerheer en raadsheer van Filips de Goede. Eertijds kasteel van de heerlijkheid van Moorsele en ter Gracht. De heerlijkheid van Moorsele is de oudste heerlijkheid gelegen binnen het huidige grondgebied van de gemeente en tevens één van de twaalf burchtgenootschappen van het kasteel van Kortrijk. De heren van Moorsele waren vanaf het midden van de 12de eeuw tot de tweede helft van de 13de eeuw wellicht ook de heren van Moorslede. De heerlijkheid ter Gracht wordt vóór 1220 gesticht, vermoedelijk vanuit de heerlijkheid van Moorsele. De heerlijkheid wordt eveneens gehouden van het kasteel van Kortrijk, maar is geen burchtgenootschap.

Moorsele en ter Gracht vormden dus oorspronkelijk één domein en heerlijkheid met één leenhof en één schepenbank. De heerlijkheid wordt op een niet nader te bepalen tijdstip gesplitst. Op 28 oktober 1456 krijgt Geldolf I van der Gracht, bij octrooi, de toelating van Filips de Goede om de gescheiden heerlijkheden opnieuw te verenigen. Beide heerlijkheden kwamen reeds in 1323 in handen van dezelfde familie door het huwelijk van Beatrijs, vrouwe van Moorsele met Diederik van der Gracht.

Het kasteel wordt samen met een groot aantal hofsteden en gronden te Moorsele geërfd door een zoon van Geldolf I, Wouter III, die kinderloos stierf. Hierdoor gingen alle bezittingen over naar Filips van (de) Liedekerke (een zijtak van de oude adellijke familie van Gavere). Het was achtereenvolgens in eigendom van de families Basta, de Beer en de Lens. Deze laatste verkochten het kasteel in 1803 aan de erfgenamen Baut uit Gent die het op hun beurt verkochten aan P.J. De Clerck, een notaris uit Moorsele. Hij verkoopt het aan François Cornillie, lid van een vooraanstaande koopmansfamilie, tevens eigenaar van het herenhuis gelegen aan het Sint-Maartensplein nr. 15. Pepin Lowie erft het kasteel van Marie Cornillie. In 1966 wordt het door de erfgenamen van Lowie, leden van de Moorseelse brouwersfamilie De Geest verkocht aan R. Theys.

De site wordt in een archiefdocumenten van 1457 (Rijksarchief Kortrijk, Aanwinsten, VI, nr. 2813) beschreven als "thof, stede ende wonste van Moorsele gezegd dat het wel behuust ende gheedifyert is met mote, walle bewatert, valbrugghe uptreckende ende met eenen nederhove ooc wel behuust". In 1509-'12 vermeldt men uitdrukkelijk dat het kasteel "de mote, een grote torre, de zale, de nieuwe camere en den wal" omvatte. Vermoedelijk is de toren ouder en dateert hij uit de bouwperiode van het kasteel (tussen 1418-'20 en 1443). De woonvleugel is in zijn huidige vorm te dateren in 1779.

In de 16de eeuw wordt het kasteel geteisterd door een zware brand. Het was vanaf de 18de eeuw voornamelijk in gebruik als buitengoed waardoor het vaak onbewoond bleef. Het kasteel wordt verbouwd in de 18de en de 19de eeuw. De Duitsers bezetten het tijdens de Eerste Wereldoorlog, het kasteel wordt zwaar beschadigd in 1940. In 1966 wordt het verbouwd en gerestaureerd door architect J. Viérin (Kortrijk). Kadasteronderzoek toont aan dat de wal in 1968 zijn huidig uitzicht krijgt.

Kasteel afgebeeld op de kaart van het landboek van Moorsele (1724) en op de Ferrariskaart (1770-1778). De site was toen omgeven door een brede gracht die reikte tot aan het Sint-Maartensplein en de huidige Overheulestraat. De kaart van het landboek toont het kasteel, gelegen op een motte en volledig omgeven door water, en een neerhof met twee gebouwen omgeven door een walgracht en een poortgebouw. Vermoedelijk hoorde de grond waarop de kerk gebouwd werd ook tot het neerhof van het kasteel, zie de geringe afstand (circa 120 meter) tussen de kerk en de mote van het kasteel. De site wordt in 1813 geschilderd door Serafijn Vermote (geboren te Moorsele in 1788), doek bewaard in de Sint-Martinus en Sint-Christoffelkerk, ook beschreven door de dochter van Hendrik Conscience in het werk Hendrik Conscience, eenige bladzijden uit het leven mijns vaders, van 1912.

Kasteel. Woonvleugel van 1779. Lijstgevel van rode, verankerde baksteen van zes traveeën en twee bouwlagen, steunbeer op de zuidoostelijke hoek. Leien zadeldak. Houten kroonlijst op dito modillons. Lagere aanbouw (keuken) van twee traveeën. Licht getoogde muuropeningen, vernieuwd schrijnwerk (vernieuwd in de jaren 1960, naar oud model) met kleine roedeverdeling. Muuropeningen in oost- en zuidgevel met onderdorpels van rode tegels, arduinen (Doornikse steen) onderdorpels bij de muuropeningen in de westgevel. Vier blinde vensters in oostgevel. Deur in zuidelijke zijpuntgevel met arduinen omlijsting met rocaille en coquille, afkomstig van Brussel, geplaatst in 1973. Tweede deur in oostgevel met bewaard schrijnwerk in het bovenlicht. Derde deuropening in westgevel, voorheen rondbogig (cf. bouwsporen).

Deels bewaard interieur, waaraan verschillende elementen uit andere kastelen werden toegevoegd.

Donjon, aan de zuidzijde van het kasteel, enige restant van het door Geldof I van der Gracht gebouwde kasteel, vermoedelijk opgetrokken tussen 1418-'20 en 1443. De kelder voorzien van een tongewelf is gaaf bewaard, het gelijkvloers en de eerste verdieping werden in de 18de eeuw aangepast. Toren van rode baksteen verfraaid door muizentandfries onder leien tentdak. Zuidgevel met twee metseltekens van zwarte baksteen met name Latijns kruis en een dubbele ruit met toevoegingen. Licht getoogde muuropeningen (vergroot in de 18de eeuw) met vernieuwd schijnwerk, naar oud model. In de zuidzijde twee originele muuropeningen. De positie van deze kleine muuropeningen wijst erop dat de toren samen met of posterieur aan een bestaand gebouw werd opgericht, deze zijde was vermoedelijk voor het grootste gedeelte tegen een andere constructie aangebouwd.
Interieur. Toren op vierkante plattegrond. Kelder met tongewelf, vloer van rode aardewerken tegels. Gelijkvloers, voorheen met ontvangst- en residentiële functie. Aanvankelijk verbond een wenteltrap, gelegen achter de ontvangstruimte, de verschillende niveaus. Zolder met bewaarde gordingekap met één getelmerkt gebint, bestaande uit een nokgebint en twee schaargebinten samengesteld uit nok en stijl.

Brug. Bakstenen boogbrug, vermoedelijk uit het begin van de 19de eeuw.
Koetshuis, vermoedelijk opgetrokken in de 19de eeuw, reeds aangeduid op het primitief kadasterplan (1835). Het vorige koetshuis brandde af tijdens de Franse Revolutie. Het grenst aan de zuidzijde aan een muur van rode baksteen, voorheen met doorgang naar de kerk, thans toegemaakt. Koetshuis, voorheen ook in gebruik als koeien- en paardenstal, in de kelder stond een weefgetouw. Achtergevel, deels vernieuwd na de Tweede Wereldoorlog. Laag gebouw, vijf traveeën van rode baksteen onder pannen zadeldak, recent bekroond door klokkentoren met beiaard. Rechthoekige muuropeningen met ronde opening in boogveld, boogvormige omlijsting van witte natuursteen. Vernieuwd schrijnwerk. Interieur. Voorheen lemen muren met vakwerk, thans opgevuld met metselwerk. Bewaarde moer- en kinderbalken. Bewaard gebint.

Kapel, ingebouwd in vernieuwd poortgebouw, toegewijd aan de H. Godelieve van Gistel. Eerste kapel vermeld in een rekening van 1788-1789, huidige kapel vermoedelijk opgetrokken door Marie Cornillie. Geheel gerestaureerd in 1985, houten deur en beeld vervaardigd door L. De Geus (Poperinge). Eenbeukig bedehuisje op rechthoekige plattegrond. Decoratief uitgewerkte deur met in de cartouches de afbeelding van vier kronen en een sjaal, voorwerpen van de H. Godelieve. In boogveld, cartouche met opschrift "S. GODELIEVE O.P.N."S. Godelieve o.p.n. Aangekleed heiligenbeeld.

  • GEMEENTEARCHIEF WEVELGEM, Lantbouck der Prochie ende Baronnie van Moorsele (1724), kaart 1.
  • KADASTERARCHIEF WEST-VLAANDEREN TE BRUGGE, 207: Mutatieschetsen, Moorsele, 1968/5.
  • KADASTERARCHIEF WEST-VLAANDEREN TE BRUGGE, 208: Oorspronkelijke aanwijzende tabel, Moorsele, artikelnrs. 262-267.
  • Architectuur in eigen buurt. Gevels en gebouwen in Wevelgem, een kennismaking, Kortrijk, 2002, p. 48-49.
  • COOLSAET W., VAN OVERBERGHE L., Moorsele 950 jaar. Van parochie Mortsella tot deelgemeente Moorsele, catalogus tentoonstelling 950 jaar Moorsele, Heule, 1996, p. 27-30 en 33-34.
    DOPERE F., UBREGTS W., De donjon in Vlaanderen. Architectuur en wooncultuur, Leuven, 1991, p. 183 en 203.
  • GENICOT L., Burchten en hoevekastelen, in Het groot kastelenboek van België, Brussel, 1976, p. 191.
  • WARLOP E., DESPRIET P., VERCAEMST E., Moorsele. Heerlijkheid, kasteel en kasteelheren, Archeologische en Historische Monografieën van Zuid-West-Vlaanderen, Kortrijk, 1986.
  • WELLENS M., Serafijn Vermote, de streek van Kortrijk 1813, Tielt, 1984, p. 106.

Bron     : De Gunsch A. & De Leeuw S. met medewerking van Scheir O. 2005: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Wevelgem, Deelgemeenten Wevelgem, Gullegem en Moorsele, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL15, (onuitgegeven werkdocumenten).
Auteurs :  De Gunsch, Ann, De Leeuw, Sofie
Datum  : 2005


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Kasteel van Moorsele [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/71477 (Geraadpleegd op 26-08-2019)