erfgoedobject

Werkmanswelzijn, Vrije Technische Scholen

bouwkundig element
ID: 7236   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/7236

Juridische gevolgen

Beschrijving

De Vrije Technische Scholen zijn ondergebracht in een symmetrisch opgebouwd complex tussen de Londen- en August Michielsstraat, opgetrokken in neogotische stijl naar ontwerp van architect Edmond Leclef van 1898.

Historiek

De oudste gebouwen van het huidige Technicum Noord-Antwerpen, een scholencomplex waar technisch en beroepsonderwijs wordt verstrekt, zijn begrepen tussen de Londen- en August Michielsstraat. De eerste straatnaam, toegekend in 1869, verwijst zoals de meeste straten in deze buurt naar een havenstad; de August Michielsstraat werd pas in 1884 geopend en kreeg de naam van een Antwerps gemeenteraadslid. De Londenstraat, die aangelegd werd op de as van de voormalige Spaanse wallen ten oosten van de Lillopoort, vormt de zuidelijke afsluiting van het “extra muros” deel van het Eilandje dat in het laatste kwart van de negentiende eeuw geleidelijk aan gestalte kreeg en gekenmerkt wordt door een sterke vermenging van wonen en werken.

De bouwgrond voor het nieuwe complex, 2.704 vierkante meter in totaal, werd geleverd door de Société Immobilière d’Anvers, die na het slechten van de Spaanse wallen aanzienlijke stukken grond van de stad had aangekocht. Bij de bouwaanvraag van 1898 formuleerde aanvrager en ontwerper Edmond Leclef zijn verzoek als volgt: “Construction d’un bâtiment destiné à servir de Phalanstère et d’hôtel pour les ouvriers”. Opdrachtgever was de “Société Anonyme Werkmanswelzijn” (een vereniging van welstellende Antwerpse katholieken opgericht op 16 mei 1898 door ingenieur Frédéric Belpaire en onder het beheer geplaatst van de Aalmoezeniers van de Arbeid), die op die manier een gaarkeuken en wasgelegenheid wilde aanbieden aan dokwerkers, schippers, arbeiders samen met logement voor werkmensen uit de polderstreek, de Kempen, het Waasland, zelfs uit Brugge, die dikwijls alleen maar in het weekend naar huis gingen. Ook het “Gesellenverein” -een organisatie van jonge, katholieke en ongehuwde Duitse arbeiders die in Antwerpen vertoefden- vond er tot 1914 onderdak. In de feestzaal, de latere machinezaal, zorgden toneel- en turnkringen voor ontspanning, een zangkoor luisterde de kerkdiensten op.

In juni 1900 werd in dezelfde context Het Beste Brood gesticht, volgens de statuten een coöperatie die zich zou bezig houden met alle nijverheden en instellingen nuttig tot de stoffelijke en zedelijke verbetering van de werkende klasse. De voornaamste aandeelhouder was graaf Henri Legrelle, broer van één van de stichters van het Werkmanswelzijn; andere leden van de beheerraad waren onder meer Frédéric Belpaire en Charles Hertoghe. In 1901 kocht Het Beste Brood twee percelen grond aan weerszijden van het Werkmanswelzijn waarvan één zou dienen voor de bouw van het huis van de directeur van Het Beste Brood met achteraan een tuin en daarachter een wagenloods; het andere perceel zou voorbehouden worden voor de oprichting van stallen - het brood werd namelijk rondgebracht met paarden- en hondenkarren. In eerste instantie een volksbakkerij zou Het Beste Brood ook een maatschappij voor onderlinge bijstand (Onze Ziekenkas), een pensioenkas (Volkswelvaren), een bank (Spaar- en Handelskas) en een kolenhandel (Algemene Kolenvereniging) oprichten. De uiteindelijk voltooiing van het hele complex zou trouwens door deze instelling worden gefinancierd.

In 1909 werd, recht tegenover het Werkmanswelzijn, door de stad een schuilplaats voor werklieden van liberale signatuur opengesteld; het fraaie art nouveau-getinte gebouw naar ontwerp van J. Van Asperen en A. Van Mechelen werd reeds op 3 april 1995 als monument beschermd.

De nieuwe schuilplaats vormde algauw een stevige concurrent voor het Werkmanswelzijn dat nog hetzelfde jaar de “Vlaamsche Vakschool voor Mecaniek, Scheepsbouw en Elektriciteit” in zijn gebouwen onderbracht en waarvan het bestuur werd waargenomen door de Aalmoezeniers van de Arbeid, een congregatie die in 1894 door de Vlaming Theophiel Reyn in Luik was opgericht. Op 16 november 1910 werd de school door kardinaal Mercier plechtig ingewijd. De logeerkamers op de bovenverdieping bleven nog tot 1925 in gebruik maar werden daarna omgevormd tot leslokalen. In 1923 hief de Société Anonyme Werkmanswelzijn zichzelf op en schonk ze haar gebouwen, gronden en inboedel aan de aalmoezeniers. Onder het directoraat van August Wauters (1936-1942), werd het gebouw inwendig gereorganiseerd: naar ontwerp van architect Auguste Rayée (Oostende) werd in het vroegere scheepsbouwlokaal een gloednieuwe kapel ingericht, ingewijd op 20 maart 1939, en verhuisden de ateliers naar de oorspronkelijke kapel. In dezelfde periode en naar ontwerp van dezelfde architect werd de vleugel achter het voormalige klooster opgetrokken tot op de huidige hoogte; wellicht werden toen ook de traveeën aan weerszijden van het centrale gedeelte van de achtergevel van vensters voorzien. Het trappencomplex aan August Michielsstraat zou reeds in 1931 ontworpen geweest zijn door leraar-architect Mortier.

Beschrijving

Symmetrisch opgebouwd complex tussen Londen- en August Michielsstraat in neogotische stijl naar ontwerp van architect Edmond Leclef van 1898, waarvan circa 1900 ruim de helft was gerealiseerd doch dat in zijn totaliteit - met de drie verdiepingen boven de oorspronkelijke kapel en de woning van de directeur van Het Beste Brood erbij - pas in 1911 werd voltooid. Het gebouw vertoont verschillende haaks op elkaar staande vleugels van in totaal vijftien traveeën aan de Londenstraat en twee tot vier bouwlagen, oorspronkelijk alle onder zadeldak (leien) met fraaie dakkapellen aan de binnenplaats; in de jaren 1980 werden al de voormalige zadeldaken, de daken boven de voorbouw aan de straat uitgezonderd, verbouwd tot de huidige plat afgedekte dakverdiepingen.

Samenspel van lichtrode bakstenen punt- en lijstgevels op witstenen plint, verlevendigd met in baksteen uitgewerkte spits- en korfbogige spaarvelden, Brugse traveeën, blind maaswerk en oculi alternerend met constructieve en decoratieve elementen van verschillende soorten witte natuursteen.

Het licht achteruitwijkend middengedeelte met ondiep inkomgebouw van drie traveeën en twee bouwlagen -waarop de oorspronkelijke feest- en later de machinezaal aansloot- met flankerende vleugels van drie op acht traveeën, wordt voorafgegaan door een brede pui afgesloten met ijzeren hekken op arduinen sokkel en met dito pijlers. De aansluitende aan de rooilijn palende gebouwen, respectievelijk het voormalige klooster rechts en de vroegere woning van de directeur van Het Beste Brood links, elk drie traveeën breed, zijn voorzien van een deels ingebouwde octogonale hoek(trap)toren onder ingesnoerde leien spits, eertijds met ijzeren windvaan, geplaatst tussen de inkomtravee aan de insprong enerzijds en de voorgevel van twee traveeën aan de straat anderzijds. Rechtertoren met oud, gepolychromeerd houten beeld van een gekroonde Onze-Lieve-Vrouw met Kind op linkerarm, geplaatst op wereldbol met slang. Rechthoekige vensters opgevat als pseudo-kruis-, bol- en kloosterkozijnen met witstenen hoekstenen en vernieuwd houtwerk. Korfbogige hoofd- en zij-ingangen met later ingebrachte, fraai bewerkte vleugeldeuren van glas en ijzerwerk, eerstgenoemde gevat in een puntvormig verhoogd risaliet met blind boogveld, versierd met bas-reliëf en inscriptie Technicum. De voormalige toegang tot de kapel werd verbouwd tot venster, de flankerende traveeën geopend met een deur. Voormalige privé-ingangen met eenvoudige houten korfboogdeur en bovenlicht.

De achtergevel van het huidige schoolcomplex aan de August Michielsstraat telt dertien traveeën. De traveeën zeven tot en met tien vertonen dezelfde indelingen, ornamentiek, vensters en korfboogpoorten als de gevels aan de Londenstraat. De muuropeningen in de aansluitende traveeën, onder meer de klimmende vensters van de trapzaal, gaan terug tot de verbouwingen en aanpassingen van 1939 doch werden uitgevoerd in een vereenvoudigde versie van de oorspronkelijke stijl; ook de huidige rechtse poort van glas en ijzerwerk dateert van toen; de linkse houten poort met sierlijk smeedijzeren beslag gaat terug tot de allereerste bouwperiode. De voormalige hoofdzetel van Het Beste Brood met aansluitende werkplaatsen, gelegen op de hoek van August Michiels- en Napelsstraat en uitgevoerd in dezelfde stijl als het oude Werkmanswelzijn, modo schoolcomplex, werd in mei-juni 2004 gesloopt. De voormalige wagenloods werd kort daarop gesloopt en voor de verbouwing van de stallingen werd een bouwvergunning afgeleverd.

Plattegrond: niettegenstaande de verschillende ingrepen die het gebouw in de loop der jaren onderging, bleven de hoofdstructuren en indelingen nog grotendeels bewaard. Centraal bevindt zich nog steeds de oorspronkelijke feest- en later machinezaal, heden recreatieruimte, geflankeerd door de huidige refter en kapel enerzijds, de oorspronkelijke kapel, heden werkplaats, anderzijds. Het lagere inkomgebouw aan de straat vervult nog steeds zijn ontvangstfunctie. De indeling van het klooster met een gang, haaks op de straat, een suite van aansluitende lokalen en een draaitrap in het torentje is nog aanwezig. Van de indeling van de vroegere directeurswoning met aansluitende tuin daarentegen bleef weinig bewaard.

Interieur

Oorspronkelijke feestzaal van zeven op drie traveeën, van 1909 tot 1974 machinezaal en heden recreatiezaal met bewaarde geklonken metalen overspanningen die teruggaan tot de allereerste bouwfase; ingenieuze constructie met ijzeren boogspanten, lichtkoepels en dakruiter over de volledige lengte (vernieuwd glas); de boogvormige nis achteraan verwijst naar het vroegere podium.

Kapel in art deco van 1939 naar ontwerp van A. Rayée ingericht in de voormalige werkplaats scheepsbouw (tot aan de Eerste Wereldoorlog was dit de refter van het Werkmanswelzijn, in 1976 werd het grootste deel terug omgevormd tot refter), met halfronde apsis versierd met een fresco door G. Stoffels, 1941, kenmerkende marmeren lambriseringen, smeedijzeren leuningen -onder meer van het voormalige hoogzaal- en beeldhouwwerk door beeldhouwer José Van den Broeck.

Voormalige kloosterrefter met intact bewaard eclectisch, neorenaissancistisch getint interieur, met onder meer een wandbekleding in imitatiegoudleder en een omlopende houten lambrisering, die één geheel vormt met de fraai omlijste deuren, de wandkasten, de schoorsteenmantel, stoelen en tafel die in de houtafdeling van de school werden gemaakt; bijpassende bronzen bolluchters; deels betegelde haard met sierlijk bewerkte ijzeren haardplaat met heiligenfiguren en jaartal 1696. Aansluitend vertrek met beglaasde koepel uit bouwperiode. De gang van het voormalige klooster met originele pitchpinedeuren, bovenaan telkens met opschrift “clausura” in vergulde letters. Traptoren met nog aanwezige Engelse trap.

Voormalige kapel en bovenverdiepingen met betonnen overspanningen van 1911; van meet af aan waren de vertrekken op deze bovenverdiepingen bedoeld als klaslokalen.

De overige, heringerichte en tot klaslokalen omgevormde bovenverdiepingen -eertijds logeerkamers- vertonen stutten op de plaats van de vroegere steunmuren.

Kelders met troggewelven tussen ijzeren liggers, in 1947 en 1960 deels ingericht als refter.

  • Stadsarchief Antwerpen, Bouwdossiers D2, 1898, Modern Archief 20.335, dossier 1273; 1911, dossier 520.
  • DE MEYER G. & DE BACKER P. 1985: V.S.T. Technicum 1909-1984. Uit de geschiedenis van een technische school, Antwerpen.

Bron     : Onroerend Erfgoed, digitaal beschermingsdossier DA002435, havengebied Eilandje.
Auteurs :  Agentschap Onroerend Erfgoed
Datum  : 2015


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Werkmanswelzijn, Vrije Technische Scholen [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/7236 (Geraadpleegd op 11-11-2019)