Teksten van Burgerhuis in art-nouveaustijl

Burgerhuis in art-nouveaustijl ()

Burgerhuis in art-nouveaustijl, volgens de bouwaanvraag uit 1911 opgetrokken in opdracht van de bloemist Alfons Truyman (°Antwerpen, 1858), echtgenoot van Theresia Rosalia Smets (°Antwerpen, 1865). Deze had in 1897 al de aanpalende woning in neoclassicistische stijl laten bouwen. Alfons (Petrus Alphonsius Aloysius) Truyman was de jongere broer van de architect Ferdinand Truyman. Of deze laatste het ontwerp leverde voor de twee door Alfons Truyman gebouwde woningen, valt uit geen van beide bouwdossiers af te leiden, maar kan vanwege de directe familieband verondersteld worden.

Met een gevelbreedte van drie traveeën, omvat de rijwoning drie bouwlagen onder een plat dak. De lijstgevel heeft een parement uit roomkleurige Silezische brikken in kruis- en kettingverband, met gebruik van witte natuursteen (beschilderd) voor structurele en bewerkte onderdelen zoals waterlijsten, hoekblokken, sluitstenen, borstweringen, een vensterpost en het balkon, en blauwe hardsteen voor de plint en schamppalen. Geleed door waterlijsten, legt de compositie de klemtoon op het brede middenrisaliet, bekroond door een spiegelbogig pseudo-fronton. Een korfboogvenster met waterlijst en een gebogen balkon met consoles en postamenten markeren de eerste verdieping, een getoogd tweelicht met blinde driepas de tweede; beide hebben een opvallende smeedijzeren art-nouveau-borstwering. Verder is de opstand opgebouwd uit registers van rechthoekige muuropeningen met bewerkt boogveld op de begane grond, korf- en steekboogvensters op de bovenverdiepingen. Zoals in het aanpalende pand verwijst het geveldecor, hier reliëfs met bloemenkorven, naar de bloemisterij "Etablissement d’Horticulture – Fleurs coupées – Graviers" van bouwheer Truyman. Een klassiek hoofdgestel met houten kroonlijst op consoles vormt de gevelbeëindiging. Het houten art-nouveau-schrijnwerk van de inkomdeur, inrijpoort en vensters met typische roeden is bewaard, evenals het smeedijzeren traliewerk. De halfronde luifel uit ijzer en glas die oorspronkelijk het centrale balkon beschermde, is verdwenen.

De plattegrond beantwoordt aan de klassieke typologie van het burgerhuis dat uit een voorbouw en een smalle achterbouw in entresol bestaat, ontsloten door de zijdelings ingeplante inkom- en traphal. Volgens de bouwplannen biedt de begane grond ruimte aan de gebruikelijke enfilade van salon, eetkamer en varanda met bovenlicht, geflankeerd door de keuken met pomphuis in de achterbouw. Een ‘doorrij’ in de linker travee ontsluit de binnenplaats waar zich oorspronkelijk de bedrijfsruimten en serre(s) van de bloemisterij bevonden. De eerste verdieping omvat een grote en twee kleine slaapkamers, met de badkamer in de achterbouw. Twee overige slaapkamers en een zijkamertje nemen de tweede verdieping in.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossier 1911#1559.

Bron: -
Auteurs:  Braeken, Jo
Datum:


Je kan deze pagina citeren als: Braeken, Jo: Burgerhuis in art-nouveaustijl [online], https://id.erfgoed.net/teksten/182236 (geraadpleegd op )


Rijhuis in art-nouveaustijl ()

Art-nouveau-rijhuis van drie traveeën en drie bouwlagen, uit eerste kwart 20ste eeuw. Witte bakstenen lijstgevel op arduinen sokkel, zware gebogen puilijst met centraal balkon op zware consoles. Hogere en licht uitspringende middentravee met markante balkons, gebogen kroonlijst. Sierlijke ornamentatie: gesculpteerde boogvelden op borstwering en fijne smeedijzeren balkonleuningen, gekoppeld balkonvenster van derde verdieping onder blind, drielobbig paneel. Rechthoekige en segmentboogvensters met fraaie roedeverdeling. Links en rechts respectievelijk rechthoekige poort en deur onder gesculpteerd segmentboogveld.


Bron: Plomteux G. & Steyaert R. met medewerking van Wylleman L. 1989: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Stad Antwerpen, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 3NC, Brussel - Turnhout.
Auteurs:  Plomteux, Greet, Steyaert, Rita
Datum:


Je kan deze pagina citeren als: Plomteux, Greet; Steyaert, Rita: Burgerhuis in art-nouveaustijl [online], https://id.erfgoed.net/teksten/7251 (geraadpleegd op )