Identieke burgerhuizen

Identieke enkelhuizen van vier verdiepingen in nieuwe zakelijkheid van omstreeks 1930. Bakstenen lijstgevels met gebruik van natuursteen voor onderbouw, borstweringen en gebogen gevelafsluiting. Opvallende, brede, gebogen, over de verdiepingen doorlopende erkers, bekronend balkon. Rechthoekige vensters, erkers met brede vensterregisters.


Bron: Plomteux G. & Steyaert R. met medewerking van Wylleman L. 1989: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Stad Antwerpen, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 3NC, Brussel - Turnhout.
Auteurs:  Plomteux, Greet, Steyaert, Rita
Datum: 1989

Je kan deze pagina citeren als: Plomteux, Greet; Steyaert, Rita: Vijf burgerhuizen in beaux-arts- en art-decostijl [online], https://id.erfgoed.net/teksten/7284 (geraadpleegd op 20-09-2020)


Geheel van vijf burgerhuizen in beaux-arts- en art-decostijl

Historiek en context

Geheel van vijf burgerhuizen in beaux-arts- en art-decostijl, gebouwd in opdracht van de kinderen Hertoghe-Belpaire, naar een ontwerp door de architect Jan De Vroey uit 1933. Opdrachtgevers waren Antoine Hertoghe-Jonckheere (Antwerpen, 1897-Kapellen, 1988), Pierre Hertoghe-Wauters (Antwerpen, 1899-Antwerpen, 1969), Jean Hertoghe-van de Moortele (Antwerpen, 1900-Breendonk, 1943) en Cecile Richir-Hertoghe (Antwerpen, 1903-Ukkel, 1998). Het betrof de vier nog levende kinderen van het echtpaar Charles Hertoghe (Antwerpen, 1867-Antwerpen, 1935) en Louise Marie Belpaire (Antwerpen, 1865-Antwerpen, 1908), de eigenaars van het tegenoverliggende domein Hertoghe in de Karel Oomsstraat. Voor het nieuwbouwcomplex, dat vier gekoppelde woningen omvatte aan de Markgravelei en een belendende woning in de achterliggende Korte Lozanastraat, werden drie bestaande panden gesloopt. De twee oudste broers, Antoine en Pierre, hadden tien jaar eerder al een burgerhuis door De Vroey laten bouwen in de Van Putlei. De woningen in de Markgravelei en de Korte Lozanastraat behoren tot de laatste realisaties van de architect, die in 1935 overleed. Vermoedelijk was het nieuwbouwproject bedoeld als vastgoedinvestering, ter rentabilisering van eigendommen die al tot het familiale patrimonium behoorden.

Van hetzelfde bel-etagetype met een quasi identieke plattegrond, zijn twee van de woningen ontworpen in traditionele beaux-artsstijl, en drie in een meer progressieve art-decostijl. Deze combinatie is representatief voor het late oeuvre van Jan De Vroey, die tijdens het interbellum tussen beide stijlidiomen laveerde. Ook in het begin van zijn loopbaan omstreeks de eeuwwisseling beoefende de architect al simultaan zowel het conventionele neoclassicisme, het eclecticisme als de art nouveau. Kort vóór de Eerste Wereldoorlog realiseerde hij zijn belangrijkste werk, de neogotische Sint-Hubertuskerk in Berchem. Tot zijn meest prestigieuze herenhuizen in beaux-artsstijl uit de jaren 1920 behoort het statige hotel Voet in de Jan Van Rijswijcklaan. Een vergelijkbaar voorbeeld van zijn zakelijke art-decostijl uit de jaren 1930 is het vastgoedproject van de nv Mutuelle Immobilière Anversoise, een appartementsgebouw en zes eengezinswoningen aan de Mechelsesteenweg, dat Jan De Vroey samen met zijn zoon Léon kort na de woningen in de Markgravelei en de Korte Lozanastraat ontwierp.

Architectuur

Met een gevelbreedte van gemiddeld drie traveeën, tellen de rijwoningen vier bouwlagen onder een plat dak. De woningen in beaux-artsstijl die beide uiterste panden van het gevelfront in de Markgravelei vormen (nummers 159 en 165), hebben een sterk verwante gevelopstand waarbij het linker pand wat breder is dan het rechter. De twee middelste panden in art-decostijl zijn volkomen identiek, geschakeld volgens repeterend schema (nummers 161-163). De hoofdkenmerken van deze gevelopstand keren als variant terug in de woning Korte Lozanastraat 28, die is ingeplant in het verlengde van Markgravelei 165.

Behalve hun traditionele opbouw, materiaalgebruik en decor, onderscheiden beide beaux-artspanden zich door de behandeling van de bovenste verdieping als pseudo-mansarde (leien). De gevels zijn opgetrokken uit rood baksteenmetselwerk in kruisverband, ruim verwerkt met natuursteen voor de pui, bow-window, vensteromlijstingen, hoekkettingen, en de dakkapel, op een arduinen plint. Boven de gedrukte pui legt de compositie de klemtoon op de middenas, die wordt gemarkeerd door de bow-window met rondboogdrielicht en door de dakkapel met voluten en pseudo-fronton. In nummer 159 is de in koper afgedekte bow-window met de bovenliggende vensters tot een oplopend risaliet vervat, daar waar de bow-window in nummer 165 wordt bekroond door een balkon met smeedijzeren neorégenceborstwering. De spaarzame ornamentatie, met typische acanthus- of schijfmotieven, chutes en medaillons, is ontleend aan de Lodewijk XVI-stijl. Beide smeedijzeren inkomdeuren en het houten vensterschrijnwerk van nummer 165 zijn bewaard.

De drie art-decopanden kenmerken zich door een expressieve, contrastrijke materiaalbehandeling en een gestroomlijnde vormgeving. Waar de gedrukte pui met een rood gevoegd parement uit rozige marmerplaten is bekleed, wordt voor de bovenbouw rood baksteenmetselwerk toegepast, in combinatie met witte natuursteenplaten. Het accent ligt telkens op de bow-window of de erkerpartij, die - over de volledige breedte beglaasd - oplopen over de twee hoofdverdiepingen. Voor de gekoppelde woningen in de Markgravelei speelt de compositie het contrast uit tussen de horizontale gelaagdheid van de middenpartij met bow-window en een gebogen afwerking, en het typisch verticale streven van de zijpenanten met topstuk. Ter accentuering onderscheidt het metselwerk van de bow-window zich door rollagen, en van de zijpenanten door een halfsteens metselverband onderbroken door oplopende natuursteenstroken. In de woning in de Korte Lozanastraat primeert de verticale geleding ondersteund door het metselverband in rollagen, terwijl ook hier de bovenste verdieping als pseudo-mansarde (leien) is opgevat. De klemtoon ligt op het volledig natuurstenen zijrisaliet, dat boven de daklijst is doorgetrokken in een dakvenster met een decor van gestileerde medaillons en een getrapte bekroning. Beide traveeën worden gemarkeerd door een driezijdige erkerpartij, sterk geprononceerd in het risaliet en nauwelijks ontspringend aan het gevelvlak ernaast. Waar in de drie panden het oorspronkelijke stalen schrijnwerk en de koperen buisleuningen behouden bleven, is vooral het bijzonder fraaie art-deco-smeedwerk van de inkomdeuren met zijn typische golf- en spiraalmotieven opmerkelijk.

De plattegronden beantwoorden aan het type van de bel-etagewoning, die over de volledige breedte wordt opgedeeld door de centrale traphal met bovenlicht. De indeling is voor de vijf panden quasi identiek, met slechts minieme verschuivingen in de twee uiterste panden van de Markgravelei, te wijten aan de afwijkende perceelsvorm. Volgens de bouwplannen biedt de lage begane grond vooraan ruimte aan de inkom en de (spreek)kamer, en achteraan aan de keuken met office en keukenlift. Op de bel-etage neemt het salon over de volledige breedte de straatzijde in, en de eetkamer met office en terras de tuinzijde. De tweede verdieping omvat een grote en twee kleine slaapkamers en de badkamer, daar waar de minder diepe derde verdieping vermoedelijk uit drie tot vier kleinere kamers bestaat.

  • Stadsarchief Antwerpen, 1933#44059, 1933#43647.

Bron: -
Auteurs:  Braeken, Jo
Datum: 2012

Je kan deze pagina citeren als: Braeken, Jo: Vijf burgerhuizen in beaux-arts- en art-decostijl [online], https://id.erfgoed.net/teksten/141778 (geraadpleegd op 20-09-2020)