erfgoedobject

Voormalig herenhuis in beaux-artsstijl

bouwkundig element
ID
7318
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/7318

Juridische gevolgen

Beschrijving

Voormalig herenhuis in beaux-artsstijl gebouwd in opdracht van Xavier Meeus, naar een ontwerp door de architecten Vincent Cols en Jules De Roeck uit 1914. Het hotel werd in 1921 door de stad Antwerpen aangekocht, en na verbouwings- en uitbreidingswerken in 1924 in gebruik genomen als Koninklijk Atheneum voor Meisjes. Naar ontwerp van stadsbouwmeester Emiel Van Averbeke, werden in 1922-1924 en in 1928-1930, twee klassenvleugels opgetrokken in de tuin. Later Rijksmuziekacademie, vandaag muziekacademie van het Gemeenschapsonderwijs.

Herenhuis

Het hotel Xavier Meeus behoort tot het vroegste oeuvre van Vincent Cols en Jules De Roeck, en geldt als een representatief voorbeeld van de klassiek geïnspireerde beaux-arts-architectuur, die zij in hun beginjaren voor de meest voorname residentiële bouwprojecten toepasten. Opgericht in 1912, maakte het succesvolle architectenbureau vanaf de jaren 1920 vooral naam met tuinwijken en hotels of villa’s voor een bemiddeld cliënteel, overwegend in neotraditionele, cottage- of sobere art-decostijl. Rond 1930 verplaatste het zwaartepunt van de architectuurproductie van het bureau zich naar grootschaliger bouwprojecten als bedrijfs-, kantoor- en appartementsgebouwen, in een meer eigentijdse vormentaal met gebruik van nieuwe materialen en technieken. Actief tot 1965, brachten Cols en De Roeck ook in de naoorlogse periode nog een indrukwekkende oeuvre residentiële en bedrijfsarchitectuur tot stand.

Met een gevelbreedte van vier ongelijke traveeën, omvat de voorname rijwoning een souterrain, drie bouwlagen en een attiekverdieping. De lijstgevel onderscheidt zich door volledig natuurstenen parement, op een hoge plint van graniet. Asymmetrisch van opzet en horizontaal geleed door de puilijst en het klassieke hoofdgestel oorspronkelijk met attiekbalustrade, legt de compositie de klemtoon op het brede zijrisaliet, overeenkomstig de indeling van het interieur. Waar de begane grond door schijnvoegen als sokkel wordt gemarkeerd, bepalen pilasters en oplopende vensteromlijstingen de kolossale orde van de bovenbouw. Gestapelde, ingesnoerd driezijdige erkers met bewerkte console en koepeldakje, accentueren het risaliet. Verder beantwoordt de opstand aan een regelmatig schema met rondboogvensters en -portaal op de begane grond en steekboogopeningen in vlakke omlijsting met oren, sluitsteen en bewerkte borstwering op de verdiepingen. Bij de aanpassing tot schoolgebouw in 1922-1924 werd de ordonnantie van de begane grond respectvol gewijzigd: het portaal verhuisde van de derde naar de vierde travee, ter vervanging van de garagepoort met bovenlicht. Het oorspronkelijk houten schrijnwerk is vernieuwd; het smeedijzer van keldertralies en vensterleuningen bleef behouden.

De plattegrond was oorspronkelijk georganiseerd rond de centraal ingeplante traphal met bovenlicht, bereikbaar via de vestibule met trappenbordes en ontdubbeld door de diensttrap. Volgens de bouwplannen werd de linkerflank van de begane grond over de volledige diepte van het hotel ingenomen door de enfilade van salon, veranda, eetkamer en overdekt terras. Keuken en ‘état domestique’ bevonden zich zoals gebruikelijk in het souterrain, via de keukenlift verbonden met de office naast de eetkamer. De plattegronden van de bovenverdiepingen ontbreken in het bouwdossier.

Schoolgebouwen

De twee klassenvleugels staan parallel met het voormalige hotel ingeplant in het midden van en achteraan op de speelplaats, onderling verbonden door galerijen van ijzer en glas. Respectievelijk ontworpen in 1922 en 1928, tekende stadsbouwmeester Emiel Van Averbeke voor een onopvallende, louter doelmatig verzakelijkte architectuur zonder enige vorm van decor. De ordonnantie beantwoordt aan een regelmatig compositieschema met open arcaden op de begane grond die als overdekte speelplaats fungeert, en registers van grote raampartijen.

De zes traveeën brede klassenvleugel uit 1922-1924, omvat vier bouwlagen onder een mansardedak. Bekleed met een cementbepleistering, is de gevelopstand opgebouwd uit een opengewerkte begane grond met trapezoïdale arcaden, twee hoofdverdiepingen belijnd door de kroonlijst, en een attiekverdieping. Rechthoekige lisenen, postamenten en grote rechthoekige raampartijen bepalen de regelmaat van de compositie. Met de traphal uiterst rechts, beslaat de turnzaal met kleedkamer volgens de bouwplannen de volledige eerste verdieping. Twee klaslokalen met annex kleedkamer, achteraan verbonden door de gang nemen de tweede verdieping in. De derde verdieping met bovenlichten in de dakpartij bood vermoedelijk ruimte aan de tekenklas.

De klassenvleugel uit 1928-1930, die vijf bouwlagen en vier traveeën onder een plat dak omvat, is nog eenvoudiger van karakter. Ontsloten door de achteraan ingeplante traphal, bieden de vier verdiepingen volgens de bouwplannen telkens ruimte aan twee klaslokalen met een gemeenschappelijke kleedkamer.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossiers 1914#5128, MA#83923, MA#84004, MA#84478, 868#320, 868#387, 868#491, 13830#6304, 13830#6514 en 13830#7464; plannen 697#4689-4698, 697#5651, 94#2883 en 94#2892-2899; foto’s FOTO-OF#1872, FOTO-OF#1875 en FOTO-OF#1877.

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  :


Relaties


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Voormalig herenhuis in beaux-artsstijl [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/7318 (Geraadpleegd op )