erfgoedobject

Herenhuis in neo-Lodewijk XV-stijl

bouwkundig element
ID
7341
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/7341

Juridische gevolgen

Beschrijving

Imposant herenhuis in neo-Lodewijk XV-stijl, gebouwd in opdracht van het echtpaar Robert Werner-Born, naar een ontwerp door de architecten Joseph Hertogs en Gerard De Ridder uit 1929.

Historiek en context

Robert Werner (1895-1959), was een belangrijk Antwerps zakenman, liberaal en mecenas in kunsten en wetenschappen. Hij begon zijn loopbaan in 1920 bij de oliemaatschappij Belgian Gulf en trad in 1931 in dienst van de handelsmaatschappij Bunge & C°, een wereldspeler in de graanhandel met vestigingen in Europa, Noord- en Zuid-Amerika. Werner bracht het al in 1935 tot afgevaardigd beheerder en in 1940 tot voorzitter van Bunge te Antwerpen, en was later in zijn carrière voorzitter van de vestigingen in Londen, New-York en Amsterdam, evenals van SIPEF, een internationale agro-industriële vennootschap met plantages in de tropen. Daarnaast was hij voorzitter van het ziekenhuis Instituut Bunge, beheerder van de kunstverenigingen Cercle Royal Artistique Litteraire et Scientifique d’Anvers en L’Art Contemporain, en doctor honoris causa van de Vrije Universiteit van Brussel.

Het hotel Werner-Born behoort tot de laatste gezamenlijke ontwerpen van Joseph Hertogs en Gerard De Ridder, die zich vermoedelijk begin 1928 hadden geassocieerd. Voor Hertogs, de huisarchitect van de Antwerpse beau-monde en de zakenwereld die in 1930 zou overlijden, betekende de associatie het sluitstuk van zijn rijk gevulde loopbaan. Pas vanaf 1933 zette de jongere De Ridder, wiens carrière omstreeks 1905 van start was gegaan, het architectenbureau in eigen naam verder. Andere belangrijke realisaties van Hertogs en De Ridder zijn het verdwenen kantoorgebouw van de Agence Maritime Internationale op de Meir, de Cercle Royal Artistique, Littéraire et Scientifique (huidige Arenbergschouwburg) in de Arenbergstraat en de “Résidence du Nouveau Parc” aan de Eglantierlaan, monumentale complexen in statige beaux-artsstijl waarvan de ontwerpen uit 1928-1929 dateren.

De neorococo die Joseph Hertogs en Gerard De Ridder voor het hotel Werner-Born toepassen, is ontleend aan de architectuur van Jan Pieter van Baurscheit de Jonge uit het midden van de 18de eeuw. Hertogs voerde tijdens de jaren 1890 verbouwingswerken uit aan het Osterriethhuis op de Meir, Van Baurscheits laatste belangrijke realisatie. In deze periode begon de architect de typische régence- of rococostijl toe te passen in zijn residentiële ontwerpen, zoals het hotel Grisar aan de Louiza-Marialei en een reeks herenhuizen op de Koningin Elisabethlei, waaronder het verdwenen hotel weduwe Emile della Faille-Van Eersel uit 1892 en het in 1896 ontworpen hotel Good-Engels. Deze voorbeelden liepen vooruit op de ruimere verspreiding die het neorococo en de neorégence in de Antwerpse residentiële architectuur zouden kennen tijdens het decennium voorafgaand aan de Eerste Wereldoorlog. Daterend uit het interbellum, behoort het hotel Werner-Born tot de latere uitingen van de neo-Lodewijk XV-stijl in Antwerpen. Net als de architect Emile Vereecken met de notariswoning Istas uit 1922 in de Van Breestraat, leveren Hertogs en De Ridder hier een historisch getrouwe interpretatie van de architectuur van Van Baurscheit, die zich niet enkel beperkt tot het decorum. Ook de typologie van het herenhuis, dat tot de meest imposante in Antwerpen behoort, met een plattegrond die vier vleugels groepeert rondom een binnenplaats, gaat haast letterlijk terug op de inplanting van het Osterriethhuis. Voor de bouw werd een bestaand herenhuis met koetshuis en stallen uit de tweede helft van de 19de eeuw gesloopt, het eigendom van Lerius en von Ohlendorff.

Architectuur

Het herenhuis met tuin, garage en personeelswoningen, besloeg oorspronkelijk een diep, langgerekt perceel, dat doorliep tot aan de parallelle Peter Benoitstraat. Het U-vormige dienstgebouw, aan tuinzijde opgevat als een elegant neorococopaviljoen met frontongevel, is inmiddels gesloopt en vervangen door nieuwbouw; de tuin doet dienst als parkeerterrein. Met een gevelbreedte van zeven traveeën, omvat het complex twee bouwlagen onder leien zadeldaken; de westvleugel telt een extra verdieping beperkt tot de tuinzijde. Het gevelfront met een volledig natuurstenen parement, beantwoordt aan een axiaal, symmetrisch schema, dat sterk de klemtoon legt op het brede inkomrisaliet. Dit laatste manifesteert zich typisch onder de vorm van een frontispice: de superpositie van een spiegelboogdeur binnen pilasters, een gebogen balkon met consoles en een smeedijzeren borstwering tussen postamenten, en een spiegelboogvenster met waterlijst. Het geheel wordt nog geaccentueerd door kwartholle profielomlijstingen, cartouchesleutels en rocaille-ornamenten uit blauwe hardsteen. Een gebroken, gebogen fronton met een spiegelbogig dakvenster tussen voluten vormt de bekroning. Horizontaal geleed door de geprofileerde plint en de houten kroonlijst, is de opstand verder veeleer vlak behandeld, met regelmatige registers van steekboogvensters en dito dakkapellen met waterlijst. Het oorspronkelijke houten schrijnwerk van de inkomdeuren en vensters met kleine roedeverdeling is bewaard. De gevels rondom de binnenplaats en de tuingevel beantwoorden aan eenzelfde materiaalgebruik en ordonnantie. Tegen de westzijde van de binnenplaats leunt een Toscaanse rondbooggalerij aan. De compositie van de tuingevel met lage topgeleding legt een lichte klemtoon op de middenas door middel van vensteromlijstingen; de ‘cour basse’ wordt gemarkeerd door een brede spiegelboogloggia met smeedijzeren borstwering.

De plattegrond beantwoordt aan de typologie van de herenwoning voor de hoogste burgerij en adel, geschikt voor een riante levensstijl met inwonend dienstpersoneel. Daarbij zijn ontvangstruimten, privévertrekken en dienstlokalen met hun bijhorende circulatie strikt van elkaar gescheiden, en is het gebouw van bij oorsprong uitgerust met zowel een personenlift als een goederenlift en een keukenlift. Het hotel groepeert vier vleugels rondom een binnenplaats, die vandaag ter hoogte van de kroonlijst met een glaskap is overdekt. De voorbouw beslaat de ene helft van het complex, de achterbouw inclusief binnenplaats de andere helft. Volgens de bouwplannen beslaan de ontvangstruimten de volledige benedenverdieping, waarbij de eetkamer, het fumoir en de monumentale traphal zich in de voorbouw situeren, aan drie zijden van de centrale vestibule met vestiaire. Een salon en de L-vormige bibliotheek nemen de noord- en westvleugel van de achterbouw in, grenzend aan binnenplaats en tuin. De zuidvleugel biedt achtereenvolgens ruimte aan de dienstingang, -trap en -lift, de office met keukenlift, de naaikamer, een kleedkamer, en de speelkamer van de kinderen. De plattegronden van de eerste verdieping die de privé- en slaapvertrekken omvat, en de vermoedelijk voor het dienstpersoneel voorbehouden tweede verdieping, ontbreken in het bouwdossier. De keuken met wasplaats en office, zoals de ‘état domestique’ ontsloten door een ‘cour basse’, delen het souterrain, met de wijn-, voorraad-, stook- en bloemenkelders.


Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  :


Relaties


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Herenhuis in neo-Lodewijk XV-stijl [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/7341 (Geraadpleegd op )