Stedelijk Instituut Sierkunsten en Ambachten

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Antwerpen
Gemeente Antwerpen
Deelgemeente Antwerpen
Straat Napelsstraat
Locatie Napelsstraat 37, Antwerpen (Antwerpen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Actualisatie Antwerpen (actualisaties: 05-01-2006 - 05-01-2007).
  • Adrescontrole Antwerpen (adrescontroles: 23-07-2007 - 23-07-2007).
  • Inventarisatie Antwerpen (geografische inventarisatie: 01-01-1976 - 31-12-1992).
  • Project beschermingsdatabank 2013-2016 (beschermingen: 01-01-2013 - 30-06-2016).
Links

Juridische gevolgen

is beschermd als monument Stedelijk Instituut Sierkunsten en Ambachten

Deze bescherming is geldig sinds 10-03-2007.

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Stedelijk Instituut Sierkunsten en Ambachten

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

Beknopte karakterisering

Beschrijving

Het belangwekkend symmetrisch opgebouwd scholencomplex werd in 1921-1925 opgetrokken naar ontwerp van stadsarchitect E. Van Averbeke, in een versoberde traditionalistische baksteenarchitectuur met verwijzingen naar Amsterdamse School, art deco en nieuwe zakelijkheid.

Historiek

De stedelijke middenschool SISA is ondergebracht in een ouder scholencomplex waarvan de hoofdgevel aan de Napelsstraat paalt en de noordelijke en zuidelijke zijgevels respectievelijk door Cadix- en Rigastraat worden begrensd. Het (voormalig) aanwervingslokaal voor havenarbeiders dat het volledige oostelijk deel van het bouwblok beslaat paalt met zijn voorgevel aan Kempisch Dok-Westkaai. De straatnamen, toegekend in 1869, verwijzen enerzijds naar de gelijknamige havensteden, anderzijds naar het dok waarin de Kempische Vaart uitmondde en dat in 1873 werd voltooid. De Napelsstraat en het Kempisch Dok-Westkaai, de noord-zuid gerichte assen begrepen tussen Napoleonkaai/Londenstraat en Indiëstraat, en de haaks aansluitende Cadix- en Rigastraat vormen het centrale deel van het dambordvormige stratenpatroon dat zo typisch is voor dit extra muros deel van het Eilandje dat in het laatste kwart van de negentiende eeuw geleidelijk aan gestalte kreeg.

De nieuwe wijk, waar bedrijfsgebouwen en woonhuizen naast elkaar werden opgetrokken, groeide snel aan en had na verloop van tijd nood aan een duurzaam schoolgebouw ter vervanging van de houten noodlokalen. In 1914 werden hiervoor de vereiste gronden aangekocht doch door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog werd de realisatie van het project voorlopig uitgesteld. In 1919 diende stadsarchitect E. Van Averbeke het “Ontwerp van een scholengroep in de Napelsstraat: jongens- en meisjesschool met kindertuin” in. De uitvoering van de werken begon in 1921, eindigde in 1925 en op 16 maart 1927 werd de school officieel geopend. In 1958-1959 werd een was- en strijkklas ingericht en in 1961-1962 een kookklas en een eetzaal (zijde Cadixstraat). Na de Tweede Wereldoorlog versmolten de jongens- en meisjesschool tot de Gemengde school 13 met kleuterafdeling in de lokalen zijde Rigastraat. In de lokalen aan de Cadixstraat werd het SISA ondergebracht. Heden heeft deze instelling het volledige scholencomplex in gebruik alsook de helft van het aan het scholencomplex aansluitend aanwervingslokaal voor havenarbeiders, opgetrokken in 1938-1939 en eveneens ontworpen door stadsarchitect E. Van Averbeke.

De oorspronkelijke toestand van de schoolgevels zoals op oude foto’s te zien is wijkt enigszins af van de huidige: het houtwerk van ramen en deuren werd eerst witgeschilderd doch inmiddels zijn de meeste ramen door PVC-ramen vervangen, een aantal betonbalken werd bepleisterd en de dakpannen vervangen door een zinkbedekking; ook de sanitaire installatie werd vernieuwd. Aan het aanwervingslokaal werden enkele, weinig ingrijpende veranderingen aangebracht.

Beschrijving

Belangwekkend symmetrisch opgebouwd complex in een versoberde traditionalistische baksteenarchitectuur met verwijzingen naar Amsterdamse School, art deco en nieuwe zakelijkheid; het bevatte oorspronkelijk een kindertuin (centraal) en een jongens- en meisjesschool (respectievelijk grenzend aan Cadix- en Rigastraat), symmetrisch opgesteld met tussen elke groep een speelplaats. De voorgevel van het complex paalt aan de Napelsstraat, de achterzijde aan het aanwervingslokaal voor havenarbeiders, waarvan heden de helft deel uitmaakt van de school.

De totale lengte van de gevels aan de Napelsstraat (110,09 meter) bedraagt ruim het dubbel van die der zijgevels (50,78 meter). Straat- en koergevels zijn opgetrokken in grijsrode baksteen en blauwe hardsteen, de hoge plinten in ruw bewerkte breukstenen blokken met afwisselende kleuren: rood, bruin, strogeel en lichtgroen. De keldervensters zijn voorzien van smeedijzeren hekwerk. Een aantal betonnen lateien boven vensters en deuren werd later bepleisterd; de onderdorpels zijn steeds van arduin. Alle roosteringen, trappen, bordessen en de dragende structuur van de afdaken boven de ingangen zijn uitgevoerd in gewapend beton.

Het hele complex telt vijfentwintig traveeën aan de Napelsstraat en twee afgeronde hoektraveeën; aan Cadix- en Rigastraat telt het telkens twee traveeën, een speelplaatsmuur van dertien (Cadix-) of veertien (Rigastraat) traveeën en de zijgevels van de achtergebouwen van vier + drie traveeën; de hoogte varieert van één tot drie bouwlagen onder schild- en zadeldaken (oorspronkelijk dakpannen, heden zink) met talrijke dakkapellen en een aantal markante schoorstenen. Het volledige complex is onderkelderd. Het middelste deel van de voorbouw met inkomgebouw van drie traveeën en twee bouwlagen onder schilddak wordt aan weerszijden geflankeerd door twee aansluitende vleugels van drie traveeën en één bouwlaag onder plat dak. De flankerende volumes tellen ieder vijf traveeën en twee bouwlagen met hoger opgaande zijtraveeën afgesloten met een attiek en met een deur in de eerste travee van de rechtse vleugel. Een traptoren van vier bouwlagen vormt de overgang naar de identieke, elkaars spiegelbeeld vormende hoekgebouwen van twee op twee traveeën en drie bouwlagen verbonden door een afgeronde hoek met inkompartij. De lange bakstenen muren die de speelplaatsen afsluiten (Cadix- en Rigastraat) verbinden de voor- en achtergebouwen van het complex; aanpalende overdekte gaanderijen met ijzeren vakwerkspanten op gietijzeren zuiltjes met typisch kapiteel. Achtergebouwen van elk zes op vier traveeën met haaks aansluitende trappenvleugels van drie op één travee en drie bouwlagen en uitbouwen van twee brede op twee smalle traveeën met klaslokalen.

Spaarvelden, lisenen en muurbanden in contrasterende tinten markeren de bakstenen lijstgevels waarvan de aflijnende houten kroonlijsten regelmatig onderbroken zijn door een hoger opgetrokken, speels ingevulde muurpartij. De constructieve en decoratieve elementen van blauwe hardsteen worden gekenmerkt door een opvallende, zeer verzorgde detailuitvoering. De overwegend rechthoekige, naargelang de functie van het achterliggende lokaal in hoogte en breedte verschillende en al dan niet gekoppelde vensters zijn afgelijnd met betonnen (later bepleisterde) lateien en onderdorpels van arduin. Alleen de hoekgebouwen hebben op de begane grond enkele segmentboogvensters, naast de kleine steekboogvensters die de muren van de speelplaatsen doorbreken. De in oorsprong houten ramen met een variërende roedeverdeling die modulair werd uitgewerkt zijn reeds voor een groot deel vervangen door PVC-ramen waarbij echter naar een bij het concept passende raamindeling werd gezocht. Van de nog bewaarde houten ramen zijn op en aantal plaatsen de originele koperen spanjoletten en krukken nog aanwezig.

De sterk benadrukte inkompartijen ter hoogte van de middelste travee aan de Napelsstraat en van de hoektraveeën met Cadix- en Rigastraat wordt gekenmerkt door een brede luifel (leien) op houten consoles, een beglaasde houten vleugeldeur met smeedwerk en een ruime trap van vijf treden en een bordes.

Plattegrond

De centrale binnenplaats met grasveld en lindebomen, eertijds de speeltuin van de kindertuin, is aan drie zijden geflankeerd door een omlopende gesloten gaanderij, die enerzijds deel uitmaakt van het centrale deel van de voorbouw, anderzijds als afscheiding met de aanpalende binnenplaatsen en als verbinding met de achterbouw fungeert. Aansluitende speelplaatsen met overdekte doch open gaanderijen, die aan de westzijde werden vervangen door nieuwe sanitaire installaties. Voorbouw met drie grote en drie kleine ingangen met bijhorende vestibules en aansluitende vertrekken, heden voornamelijk in gebruik als kantoren, oorspronkelijk ook met woongelegenheid voor de huisbewaarders van de drie verschillende scholen. De grote gelijkvloerse zaal in het linkerdeel van de voorbouw was bestemd als voordrachtzaal, in het rechterdeel van de voorbouw waren publieke stortbaden voorzien en de corresponderende zalen op de bovenverdieping dienden als turnzaal. De klaslokalen, palend aan een midden- of zijgang, werden voornamelijk ondergebracht in de achterbouw en ontvangen hun licht door grote vensters in de speelplaats- of achtergevels. Op de zolders waren slaapzalen voor inwonende leerlingen (schipperskinderen) voorzien.

Vier kleine trapzalen in de voorbouw en vier grote in de achterbouw zorgen voor een vlotte interne circulatie.

Interieur

Gaaf bewaard, eenvormig afgewerkt interieur waarvan de belangrijkste, tot de bouwperiode opklimmende elementen als volgt kunnen worden samengevat: bepleisterde en beschilderde muren en plafonds met zichtbare balkenconstructie die op een aantal plaatsen ondersteund wordt door typische consoles; met beige marmer (Comblanchien) beklede trappen en trappalen en fraai uitgewerkte smeedijzeren trapleuningen met afzonderlijke houten handgreep; originele houten binnendeuren in sobere omlijsting, waarvan een aantal deels zijn beglaasd; nog (sporadisch aanwezige) oorspronkelijke raampompen en krukken. Originele kapconstructie met samengestelde houten spanten met moerbouten en telmerken. De rode (gangen) en gele (leslokalen) keramische tegelvloeren met dito aansluitende, licht gebogen plinten dateren vermoedelijk uit de jaren 1950; in de jaren 1960 werd samen met de zinken dakbedekking de houten bebording vernieuwd. De hoge lambriseringen van witte verglaasde tegels in gangen en trapzalen dateren eveneens uit deze periode.

  • AERTS W. 1977: Emiel van Averbeke (1876-1946). Stadsbouwmeester. Zijn bijdragen tot de moderne bouwkunst te Antwerpen, onuitgegeven licentiaatsverhandeling, RUG, 146-148, 174.

Bron: Onroerend Erfgoed, digitaal beschermingsdossier DA002435, havengebied Eilandje.

Datum tekst: 2015

Alle teksten

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Napelsstraat

Napelsstraat (Antwerpen)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.