Klooster Onze-Lieve-Vrouw van Vrede

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie West-Vlaanderen
Gemeente Menen
Deelgemeente Menen
Straat Benediktinessenstraat
Locatie Benediktinessenstraat 9, Menen (West-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Menen (adrescontroles: 01-02-2008 - 04-02-2008).
  • Inventarisatie Menen (geografische inventarisatie: 01-05-2002 - 31-10-2002).

Juridische gevolgen

is beschermd als monument Klooster Onze-Lieve-Vrouw van Vrede

Deze bescherming is geldig sinds 27-05-2005.

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Klooster Onze-Lieve-Vrouw van Vrede

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

Beschrijving

Klooster van Onze Lieve Vrouw van Vrede Zusters Benediktinessen. Huidig, deels ommuurd complex voornamelijk bestaande uit verschillende 19de-eeuwse vleugels.

In 1690 komen een viertal religieuzen van de orde van Sint-Benediktus zich vestigen te Menen, op verzoek van Jeanne Beghein, die sinds jaren verlangde een communiteit te vestigen. De zusters verblijven in een huis dat J. Beghein, ter hunne beschikking stelt, naast de kapel van Onze-Lieve-Vrouw van Moorsele in de Bruggestraat. Reeds in de 16de eeuw staat aan de noordzijde van de toenmalige Moorseelsestraat een kapel toegewijd aan Onze-Lieve-Vrouw. Door de bouw van de versterkingen van Vauban in 1679 en meer bepaald door de druk van de vestingsmuren raakt de kapel in verval. Omwille van het instortingsgevaar wordt de kapel afgebroken en wordt een nieuwe kapel gebouwd op een meer geschikte plaats. Op initiatief van J. Beghein wordt die kapel in 1688 opgericht in de Bruggestraat. Zij stelt aan de stadsmagistraat voor om de nieuwe kapel te bouwen en te verzorgen en daarnaast op haar kosten een klooster te bouwen voor Dominicanessen, die de zorg voor de kapel op zich zouden nemen. Zij kan echter geen Dominicanessen vinden en richt daarom de vraag aan de zusters Benediktinessen. De vier zusters Benediktinessen zijn afkomstig van het Sint-Jozefsklooster te Poperinge en behoren tot de hernieuwingsbeweging. Het stadsbestuur is niet meteen bereidt om hun vesting goed te keuren. De zusters mogen niet ten laste vallen van de stad en ze worden verplicht zich verdienstelijk te maken door het geven van onderwijs. Na een verblijf van drie jaar in het klooster naast de kapel en na een ernstig meningsverschil met J. Beghein nemen ze in 1693 hun intrek in een huis gelegen aan de Moorselestraat, waar zich nu ook het huidige klooster bevind. In 1699 krijgen ze de toelating van de Bisschop van Doornik tot het stichten van een kloostergemeenschap. In de 18de eeuw wordt het gebouwenbestand systematisch uitgebreid.

1700: aankoop van de woning die ze tot dan pachten.

1702: het huis wordt uitgebreid met een kwartier dat dienst zal doen als slaapzaal.

1706: aankopen van een tuin van een zekere De Fevre.

1712: vergroten van het pensionaat en oprichting van een afdeling voor geesteszieken. Voor de bouw van de nieuwe gebouwen wordt gebruik gemaakt van materiaal van de vernielde versterkingen.

In 1715 en 1718 aankoop van huizen voor de uitbreiding van het klooster. In korte tijd bestaat het klooster uit gebouwen voor de kloostergemeenschap zelf, een school, een pensionaat, een kwartier voor geesteszieken en een grote tuin.

1717: de zusters krijgen de definitieve toelating van de stad om zich te vestigen, het slotklooster der zusters Benediktinessen wordt officieel erkend.

1724: de naam van het klooster wordt gewijzigd van Onze-Lieve-Vrouw ter Engelen, naar Onze-Lieve-Vrouw van Vrede, om verwarring met het Dominicanessenklooster te vermijden, dat in dezelfde straat gevestigd is.

1768: bouwen van een washuis.

1774: inrichten van de huiskapel.

1775: bouw van een remise en bergplaats in de tuin.

1792: Franse troepen vallen Menen binnen en in 1793 begint de Jacobintse hetze tegen de kerk. Op 11 september 1793 vluchten de zusters naar Oudenaarde. Tijdens de Franse bezetting doet een deel van de gebouwen dienst als kruitmagazijn, een ander deel wordt gebruikt als verbeteringsgesticht tot 1802.

16 juli 1794: de zusters keren terug naar het leeggeplunderde klooster, maar zijn geen pensionarissen meer. De kloosters worden afgeschaft hetzij ze een zorgfunctie hebben. Het klooster verschaft onderwijs en verzorgt de zwakzinnigen en krijgt van het stadsbestuur een voorlopige vergunning.

Op 24 juni 1797 krijgen ze van de overheid de definitieve toelating om hun werk verder te zetten, op voorwaarde dat ze hun kloosterhabijt afleggen en de eigendom van hun gebouwen afstaan aan de "Commission des Hospices Civils".

1802: de zusters nemen hun habijt weer aan. De school wordt stopgezet en de zusters leggen zich enkel toe op het verplegen van zwakzinnige vrouwen.

De 19de eeuw wordt gekenmerkt door het grote aantal verbouwingen die een hoogtepunt kenden in 1876, wanneer het klooster haar huidig uitzicht krijgt.

1815-1824: groot aantal verbouwingswerken met bouw van remise in 1817, bouw van een nieuw bovenkwartier aan de rechtervleugel in 1818, bouw van een nieuwe slaapzaal in 1820 en het herstellen van het kwartier van de priorin tussen 1823 en 1824.

Circa 1835: op het primitief kadasterplan aangeduid als Gods huis der krankzinnige. Hoofdgebouw met U-vormige opstelling met ten westen aansluitend kleinere vleugel, het voormalige pensionaat, eveneens met U-vormige opstelling maar met opening naar het westen.

1832: uitbreiden van het pensionaat door het steeds toenemend aantal patiënten (op het kadaster pas aangeduid in 1848).

1837: bouw van een infirmerie.

1841: aankoop van de gebouwen van het Dominicanessenklooster gelegen aan de Bruggestraat.

1843: optrekken van veranda die de gebouwen van de zusters verbind met het pensionaat.

1876-1879: het klooster wordt aanzienlijk uitgebreid en krijgt haar huidig uitzicht. Een deel van de oude gebouwen wordt afgebroken en vervangen door nieuwbouw. Bouw van een nieuwe kapel, klooster en nieuw kwartier voor pensionarissen.

1914: de Duitsers vallen Menen binnen en op 23 juni 1917 begint de evacuatie van Menen en moeten ook zusters en patiënten het klooster verlaten. De gebouwen worden vervolgens geplunderd.

1919: de zusters keren terug en starten met het herinrichten van de gebouwen. Na de Tweede Wereldoorlog worden een groot aantal verbouwingswerken uitgevoerd. Onder meer de oude kapel wordt afgebroken in 1958 en vervangen door een nieuwe vleugel. De straatgevel blijft behouden.

In de jaren 1980 wordt een groot deel van de oude gebouwen afgebroken en vervangen door nieuwbouw. Het klooster en de kapel, die het straatbeeld van de Benedictinessenstraat bepalen blijven bewaard.

Aan de straat gelegen kloostergebouw van 1876-1879 naar ontwerp van de Kortrijkse architect Leopold De Geyne. Breedhuis van acht traveeën en twee bouwlagen onder leien zadeldak doorbroken door zes dakvensters met laaddeur. Bakstenen lijstgevel verfraaid door het gebruik van arduin voor onder meer plint, muurbanden en druiplijsten. Vooruitspringende deurtravee met benadrukt portaal met puntgevel met erboven beeld van de Heilige Benedictus (zie kromstaf, beker en raaf met brood). Vleugeldeur met zwaar hang- en sluitwerk. Sterk aangepast interieur.

Links (oosten), schuin aansluitende vleugel van de oude 18de-eeuwse kapel, getypeerd door de rechthoekige getraliede vensters en luiken met geajoureerd bovenpaneel. Achter de gevel volledig vernieuwde vleugel van 1958. Rechts (westen), bakstenen muur, met drieledig spitsboogportaal dat de kapel van de straat afsluit. Hoofdportaal met boven de kroonlijst doorgetrokken puntgevel bekroond door Beeld van Maria op maansikkel. In het timpaan wapenschilddragende honden die het wapenschild van het klooster dragen, gebaseerd op het wapenschild van de familie d'Anthin, samen met Anna de Spear was Jocobe Florense d'Anthin stichteres van het klooster.

Kapel. Eénbeukige kapel onder leien zadeldak en met dakruiter ten zuiden. Zijgevels en koor geritmeerd door versneden steunberen verbonden door geprofileerde fries; arduinen drielichten met fraaie deelzuiltjes.

Interieur. In oorsprong volledig neogotisch beschilderd interieur, zie oude foto van circa 1950. Heden volledig overschilderd. Schip overwelfd door spitstongewelf met ribben rustend op kroonlijst en met elkaar verbonden door trekbalken. Ribben tevens ondervangen door zuiltje met knoppenkapiteel op zijn beurt rustend op console met engelenfiguur. Kleurrijke cementtegelvloer. Ten westen, koor van de kloosterzusters met bewaarde houten koorbanken. Het koor wordt van de kapel afgesloten door ijzeren hek tussen twee spitsbogige scheibogen. Eenvoudige houten lambrisering. Heden is het koor tevens verbonden met het nieuwe gedeelte van het ziekenhuis.

Mobilair. Preekstoel. Imposant altaar. Classicistische lambrisering met uitgespaarde medaillons met de veertien statiën van de kruisweg geschilderd. Polychrome beelden gesigneerd MAYER & CIE MUNICH INSTITUT DE L'ART CHRÉTIEN onder meer piëta, Maria van Lourdes en Heilig Hartbeeld.

Achter het klooster, aansluitende langgestrekte parallelle vleugel, die vroeger onder meer refter, keuken en cellen huisvestte. Vermoedelijk vroeg 19de-eeuwse vleugel opgetrokken voor 1835, zie primitief kadasterplan. Mogelijk heeft de vleugel een 18de-eeuwse kern. Verankerde baksteenbouw onder pannen zadeldak doorbroken door houten dakkapellen met eenvoudig fronton. Geprofileerde houten kroonlijst rustend op consoles waartussen panelen. Met schijnvoegen gecementeerde tuingevel geritmeerd door de getoogde bovenvensters. Verdiepte vensters met behouden houten T-ramen met roedeverdeling onder meer gedeeld bovenlicht. Boven de deur wapenschild van de familie de Spear, zijnde Anna de Spear één van de stichteressen van het klooster en eerste priorin. Onderdorpels rustend op consoles waartussen spiegelboogvormig paneel. De begane grond wordt gekenmerkt door de imposante veranda vermoedelijk van 1843 die de hele gevel beslaat. Gietijzeren constructie met glas dichtgezet. Fraai uitgewerkte gietijzeren steunelementen. Druivelaars.

Ten oosten van het complex, neo-barokke wegkapel van 1850, zie gevelsteen. Eénbeukige bakstenen kapel. Klokgevel met benadrukt portaal met pilasters. Rondboogpoort in geprofileerde bakstenen omlijsting. Bepleisterd en beschilderd interieur overwelfd door tongewelf. Cementtegelvloer. Altaar afgesloten door glas- en ijzersmeedwerk.

Ten zuiden, recente uitbreidingen uit de jaren 1970-1990.

  • Afdeling Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumentenzorg West-Vlaanderen, Cel Monumenten en Landschappen, archief nr. W/00469.
  • Kadasterarchief West-Vlaanderen te Brugge, primitief plan.
  • Kadasterarchief West-Vlaanderen te Brugge, 207: mutatieschetsen, Menen, 1848/schets 7, 1851/schets 9, 1878/schets 12.
  • Het Menen van toen, Brugge, 1986, p. 55.
  • Priorij Onze Lieve Vrouw van Vrede. Menen 1690-1990 (300 jaar klooster Onze Lieve Vrouw van Vrede Zusters Benediktinessen te Menen 1690 - 1990), Menen, 1990.
  • PYNCKET M., Straatnamen in Menen (tot 1830), in 't Wingheroen, jg. 19, nr. 2, p. 34.

Bron: De Gunsch A. & De Leeuw S. met medewerking van Scheir O. 2004: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Menen, Deelgemeenten Menen, Lauwe en Rekkem, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL7, (onuitgegeven werkdocumenten).

Auteurs: De Gunsch, Ann & De Leeuw, Sofie

Datum tekst: 2004

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Benediktinessenstraat

Benediktinessenstraat (Menen)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.