erfgoedobject

Rijkswachtkazerne

bouwkundig element
ID: 74117   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/74117

Juridische gevolgen

  • is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Rijkswachtkazerne
    Deze vaststelling is geldig sinds 20-09-2010

Beschrijving

Met de oprichting van een “Nationale Belgische Gendarmerie” vanaf de Belgische Onafhankelijkheid, ging Leuven na 1830 in de 1ste divisie ressorteren als luitenantschap onder de compagnie van Brabant. Voor de inkwartiering van de brigades werden aanvankelijk nog bestaande gebouwen in gebruik genomen, onder meer het voormalige Vigliuscollege of de "Tarweschoof" (Naamsestraat) in het begin van de 19de eeuw en tijdens de Hollandse periode, nadien tot 1850 het voormalige Luxemburgcollege (Vaartstraat) en naderhand het vroegere "Hôtel de Luxembourg" (Naamsestraat, tussen de Ramberg en het Van Dalecollege). Slechts in 1866-1867 zou de oprichting van een volwaardig kazernegebouw een feit worden. In 1866 diende toenmalig provinciaal architect L. Van Arenbergh in opdracht van de Provincie, zijn ontwerpplannen in voor de inplanting van de rijkswachtkazerne op een ruim perceel in het eerste straatgedeelte, met afsluitingsmuur en aanhorigheden palend aan de Mathildegang.

Voor het rijkswachtgebouw ontwierp L. Van Arenbergh drie woon- en administratievleugels die U-vormig zijn opgesteld rondom een binnenplaats, twee bouwlagen hoog onder aaneengesloten zadeldaken. Qua materialengebruik werd geopteerd voor baksteen, met verwerking van witte natuursteen en blauwe hardsteen.

Hoewel deze gebouwen in hun geheel vrij sober en rationeel werden opgevat, kreeg daarentegen het zeven traveeën tellende langgestrekte hoofdvolume aan de straat een effectvol gevelfront dat de functie van het gebouw diende te beklemtonen. Geconcipieerd in een op het Frans classicisme geïnspireerde eclectische stijl met inbreng van neobarokelementen, imponeert deze voorgevel door zijn vrij strak gearticuleerde vormgeving en zijn expressieve uitwerking. Zijn symmetrische compositie komt tot uiting in het evenwichtig benadrukken van midden- en hoektraveeën door risalieten en in het horizontale en verticale lijnenspel dat nog extra geaccentueerd wordt door de reliëfwerking en het contrasterende, ruime gebruik van blauwe hardsteen en witte natuursteen op een rode bakstenen achtergrond. Zijn opvallend gelaagde opbouw manifesteert zich opeenvolgend door de hardstenen sokkel met getraliede keldergaten, de witstenen borstweringen en doorgetrokken lekdrempels, het geprononceerde cordon als duidelijke scheiding tussen de beneden- en bovenbouw en, ten slotte, de aflijning door de gekorniste houten kroonlijst boven een tandlijst. Een verticale doorbraak vormen de risalietpartijen, die begrensd worden door geboste, al of niet tweeledige pilasters en die bekroond worden door boogfrontons onderbroken voor met festoenen omlijste dakvensters in vorm van oeils-de-boeuf en, in de centrale travee, een gelijkaardig omkaderd medaillon met gebeeldhouwde Belgische leeuw in reliëf boven een sokkelelement. Op het oorspronkelijke gevelontwerp figureert dit ornament met een bijkomende vlaggenmast en opschrift "Gendarmerie" in het spiegelveld. De huidige inscriptie "RIJKSWACHT" werd aangebracht in het middenrisaliet, op de borstwering ter hoogte van de tweede bouwlaag. Voorts wordt de gevel gestructureerd door de getoogde vensters die gevat zijn in een bandomlijsting voorzien van oren en neuten, geprofileerd beloop aan de dagkanten en trapezoïdale sluitsteen, en die op de begane grond bekroond worden door een spiegeldecor. Het originele houten schrijnwerk bleef tot op heden bewaard. De oorspronkelijk steekboogvormige ingangspoort daarentegen moest in 1966 wijken voor het huidige brede, trapeziumvormig ingediepte ingangsportaal met een terugwijkende poort en inbreng van vensters.

Voor de achtergevel werd daarentegen een sobere opbouw en vormentaal gehanteerd, die ook werd aangehouden voor de op de binnenplaats uitziende gevels van de vijf traveeën tellende haakse noord- en zuidvleugels. Het zijn alle vlakke lijstgevels van rode baksteen boven een plint van gesinterde baksteen, getypeerd door een regelmatige indeling met getoogde muuropeningen: de vensters zijn voorzien van natuurstenen hoekblokken en sluitstenen en van hardstenen lekdrempels, de deuren - waaronder een tweetal intussen deels werden gedicht en omgevormd tot vensters - zijn gevat in een bandomlijsting van blauwe hardsteen en voorafgegaan door een steektrap. Het schrijnwerk werd hier grotendeels vernieuwd.

In het verlengde van de noordvleugel situeert zich een vrij imposante, drie bouwlagen hoge uitbreiding van vijf op twee traveeën, daterend uit de jaren 1920-1930. Door sloop (na 1976) van de aangrenzende woningen nummers 18 en 20, zijn heden van het complex aan deze zijde de van een leien beschieting voorziene en nagenoeg blinde zij- en achtergevels grotendeels zichtbaar. Aan de zuidvleugel palen aan de blinde kopgevel recente eenlaagse gebouwen. Inwendig is het complex functioneel opgevat en deels gemoderniseerd ten behoeve van de gewijzigde noden. Hiervan getuigen diverse aanpassingen zoals onder meer verlaagde plafonds, verbrede deuropeningen en vernieuwde trappartijen.

De aanhorigheden met stallingen aan de Mathildegang waren in oorsprong lage bakstenen constructies. In 1947 werden ze verbouwd en met twee bouwlagen verhoogd voor de huisvesting van ongehuwde rijkswachters. In het interieur is dit op de bovenverdiepingen nog afleesbaar uit de twee aan twee geordende kleine kamers met schouwelementen; de benedenverdieping werd aangepast tot kantoorruimtes.

  • Stadsarchief Leuven, Modern Archief, dossier 10635 (bouwvergunning 06.04.1866), dossier 10648 (briefwisseling 1866), dossier 105124 (bouwvergunning 19.05.1947 en 18.12.1947), dossier 119460/6140 (bouwvergunning 07.01.1966).
  • Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumentenzorg Vlaams-Brabant, Archief Monumenten en Landschappen Leuven: Dagobertstraat nummer 22, Rijkswacht, dossier Stad Leuven: verslag historisch onderzoek door Monumentencel, dienst Ruimtelijke Ordening Stad Leuven, 1995.
  • LEFEVER F.A., De architectenfamilie Van Arenbergh, in Jaarboek van de Geschied- en Oudheidkundige Kring voor Leuven en omgeving, deel 28, Leuven, 1988, p. 4-40.
  • LEURQUAIN T., STAUT D. (Monumentencel Dienst Ruimtelijke Ordening Stad Leuven), Rijkswachtkazerne Dagobertstraat 22, in Open Monumentendag Leuven, Leuven, 1995, p. 59-65.
  • UYTTERHOEVEN R., Leuven weleer. 3. Langs de Oude Universiteit naar het Begijnhof: Grote- en Oude Markt en de Naamsestraat, Leuven, 1987, gig. 71 a-b.
  • UYTTERHOEVEN R., Leuven weleer. 6. Op de Westhelling en langs de Vesten, Leuven, 1990, fig. 71d.
  • VAN EVEN E., Louvain dans le passé et dans le présent, Leuven, 1895, p. 304, 306.

Bron     : Mondelaers Lydie & Verloove Clara i.s.m. Van Roy Diane, Van Damme Marjolijn en Meulemans Katharina. 2009. Inventaris van het bouwkundig erfgoed. Provincie Vlaams-Brabant. Leuven binnenstad. Herinventarisatie. Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen. VLB2 (onuitgegeven werkdocument)
Auteurs :  Mondelaers, Lydie, Verloove, Claartje
Datum  : 2009


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Rijkswachtkazerne [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/74117 (Geraadpleegd op 21-09-2019)