erfgoedobject

Huis Guiette

bouwkundig element
ID: 7467   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/7467

Juridische gevolgen

  • is deel van de aanduiding als unesco werelderfgoed bufferzone Huis Guiette: buffer
    Deze aanduiding is geldig sinds 17-07-2016

  • is aangeduid als beschermd monument Huis Guiette
    Deze bescherming is geldig sinds 24-04-1978

  • is aangeduid als unesco werelderfgoed kernzone Huis Guiette
    Deze aanduiding is geldig sinds 17-07-2016

  • is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Huis Guiette
    Deze vaststelling is geldig sinds 29-03-2019

Beschrijving

Huis Guiette, door bouwheer-bewoner Guiette Les Peupliers genoemd; puristisch gebouw dat samen met een woning in Weissenhofsiedlung te Stuttgart, de enige realisatie is van het Maison Citrohan, één van de vroege theoretische woningmodellen van Le Corbusier, deels geïnspireerd op de traditionele middeleeuwse Vlaamse bouwkunst; tevens het enige nog bestaande werk van Le Corbusier in België. Bij het ontwerpen van het huis Guiette toonde Le Corbusier de mogelijkheden van het Citrohan-type door de aanpassing aan het beschikbare budget, de wensen van de bouwheer en de bouwreglementen van de stad.

Ontworpen in 1926 als woning-atelier voor kunstschilder René Guiette, gebouwd in 1926-1927 onder toezicht van Paul Smekens en na jaren leegstand gerestaureerd naar ontwerp van G. Baines in 1987.

Omwille van de aanhoudende vochtproblemen werd de oorspronkelijke Granilisbekleding kort na de Tweede Wereldoorlog vervangen door leien. De Granilisbekleding was een compromis, op voorstel van Paul Smekens, tussen het eerste ontwerp (beschilderde cementpleister) en de bouwreglementen (natuurlijke materialen) van de stad. De leien, gedurende jaren beeldbepalend voor het huis, verdwenen bij de recente restauratie en werden vervangen door een witte isolerende pleisterlaag.

Vrijstaand gebouw in vorm van rechthoekige doos met aansluitend rechts een onbebouwde strook met rechthoekige poort en blinde afsluitmuur (haaks op straat); opgericht als halfopen bebouwing met gebruik van gewapend beton, baksteen, holle welfsels en metalen ramen, laatstgenoemde met mat glas in smalle traptravee en op gelijkvloers aan voorgevel. Strakke bepleisterde lijstgevels met massieve zijmuren en opengewerkte voor- en achtergevels die de tweebeukige structuur van de woning weergeven: een smalle (deur)travee (trapzaal) met verticale doorlopende glaspartij en een brede travee met horizontale vensterregisters van de woonvertrekken; brede en hoge rechthoekige vensters van atelier met insteekverdieping en van living, respectievelijk op bovenverdieping van voor- en begane grond van achtergevel. Voorgevel visueel losstaand van de grond door de smalle strook keldervensters. Meer gesloten zijgevel met rechthoekige vensters en grote ronde muuropening van het dakterras, laatstgenoemde opgevat als open atelier en omgeven door kamerhoge muren. De inspringende verticale glasstroken, het breed balkon voor het atelierraam, de deurluifel en het klein balkon van het dakterras (smalle travee) benadrukken de overigens vlakke gevels.

Binnen fungeert de trap als een rechte as vanaf de hal tot boven, met overloop op verdieping. Langs de trap voert een promenade architecturale langs de functioneel geschikte ruimten. Volgens de wens van Guiette ligt de ruime living gelijkvloers met uitzicht op de tuin, aan straatzijde liggen keuken, office, hal en toilet. Op de tweede bouwlaag met overloop bevinden badkamer, linnenkamer en toilet zich tussen de slaapkamer van de ouders (vooraan) en de kinderkamer. Hogerop is een nursery achteraan en komt men langs een gebogen wand voorbij meidenkamer en bergplaatsen in het hoge schildersatelier met insteek aan de voorzijde. De insteekverdieping en het aansluitende ommuurde dakterras bereikt men via een smalle ijzeren ladder.

De oorspronkelijke beschildering van het interieur werd bij de restauratie volledig hersteld. Kleur is immers bij Le Corbusier een belangrijk element dat de ruimtelijke eigenschappen van de architectuur benadrukt. Le Corbusier kwam in mei 1927 zelf ter plaatse om de kleuren te bepalen, hij wou de ruimten verlichten en open trekken onder meer door per kamer alle wanden in een andere kleur te zetten. Principieel werden in het hele huis de gelijklopende wanden in dezelfde kleur geschilderd. De scheidingsmuur en aansluitende delen in woonkamer, traphal, grote slaapkamer en dakterras zijn wit; de muurvlakken van voor- en achtergevel en hieraan evenwijdige muren zijn caeruleumblauw (= ultramarijngroen); de buitenmuur van de woonkamer en de gebogen wand van de traphal op de bovenverdieping werden roze geschilderd; de muren van de vestiaire en de overloop in gebrande siënna, een rode tint; omwille van de harmonie bij openstaande deuren is de tussenmuur tussen keuken en living aan beide zijden in gebrande omber.

De slaapkamers en het dakterras werden als afzonderlijke entiteiten behandeld. In de grote slaapkamer werden ultramarijn (voorgevel en evenwijdige scheidingsmuur met badkamer), gebrande omber (zijgevel) en lichtgrijs (plafond) gebruikt. De kinderslaapkamer is om de beslotenheid en intimiteit van de kamer te benadrukken, volledig in oker geschilderd. Op het dakterras met witte scheidingsmuur is de tegenoverliggende zijgevel Engels groen en de andere muren roze.

Om het kleurenpalet te vervolledigen dienen nog drie tinten grijs en wit vermeld, laatstgenoemde werd -behalve in de slaapkamers- in elk vertrek gebruikt (onder meer plafonds) en overweegt in atelier en dienstruimten zoals keuken, WC, badkamer, bergplaatsen en traphal.

Bij de restauratie werden de oorspronkelijke vloeren van zwarte of gebroken witte tegels behouden en hersteld, waar dit niet kon vervangen door parket. Verder bleven ook de oorspronkelijke sobere verlichtingsarmaturen behouden.

  • BAINES G. en SPITAELS E., Le Corbusier te Antwerpen. De woning Guiette. Tentoonstellingscatalogus, Antwerpen, 1987.
  • MALLIET A., Le Corbusiers huis Guiette gerestaureerd, in M & L, VI, nr. 6, november-december 1987, p. 49-60 en VII, nr. 1, januari-februari 1988, binnenkrant.
  • TIJS R., De relatie Le Corbusier-Smekens en het stadsbestuur bij het bouwen van het Huis Guiette , in Antwerpen, XXXIII, 1987, nr. 3, p. 92-102.
  • VAN MUYLDER L., Eén huis maakt nog geen "stralende stad", in Knack, 25 februari-2 maart 1987, p. 13-15.
  • Diverse artikels in kranten en tijdschriften gepubliceerd in 1987 naar aanleiding van herdenkingsjaar Le Corbusier.

Bron     : Plomteux G. & Steyaert R. met medewerking van Wylleman L. 1989: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Stad Antwerpen, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 3NC, Brussel - Turnhout.
Auteurs :  Plomteux, Greet, Steyaert, Rita
Datum  : 1989


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Huis Guiette [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/7467 (Geraadpleegd op 19-09-2019)