Kasteel Pereboomveld

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie West-Vlaanderen
Gemeente Brugge
Deelgemeente Sint-Andries
Straat Torhoutse Steenweg
Locatie Torhoutse Steenweg 452, Brugge (West-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Brugge (adrescontroles: 01-11-2007 - 30-11-2007).
  • Inventarisatie Brugge - Deelgemeente Sint-Andries (geografische inventarisatie: 01-03-2003 - 31-08-2004).

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Kasteel Pereboomveld

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

Beschrijving

Torhoutse Steenweg nummer 452. Kasteel zogenaamd "Pereboomveld" gelegen in een ruime landschapstuin is omringd door een bos. Twee lange dreven zorgen voor de verbinding met de Torhoutse Steenweg.

Het kasteel en het park zijn fasengewijs tot stand gekomen.

17de eeuw: vermelding van een jachtpaviljoen.

1835: volgens het primitief kadasterplan stond hier een huis met bijhorende lusttuin met omringende percelen voorzien van heide en bos.

1852: uitbreiding van het buitenhuis in opdracht van eigenaar Armand Marlier uit Brugge.

1873: Séraphin van Troostenberghe - van Tyghem laat het woonhuis nogmaals uitbreiden.

1885: de nieuwe eigenaar Polydore Siron laat een ommuurde groententuin met orangerie en broeikas aanleggen.

1889: in opdracht van Célina de Serret wordt het kasteel uitgebreid.

1896: bouwen van koetshuis.

1899 - 1903: het kasteel wordt verbouwd en verfraaid in opdracht van de nieuwe eigenaar Stanislas-Emmanuel van Outryve d'Ydewalle.

1932: uitbreiding van het koetshuis.

Neoclassicistisch kasteel op L-vormige plattegrond aan beide zijden voorzien van een terras afgezoomd met natuurstenen balusterleuning en bekronende vazen. Dubbelhuisopstand. Vijf traveeën en twee bouwlagen onder mansardedak bedekt met leien en voorzien van imposante schoorstenen en houten sierlijke dakvensters.

Bepleisterde gevels verlevendigd met neo-rococo-elementen. De gevel wordt horizontaal geleed door de onderling verbonden lekdrempels, de kordons en de zware kroonlijst. Verticale geleding door middel van penanten met typerend rococostucwerk met in het velengde ervan natuurstenen vazen die de houten dakkapellen flankeren.

De gevels zijn op de begane grond opengewerkt met rondboogvensters voorzien van maskervormige sluitstenen. Sommige benedenvensters zijn opgevat als deurvensters. Op de verdieping rechthoekige muuropeningen gevat in rondboognis waarvan het boogveld is voorzien van rocococartouches. De borstwering is voorzien van balusters. Bewaard schrijnwerk met kleine roedeverdeling.

Interieur. Typerende plattegrond met centrale inkom in neorococostijl waar de verschillende salons op uitkomen. Salons toegankelijk via dubbele deur met bewaard hang- en sluitwerk. Voormalig neovlaamse kamer cf. deuren met typische profilering in verstek, lambrisering. Aansluitend twee salons in neoclassicistische stijl.

Aansluitende neovlaamse kamer met bewaarde interieurelementen.

Kapel. Eenbeukige kapel gebouwd ca. 1900. Thans in een zeer vervallen toestand. Leien zadeldak gevat tussen twee puntgevels afgeboord met brede natuurstenen lijst.

Roodbakstenen parement met cementbezetting. Hoofdgevel opengewerkt met spitsboogdeur met afgeschuinde dagkanten. Op de verschillende hoeken steunberen.

Interieur. Houten gewelf driezijdig uitgewerkt. De wanden zijn bezet met geëmailleerde tegeltjes in vermoedelijk Torhouts aardewerk. Voorzien van een mariamonogram en gestileerde bloemmotieven. Vloer met cementtegeltjes met eenvoudig motief.

Bijgebouw op achthoekige plattegrond. Kegelvormig dak met leien en verhoogde lantaarn. Bakstenen constructie bezet met breuksteen. Geritmeerd door boomstammen. Kleine muuropeningen in een omlijsting van boomstammen, bovenaan driehoekig afgewerkt.

Park. Het kasteel ligt op een natuurlijke hoogte, aan het begin van de helling, en heeft een centrale ligging ten opzichte van het omgevende park, dat voor het concept van het parkontwerp en -aanleg heel wat mogelijkheden bood voor de toenmalige (Engelse) landschapsstijl. Daarbij wordt het kasteel vaak op een kleine verhevenheid gebouwd om het als attractiepunt extra te benadrukken. Voor deze site heeft men dankbaar gebruik gemaakt van dit natuurlijke reliëfverschil om hetzelfde effect te bekomen.

Uit het kadasteronderzoek leiden we af dat tot halfweg de 19de eeuw de omgevende percelen van het toenmalige huis een gevarieerd gebruik kenden als "land", "boomgaard", "bos" en zelfs "heide". De aanwezigheid van heide kan geïnterpreteerd worden als een restant van de vroegere veldgebieden, die ten zuiden van Brugge aanwezig waren. Historische kaartdocumenten bevestigen dit voor de locatie.

In 1853 wordt het bos ten westen van het toenmalige huis gewijzigd en aangeduid als "land". Volgens de stafkaarten van het Militair Geografisch Instituut (toestand 1861 en 1884) bevond de toegangsweg zich toen aan de andere kant van het domein onder de vorm van een dreef die vanuit westelijke richting naar het kasteel liep. Deze was bereikbaar vanaf de Torhoutse Steenweg, via de dreven die aan de rand van het huidige kasteeldomein lopen, langs de orangerie en moestuin.

In 1873 worden de aparte percelen rond het kasteel verenigd onder één kadastraal nummer aangeduid als "lusttuin en gebouwen". Enkele jaren later wordt de bouw van een orangerie en broeikas vermeld, evenals vergroting van een huis en voor het eerst een kasteel. Wellicht werd de omgeving samen met de gebouwen veranderd en volgens een parkontwerp aangelegd, met een orangerie en broeikas als noodzakelijke voorzieningen.

Op de topografische kaart van 1911 (uitgave door ICM) is de toegang tot het kasteel aan de westelijke zijde gesupprimeerd en loopt hij volgens de huidige situatie. De hoofdstructuren van het huidige park - wegen, open grasvelden, bos,… - zijn op dit document eveneens herkenbaar.

Volgens de huidige bewoners zijn er geen plannen van de parkaanleg bewaard gebleven, en is de eventuele tuinontwerper niet gekend.

De hoofdstructuren van het park bestaan uit open grasvelden, gesloten bospartijen en enkele dreven rondom en in het kasteeldomein zelf. De grillige en kronkelende lijnen van deze structuren, en het wegen- en padenpatroon, getuigen van de landschapsstijl die aangewend werd in dit park. Ook de strakke en ondoorzichtige begrenzing van de open ruimtes met struiken in combinatie met hoogstammige bomen, de gegroepeerde bomen in grasvelden en de solitaire "monumentale" bomen, zijn kenmerkend voor deze stijl.

Het reliëfverschil deelt het park eigenlijk in twee delen, nl. het gedeelte tussen de toegangsweg en Torhoutse Steenweg, en het hoger vlak gedeelte ten westen van het kasteel.

Het eerste gedeelte is gekenmerkt door een hellende grazige oppervlakte, die aan alle zijden afgeboord wordt met bomen en struiken en waar de begrenzing tussen open grasvlakte en dicht bos volgens zeer kronkelige lijnen verloopt.

In deze open vlakte, en op de centrale zichtas vanuit het kasteel, staat eerst een solitaire en monumentale zomereik (Quercus robur, omtrek 3.31m).

Wat verder op deze zichtlijn ligt de kasteelvijver die bestaat uit een ovaalvormige depressie met een groot eiland temidden, waarop een rododendronmassief groeit.

Volgens de huidige bewoners heeft er vroeger een brugje gelegen om het eilandje te bereiken; momenteel is het echter verdwenen, maar de brugaanzetten (funderingen) zijn bewaard gebleven. Rond deze vijver staan enkele zomereiken (Quercus robur), Amerikaanse eiken ( Quercus rubra), enkele linden (tilia), een esdoorn met rode bladen (Acer pseudoplatanus var. pupureum), Noorse esdoorn (Acer platanoïdes) en twee moerascypressen (Taxodium disitichum, en Taxodium ascendens) nabij de oever.

Aan de andere zijde staan een 3-tal paardekastanjes (Aesculus L) en stonden tot voor enkele jaren enkele beuken die echter omgewaaid zijn.

Wat verder van de vijver staat een groepje van parkbomen en speciale variëteiten nl. een drietal oosterse levensbomen (Thuja Orientalis), een zomerlinde met speciale bladvorm (Tilia Platyphyllos lasciniata), en een Chamaecyparis lawsoniana.

De meest noordelijke toegangsweg aan de Torhoutse Steenweg, wordt gevormd door een dreef, met Thuja plicata en verder met paardekastanjes (Aesculus), die de grens vormt van het historische domein. De andere ingang wordt gevormd door een dreef van rode beuken (Fagus sylvatica).

Langs de Torhoutsesteenweg vormt een brede strook bos voor een degelijke buffer en visuele grens van het kasteeldomein; hierin treffen we wat Amerikaanse eiken (Quercus rubra), acacia (Robinia pseudoacacia), rode beuken (fagus sylvatica), linden (Tilia) en esdoorn (Acer) aan, evenals een merkwaardige treurbeuk (Fagus sylvatica pendula).

Wanneer we het domein binnenkomen langs de noordelijke toegangsweg en de linkse toegangsweg kiezen, treffen we eerst een grote Hollandse linde (Tilia vulgaris Europaea) aan die het zicht naar het kasteel aanvankelijk bemoeilijkt. Links en rechts ligt een bebost gedeelte met een groot aandeel rode beuken, eiken, paardekastanjes en rododendrons, waar ook af en toe een doorkijk naar het kasteel of het voorliggende grasveld mogelijk is; eenmaal uit dit bos kijkt men op de zijgevel van het kasteel.

Tussen dit bebost gedeelte en het kasteel zelf staan enkele Japanse sierkersen (Prunus Serrulata).

Nog meer noordelijk van deze toegangsweg ligt een kleine holle weg die naar de voormalige moestuin leidt. Deze weg wordt geflankeerd door enkele zeer grote en "monumentale" exemplaren van tamme kastanje (Castanea sativa).

Ten zuiden van het kasteel staan er op de glooiing hellingafwaarts enkele rode beuken(3: Fagus sylvatica purpureum), zomereiken (3: Quercus robur), acacia's (2: Robinia Pseudoacacia) en een Fagus sylvatica aspeniifolia, een reuzen zilverspar (Abies grandis Nordmaniana) en twee gewone zilversparren (Abies Alba). Daartussen staan enkele parkornamenten als vazen en bankjes.

Ten westen van de centrale toegangsweg ligt het ietwat formelere tuingedeelte waarin een aantal dreefstructuren herkenbaar zijn die eigenlijk allemaal vanuit het kasteel vertrekken. De centrale dreef loopt naar het kapelletje dat een eindje verder in het bos verscholen ligt, en vandaar ook de naam "Kapelledreef". De aanzet van deze dreef wordt gevormd door enkele grote tamme kastanjes (Castanea sativa, omtrek ongeveer 4.50m) en verder Amerikaanse eiken (Quercus rubra), samen met rododendrons.

Links en rechts ervan lopen nog dreven, onder andere de Kerkeweg die vroeger een zicht bood op de kerk van Zevenkerke.

Voor het kasteel ligt eerst nog een klein pleintje, dat rechts begrensd wordt door een haagje van Laurierkers met daar achter hoogstammige bomen.

Links en rechts van het grasveld staan naast loofbomen ook een gamma aan naaldbomen: hemlockspar (Tsuga heterophylla), douglasspar (Pseudotsuga meziesii), acacia (Robinia pseudoacacia), cederbomen (Cedrus libani atlantica) , lorken (Larix), gewone spar (Picea abies),…

In de richting van het bos wordt het grasveld begrensd door een haagje van laurierkers.

De dreven lopen verder in het bos en bestaan, net zoals de rest van het bos, uit gewone beuken. De dreven zelf zijn enkel herkenbaar aan de wegen, de dreefbomen verschillen in omvang niet van de andere exemplaren omdat er geen dusdanig beheer wordt uitgevoerd. De Kapelledreef vormt de meest centrale dreef, geaxeerd op het kasteel, en de verbinding met de kapel.

  • KADASTERARCHIEF WEST-VLAANDEREN TE BRUGGE, 207: Mutatieschetsen, Sint-Andries, 1835, 1852/29, 1873/5, 1885/82, 1889/14, 1899/27, 1932/92.

Bron: Gilté S. & Van Vlaenderen P. met medewerking van Vanwalleghem A. & Dendooven K. 2005: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Brugge, Deelgemeente Sint-Andries, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL19, (onuitgegeven werkdocumenten).

Auteurs: Gilté, Stefanie & Van Vlaenderen, Patricia

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Torhoutse Steenweg (Sint-Andries)

Torhoutse Steenweg (Brugge)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.