Sint-Andriesabdij Zevenkerken met bijhorende school

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie West-Vlaanderen
Gemeente Brugge
Deelgemeente Sint-Andries
Straat Zevenkerken
Locatie Zevenkerken 4, Brugge (West-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Brugge (adrescontroles: 01-11-2007 - 30-11-2007).
  • Inventarisatie Brugge - Deelgemeente Sint-Andries (geografische inventarisatie: 01-03-2003 - 31-08-2004).
  • Thematische inventarisatie 20ste-eeuwse kerken (geografische inventarisatie: 01-07-2008 - 31-12-2009).

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Sint-Andriesabdij Zevenkerken met bijhorende school

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

Beschrijving

Zevenkerken nummer 4. Sint-Andriesabdij "Zevenkerken" met bijhorende school gelegen in een bosrijke omgeving. Het gebouwenbestand van de abdij en de bijhorende school zijn fasengewijs tot stand gekomen.

1893: Gerard van Caloen, monnik in abdij van Maredsous, krijgt van paus Leo XIII opdracht voor herinrichting van benedictijnenorde in Brazilië.

1899: dom Gerard van Caloen neemt zijn intrek in het huis van zijn moeder in de Hogeweg te Sint-Andries. Het huis werd bewoonbaar gemaakt om er een kloostergemeenschap in onder te brengen.

1900: senator Léon van Ockerhout, oom van Gerard, stelt grond ter beschikking uit het domein Beisbroek (voorheen eigendom van de oude Sint-Andriesabdij) voor de oprichting van een abdij die missionarissen moet opleiden, daarbij gevolgd door andere adellijke families. Het terrein was zeven hectaren groot. Naast de boerderij omvatte het terrein enkele zanderige velden en beuken- en dennenbossen.

29/04/1901: start van de werken naar plannen van dom Ludgerus Rincklake (monnik-architect), benedictijn in Maria-Laach. Er werd geopteerd voor een traditioneel abdijplan. Het omvat een vierkant van vier kloostergangen rond een binnentuin. Aan de noordkant, naar het oosten gericht bevindt zich de kerk, aan de oostkant ligt de kapittelzaal, aan de westkant de refter en aan de zuidkant de bibliotheek. De cellen van de monniken stonden loodrecht op de kloostergangen.

06/06/1901: eerstesteenlegging van het abdijcomplex.

17/06/1901: paus bekrachtigt oprichting abdij.

8/09/1902: inwijding van nog onafgewerkt abdijcomplex door bisschop Waffelaert.

7/04/1903: eerstesteenlegging van een tweede vleugel met twintig cellen.

1906: afwerking van de tweede vleugel aan de zuidkant, de Sint-Anselmusvleugel.

23/07/1906: aan de westkant werden de keuken, de refter en een deel van het gastenverblijf afgewerkt.

3/10/1907: eerstesteenlegging van de kerk. De kerk van St-Etienne-le-Rond in Bologna stond ongetwijfeld model. Er werd een kerk gebouwd omgeven door zes andere kerken. Het geheel stelde de zeven grote basilieken van Rome voor. De zeven kerken werden in een eigen stijl opgetrokken.

1907-1908: eerste schooljaar van het apostolisch college, opgericht om kinderen en jongeren op te voeden en te vormen.

1908: bouwen ven de abstvleugel.

1909: uitbreiding van het klooster met pandgang en twee vleugels met cellen.

1910: stichting van de abdijschool.

1911: bouwen van abdijschool.

1912: de Duitse kunstenaar Andreas Weiss kreeg de opdracht om de abdij verder af te werken. Hij versierde eerst de muur van de refter. Hier werd een reproductie aangebracht van het Laatste Avondmaal van Leonardo da Vinci. Daarna begon hij aan de decoratie van de apsis waar hij naar het voorbeeld van de mozaïeken van Ravenna, in het bovenste register Christus als levensbron voorstelde, omringd door verschillende heiligen die in Sint-Andries aanbeden worden.

1919: heropenen van de school.

1923: aanvang van de werken aan de vleugel van het gastenverblijf waar op de tweede verdieping een slaapzaal met veertig alkoven voor de leerlingen kwam. De andere vleugels volgden.

1927: de kerk in basiliekvorm met het koor voor de monniken en de kerk voor Maria met centrale aanleg werden verbonden door middel van een viering, een achthoekige toren. De gevel van de kerk, die naar het westen was gericht, moest ontmanteld worden en opnieuw gebouwd worden aan de noordkant. Architect Jozef Viérin (Brugge) was verantwoordelijk voor het tekenen van de plannen.

1930: voltooien van de werken aan de kerk.

1940: inrichting van de abdij als militair hospitaal.

1951: bouwen van een nieuwe vleugel naar ontwerp van architect Viérin, waar onder meer de bibliotheek werd ondergebracht. Hierdoor verdubbelde de oppervlakte van het klooster. Er werd een stuk tuin opgeofferd, er werd een nieuwe binnenplaats toegevoegd aan de twee andere en er rees een collegezaal uit de grond.

1992: bouwen van nieuwe vleugel bij de abdijschool.

In zijn huidige vorm bestaat het complex uit gebouwen van 1902 met uitbreidingen tot op heden grosso modo gegroepeerd rondom twee binnenplaatsen. Imposante voorgevel van de kerk (1), de sacristie (2), het ingangsgebouw met bijhorende spreekkamers (3) hierbij aansluitend de gebouwen van de abdijschool (4) aan de westzijde, aan de noordzijde het noviciaat en het klerikaat (5), aan de oostzijde van het pand (6) de cellen van de monniken (7), de kapitelzaal (8) en de latere uitbreidingen van 1951 (9) waar onder meer de bibliotheek is ondergebracht.

1. Kerk.

Kerk bestaande uit een hoofdkerk met een pseudo basilicale aanleg, een atrium met zuilengang en een Mariakapel in centraalbouw en verschillende zijkapellen, allen aangekleed in een verschillende stijl.

Atrium met kruisgewelf tussen gordelbogen, aanzettend op pilasters met natuurstenen kapitelen. Centraal portaal in een natuurstenen omlijsting, met band- en rankwerk en de symbolen van de vier evangelisten. Boogveld met tegeltableau in reliëf, met voorstelling van Christus, gesigneerd "M. MARTENS 1950".

Materialen. Rode baksteen in combinatie met natuursteen voor de ornamentiek.

Hoofdkerk met driebeukig schip, zijbeuken met enerzijds een rechte sluiting voor de Sint-Pauluskapel en anderzijds een halfronde sluiting voor de Sint-Janskapel, een koor en een halfrond afgewerkte diepe apsis aansluitend bij het pand. Middenbeuk overkluisd met houten gewelf voorzien van trekbalken rustend op consolestenen.

Zijbeuk enerzijds voorzien van kruisgewelf gevat tussen gordelbogen en anderzijds een houten cassetteplafond. Vloer: combinatie van marmer en mozaïektegeltjes.

Rondboogarcade op zuilen bezet met marmeren platen.

Hoofdaltaar toegewijd aan Sint-Petrus en zijn broer Andreas, patroon van de abdij. Fresco van de hand van Andreas Weiss met voorstelling van een tronende Christus met zijn apostelen. Sint-Pauluskapel aangekleed in renaissancestijl met fresco's van de hand van Weiss met voorstelling van de Drieëenheid midden koren van engelen.

Altaren toegewijd aan Heilige Jozef en de Heilige Benedictus zijn voorzien van een muurschilderij van H. Charlier voorstellend de belangrijkste gebeurtenissen uit het leven van Benedictus. Sint-Janskapel aangekleed in gotische stijl.

Viering of achthoekige middentoren. Het vroegere atrium wordt in 1927 voorzien van een vieringtoren naar ontwerp van architect Jozef Viérin (Brugge). Bestaande uit een hooggeplaatst houten koepelgewelf op tamboer die drielichten bevat. Houten trekbalken rustend op natuurstenen consolestenen. Eronder rondboogfries.

Koepelkapel van Maria in centraalbouw. Plint voorzien van blauwe geglazuurde tegels. Nissen telkens voorzien van een altaar. Mozaïekvloer.

Mobilair. Hoofdaltaar met ciborium van 1910. Kruisbeeld en kandelaars van 1951 naar ontwerp van Michel Martens. Eikenhouten koorgestoelte naar ontwerp van Edouard Schmitz van 1911-1912. De rugleuningen zijn gedecoreerd met romaanse motieven. Tweede gedeelte, zonder decoratie van 1928.

2. Sacristie. Gelegen ten zuiden van de kerk. Rode baksteenbouw van twee bouwlagen en vier traveeën onder leien zadeldak. Gevel wordt verticaal geritmeerd door doorlopende rondboognissen. Versneden steunbeer. Horizontale belijning met geometrische baksteenfries en kroonlijst op houten klossen. Op de verhoogde begane grond rondboogvensters met glas-in-loodramen, op de verdieping gekoppelde rondboogvensters.

Interieur. Driebeukige ruimte met tongewelven tussen gordelbogen rustend op twee Toscaanse zuilen. Veelkleurige tegelvloer. Eikenhouten lambrisering met ingemaakte kasten. Voorzien van panelen met geometrische patronen.

3. Huiskapel ten zuiden van de kerk.

Ondergebracht in hogere torenuitbouw met leien kegelvormige spits waaronder bakstenen rondboogfries. Opengewerkt met rondboogvensters voorzien van glas-in-loodopvulling.

Interieur. Neogotische éénbeukige kapel met halfrond uitgewerkt absis. Kruisribgewelf aanzetten op pilasters. Bepleisterde en beschilderde muren voorzien van sjablonen.

4. Ingangsgebouw.

Roodbakstenen constructie onder leien schilddak. Centraal als risaliet uitgewerkte puntgevel bovenaan afgewerkt met een rondboogfries aanzettend op natuurstenen consolestenen. Opengewerkt met rondboogvensters en rondboogdeur onder leien sleepdak aanzettend op natuurstenen consolestenen. Centrale risaliet geflankeerd door lijstgevels, op de begane grond met tweelichten in rondboognissen en op de verdieping gekoppelde rondboogvensters.

Interieur. Driebeukige inkom. Mozaïekvloer met centraal het wapenschild van de Sint-Andriesabdij. Toscaanse zuilen op voetstuk met klauwstukken en kapiteel met reptielen.

5. Abdijschool gelegen ten westen van de kloostergebouwen.

U-vormige plattegrond. Zogenaamde "Moorse Zaal" ondergebracht in volume van twee bouwlagen onder leien zadeldak. Toegankelijk via een als risaliet uitgewerkte inkom voorzien van een rondboogdeur en bovenaan met rondboogfries. Rechthoekige muuropeningen, op de begane grond afwisselend twee- en drielichten onder ontlastingsboog, boogvelden met kleurrijke baksteenopvulling.

Interieur. Zogenaamde "Moorse Zaal" speelt een belangrijke rol in de circulatie zowel op de begane grond als op de verdieping met houten loopbruggen. Houten gewelf met trekbalken op natuurstenen consolestenen. Geelbakstenen muren zijn verlevendigd door het gebruik van geglazuurde tegels. Op de begane grond voorzien van een kleurrijke plint. Kleurrijke vierkante panelen met ruitmotieven. Tegenaan het dak fries met ruitmotieven. Grote variatie in muuropeningen. Rondboogdeuren, waarvan sommige met gekoppeld bovenlicht met natuurstenen knoppenkapiteel rustend op natuurstenen latei en consolestenen. Centraal twee rondboogdoorgangen die enerzijds toegang geven naar buiten en anderzijds de trappenhal. Trappenhal met arduinen bordestrap en smeedijzeren leuning. Kleurrijke tegelvloer met ruitmotieven.

6. Pand.

Kloostergang aangelegd rondom een vierkant binnenhof en bestaande uit vier pandgangen van één bouwlaag hoog en negen traveeën onder leien lessenaarsdak aangebouwd tegen de vleugels van twee bouwlagen hoog. Verankerde bakstenen lijstgevel. Vensteropeningen zijn opgevat als drielichten met arduinen knoppenkapitelen.

Interieur. Houten gewelf met houten trekbalken rustend op natuurstenen consolestenen. Mozaïekvloer. Rijk uitgewerkte barokke portalen geven toegang tot de refter en de kerk.

7. Kapittelzaal

Roodbakstenen constructie onder leien zadeldak. Eindgevel is halfrond uitgewerkt. Gevels opengewerkt met gekoppelde tweelichten en drielichten met natuurstenen zuilen met uitgewerkte kapitelen.

Interieur. Eenbeukige ruimte halfrond uitgewerkt. Twee- en drielichten met natuurstenen zuilen. Veelkleurige cementvloer met geometrische motieven. Houten gewelf met beschildering rustend op natuurstenen consolestenen met acanthusbladeren.

Mobilair. Eikenhouten lambrisering met banken. Kruisweg van de hand van Brangwyn (vóór 1940). Glasramen van de hand van Brangwyn en Michel Martens.

8. Hoeve

Hoeve bestaande uit losse bestanddelen gegroepeerd rondom een deels verhard erf. Lage bakstenen constructies, witbeschilderde boven een zwart gepekte plint, onder zadeldaken bedekt met Vlaamse pannen.

Woonhuis van twee + twee opkamertraveeën. Rechthoekige muuropeningen met bewaard schrijnwerk en sporen van luiken cf. duimen. Stal en schuur eveneens ondergebracht in lage volumes. Opengewerkt wagenkot geritmeerd door rondboogarcade.

  • KADASTERARCHIEF WEST-VLAANDEREN TE BRUGGE, 207: Mutatieschetsen, Sint-Andries, 1868/6, 1885/84, 1903/16, 1909/38, 1911/31, 1923/26, 1922/55, 1927/87, 1932/96, 1934/81, 1938/79, 1939/82, 1953/2, 1961/1, 1962/1, 1963/1, 1970/1, 1975/3, 1988/3, 1989/1, 1991/1, 1992/1, 1998/1.
  • DE LAERE R., De nieuwe Sint-Andriesabdij van Zevenkerken, van 1899 tot heden, in Kroniek van Sint-Andries, nummer 113, 2002, pagina's 37-45.
  • DE MORCHOVEN C.P., De Sint-Andriesabdij Zevenkerken. De dom Gérard van Caloen de geschiedenis in, 1998.
  • DE MORCHOVEN C.P., De Sint-Andriesabdij Zevenkerken. Met dom Théodore Nève van uitdaging tot uitdaging, 2002.

Bron: Gilté S. & Van Vlaenderen P. met medewerking van Vanwalleghem A. & Dendooven K. 2005: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Brugge, Deelgemeente Sint-Andries, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL19, (onuitgegeven werkdocumenten).

Auteurs: Gilté, Stefanie & Van Vlaenderen, Patricia

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Zevenkerken

Zevenkerken (Brugge)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.