Psychiatrische kliniek Sint-Alexius

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Vlaams-Brabant
Gemeente Grimbergen
Deelgemeente Grimbergen
Straat Grimbergsesteenweg
Locatie Grimbergsesteenweg 40, Grimbergen (Vlaams-Brabant)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Grimbergen (adrescontroles: 23-08-2007 - 23-08-2007).
  • Herinventarisatie Grimbergen (geografische herinventarisatie: 01-01-2001 - 31-12-2004).

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Psychiatrische kliniek Sint-Alexius

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

Beschrijving

Kliniek naar ontwerp van architect Jules Coomans (Ieper) opgetrokken tussen 1906 en 1909 in een eclectische stijl met reminiscenties aan de traditionele stijl. Het domein is gelegen ten zuiden van het centrum, nabij de grens met Strombeek-Bever en ingeplant op het hoogste punt van de gemeente, met name de Potaardeheuvel (67 meter).

De cellebroeders of broeders alexianen van Grimbergen waren afkomstig uit Mechelen. Reeds vanaf 1305 hielden enkele leken zich daar bezig met het verzorgen van zieken en begraven van doden. In 1458 werden ze als orde erkend, legden de drie geloften af en leefden volgens de regels van Sint-Augustinus. Eind 15de eeuw dook de naam alexianen op naar hun patroonheilige Sint-Alexius. Vanaf de 16de eeuw legden zij zich steeds meer toe op de krankzinnigenzorg.

Op het einde van de 19de eeuw vatten de broeders het plan op een volledig nieuw gesticht op te richten in de nabijheid van Brussel, teneinde meer patiënten op te vangen en dit volgens de eisen gesteld door de nieuwe wet op krankzinnigenzorg van 18 juni 1850. Aan de basis van deze wet die een meer wetenschappelijke en humanere omgang met psychiatrische patiënten beoogde, lagen onder meer kanunnik P.J. Triest (1760-1836) en dokter Jozef Guislain (1797-1860).

Het instituut van Grimbergen werd gebouwd volgens de principes van diezelfde dokter Jozef Guislain die verschillende voorwaarden stelde voor de oprichting van nieuwe complexen. De gebouwen moesten worden opgetrokken op het platteland en mochten slechts twee bouwlagen hoog zijn. Een groot gedeelte van het ommuurde terrein moest worden ingenomen door tuinen, velden en binnenplaatsen. Tevens werd er een strikte indeling van patiënten voorzien. Het gebouw dat symmetrisch was opgevat werd in twee helften verdeeld, de betalende en niet betalende patiënten, die op hun beurt werden ingedeeld per ziekte en geneesbaarheid. Deze principes werden voor het eerst toegepast in de psychiatrische inrichting Dokter Guislain te Gent gebouwd tussen 1851 en 1876. In 1998 droeg de congregatie het beheer en de uitbating van het ziekenhuis over aan de VZW Provincialaat der Broeders van Liefde.

Op 21 januari 1899 gaf Aartsbisschop Mercier toestemming voor de bouw van een nieuw gesticht voor 150 zieken. De bouwplannen werden in 1906 getekend door ingenieur-architect Jules Coomans (1871-1937), stadsarchitect van Ieper, en in augustus goedgekeurd.

Nog hetzelfde jaar startte men met de bouw van het ommuurde ziekenhuis op een volledig omhaagd terrein. Het had een evenwichtig en grosso modo symmetrisch grondplan dat bestond uit een U-vormig complex waarbij de binnenruimte werd opgedeeld door twee verbindingsvleugels. Hierdoor ontstonden drie binnenkoeren, waarvan de achterste werd afgesloten door een muur. De inkompartij en de twee erachter gelegen parallelle verbindingsvleugels werden centraal van een haaks volume voorzien, respectievelijk de ontvangstzaal, de kapel en een dienstruimte. In de eerste binnenkoer was een watertoren voorzien die reeds in 1923 door een groter exemplaar vervangen werd. Naar de veldzijde toe waren er eveneens verschillende aanbouwsels die de omringende ruimte in binnentuinen opdeelden.

In 1909 betrok men het gebouw dat sindsdien systematisch werd uitgebreid: circa 1934 met een hoeve aan de buitenzijde van de oostelijke omheiningsmuur; in 1938 met een nieuwe keuken op een L-vormige plattegrond ingeplant tussen de oostelijke dwarsvleugel en de hoeve en in 1939 met een directeurs- en dokterswoning ten noordoosten van de toegangsdreef, beiden naar ontwerp van architect Simon Van Craen (Mechelen). De uitbreiding van de cafetaria (vroegere ontvangstzaal) in 1967 en de interne verbouwingen van het keukengebouw tot broederhuis in 1972 zijn naar ontwerp van J. Stas (Tienen).

Tot nu was de oorspronkelijke structuur bewaard gebleven, dit veranderde in 1978 toen de hoeve werd afgebroken en vervangen door een sportcomplex van architect Van Roy (Meisse) en in dat zelfde jaar een masterplan werd opgesteld. Hierin voorzag men de gedeeltelijke afbraak van het oorspronkelijke complex en uitbreidingen met min of meer vrijstaande paviljoenen. De twee eerste fasen werden verwezenlijkt door het architectenbureau PSK (Sint-Truiden) en de derde fase door het bureau Luyten en Lens (Wilrijk). Fase één, van 1983 tot 1989, behelsde de bouw van een technisch lokaal ten noorden en de paviljoenen Erasmus, Celsus, en Galenos ten noordoosten. Tijdens fase twee, van 1993 tot 1999, sloopte men alle gebouwen achter de tweede verbindingsvleugel alsook de westelijke dwarsvleugel ter hoogte van de tweede binnenkoer. In de plaats hiervan bouwde men een nieuw technisch lokaal aan dit van de vorige fase, de gedeeltelijke vrijstaande paviljoenen Avicenna, Averroës, een medisch centrum en een nieuwe inkom aan de toegangsvleugel. In een derde fase, van 1999 tot 2002, sloopte men op een klein stuk na de resterende westelijke dwarsvleugel, bouwde men links van de inkomvleugel een daghospitaal en rechts een keuken en cafetaria.

Heden geeft een geasfalteerde dubbele linden- en kastanjedreef toegang tot het grotendeels omhaagde domein waarin centraal het gedeeltelijk gesloopte complex van 1909 met noordoostelijke uitbreiding van 1938 ingeplant staat, omgeven door al dan niet vrijstaande paviljoenen vanaf de jaren 1980 tot heden. Aan de zuidwest, noordwest- en noordzijde omgeven door moes- en wandeltuinen, aan de noordoost- en zuidoostzijde door parking. Van de oorspronkelijke tuinaanleg resten alleen nog de betonnen Lourdesgrot en in de westhoek een kleine omheinde begraafplaats. Ten noordoosten van de dreef inplanting van de voormalige directeurs- en dokterswoning van 1939, heden "Samaritaan" genoemd.

Van het oorspronkelijke Sint-Alexiusinstituut bestaat enkel nog de inkomvleugel en de twee erachter gelegen parallelle verbindingsvleugels - de middelste met kapel - die met elkaar verbonden worden door de noordoostelijke dwarsvleugel en een zeer klein stukje van de zuidwestelijke dwarsvleugel. Volumes van twee bouwlagen onder zwarte pannen zadeldaken opgetrokken in eclectische stijl met voornamelijk in de voorgevel verwijzingen naar de traditionele stijl. Bruine, en voor de voorgevel rode, bakstenen lijstgevels verlevendigd met gele baksteen voor de speklagen, ontlastingsbogen en boogstenen en hardsteen voor de dorpels. Met uitzondering van de voorgevel overal uitgespaarde venstertraveeën met getoogde openingen en hoger opgetrokken deurtraveeën in risaliet onder een puntgevel. Houten kroonlijst op modillons die verdergezet worden in baksteen.

Verzorgde decoratieve inkomvleugel gevat tussen twee vooruitspringende pendanten waarachter zich de dwarse vleugels uitstrekken en centraal gemarkeerd door een middenrisaliet met hoofdinkom onder hoog oplopende trapgevel. Rode bakstenen lijstgevel met verwerking van gele baksteen voor de speklagen, ontlastingsbogen, boogstenen en geometrische figuren in de boogvelden; arduin voor de plint, doorgetrokken lekdrempels, wapenschild, sluit- en gevelstenen en ijzer voor de lelievormige sierankers en opschriften. Middenrisaliet met de opschriften "ST.- ALEXIUS KLINIEK" (heden niet meer zichtbaar) en "ANNO" "1909"; in de top rechthoekige uitsparing waarin houten spitsboogvormige nis met beeld van Sint-Alexius. Rechthoekige vensteropeningen, op de eerste bouwlaag met verdiepte rondboogvormige boogvelden en op de verdieping met getoogde, waarin diverse geometrisch motieven. Rondboogvormige poort voorafgegaan door een hardstenen tochtportaal van circa 1994. Overal vernieuwd schrijnwerk. Dakvensters uitlopend op trapgeveltjes. Interieur met behoud van de terazzo- en cementtegelvloeren, enkele marmeren schouwen en het binnenschrijnwerk.

Rechthoekige kapel van zes traveeën en een recht afgesloten koor van twee traveeën aan beiden zijden geflankeerd door een sacristie, onder zwarte pannen zadeldaken met een achthoekig opengewerkt klokkentorentje bekroond door een ijzeren kruis. Spitsboogvensters en een rechthoekige deuropening met houten vleugeldeur, een decoratief uitgewerkte tussenstijl met jaartal "1921" en een bovenlicht waarin gebrandschilderd glas in lood. De deur is uitgewerkt met neogotische briefpanelen en vierpasmotieven en een fraai gesculpteerde makelaar met beeltenis van de Sint-Jozef onder een lamberkijn.

Eénbeukig kerkje met witgeschilderd interieur en houten tongewelf in het schip en spitsboogvormig in het koor met gesjabloneerde bloemmotieven. Doksaal met houten hekwerk op schoorstukken en gotisch opschrift "HET KLOOSTER VAN MECHELEN IS ALHIER OVERGEBRACHT DEN 1en OCTOBER VAN HET JAAR ONZES HEEREN 1909".

Meubilair: zitbanken voor de kerkgangers; neogotische biechtstoel in de sacristie; verscheidene gebrandschilderde glas-in-loodramen onder andere in het koor drie lancetvensters met de voorstelling van Christus, geflankeerd door Sint-Alexius en Sint-Augustinus, in de tegenoverliggende muur rosas met de voorstelling van Sint-Augustinus.

Gedeeltelijk afgebroken achthoekige watertoren afgedekt met een roofingdak, opgetrokken in dezelfde periode en dezelfde stijl als het complex.

De huidige, eveneens achthoekige watertoren dateert waarschijnlijk van 1923 en was tot 1985 in gebruik. Gedeeltelijk vrijstaande watertoren volgens de classificatie van W. Van Craenenbroeck behorende tot groep Y (watertorens die deel uit maken van een gebouw / complex), en van het type B1/A (gesloten voet, kuipgedeelte even breed als het voetgedeelte / onderscheid kuip - voet). Opgebouwd uit een tweeledige schacht met een onderscheiden, doch even brede kuip. Opgetrokken in decoratief baksteenmetselwerk voorzien van spaarzame versieringen in blauwe hardsteen, voor onder meer de lateien, kordons, basementen en kapitelen. Enkel het middendeel, van de anderen gescheiden door een afgeschuind cordon, bevat verdiepte rondboogvlakken tussen overhoekse pilasters met uitstekende basementen en kapitelen.

Voormalig keukengebouw van 1938 naar ontwerp van Simon Van Craen (Mechelen). In 1972 werd het interieur verbouwd tot broederhuis naar ontwerp van J. Stas (Tienen). L-vormige volume met een lange zijde van twee bouwlagen, en een korte zijde van één bouwlaag met centraal het "1938" gedateerde poortgebouw, onder zwarte pannen zadeldaken. Tegen de erfgevel van de lange vleugel aanbouw van één bouwlaag onder plat dak. Sobere bakstenen lijstgevels met gevarieerde muuropeningen en fries met rechte bloktand afgelijnd door een houten kroonlijst op modillons.

"Samaritaan" of voormalige directeurs- en dokterswoning eveneens naar ontwerp van Simon Van Craen van 1939. Verzorgde baksteenbouw op een onregelmatige grondplan met eigentijdse interpretatie van traditionele elementen, zoals venster- en deuromlijstingen in simili. Heden bewoont door patiënten die de tuin-therapie volgen.

Intact bewaarde begraafplaats in de noordwestelijke hoek van het domein, voor het eerst weergegeven op een kadasterschets van 1934 maar waarschijnlijk ouder. Rechthoekig grondplan uitlopend op een halfronde apsis, volledig omgeven door een giet- en smeedijzeren hekwerk verankerd op een lage gecementeerde plint.

Samengestelde vierkante hekpijlers van vier dito spijlen verbonden door regelwerk waartussen een poortje met de sierlijke letters "C" en "B" verwijzend naar "Cellenbroeders" en een stijlmakelaar bekroond door een kruis. Symmetrische opstelling van 9 gelijkaardige hardstenen kruisen aan weerszijde van de middengang. In de apsis hardstenen gedenksteen bestaande uit een kruis met opschrift "D.O.M./ RUSTPLAATS/ DER/ BROEDERS ALEXIANEN" op een rechthoekige sokkel die de namen van de overleden broeders bevat; geflankeerd door twee arduinen kruisen.

  • Aartsbisschoppelijk Archief Mechelen, doos Cellieten, bundel Mechelen, nummer 12, 1906: brief van 11 januari en 9 juli.
  • Archief Sint-Alexiusinstituut, ontwerptekeningen van J. Coomans.
  • Kadaster Vlaams-Brabant, mutatieschetsen Grimbergen: 1910/43, 1934/96 en 1937/67.
  • Brochure van het Sint-Alexiusinstituut.
  • DUBOIS, D. EN J. LEMERCIER, Grimbergen in oude prentkaarten, Zaltbommel, 1974, nummer 35.
  • Sint-Alexiusgesticht. Grimbergen-bij-Brussel, in La Revue Catholique des Idées et des Faits, z.p., z.d., p. 159-162.
  • Werken van Barmhartigheid. 650 jaar Alexianen in de Zuidelijke Nederlanden, tentoonstellingscatalogus Leuven, Stedelijk Museum Vander Kelen-Mertens, Arca Lovaniensis, jaarboek 12, Leuven, 1983, p. 108-109.
  • Informatie van Mr. Tondeleir, hoofd technische-huishoudelijke dienst.

Bron: Van Damme M. met medewerking van Debacker I. & Boekstal P. 2005: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie Vlaams-Brabant, Gemeente Grimbergen, Deelgemeenten Grimbergen, Beigem, Humbeek en Strombeek-Bever, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen VLB4, (onuitgegeven werkdocumenten).

Auteurs: Van Damme, Marjolijn

Datum tekst: 2005

Relaties

maakt deel uit van Domein van de psychiatrische kliniek Sint-Alexius

Grimbergsesteenweg 40 (Grimbergen)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.