Kloostercomplex Sint-Agnetendal

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Antwerpen
Gemeente Arendonk
Deelgemeente Arendonk
Straat De Daries, Kloosterbaan
Locatie De Daries 2, Kloosterbaan 5, Arendonk (Antwerpen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Arendonk (adrescontroles: 06-03-2007 - 06-03-2007).
  • Inventarisatie Arendonk (geografische inventarisatie: 01-01-2004 - 31-12-2004).
Links

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Kloostercomplex Sint-Agnetendal

Deze vaststelling is geldig sinds 05-10-2009. (Vaststellingsbesluit)

omvat de bescherming als monument Kloostercomplex Sint-Agnetendal: klooster en oudste deel school
gelegen te De Daries 2 (Arendonk)

Deze bescherming is geldig sinds 03-11-2003.

Beschrijving

Ten noorden van de Wamp, tussen De Daries en Kloosterbaan gelegen voormalig kloostercomplex van de zusters penitenten van de derde regel van Sint-Franciscus, bestaande uit door klooster- en schoolvleugels omsloten binnenplaatsen, nutsgebouwen en een grote volledig ommuurde kloostertuin aan zuidwestelijke zijde. Heden kinderdagverblijf Clara's Hofke en basisschool Sint-Clara.

Historiek

In oorsprong een tot 1432 opklimmend klooster, teruggaande op vestigingen te Achel en Peer, respectievelijk in 1439 en 1438 door de bisschop van Luik erkend en onder het patronaat van Sint-Catharina en Sint-Agnes geplaatst. In 1442 werd vanuit Achel de nederzetting "Sint-Agnetendal" te Dommelen (Nederland, Noord-Brabant) gesticht, goedgekeurd door dezelfde bisschop in 1453.

Mettertijd legden de zusters zich toe op het onderwijs. De vrede van Munster (1648) luidde de teloorgang in van het kloosterleven in de protestantse Hollandse staten; de vrede van Utrecht (1713), die de positie van de Verenigde Provinciën versterkte, bracht de genadeslag en op 1 november 1716 moest het klooster in Dommelen definitief worden ontruimd. Enkele zusters trokken naar hun refugehuis te Weert in het prinsbisdom Luik, dat in 1660-1663 uit voorzorg was opgericht. In afwachting van een veiliger verblijfplaats, in 1717 gevonden te Arendonk, huurde de kern van de groep een huis in Dommelen.

In april 1726 kon met de bouw van het nieuwe klooster worden gestart met onder meer een relatief kleine kapel, een paterskamer, onderwijslokalen en een refter en slaapzaal voor pensionairs. Het groeiend aantal geprofeste religieuzen (reeds vierentwintig in 1740) resulteerde in 1753 in de bouw van een grotere kapel. Op een grondplan van 1759 zien we een centrale ommuurde binnenplaats met aan de zuidzijde een paterskwartier met spreekkamer (met daarvoor een ommuurde hof) en een werkhuis, aan de zuidwestelijke zijde een spreekkamer en de refters van zusters en pensionairs met aanpalende keuken, aan de noordwestelijke zijde bakhuis/brouwerij, schuur/koeienstal en school en aan de oostzijde een kerk met groot nonnenkoor; de grote open ruimte naast de zuidwestvleugels werd ingenomen door de (eveneens ommuurde) kloostertuin.

Bij decreet van 1 september 1796 werden alle kloosters gesloten verklaard en ontbonden. Op 7 februari 1798 namen de Franse gendarmen hun intrek in het paterskwartier van Sint-Agnetendal en op 2 augustus 1798 werden de zusters uitgedreven. Het hele klooster werd op 21 oktober 1799 als staatsgoed verkocht en in openbare veiling toegewezen aan Speth, die het op zijn beurt verkocht aan Henri Devocht uit Arendonk; deze liet de kerk en een deel van het klooster slopen en verhuurde de rest voor bewoning. Na een kort verblijf te Meerhout (1805-1816) en Retie (1816-1819) keerden de zusters naar Arendonk terug. De resterende kloostergebouwen, op 24 april 1816 door Hendrik Gilles van Devocht overgenomen, werden op 15 maart 1817 aan de zusters gerestitueerd en vanaf 1819 terug bewoond; aangezien er in het half afgebroken complex nog huurders huisden vestigden ze zich voorlopig in het vroegere bakhuis/brouwerij. In 1820 kwam er een huiskapel, die in 1825 werd ondergebracht in de oorspronkelijke refter.

De dorpsschool dateert van 1819, de (her)oprichting van het meisjespensionaat van 1821. De stuwende kracht achter deze heropleving was moeder Antonia (1768-1850, geprofest op 13 april 1795). Onder haar beleid werden vanuit het moederhuis te Arendonk verschillende huizen gesticht: in 1816 het Sint-Annadal in Retie, in 1833 het Mariadal in Oosterloo/Geel, in 1836 het Sint-Jozefdal in Herentals en in 1839 het Sint-Joachimdal in Borchtlombeek/Roosdaal.

Onder het rectoraat van Eerwaarde Heer J. Diels (1850-1864, gestorven in 1895) werden werken uitgevoerd aan het pensionaat, de boerderij, de kapel en de refter van de zusters; tevens werden het rectorshuis en de aansluitende schoolvleugel aan De Daries opgetrokken.

Eerwaarde Heer Willems, rector van 1890 tot aan zijn dood in 1930, liet een deel van de bestaande schoolgebouwen (geleidelijk uitgebreid in de jaren circa 1873, 1876, 1879) afbreken en bouwde in 1902 vijf ruime klaslokalen naar alle eisen en verlangens van het meest vooruitstrevende onderwijs; in 1907 werden nog drie klassen bijgebouwd voor lager meisjesonderwijs, Fröbel- en bewaarschool.

In 1911 werden grote verfraaiings-, inrichtings- een aanpassingswerken uitgevoerd; het volledige gevelfront werd naar de mode van de tijd in neotraditionele stijl gerenoveerd, waarbij de inkomtravee van een verhoogd risaliet werd voorzien en zandstenen speklagen en hoekstenen naast arduinen plinten, dorpels en kordons werden aangebracht; het interieur van het inkomgebouw werd in neoclassicistische stijl vernieuwd, het rectorshuis vergroot met een parallelle vleugel in dezelfde stijl en de boerderij uitgebreid.

De bijgebouwtjes, in circa 1876 opgetrokken in de voormalige paterstuin, werden in circa 1931 gesloopt en vervangen door een langgerekt gebouw met wasserij langsheen de kloostermuur.

De verdere bouwgeschiedenis betreft voornamelijk de uitbreiding van de schoolgebouwen en aanpassingen. In 1951-1953 werd naar ontwerp van K. Spruyt (zie gedenksteen), aan De Daries nummer 2 een nieuw gebouw voor de lagere school opgetrokken, met name twaalf en één traveeën en één bouwlaag onder een onregelmatig schilddak (nok loodrecht op de Kloosterbaan, mechanische pannen), met een beschilderd Christus-Koningbeeld door Henri Sauter in de gevelnis.

Met de bouw van het college aan Kloosterbaan nummer 5, toen nog Technische School, werd in 1959 begonnen (zie gedenksteen); een mooi reliëfbeeld van Sint-Clara, geestelijke zuster van Sint-Franciscus en patrones van de school, vervaardigd door Achiel Pauwels uit Gent, werd in 1961 tegen de gevel aan de Kloosterbaan geplaatst.

In januari 2002 verlieten de laatste zusters Sint-Agnetendal en verhuisden naar hun stichting in Herentals. In afwachting van een nieuwe bestemming werd het klooster in Arendonk volledig ontruimd. Op 3 november 2003 werden het voormalige klooster en de oudste delen van de school met inbegrip van de vroegere nutsgebouwen en de ommuurde kloostertuin als monument beschermd.

Beschrijving

Klooster en oudste deel van de school

Gelegen aan de eerste binnenplaats met in de zuidelijke en zuid-oostelijke vleugel het tot de 18de eeuw opklimmende oorspronkelijke paterskwartier en inkomgebouw, het in circa 1853 aangebouwde rectorshuis en schoolgebouw en een uitbreiding parallel aan voornoemd rectorshuis en schoolgebouw van circa 1911; de zuidwestelijke vleugel met tot in de 18de eeuw opklimmend zusterhuis en huidige kapel. Noordwestelijke vleugel met tot de tot in de 18de eeuw opklimmende voormalige boerderij, bakhuis/brouwerij en pensionaat. Noordoostelijke vleugel met recent vernieuwde klaslokalen opklimmend tot circa 1902.

1-5. Zuidelijke en zuidoostelijke vleugel. Voormalig paterskwartier, inkomgebouw, rectorshuis, schoolgebouw.

Aaneengeschakelde tot de 18de- en 19de eeuw opklimmende gebouwen van verschillend aantal traveeën en twee bouwlagen onder een leien zadeldak (nok parallel aan de straat) met in 1911 volledig gerenoveerd en geüniformeerd gevelfront. Verankerde bakstenen lijstgevels op een gebouchardeerde arduinen plint, verlevendigd met zandstenen speklagen, steigergaten en een gevelafsluiting met houten kroonlijst op modillons. Bij de verbouwing aangebrachte spitse dakkapelletjes met smeedijzeren topversiering. Naar boven toe verkleinende vensters, op de benedenverdieping segmentbogig, op de bovenverdieping met dubbele ontlastingsboogjes, voorzien van arduinen sluitstenen, dito boven- en onderdorpels (laatst genoemde op de bovenverdieping uitgewerkt als kordon) en zandstenen hoekblokken; vermoedelijk naar 18de eeuws model gereconstrueerd houtwerk met grote roedeverdelingen in de beneden- en kleine in de bovenvensters.

De in oorsprong 18de-eeuwse voorbouw is niet onderkelderd. Op verschillende plaatsen zowel op de begane grond als op de bovenverdieping zijn van voor- naar achtergevel doorlopende moerbalken te zien. De 18de eeuwse dakconstructie vertoont schaar- en nokgebinten met kromhouten, pen- en gatverbindingen en telmerken. De jongere kapconstructie boven het rectorshuis en aansluitend schoolgebouw bevat mogelijk hergebruikt materiaal. Planken vloeren.

1. Paterskwartier

Symmetrisch opgevat gebouw van zes traveeën opklimmend tot de 18de eeuw met algemene kenmerken (zie hierboven). De oorspronkelijke achtergevel met korfboogvensters en -deur op de begane grond en licht getoogde vensters op de bovenverdieping werd aangepast. Uitbouw aan straatzijde van circa 1931, namelijk een tot voor de eerste travee van het inkomgebouw doorlopende erker van vier traveeën onder een leien lessenaarsdakje met zesdelige, rechthoekige vensters en betonnen tussenstijlen. Uitbouw aan tuinzijde opklimmend tot circa 1911 doch later verbouwd.

Interieur: vernieuwde inrichting van de begane grond. Bovenverdieping met centrale gang parallel aan de straat met vertrekken aan weerszijden; zichtbare moerbalken. Zolder met vijf schaar- en nokgebinten.

2. Inkomgebouw

Dubbelhuis van vijf traveeën op de begane grond, zes op de bovenverdieping opklimmend tot de 18de eeuw met algemene kenmerken (zie hierboven). Hoger opgetrokken dan de aanpalende gebouwen en met wolfseind boven de twee linker traveeën; rechter zijpuntgevel met vlechtingen. De in oorsprong korfbogige poortdoorgang werd in 1911 vervangen door het huidige ingangsrisaliet, afgewerkt met zandstenen hoekkettingen, tuitgevel op schouderstukken, dekstenen en smeedijzeren kruis; segmentboogpoort met begin 20ste eeuwse houten vleugeldeur en bovenlicht onder licht gebogen natuurstenen paneel met inscriptie SINT AGNETENDAL, bolversieringen en waterlijst. Drie afgeronde arduinen trappen en smeedijzeren trekbel. Top met deels omlijste korfboognis waarin witstenen beeld van Sint-Agnes met lam. Loodrecht op de voorgevel van het inkomgebouw, onmiddellijk links van het ingangsrisaliet, bevindt zich de kloostermuur van de oorspronkelijke patershof.

Interieur: in 1911 in neoclassicistische stijl ingerichte begane grond. Centrale doorgang met bepleisterd en beschilderd plafond met panelen, stucversieringen en omlopende geprofileerde lijsten op consooltjes; bepleisterde en in marmerimitatie beschilderde muren versierd met pilasters met composiet kapiteel, blinde boognissen, panelen, lijstwerk, diamantkopjes, marmeren lambrisering en vier symmetrisch geplaatste, met fijne motieven versierde eikenhouten deuren naar de aanpalende vertrekken; zwarte en witte marmeren vloer. Messingluchtertje in de vorm van een godslamp. Twee voormalige bezoekerskamers rechts van de gang met doorlopende moerbalk op slof verwijzend naar 18de eeuwse structuur; cementtegelvloeren uit het eerste kwart van de 20ste eeuw. Bovenverdieping met centrale gang parallel aan de straat met vertrekken aan weerszijden en een zolder met schaar- en nokgebinten.

3. Rectorshuis

Dubbelhuis van vier traveeën opklimmend tot circa 1853 met algemene kenmerken (zie hierboven). Opvallend lange gevelankers tussen eerste en tweede en tweede en derde travee, ook aan de oorspronkelijke achtergevel. Deur met bovenlicht, aangepast op dezelfde wijze als de vensters. Drie afgeronde arduinen trappen en een voetenschraper links. Benedenvensters met rolluikkasten.

Interieur: in neoclassicistische stijl van circa 1853 ingerichte begane grond. Gang in derde travee met bepleisterd en beschilderd plafond met omlopende geprofileerde lijst; bepleisterde en in marmerimitatie beschilderde muren; deuren naar aanpalende vertrekken in geribte houten omlijsting met rozet in de bovenhoeken; zwarte en witte marmeren vloer. Eerste vertrek rechts van de gang met eenvoudige, beige marmeren schoorsteenmantel; daarachter trapzaal met vals plafond, zwarte en witte marmeren vloer, eenvoudige houten trap. Bovenverdieping met gang loodrecht op de straat; aansluitende vertrekken met opvallend lage paneeldeuren; linkervertrek aan de straat met houten schoorsteenmanteltje met palmet. Boven het aansluitende schoolgebouw doorlopende kapconstructie van acht schaar- en nokgebinten.

4. Schoolgebouw

Symmetrisch opgevat gebouw van vijf traveeën opklimmend tot circa 1853 met algemene kenmerken (zie hierboven). De grote segmentboogvensters met kleine roedeverdelingen uit de beginjaren werden in circa 1911 vervangen door pseudo-kruisvensters met arduinen vensterkruisen en metselmozaïeken met kruismotief in de bovenlichten.

Interieur: bovenverdieping met zichtbare moerbalken. Kapconstructie, zie het rectorshuis.

5. Uitbreiding van het rectorshuis

Gebouw van zes traveeën en twee bouwlagen in eclectische stijl met neotraditionele inslag van in circa 1911, parallel aan het voornoemd rectorshuis en schoolgebouw en ermee verbonden door middel van een gang met vernieuwde lichtdoorlatende koepel (polyester). In tegenstelling tot de voorgaande, oudere gebouwen zijn de bakstenen gevels hier niet meer verankerd. Sober uitgewerkte binnenplaatsgevel met arduinen plint, puilijst en lekdrempels, zandstenen speklagen en steigergatomlijstingen, houten kroonlijst op modillons en segmentboogvensters.

Interieur: kelders met troggewelfjes tussen ijzeren liggers. Begane grond met trapzaal, spreekkamer, twee identieke in spiegelbeeld ingerichte en dooreenlopende leefruimten voor de rector en sanitair, alles in neoclassicistische stijl. Eikenhouten bordestrap met balusterleuning, leefruimten met bepleisterde en beschilderde plafonds met stucwerkmedaillon, guirlandes, omlopend geprofileerd lijstwerk, planken vloeren; spreek- en leefruimten met zwarte en groene marmeren schoorsteenmantels; sanitair met lambrisering van witte faience en dito groene boord; trapzaal en sanitair met cementtegelvloeren. Verbindingsgang met bepleisterde en beschilderde muren, aan de straatzijde zijn dit de oorspronkelijke buitengevels van de voorbouw (zie de ankers), vensters met lekdrempels, enzovoort aan de andere zijde is dit de gevel uit het eerste kwart van de 20ste eeuw van de uitbreiding.

Interieur: rechthoekige en onder meer beglaasde eikenhouten deuren en vensters; zwarte en witte marmeren tegelvloer; voor de radiators geplaatste marmeren communiebank, afkomstig van de kapel.

Aan binnenplaats gelegen spiegelboogvormig vijvertje met geprofileerde, gecementeerde en beschilderde boord en in het midden een sokkel met beeld van Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes; de knielende Bernadette bevindt zich op het grasveldje ervoor.

6-7. De zuidwestelijke vleugel met tot het 18de eeuw opklimmend zusterhuis en de huidige kapel.
6. Zusterhuis

Gebouw van vier-en-een-halve travee en twee bouwlagen onder een leien zadeldak (nokrichting loodrecht op de straat) met een eenvoudige dakkapel; het houten dakruitertje met ingesnoerde spits en smeedijzeren kruis verwijst naar de omvorming van refter tot kapel in 1825. Verankerde bakstenen lijstgevels met sporen van korfbogige muuropeningen op de begane grond, licht getoogde tot segmentboogvensters op de bovenverdieping. Gevelbeëindiging met aan de oostzijde omlijste steigergaten en houten kroonlijst op klossen. Grotendeels ingebouwde gevel aan de binnenplaats met een bewaarde waaier van de vroegere segmentboogdeur. Tussen het zusterhuis en de kapel, verankerde vrijwel volledig ingebouwde puntgevel met aandak, vlechtingen, schouderstukken en topstuk. Gevel aan de kloostertuin, op een oude foto met kelderluik in de eerste travee, thans met aangepaste rechthoekige benedenvensters; de bouwnaad van een puntgevel in derde en vierde travee verwijst naar een in circa 1860 toegevoegde en circa 1909 terug verwijderde uitbouw.

Interieur: volledig vernieuwde beneden- en bovenverdieping 18de-eeuwse dakconstructie met vijf schaar- en nokgebinten met kromhouten, pen- en gatverbindingen, telmerken.

7. De kapel

De kapel is een niet-georiënteerd, neogotisch zaalkerkje met éénbeukig schip van vijf traveeën met koor en aansluitende sacristie van telkens één travee, alles onder een doorlopend leien zadeldak (nok loodrecht op de straat), eertijds met eenvoudige dakkapellen. Gecementeerde en beraapte bakstenen lijstgevels, per travee geritmeerd door verjongende steunberen over de volledige gevelhoogte. Gevelafsluiting met houten kroonlijst op klossen. De gevel met spitsboogvensters aan de binnenplaats met een segmentboogdeur ter hoogte van het koor en een oculus ter hoogte van koor en sacristie; recent toegevoegde overdekte gang. Gecementeerde tuitvormige achtergevel met aandak, vlechtingen en schouderstukken.

Interieur: bepleisterd, eertijds polychroom thans wit geschilderd interieur. Kruisribgewelven met bladwerksleutel en gedrukte spitsbogige gordelbogen, neerkomend op driekwartronde kolommen met bladwerkkapiteel en polygonale beschilderde sokkel. Aan weerszijden van het schip, houten lambriseringen met vierpasmotief, waarvoor zitbanken versierd met briefpaneel. Rechthoekige koorapsis met spitse koorboog, geflankeerd door gedrukt spitsbogige nissen. Gelijkaardig uitgewerkte achtergevel met nis voor kamerorgel en zangtribune, geflankeerd door inkomdeuren en nissen (zie hierboven). 18de eeuwse dakconstructie met zes schaar- en nokgebinten met kromhouten, pen- en gatverbindingen, telmerken, de zoldertrap bevindt zich ter hoogte van het koor.

Mobilair: tien neogotische glas-in-loodramen met heiligen en bijbelse taferelen van 1903 (zie onder meer de inscripties), waarvan één opgedragen aan Jacobus Diels (rector van 1850 tot 1864, gestorven in 1895), een ander aan Domien Willems (rector van 1890 tot 1930), door het atelier Stalins-Janssens. Oorspronkelijk altaar, na de Tweede Wereldoorlog overgebracht naar de kapel van de Wampenberg; communiebank, heden opgesteld in gang tussen het oud rectorshuis en de in circa 1911 bijgebouwde vleugel; kamerorgel met orgelkast van 1845 doch instrument met ouder materiaal, overgebracht naar de parochiekerk. De rest van het kunsthistorisch waardevol mobilair berust in het Provinciaal Museum voor Religieuze Kunst in Sint-Truiden.

8 - 11. Noordwestelijke vleugel met tot de 18de eeuw opklimmende voormalige boerderij, bakhuis/brouwerij en pensionaat
8/1. Boerderij

In circa 1860 werd loodrecht op de brouwerij een nieuwe stal gebouwd samen met de nog steeds bestaande schuur aan de westzijde. De oorspronkelijke schuur en koeienstal (zie plan van 1759), werden in circa 1873 vervangen door het pensionaat, (zie verder). Overige, inmiddels gesloopte boerderijgebouwen van in circa 1911. Voormalige, volledig gerenoveerde stal geïntegreerd in het huidige kinderdagverblijf.

8/2. Tweebeukige langsschuur

Gebouw van vijf traveeën onder een zadeldak (nok parallel aan de straat, Vlaamse pannen en golfplaten). Verankerde baksteenbouw, aan de zuidzijde verzwaard met steunberen, aan de noordzijde met rechthoekige venstertjes met bewaard houtwerk. De oostgevel met een houten segmentboogpoort, westgevel met een rechthoekige poort onder houten latei. In de muur verankerde ankerbalkgebinten; nog aanwezige stropoppen; vernieuwde betonnen vloer.

9. Bakhuis/brouwerij

Tot de 18de eeuw opklimmende bedrijfsgebouwen onder een doorlopend zadeldak (nok parallel aan de straat, Vlaamse pannen) met verankerde bakstenen lijstgevels op deels gecementeerde plint.

Bakhuis van drie traveeën en twee bouwlagen met rechthoekige benedenvensters en een deur onder houten latei en strek en duimen van voormalige luiken; rondbogige bovenvensters, onder meer een blind middenvenster met een hedendaags Sint-Franciscusbeeld. Gecementeerde westelijke zijpuntgevel.

Brouwerij van zes traveeën en één bouwlaag met segment- en rondboogvensters en één rondboogdeur; laatste travee (ter hoogte van de opkamer) met rechthoekige ingekaste houten deur met origineel hang- en sluitwerk. Oostelijke zijpuntgevel met vlechtingen en ingekast rechthoekig topvenstertje.

Interieur: grote werkruimte links met samengestelde balklaag, latere steektrap naar de zolder, rode tegelvloer; bewaarde moos met een koperen pomp, gemetselde moosgoot en moosgat; grote open haard met houten schouwbalk en ingemetselde wasketel aanleunend tegen de scheimuur met het bakhuis; tussen de haard en de achtergevel ingebracht vertrek met kijkvenstertje naar de haard; kleinere rechterruimte met samengestelde balklaag en deels bewaarde rode bakstenen vloer; apart varkensstalletje met ingekast houten voederluik. Opkamer met rode tegelvloer. Schaar- en nokgebinten met pen- en gatverbindingen.

10. Pensionaat

In circa 1873 ter plaatse van de oorspronkelijke schuur en koeienstal opgericht dubbelhuis van zes traveeën en twee bouwlagen onder een kunstleien zadeldak (nok parallel aan de straat), eertijds met eenvoudige dakkapellen. Bakstenen lijstgevel met bewaarde segmentbogige bovenvensters; aangepaste muuropeningen op de begane grond. Centraal geplaatst witgeschilderd Sint-Franciscusbeeld met sokkel en baldakijn van arduin.

11. Oude, in kern tot de 18de eeuw opklimmende schoolvleugel

Oorspronkelijk van vijf traveeën en twee bouwlagen onder een leien zadeldak (nok parallel aan de straat); de spitse dakkapelletjes (zie voorbouw) en de inmiddels verdwenen veranda gaan terug tot circa 1911 toen de oude school aan het pensionaat werd toegevoegd. Verankerde bakstenen lijstgevel met omlijste steigergaten en houten kroonlijst op klossen met daaronder een zonnewijzer ter hoogte van de middelste travee. Aangepaste muuropeningen; recent aangebrachte gevelbrede uitbouw met terras.

Deels zichtbare, verankerde westelijke zijpuntgevel met aandak, vlechtingen, schouderstukken en topstuk.

12. Noordoostelijke vleugel

Vleugel met recent vernieuwde klaslokalen opklimmend tot circa 1902.

13. Kloostertuin

Ten westen van het klooster gelegen tuin met hoofdpaden in kruisvorm. Meest oostelijke gedeelte met moestuin, meest westelijke gedeelte met boomgaard. Tegen de westmuur aanleunende Lourdesgrot van cementrustiek en enkele kapelletjes. Met steunberen verzwaarde bakstenen omheiningsmuur, beëindigd met overhoekse muizentand en ezelsrug. Houten korfboogpoort ter hoogte van de vroegere patershof. Op de hoek, dicht bij de Wampenbrug, arduinen niskapel met beeld van Onze-Lieve-Vrouw van Beauraign, opgericht in 1952.

  • Kadaster Antwerpen, Mutatieregisters Arendonk, schetsen 1854/113, 1861/30, 1874/16, 1877/46, 1880/31, 1903/15, 1908/49, 1910/18, 1912/23, 1932/39, 1952/66, 1964/82.
  • S.N., Arendonk zoals het vroeger was. II, Arendonkse zichten, Uitgave van de heemkundige kring "Als Ice Can", Arendonk, 1987, p. 173-182.
  • GEIVERS R., Zes eeuwen besloten hof en de franciscanessen van Sint-Jozefdal Herentals, Herentals 1986, passim.
  • PRIMS F., Sint-Agnetendal te Arendonk. Campina Sacra, nummer 1, Antwerpen, [1930]. (Heruitgave door de heemkundige kring ”Als Ice Can”, V, Arendonk, 1982).
  • Gegevens verstrekt door zuster Martina.

Bron: De Sadeleer S. & Plomteux G. 2004: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Antwerpen, Arrondissement Turnhout, Kanton Arendonk, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 16N6, Brussel - Turnhout.

Auteurs: Plomteux, Greet

Datum tekst: 2004

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van De Daries

De Daries (Arendonk)

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Kloosterbaan

Kloosterbaan (Arendonk)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.