erfgoedobject

Burgerhuis Strybol

bouwkundig element
ID
7602
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/7602

Juridische gevolgen

  • is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Burgerhuis Strybol
    Deze vaststelling is geldig sinds

Beschrijving

Private woning in nieuwe zakelijkheid naar ontwerp van Geo Brosens uit 1936, in opdracht van Paul Strybol die in 1951 werkzaam was als rekenplichtige (financieel beheerder).

Brosens werd opgeleid tot architect aan de Antwerpse Academie voor Schone Kunsten. Hij liep stage bij een niet nader gekend Zwitsers architect en was vanaf 1915 krijgsgevangene in Duitsland. Tijdens de jaren 1920 werd hij atelierhoofd van het architectenbureau Cols-De Roeck. Daar leidde hij architect Julien Schillemans op. In deze periode realiseerde Brosens een aantal gebouwen in vroege art-decostijl, waaronder zijn eigen woning in de Florisstraat. Tot zijn voornaamste realisaties als zelfstandig architect vanaf de jaren 1930, behoren woningen, wooncomplexen en sociale huisvesting. De woning Strybol is samen met de eenheidsbebouwing op de hoek Camille Huysmanslaan en Volhardingstraat één van de weinige gekende interbellum-ontwerpen van Geo Brosens in de stijl van de nieuwe zakelijkheid. Een ander hoogstaand voorbeeld van dergelijke rationele ontwerpesthetiek is de ééngezinswoning in de Vaartstraat te Niel, waarmee Brosens in 1940 de prijs Van de Ven won.

De woning Strybol sluit aan bij de kwaliteitsvolle modernistische woningen Eggermont en Hautekeete naar ontwerp van respectievelijk Eduard Van Steenbergen (1952) en Léon Stynen (1938). Deze drie realisaties onderscheiden zich in een straatbeeld dat grotendeels gedomineerd wordt door bebouwing in een meer gematigde en zakelijke stijl.

Exterieur

De rijwoning, gebouwd op een rechthoekig perceel, omvat drie bouwlagen onder platte bedaking en sluit met de tuin aan op het Rockoxplein, waar een metalen kunsttraliehek op een hardstenen sokkel het perceel afboordt. De lijstgevel heeft een parement in geelbruine bezande parementsteen met Dudokvoeg - dieperliggende lintvoegen in combinatie met platvolle stootvoegen - in halfsteens verband, rustend op een hoge plint in blauwe hardsteen. De voorgevel wordt gekenmerkt door een uitgezuiverd baksteenfront met een nadrukkelijke horizontale geleding van de bovenbouw.

Het inwendige programma beantwoordt aan de typologie van de bel-etagewoning en is helder leesbaar in de gevelopstand. Op de gesloten benedenverdieping zijn de dienstvertrekken gesitueerd. De opengewerkte bovenbouw met nagenoeg gevelbrede bandramen markeert de leef- en slaapvertrekken, waarbij het opvallende asymmetrische balkon de eerste verdieping het karakter van een bel-etage geeft.

Op de begane grond omvat de inkomtravee een sobere houten voordeur met benadrukte posten in blauwe hardsteen, links geflankeerd door een langgerekt zijlicht en rechts door een patrijspoort. In de linkertravee zit een garage met metalen sectionale poort (type ‘Eclips’).

In de bovenbouw vallen de smalle bandramen op die middels tussenposten in donkere geglazuurde gevelsteen de onderscheiden vertrekken aangeven: een eetkamer en keuken op de eerste verdieping en bovenliggend een opdeling in twee kamers en een badkamer. Het bandraam op de eerste verdieping is opgedeeld in twee even brede vensters waarvan het linker lager is uitgewerkt in functie van de eetkamer. Voor de keuken en als luifel boven de toegangsdeur voorzag Brosens een compact rechthoekig balkon met gemetselde balustrade en ondiepe luifel bezet met ‘G.G. Edelputz’ of een andere simili-bezetting. De balkonbodem werd uitgevoerd in parementsteen gemetseld in een sober tegelverband hoewel de voorschriften een kuip in witte steen oplegden. Aan de linkerkant is dit balkon opengewerkt met een fijne vierdelige metalen leuning die zich rond het zware baksteenfront klemt. Het bandraam op de tweede verdieping is een doorlopend raam onderbroken door twee vensterposten.

Het discrete, horizontale streven in de gevel wordt benadrukt door volgende elementen: de platte doorlopende vensterdorpels en rollagen, de roedeverdeling van het metalen schrijnwerk, en de ritmering met gemetselde verluchtingsgaten en spuwers onder de dakrand.

De voorgevel is gaaf bewaard, nog uitgerust met het oorspronkelijke houten schrijnwerk. Ook de metalen garagepoort, en het (sier)smeedwerk, inclusief een in de plint verdoken voetschraper, zijn authentiek.

Ook de achtergevel krijgt, gezien de ligging aan het Rockoxplein, een verzorgde vormgeving. De architect kiest voor een symmetrisch ingedeelde bovenbouw met op de bel-etage een opengewerkte leefruimte uitgevend op een terras. Op de bovenste verdieping is uiteindelijk geopteerd voor een uitvoering met vensterdeuren en een doorlopende balkstenen borstwering die de slaapkamers de nodige intimiteit verschaft. Het ontwerp voorzag evenwel een aan weerszijden opengewerkte borstwering. Op de begane grond, gespiegeld aan de voorgevel, een sobere deur en patrijspoort geflankeerd door een drielicht (in functie van bergplaats en ketel), alle voorzien van horizontaliserend ijzeren smeedwerk. De nadruk ligt hier op de centrale ronde betonnen pijlers die de terrassen ondersteunen en de middenas benadrukken.

Interieur

De plattegrond getuigt van een vooruitstrevend architecturaal denken, dat mogelijk gemaakt werd door het constructieprincipe van de woning. De constructie toont een tweeledige opbouw. Hierbij zijn dragende muren en roosteringen uit beton gebruikt voor kelder en begane grond, terwijl voor de bovenbouw opvallend gebruik gemaakt is van een staalskelet (balken van 14x14 centimeter) in functie van een vrije planindeling met lichte, niet-dragende wanden (6 centimeter). Geïnspireerd door het plan libre van Le Corbusier, kenmerkt een dergelijke progressieve ingesteldheid ook de praktijkwoning van Jan Jaak Jacobs, in de Vlaamsekunstlaan. De vooruitstrevende aanpak van beide architecten onderscheidt zich van de omgevende bebouwing in de Tentoonstellingswijk, die doorgaans getuigt van een gematigd modernistisch karakter.

Brosens voorzag op iedere bouwlaag een individuele en dynamische circulatie, waarbij de plattegrond zich lijkt los te breken uit de beperkingen van het rechthoekige perceel. Daartoe wisselde Brosens rechte met gebogen binnenmuren af, een principe dat hij uitgepuurd toepaste op de begane grond waar één meanderende dragende muur de vorm van alle ruimten definieert. De fundering van deze muur bepaalt ook de contouren van de kleine kelder onder de inkomhal. Volgens de bouwplannen worden de kelder, het gelijkvloers en de bel-etage ontsloten door middel van een bordestrap in de inkomtravee, terwijl in de woonkamer een centrale draaitrap naar de slaapvertrekken op de bovenste verdieping leidt.

Vanaf de straat ontsluit een tochtportaal de secundaire ruimten, toegankelijk vanaf de inkom- en traphal met wc. Op het middenplan van de inkomtravee is een kleedkamer ingericht die leidt naar de achterliggende koer via een portaal, waar ook een bergplaats op aansluit. Aan de linkerzijde liggen achter de garage een kolen- en ketelruimte.

De voorziening van een staalskelet op de bovenverdiepingen laat Brosens toe om de ruimten te organiseren volgens een vrij plan, met een centraal ingeplante draaitrap en twee flankerende ronde metalen staanders als structurerende elementen. Verdere indeling gebeurt door middel van dunne, niet dragende wanden. De leefvertrekken op de eerste verdieping getuigen van een doorgedreven ruimtelijk streven. Hier ontsluit de bordestrap de keuken die, afwijkend van de traditionele enkelhuisindeling, aan straatzijde gesitueerd is. De rest van de ruimte is volledig opengewerkt in functie van de eetkamer met en-suite woonkamer aan een achterliggend terras met een open zicht op de tuin en het Rockoxplein. De ruimtelijke werking wordt nog versterkt en de begrenzing tussen binnen en buiten verkleind door de voorziening van terrassen aan voor- en achtergevel. Keuken en eetkamer zijn verbonden middels een doorgeefluik. De woonkamer onderscheidt zich subtiel van de eetkamer door de twee treden lagere ligging, aan tuinzijde verlaagd en met hout bekleed plafond (afbuigend, zoals in het inkomportaal). Verdere intimiteit komt tot stand door de inrichting met een horizontaliserend vormgegeven sierschouw die aansluit op laag, en nagelvast houten meubilair: een cosy corner met boekenkasten, als karakteristiek onderdeel van het interbelluminterieur.

De spiltrap sluit aan op een nachtgang die enkele bergruimten en twee (slaap)kamers aan straatzijde ontsluit. Rechts aan straatzijde is de gemeenschappelijke badkamer ingericht die, met een kleedkamer als scharnier, verbonden is met een grote en kleine slaapkamer, beide uitgevend op het terras aan de tuin. De eigenzinnige planindeling van Borsens is grotendeels bewaard gebleven. Net zoals de gevelhoge houten bekleding van de inkomhal, oorspronkelijk meubilair zoals de Cubex-keukeninrichting, de cosy corner, de parketvloeren in de leef- en slaapvertrekken, en in de keuken de gele geglazuurde wandtegels (15x15 centimeter) en de keramische vloertegels type Winckelmans of Wasserbillig (10x10 centimeter, voegloos geplaatst). Daarnaast zijn de fraaie houten trappenhuizen met expressief getekende trapboom en opgezette ijzeren leuningen nog volledig aanwezig. In of kort voor 2016 werd de tot dan toe bewaarde badkamerinrichting volledig vernieuwd.

  • Stadsarchief Antwerpen, Bouwdossiers, 18/5396 en 18#5567.
  • LOOSEN C. 2013: Verborgen Moderniteit. Een herwaardering van Interbelluminterieurs in de Tentoonstellingswijk, Antwerpen, onuitgegeven verhandeling, Monumenten- en Landschapszorg, Artesis Hogeschool Antwerpen, 190-200.
  • RATINCKX F. 1951: Adresboek van de Stad Antwerpen en Randgemeenten, Antwerpen, 428.
  • VANDEKERCKHOVE F. 2002: De tentoonstellingswijk te Antwerpen, onuitgegeven verhandeling, Vakgroep Kunst-, Muziek- en Theaterwetenschappen, Rijksuniversiteit Gent, 169.
  • Mondelinge informatie verkregen van de eigenares (4 december 2016).

Bron     : -
Auteurs :  Van den Borne, Steven
Datum  :


Relaties


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Burgerhuis Strybol [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/7602 (Geraadpleegd op )