erfgoedobject

Neoclassicistisch burgerhuis

bouwkundig element
ID: 76145   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/76145

Juridische gevolgen

Beschrijving

Burgerhuis, ingeplant midden aan de zuidwestelijke lange zijde van het onregelmatige rechthoekige dorpsplein. Deze ruime beboomde en begraasde oude dorpsplaats wordt schuin oversneden door de verbindingsweg Wetteren-Dendermonde. Het huis en de achterliggende tuin palen zijdelings aan de voetweg genaamd Zwanewegel. De benaming van deze voetweg refereert aan de vroegere hofstede met brouwerij "de Zwaan" die al vermeld werd in 1570. In de 18de eeuw tevens melding van de gelijknamige herberg bij deze hofstede aan de dorpsplaats van Schellebelle gelegen ter hoogte van Dorp 11.

In 1868 werd de totale heropbouw van het huis Dorp 11 in eigendom van dokter François-Bernard Van Damme - Matthys kadastraal geregistreerd. Het huis werd opgericht op de plaats van twee aaneen palende huizen die hij in 1866 in eigendom had verworven samen met een achterliggend perceel tuin. Er zijn echter constructieve aanwijzingen dat beperkt opgaand metselwerk van een voorgaand gebouw in de huidige woning behouden bleef.

Een hardstenen gevelsteen boven de plint in de linkerzijgevel vertoont een inscriptie met de naam van de bouwheren: "Fr. Ber. Van Damme/ Urs.a Matthys", en datum 12 juni 1866 die wellicht verwijst naar de eerstesteenlegging van het huis. De remise die in 1879 volgens het kadasterarchief rechts opzij van de tuin werd opgericht, is in een recente periode vervangen door een ander bijgebouw. De uitbreiding in 1889 van de woning aan de achtergevelzijde met een ondiepe uitbouw betrof naar verluidt een veranda die thans afgebroken is. De woning bleef tot 1960 bezit van een tak van de vooraanstaande familie Matthys. De voorgevel werd laatst herschilderd omstreeks 1960; recent herstelde goot- en kroonlijst. Beperkte interieuraanpassingen, vervanging in benedenkamers van een schouw en vloer, vonden plaats omstreeks midden 20ste eeuw.

De halfvrijstaande herenwoning omvat een blokvormig hoofdvolume van drie traveeën en twee bouwlagen afgedekt door een schilddak en een achteruitspringende lagere dienstvleugel van anderhalve bouwlaag deels palend aan de linkerzijgevel van de woning en grenzend aan de Zwanewegel. De gewitte bepleisterde voorgevel van het dubbelhuis bezit een geprononceerde ordonnantie. Het centrale uitspringende deurrisaliet wordt door horizontale banden gemarkeerd en is bekroond door een gebroken gebogen fronton met dakvenstertje. Het bouwvolume is op de gevelhoeken door geblokte pilasters geaccentueerd. Hoge rechthoekige muuropeningen met afgeronde bovenhoeken, uitgewerkte geriemde omlijstingen met oren en sluitsteen, en authentiek houtwerk. Hardsteen verwerkt voor gevelelementen als plint, kordonlijsten en deuromlijsting op neuten zijn eveneens eigen aan de bouwstijl. Verstelbare spiegel (spion) aan het linker benedenvenster. Andere opvallende neoclassicistische gevelornamentiek omvat stucversiering met florale motieven op de borstwering van de venstertraveeën en boven de kroonlijst van het centrale bovenvenster. De vleugeldeur vertoont fraai uitgewerkt houtwerk met paneeldecoratie en wordt voorafgegaan door een verbredende deurstoep van drie treden met decoratieve gietijzeren schoenenschraper. Samengesteld hoofdgestel met gekorniste getande kroonlijst als gevelbeëindiging. IJzeren sierhek tussen de schoorstenen op de daknok.

De vrijwel vlakke gewitte en bepleisterde linker zijgevel omvat twee venstertraveeën met houten rolluikkasten op hardstenen lekdorpel. Twee getraliede keldervensters in de geschilderde plint. Rechthoekige hardstenen gevelsteen onder het rechter benedenvenster.

De achtergevel evenals de gevels van de dienstvleugel en zijn kleinere aanbouw onder pannen zadeldak bezitten een donkergrijze beraping contrasterend met gewitte vlakbepleisterde omlijstingen rondom de muuropeningen. De benedenvensters van de achtergevel zijn midden 20ste eeuw gewijzigd tot liggende vensters.

Interieur. Driedelige kelder onder de twee linkerkamers van de woning, toegankelijk vanuit de vroegere dienstvleugel via keldertrap met kwartslag. Afvoergoot in de keldervloer naar de vroegere private rioolaansluiting. Onder de rechterhelft van het huis is een kruipkelder aanwezig. Voorste kelderruimte bewaart blauwe vierkante vloertegels en gemetste wandrekken op bogen; oorspronkelijke vlakke houten zoldering vervangen door een betonnen. Beide kelderruimten met rode tegelvloer en troggewelven tussen ijzeren liggers vormden aanvankelijk een geheel (scheidingswand later bijgevoegd). Centrale gang van voor- tot achterdeur, twee wandpilasters met stuckapiteel op de scheiding van voor- en achterkamers. Zwarte natuurstenen vloertegels met witte marmeren boord. Bruinrode marmeren wandplinten; idem marmersoort voor deurdrempel en afgeronde aanzettrede van de trap. Verniste houten bordestrap met fijne spijlenleuning en kenmerkende geprofileerde en deels gecanneleerde trappaal. Plafond met omlopend lijstwerk en stucornament. Boven de dubbele toegangsdeuren van beide voorkamers is een lijst met stucornamentiek aangebracht. De linker- en rechtervoorkamer, naar verluidt voorheen het zogenaamde "blauw salon" en "roze salon", bewaren hun oorspronkelijke schouw met een fraaie neoclassicistische marmeren schouwmantel (venstertabletten in dezelfde marmer); haardvloer met waaiervormpatroon in diverse marmersoorten. Plafond met lijstwerk en centraal stucornament (voorheen polychroom). Vensters met oorspronkelijk sluitwerk (knoppen van zwart geschilderd hout). De beschilderde vierdelige scheidingsdeur met de rechter achterkamer is midden 20ste eeuw vervangen door een boog. De schouwen in beide achterkamers zijn in dezelfde periode door nieuwe bakstenen vervangen. De plankenvloer in de rechterkamers is vervangen door nieuwe parketvloer. In de linker voorkamer werd een nieuwe tegelvloer gelegd.

De dikte van de scheidingswand met de gang laat vermoeden dat het hier een behouden muur met wandnis betreft van een oudere constructie.

Behouden binnendeuren, ook op de bovenverdieping. Drie van de bovenkamers zijn uitgerust met een schouw, twee met eenvoudige marmeren bekleding, in de linkerkamer voorkamer met fraaie marmeren schouwmantel en vensterbanken in idem marmer. Zijvleugel met houten diensttrap en vroegere meidenkamer.

De L-vormige voortuin is omsloten door groen geschilderd ijzeren hekwerk tussen wit geschilderde slanke ijzeren hekpijlertjes op lage gemetste basis met hardstenen afdekking.

De achtertuin beslaat een diep perceel omsloten door een bakstenen tuinmuur geleed door lisenen en afgedekt met pannen. Naast dit constructieve element wordt de aanwezigheid van de tuin, als cultuurlandschappelijk gegeven die historisch een entiteit vormt met de woning, gevisualiseerd door de aanwezigheid van een aantal solitaire en door hun omvang en/of soort opvallende bomen zoals: een paardenkastanje, een bruine beuk, een mammoetboom, een moerbezie en een treures. De typerende landschappelijke aanleg die in de tuinaanleg van de 19de eeuw dominant was blijkt hier tevens uit een omlopend slingerpad en de heuvel in een achterhoek van de tuin.

  • Mondelinge informatie verstrekt door de huidige eigenaar.
  • DUQUET F., Zo was Schellebelle, Schellebelle, 1986, p. 57-58.
  • KERCKHAERT N., Oude Oostvlaamse huisnamen. Alfabetisch repertorium van namen van huizen, hoeven, herbergen en molens in Oost-Vlaanderen onder het Ancien Régime, in Kultureel Jaarboek voor de Provincie Oost-Vlaanderen, Bijdragen Nieuwe Reeks, nummer 37, Gent, 1993, VI, p. 84.

Bron     : Bogaert C. , Duchêne H. , Lanclus K. & Verbeeck M. s.d.: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie Oost-Vlaanderen, Arrondissement Dendermonde, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 20N, (onuitgegeven werkdocumenten).
Auteurs :  Bogaert, Chris, Duchêne, Helena, Lanclus, Kathleen, Verbeeck, Mieke
Datum  : 2003


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Neoclassicistisch burgerhuis [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/76145 (Geraadpleegd op 11-12-2019)