erfgoedobject

Rosmolen

bouwkundig element
ID
76157
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/76157

Juridische gevolgen

  • is aangeduid als beschermd monument Rosmolen
    Deze bescherming is geldig sinds 11-01-2012

  • is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Rosmolen
    Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009

Beschrijving

19de-eeuwse rosmolen opgericht als moutmolen bij een brouwerij waarvan de oorsprong teruggaat op een minstens sinds de 17de eeuw bestaande hoeve met herberg en brouwerij naast de Schelde.

Historiek

Voormalige rosmolen oorspronkelijk horend bij een brouwerij met hofstede en herberg vroeger genaamd De Paele, later herberg Het Veirhuis met vierschaar gelegen aan Hoogstraat 2. De vroegere herberg doet sinds 1956 dienst als parochiehuis. Gelegen vlakbij het vanouds (13de-eeuws) bestaande Scheldeveer achter de noordoostelijke hoek van de dorpsplaats van Schellebelle. Deze hoeve werd al opgetekend in een landboek van 1658. In 1668 zou op het erf een nieuw huis, het huidige parochiehuis, gebouwd zijn. In 1690 werd de hofstede met bijhorende brouwerij met de huisnaam De Paele vermeld. Volgens een huurcontract van 1739 werd toen de hofstede met brouwerij en heirberghe De Paele samen met de overzet, de pont en de schuyte verhuurd. In een document van 1788 werd voor het eerst de benaming Veirhuis gebruikt voor de herberg met brouwerij en vierschaar.

Bij de verkoop in 1802 aan de familie Lalemant werd het goed omschreven als: notabele herberge ende brauwerije … eene schone behuysde hofste wesende herberge voortijds genaemd De paele, alsnu het veir en vierschaer huys van Schellebelle. Volgens het kadasterarchief liet brouwer Jean-Fréderic Lalemant in 1867 een moutmolen aangedreven door paarden bouwen op het achtererf voor het achterin gelegen brouwerijgebouw. De familie Lalemant bleef eigenaar van het hof met brouwerij tot 1886. De weeskinderen van het echtpaar C. Lauwaet-C. Lalemant kwamen op het hof bij hun tante Lalemant wonen en werden eigenaars ervan. De brouwerij werd verder gezet door Alberic Lauwaet. Na het overlijden van deze laatste brouwer in 1937 werd de brouwerij stop gezet.

Later werden verschillende delen van het hof als bouwgrond verkocht. De grond met de bedrijfsgebouwen (brouwerij, stallen en schuur) werden aangekocht door het echtpaar E. Van de Velde-J. Baetens die er twee woningen voor hun kinderen lieten bouwen (Hoogstraat nummer 4 en 6). Rond 1955 werd daartoe de aan de straat gelegen schuur van de vroegere hoeve afgebroken. De vroegere rosmolen bleef bewaard in de achtertuin van nummer 6. De overige van de herberg afgesplitste brouwerijgebouwen zijn intussen eveneens verdwenen. De vroegere herberg werd eind 1956 verkocht om als parochiehuis te dienen en werd intussen grondig gerenoveerd. Uit de vroegere rosmolen werden twee ronde molenstenen opgegraven na de bouw van de woning (1955). Nadien werd de ruimte gevloerd met tegels. Het dak werd hersteld en de aanvankelijke zinken dakbekleding van het rosmolengebouw werd vervangen door kunstleien. Het gebouw doet nu dienst als tuinhuis en bergplaats.

Beschrijving

Vrijstaand rosmolengebouw in de achtertuin van een woning in half open bebouwing, gelegen naast de trekweg van de Scheldedijk vanwaar de rosmolen goed zichtbaar is voor het publiek. Rosmolen van het type buitenrosmolen waarbij de aandrijving gebeurde door een paard dat langs buiten rondom de molen liep.

Lage bakstenen constructie met gecementeerde plint op onregelmatige achthoekige plattegrond met alternerend een lange en korte zijde, of te aanzien als rechthoekige constructie met afgeschuinde hoeken. Afgedekt door een onregelmatig tentdak met licht geknikte dakoverstek. Volgens oude foto voorheen afgedekt met zink, in de tweede helft van de 20ste eeuw vervangen door kunstleien. De daknok staat niet volledig in het midden en is bekroond is met een eenvoudig ijzeren windwijzertje in de vorm van een pijl. Gevelhoeken gemarkeerd door lisenen. Omlopende lijstgevel met aan elke zijde een rechthoekig spaarveld, blind op de korte zijden. Brede rechthoekige deur onder ijzeren I-latei aan de westkant. Kleine rondboogvormige vensteropeningen centraal in spaarveld onder boog en op dorpel van kopse bakstenen. Voorheen groen geschilderd heden gewitte houten vensterluiken aan ijzeren hengsels.

Het binnenwerk van de rosmolen, koningsspil en staartbalk zijn verdwenen evenals het looppad rond de molen. De twee molenstenen van de maalinrichting liggen in de tuin buiten de rosmolen: één voor de deur van het rosmolengebouw en een tweede dichter bij de woning naast het terras en een rechthoekige natuursteen met gedicht rond gat. Binnenin de rosmolen zijn de bakstenen wanden gewit en voorzien van enkele lisenen waarop het overblijvend balkwerk rust waaronder één zware moerbalk en één haakse kortere balk. Behouden dakgebint met kepers op strijkbalken en bovenaan eindigend op typische vierkante opening voor de koningsspil.

  • Onroerend Erfgoed, Digitaal beschermingsdossier DO002308, Geografisch Pakket (S.N., 2012).

Bron     : -
Auteurs :  Agentschap Onroerend Erfgoed (OE)
Datum  : 2012


Relaties


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Rosmolen [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/76157 (Geraadpleegd op 11-05-2021)