erfgoedobject

Boomkwekerij Vlaeminck

bouwkundig element
ID: 76186   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/76186

Juridische gevolgen

Beschrijving

Het vrijstaande landhuis uit het interbellum is vergezeld van een laag omhaagde voortuin en zijdelings ten noorden een aanpalende siertuin. Ten zuiden van de woning bevindt zich een plantenloods.

Historiek

De boomkwekerij van de familie Vlaeminck bestaat sinds drie generaties. Het bedrijf zou omstreeks 1900 opgericht zijn in het aan Wichelen grenzende Wetteren. De boomteelt die karakteristiek is voor de tuinbouw van Wetteren en omgeving kwam er in de tweede helft van de 19de eeuw tot verdere ontwikkeling vooral door toedoen van Adolf Papeleu. Hij stichtte in 1847 een boomkwekerij die in het derde kwart van de 19de eeuw opbloeide tot het grootste boomteeltbedrijf van België en de aanzet vormde tot de sterke verspreiding van de boomteelt te Wetteren. In 1876 zag in Wetteren een Hofbouwmaatschappij Boomteeltkring het licht die zelfstandige boomkwekers van de gemeente groepeerde.

Op 4 april 1908 trad boomkweker Henri Vlaeminck als bestuurslid toe tot de Papeleu's Hofbouwkring, een eigen maatschappij van boomkwekers van de Wetterse wijk Boskant. In 1910 telde Wetteren al 50 boom- en rozenkwekers. De boomteelt bleef tot op heden naast de kweek van sierplanten, bloemen en vooral rozen, een specifiek hofbouwproduct eigen aan de Wetterse regio. Dit gebied sluit aan bij de Gentse agglomeratie waar de hofbouwnijverheid rond 1880 zeer sterk aan belang had gewonnen en waarbij de handel in hofbouwproducten een internationaal karakter had aangenomen. Begin 20ste eeuw waren al meer dan de helft van de Belgische hofbouwbedrijven in Oost-Vlaanderen gevestigd. Na een moeilijke periode gedurende de oorlogsjaren 1914-1918 kwam de hofbouw tijdens het interbellum opnieuw in een bloeiperiode.

Begin jaren 1920 vestigde de Wetterse boomkweker Henri Vlaeminck zijn tuinbouwbedrijf en nieuwe woning in het zuidwesten van Schellebelle bij de grens met Wetteren. De ligging vlakbij het station van Schellebelle (naast de spoorlijn Gent-Mechelen) bood de boomkwekerij gunstige transportmogelijkheden. De ruim opgevatte villa met bedrijfsgebouw getuigen er nog van de welstand van de boomkwekersfamilie Vlaeminck, gepaard aan de economische heropbloei die de boomkwekerij als specifieke teelt binnen de hofbouw in Oost-Vlaanderen na de Eerste Wereldoorlog heeft gekend.

De pittoreske villa in cottagestijl van boomkweker Hendrik Vlaeminck werd naar verluidt gebouwd in 1920-1922; in het kadasterarchief werd de bouw door Vlaeminck-Timmerman van het huis met bijhorend magazijn en (intussen verdwenen) serres geregistreerd in 1923. Stilistisch behoort de woning tot de traditionalistische richting van de romantisch-decoratieve architectuur uit het interbellum geïnspireerd op de Anglo-Normandische landhuisbouw. Omstreeks 1930 vonden naar verluidt enkele lichte wijzigingen plaats aan de woning. De uitspringende open deurportiek werd gedicht, de vroegere veranda tegen de rechterzijgevel aangepast tot onderdeel van de salon, links opzij werd een kleine aanbouw als bureau in dezelfde bouwstijl toegevoegd en tegen de achtergevel een keuken aangebouwd. Ook aan het interieur zouden toen enige veranderingen aangebracht zijn.

Beschrijving

Door zijn omvang en karakteristieke cottagestijl in de landelijke omgeving met aanwezige boom- en sierplantenteelt opvallende villa. Het vrijstaand landhuis uit het interbellum is vergezeld van een laag omhaagde voortuin en zijdelings ten noorden een aanpalende siertuin.

Het hoofdvolume van de villa omvat twee bouwlagen met vierkante grondvorm, afgedekt door een mansardedak (ruitvormig gelegde kunstleien). Nu gewitte baksteenbouw waarvan de gecementeerde, bovenverdieping uitgevoerd is in pseudovakwerkbouw met bruin geschilderd imitatiehout. Volgens een archieffoto was de kleurverhouding licht/donker voorheen omgekeerd. Voorgevel uitgewerkt tot een lijstgevel midden verhoogd door een brede afgeknotte punttop met zoldervensters. Voorts bezit de voorgevel een opstand volgens een asymmetrisch concept met gevarieerde hoekige uitbouwen waaronder een driehoekig uitgebouwde, naar verluidt oorspronkelijk open deurportiek, rechts een overhoekse erker, een luifel tussen beide laatste boven een breed drielicht. Muuropeningen van begane grond met benadrukte lateien. Vensters met vooral houten kruiskozijnen of smalle kloosterkozijnen, kleine roedeverdeling in de bovenlichten en halve houten luiken (bruin en rood geschilderd). Benedenvensters deels met glas-in-loodruitjes met groen getint glas. Rechtse voorgevelhoek gemarkeerd op de bovenverdieping door een hoekvenster gevormd door twee kloosterkozijnen op een getrapt uitspringende lekdrempel. Voordeur met getralied vierkant deurlicht, tussendorpel en bovenlicht.

Rechterzijgevel met rechts tot brede rechthoekige erker gewijzigde vroegere veranda. Midden boven de omlopende kroonlijst vertoont de rechterzijgevel een brede liggende dakkapel met vier gekoppelde vierkante vensters. De linkerzijgevel bezat voorheen een uitbouw onder lessenaarsdak (zie archieffoto) die naar verluidt in 1930 werd uitgebreid met een bureau van één bouwlaag in aanverwante stijl en onder een half mansardedak met dakkapellen. Zijdeur met toegang bureau onder leien luifel op houten schoren, voorzien van geschilderd opschrift “BUREAU”. Achterkeuken onder kunstleien lessenaarsdak.

Tegen de achtergevel aanleunend haaks laag dienstgebouw in gelige baksteenbouw met washuis (vroeger huisje), onder geknikt zadeldak; voorgevel aan de tuinzijde in gele baksteen met uitspringende deur; kleine roedeverdeling in de bovenlichten en in de liggende dakkapel. In het verlengde aansluitende paardenstal en koetshuis onder zadeldak (kunstleien). Rode bakstenen erfgevel met hanggoot, voorzien van rechthoekige staldeuren en schuifpoorten en klimmend zolderlaadvenster; rood en bruin gestreept geschilderd houtwerk.

Interieur

Parketvloer in twee aanpalende salons. Lanterneau (vroegere veranda) met gestructureerd glas in lood en art-decomotieven (ruiten en bollen) in zwart wit. Gelijkaardig motief terugkerend in bovenlichten van benedenvensters. Binnendeuren: paneeldeuren met glas in lood in vier bovenste panelen. Marmeren schouwmantel ingewerkt in rechthoekige wandnis met houten lambrisering voorzien van panelen met decoratie in reliëf in art-decostijl.

Plantenloods

Op het bedrijfsterrein ten zuiden naast de woning gelijktijdig met de woning opgetrokken bedrijfsgebouw specifiek voor de boomteelt. Vrijstaande lange plantenloods haaks ingeplant ten opzichte van de straat ter hoogte van de bijhorende villa. Langgerekte rechthoekige constructie van het type industriële loods in deels gecementeerde baksteenbouw onder golfplaten zadeldak. Stompe voorpuntgevel voorzien van centrale poort met bovenlicht onder driedelig breed zoldervenster, met kleine roedeverdeling en bruin en rood geschilderd gestreept geschilderd houtwerk. Geschilderde band met deels leesbaar gevelopschrift: "Pépinières/ H. Vlaeminck". Zijgevel met regelmatige travee indeling per travee voorzien van liggend vensters met kleine roedeverdeling. Binnenconstructie met houten zoldervloer.


Bron     : Onroerend Erfgoed, digitaal beschermingsdossier DO002308, geografisch pakket Wichelen.
Auteurs :  Agentschap Onroerend Erfgoed (OE)
Datum  : 2012


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Boomkwekerij Vlaeminck [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/76186 (Geraadpleegd op 21-09-2020)