erfgoedobject

Parochiekerk Sint-Denijs

bouwkundig element
ID
76555
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/76555

Juridische gevolgen

Beschrijving

Dorpskerk ingeplant aan de noordoostelijke straatzijde. Tevens gelegen op de oude kerksite van Serskamp aan het bescheiden dorpsplein gevormd door een breder deel van de Dorpstraat. Het omliggende kerkhof paalt ten noordwesten zijdelings aan de Pastorijstraat.

Historiek

De huidige Sint-Denijskerk vervangt de oude parochiekerk van Serskamp op dezelfde locatie. De vroegste vermelding van een bedehuis in Serskamp gaat terug tot 1147. In 1148 schonk de bisschop van Kamerijk het altaar van Serskamp met afhangen van de kerk aan de abdij van Drongen, om te Serskamp een norbertinessenklooster op te richten. Dit klooster, dat na verplaatsing rond 1258 bekend werd als "klooster Tussenbeke", behield het patronaat van de kerk tot 1705; toen kwam het aan de premonstratenzerabdij van Grimbergen. In 1783 werd het norbertinessenklooster Tussenbeke afgeschaft (zie ook Billegem).

Er vond nog geen archeologisch onderzoek plaats dat uitsluitsel kan geven over de ouderdom van de vroegere bidplaats op de huidige kerksite. De oudste bekende bouwhistorische gegevens dateren uit het einde van de 16de eeuw: de eenvoudige kerk van Serskamp was toen al sterk vervallen.

In 1848 plande de gemeenteraad om de bouwvallige en te klein geworden oude parochiekerk door een nieuwe te vervangen doch dit werd niet aanvaard door de provinciale overheid. In 1849 kreeg architect Lemmen uit Dendermonde opdracht een renovatieontwerp voor de oude kerk te maken waarvan het plan voor de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen niet voldeed. Architect-priester Jan August Clarysse, onderpastoor van Wingene, tekende uiteindelijk in 1855 het ontwerp voor een nieuwe kerk. De oude parochiekerk werd in 1856 afgebroken. Iets meer centraal binnen hetzelfde kerkhof werd in 1856-1858 een driebeukige neogotische kerk gebouwd. De as van deze kerk werd ten overstaan van de vorige georiënteerde kerk een weinig noordwestwaarts verdraaid. De voorgevel van de huidige parochiekerk is enigszins schuin ingeplant ten opzichte van de rooilijn van de straat. Zoals de vorige werd de parochiekerk toegewijd aan de Heilige Dionysius.

De eerstesteenlegging vond plaats op 29 mei 1856 (volgens opschrift in arduinen gedenksteen rechts van het portaal). Op 28 juni 1858 werd de kerk ingezegend door de bisschop van Gent, Monseigneur Delebecque (zie herdenkingssteen met Latijns opschrift in de noordelijke zijbeuk). Tijdens de uitvoering van de werken werd aan het ontwerp gewijzigd om te besparen, onder meer door het gebruik van andere materialen. De zijkoren werden vlak afgewerkt in plaats van de ontworpen driezijdige sluiting met schalken en nissen. De dekplaten van de kapitelen werden bijgepleisterd om fouten te verbergen. Onvoorzien waren de plaatsing van een ijzeren communiebank en een hek rond de doopvont, een tegelvloer op het doksaal en een bakstenen vloer op de tweede torenverdieping. In 1869 werd een kruisweg ingezegend. In 1888 werd de kerk voor de eerste maal geschilderd. In de periode 1937-1940 leidde "kerkschilder" Theo Goethals uit Gent de herschildering van het kerkinterieur. Het werk omvatte onder meer het herstellen van de muurschilderingen van de Heilige Petrus en Paulus.

In het tweede kwart van de twintigste eeuw werd meubilair aangevuld en vervangen zoals bijplaatsen van een biechtstoel; een derde biechtstoel werd in 1945 gemaakt door Jozef De Somer, beeldhouwer te Erpe, die in 1946 ook een nieuwe communiebank vervaardigde (op de achterzijde met inscriptie "Jef de Somer- Erpe"). Nieuw orgel geplaatst in 1958 (zie hardstenen gedenksteen in zijbeuk). Begin de jaren 1970 werden de polychrome wandschilderingen overschilderd.

Beschrijving

Driebeukige hallenkerk van het type met hoger opgaande middenbeuk. Het schip telt vijf traveeën. De half ingebouwde vierkante voorgeveltoren bevindt zich tussen de halve travee in het verlengde van de zijbeuken die eindigen op ondiepe en recht afgesloten zijkoren. Hoofdkoor van één travee met vijfzijdige sluiting en geflankeerd door een sacristie en berging. De bouwmassa vertoont harmonische proporties en een evenwichtig gedoseerde ornamentiek medebepalend voor gevelordonnantie en compositie.

Opgetrokken van bruine Rupelmondse baksteen met spaarzame verwerking van blauwe hardsteen voor de plintafzaat, de hele plint nabij de ingang, de omlijsting met boogveld van de ingang, deur- en vensterdorpels, waterlijsten, afdekplaten van de steunberen, hoekconsoles van de bogenfries van de toren en de kroonlijstenhoeken. Sacristie met enig gebruik van zandsteen onder meer in de plint ter hoogte van de deur. Leien zadeldak met daknok doorlopend boven het koor en dakkruis boven het nokeind.

De toren telt vijf in hoogte verschillende geledingen en is bekroond door een sterk ingesnoerde achtzijdige leien spits met ijzeren torenkruis. Overhoekse versneden steunberen met verjongend effect op de torenmassa. Korfboogvormig portaal gevat in een geprofileerde spitsboogomlijsting onder een spitsbogig doksaalvenster. De lagere derde geleding bezit gekoppelde blinde spitsboognissen, drie per torenzijde. De bovenste geleding met omlopende bogenfries onder de dakrand is geopend met spitsbogige galmgaten gekoppeld in een spitsboogveld met rond bovenlicht.

Zijbeuken voorzien van elegante spitsboogvensters met geprofileerde bakstenen dagkanten met verfijnd bakstenen maaswerk (twee alternerende types); ook de blindvensters aan de voorgevelzijde van dergelijk maaswerk voorzien. Gelijkaardige lagere doch hooggeplaatste koorvensters. Versneden steunberen verlevendigen en ritmeren de gevelopbouw van schip en koor.

Berging en sacristie vormen overeenkomstige lage rechthoekige bouwvolumes in de kooroksels, onder een half schilddak. Eenvoudige afwerking met overhoekse steunbeer op de gevelhoek, beide getraliede vensters evenals het deurbovenlicht vertonen bakstenen maaswerk en ijzeren tracering met geometrisch patroon in de beglazing.

Tussen en tegen de steunberen van het koorfront is een overdekte calvarieberg opgericht met gedenkplaten aan de familie Dalschaert. De calvarie is als het ware opgesteld in een ondiepe kapel met open voorpuntgevel, afgedekt met een zadeldak rustend op rechte bakstenen zijmuren. De roodgeschilderde houten dakrand van de voorpuntgevel vertoont een neogotisch getinte decoratieve uitsnijding (driepas met drielobmotief) en is bekroond met een houten topkruis. De bepleisterde binnenzijde is lichtblauw geschilderd als achtergrond van de beeldengroep en is voorts gewit. De onderbouw van de calvarieberg bevindt zich achter ijzeren hekwerk op een hardstenen grondplaat. In de frontzijde van de onderbouw zijn gedenkplaten aangebracht met inscripties die een oproep bevatten aan de bezoekers van het kerkhof om de overleden familieleden op aarde te herdenken en te bidden voor hun zielen. Centraal onder de calvarieberg is in een boogvormige uitsparing een hardstenen gedenkplaat aangebracht ter nagedachtenis aan Petrus Livinus Dalschaert, overleden in 1871. Beide flankerende grafplaten ter gedachtenis van de heer F. Dalschaert en van mevrouw A.M. Van Hauwermeiren zijn kleiner en springen enigszins vooruit. Gewitte beeldengroep met Christus aan houten kruis op Golgothaberg tussen Maria en Johannes.

Tegen de voorgevel van de kerk zijn in 2001 twee gerestaureerde laat-18de-eeuwse grafzerken geplaatst van geestelijken van de abdij van Grimbergen, tevens pastoor van Serskamp of proost van het klooster van Tussenbeke met in de reliëfdecoratie verwijzingen naar hun priesterschap en memento-morisymboliek.

Tegen de gevels van de sacristie zijn divers uitgewerkte stèles of opstaande delen met grafopschriften geplaatst, afkomstig van grafmonumenten daterend uit eind 19de en begin 20ste eeuw.

Interieur

Middenbeuk, lagere zijbeuken en koor met kruisribgewelven. Alle sluitstenen zijn van een kleine druipsteen met bladwerk voorzien. De spitsboogvormige scheibogen rusten op zuilen met geprofileerde achtzijdige dekplaat. De kapitelen van zuilen en schalken en de consoles zijn met grove bladmotieven gedecoreerd. Koorwanden met slanke halfzuilen en twee symmetrisch aangebrachte rechthoekige deuropeningen naar sacristie en berging, ingeschreven in spitsboogvormige nissen met uitgespaarde rechthoekige deur. Sacristievenster met houten binnenluiken.

Bepleisterd interieur nu overwegend egaal wit geschilderd met enkele uitgespaarde fragmenten van de polychromie in het koor namelijk een figuratieve muurschildering aan weerszij van het hoofdaltaar. Voorts sporen van een decoratieve polychromie met geometrisch patroon achter de witte verflaag in het linker zijkoor.

Zwarte kalkstenen met witte marmeren vloertegels in geometrische patronen gelegd. In de jaren 1970 werd een deel van de vloer uitgebroken en werd het vloerpatroon in het koor aangepast.

Tegen de wand in het portaal hangt een marmeren gedenkplaat voor de oorlogsslachtoffers van 1914-1918, gesigneerd Gerard Breemersch Rousselare en gedateerd 1919.

Het kerkinterieur werd aangekleed deels met mobilair afkomstig van de voorgaande parochiekerk, deels met later vervaardigde stukken waarvan een deel in neogotische stijl afkomstig uit het schrijnwerkersatelier van Séraphin De Maertelaere (Wetteren).

Drie koorglasramen met Bijbelse taferelen, van 1929 door de gebroeders Ganton. Boven het hoofdaltaar met voorstelling van de Calvarieberg als dank aan Onze-Lieve-Vrouw van Lede voor zijn bekomen genezingen geschonken door pastoor Leloup (1923-1931).

Mobilair

Schilderijen: "Jezus de kindervriend" van omstreeks 1600, van een onbekende meester mogelijk toe te schrijven aan de Brusselse schilder Hendrik De Clerck (1570-1629) of zijn omgeving, in 1625 door aartsbisschop Jacobus Boonen aan de kerk van Serskamp geschonken. "Het gezin van Nazareth", einde 18de eeuw.

Beeldhouwwerk: gepolychromeerd houten beeld van de Heilige Blasius uit de 17de eeuw. Gepolychromeerd houten beeld van de Heilige Dionysius uit de 17de eeuw. Twee musicerende engelen in eik uit het midden van de 18de eeuw (afkomstig van het vroegere orgel). Gepolychromeerd houten beeld van de Heilige Wivina uit de 19de eeuw. In de sacristie: kruisbeeld met rocaillemotief en engelenhoofdje (vermoedelijk afkomstig uit de abdij van Tussenbeke). Heiligenbeelden in de zijbeuken op uitgewerkte consoles.

Meubilair: Hoofdaltaar en zijaltaren in neogotische stijl omstreeks 1879 vervaardigd door beeldhouwer Serafien De Maertelaere uit Wetteren; eik, marmer en witte steen. Retabel van hoofdaltaar met voorstelling van het Laatste Avondmaal, Calvarie en de Vermenigvuldiging van de broden en de vissen; bekroond met beeldje van Sint-Dionysius. In de nissen van de altaartafel: voorstellingen van twee heilige bisschoppen en centraal de bewening van Christus. Zuidelijk zijaltaar toegewijd aan Onze-Lieve-Vrouw met in de nissen van het retabel staan links de beelden van de Heilige Joachim en de Heilige Jozef, centraal het beeld van Onze-Lieve-Vrouw met Kind en rechts de beelden van de Heilige Anna en de Heilige Elisabeth. Noordelijk zijaltaar toegewijd aan de Heilige Cornelius met in de nissen van het retabel het beeld van Sint-Vincentius a Paulo, Heilige Cornelius en van de Heilige Antonius van Padua.

Preekstoel in eik uit de 19de eeuw met op de panelen van de kuip bas-reliëfs met de bustes van de Heilige Petrus, de Heilige Dionysius en Christus. Biechtstoel in eik van omstreeks 1750 (zou afkomstig zijn van het norbertinessenklooster Tussenbeke en werd na de afschaffing ervan in 1783, overgebracht naar de parochiekerk). Gepolychromeerde plaasteren kruisweg met voorstellingen in verheven reliëf; elke kruiswegstatie opzij gesigneerd "G.H. Parentani Fre/ Bruxelles”. Vaandel van “De Onbevlekte Ontvangenis".

  • Rijksarchief Beveren, Provinciaal archief Oost-Vlaanderen, 1/6391/2.
  • Rijksarchief Gent, Provinciaal archief Oost-Vlaanderen, 1850-1870, 1757/10 en 1757/5.
  • Gemeente Wichelen, Dienst Burgerlijke stand, Begraafplaatsen, dossier Serskamp.
  • DE MAYER J. (RED.), De Sint-Lucasscholen en de neogotiek. 1862-1914, Leuven, 1988, p. 364.
  • DE POTTER F. - J. BROECKAERT, Geschiedenis van de gemeenten der provincie Oost-Vlaanderen, Vierde reeks. Arrondissement Dendermonde. Tweede deel, II, 2, Gent, 1891.
  • DE SUTTER H., Het klooster van Tussenbeke, Serskamp, 2005.
  • MATTHIJS P., De neogotiek in Wichelen, Heem- en Oudheidkundige Kring Wichelen, 1995, 2, p. 32-44.
  • RUYS R. - H. DE SUTTER e.a., Bijdrage tot de geschiedenis van Serskamp, Serskamp, 1980.
  • RUYS R. (red.), Langs Schelde en Durme, Gent, 1986, p. 104-105.
  • RUYS R., Het patrimonium van de Sint-Dionysiuskerk te Serskamp, 1987.
  • VAN CLEVEN J.F., J.-A. Clarysse (1814-1873) priester-architekt. Een studie van zijn kerkelijke bouwkunst, in onuitgegeven licentiaatverhandeling universiteit Gent, Hoger Instituut voor Kunstgeschiedenis, 1974-1975.
  • VAN DER SNICKT C., Een tastbaar bewijs van Tussenbeek, "Rond de Stenen Linde", XXVI, 4, 2001, p. 112-113.
  • VERSCHRAEGEN H., Fotorepertorium van het meubilair van de Belgische bedehuizen, Provincie Oost-Vlaanderen. Kanton Wetteren, Brussel, 1978.

Bron     : Bogaert C. , Duchêne H. , Lanclus K. & Verbeeck M. s.d.: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie Oost-Vlaanderen, Arrondissement Dendermonde, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 20N, (onuitgegeven werkdocumenten).
Auteurs :  Bogaert, Chris, Duchêne, Helena, Lanclus, Kathleen, Verbeeck, Mieke
Datum  :


Relaties


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Parochiekerk Sint-Denijs [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/76555 (Geraadpleegd op )