erfgoedobject

Pastorie Sint-Denijsparochie

bouwkundig element
ID: 76569   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/76569

Juridische gevolgen

Beschrijving

Voormalige pastorie, beschermd als monument bij MB van 18.03.2008. Pastorie van Serskamp met achtertuin en omhaagde voortuin gelegen ten noordwesten van de parochiekerk Sint-Denijs. De voorgevel van de pastorie met classicistisch voorkomen is zuidelijk gericht naar de kerk. Vanaf de voordeur loopt een pad over het kerkhof naar de sacristie.

Historiek

Volgens de literatuur dateert de pastorie in kern van circa 1785. Voor dit jaar was er geen pastoorswoning in Serskamp, de parochie werd bediend door de proost van het norbertinessenklooster van Serskamp of klooster Tussenbeke, tot het begin van de 18de eeuw een norbertijn van Drongen en nadien van Grimbergen. Nadat het norbertinessenklooster van Serskamp bij decreet van 17 maart 1783 onder Jozef II afgeschaft was werd beslist de gebouwen af te breken en het materiaal en de goederen te verkopen (zie ook Billegem). Door de opheffing van het klooster verdween ook de proosdij, maar het pastoorsambt van Serskamp bleef behouden. De laatste proost Van Haelen verkreeg de toelating om vlakbij de kerk palend aan het kerkhof door aannemer Mathieu een nieuwe pastoorswoning met afbraakmateriaal van het klooster te laten bouwen en om rond de woning haagplanten van het klooster te planten. Op 22 augustus 1785 was de pastorie voltooid.

Vanaf de tweede helft van de 19de eeuw werden regelmatig herstellingswerken aan de pastorie uitgevoerd (zie provinciaal archief). De eerste gedocumenteerde aanvragen dateren van 1858-1859, de volgende van een aantal jaren later van circa 1867-1870. Deze werken hadden vooral betrekking op onderhoud van vensters en schrijnwerk, verven van de deuren, witten van binnen- en buitenmuren, maken van een citerne, herstellen van daken, vervangen van de plankenvloer van de hal op de bovenverdieping. De vensters met kleinhouten van de voorgevel op de begane grond werden vervangen door grote glaspartijen. Architect D. Raes (Wetteren) werd in 1859 vergoed voor het opstellen van een bestek. Meerdere ex- en interieurwerken, hoofdzakelijk op de bovenverdieping, werden tussen 1891-1893 verricht. Het schrijnwerk van tien bovenvensters en de schouwmantels in de slaapkamers werden hersteld en vernieuwd, de keukendeur en de deur van het washuis werden eveneens hersteld. In de loop van de 20ste eeuw werden nog wijzigingen uitgevoerd, zoals de cementering van de gevels, de plaatsing van voorzetramen, nieuwe drempels en een plint in blauwe hardsteen.

Beschrijving

Eind 18de-eeuwse pastorie met classicistisch voorkomen en traditionele opbouw van vijf traveeën en twee bouwlagen onder een kunstleien mank zadeldak (voorheen pannen). Sluit qua typologie en stijl aan bij de eenvoudige landelijke pastoriebouw uit het einde van 18de eeuw en het begin van de 19de eeuw. Het grondplan en volume van deze vrijstaande deels onderkelderde pastoorswoning met dubbelhuisopstand bleef volgens kadastergegevens en stijlkenmerken sinds de 19de eeuw ongewijzigd. Verankerde lijstgevels met cementering in plaats van een oudere gewitte kalkbezetting (zie bestek van 1870) en een beraping (zie sporen) onder een omlopende eenvoudigere en gewitte houten kroonlijst. Centrale voordeur gevat in een blauw hardstenen spiegelboogvormige geprofileerde omlijsting met hollijst op neuten en schelpvormige siersluitsteen onder een gebogen kroonlijstje in Lodewijk-XV-stijl, volgens de overlevering en literatuur afkomstig van het klooster van Tussenbeke. De opgeklampte toegangsdeur in houtkleur met ijzerbeslag onder bovenlicht met waaiervormig smeedwerk zou circa 1859 geplaatst zijn (zie archiefgegevens). Het wit geschilderde schrijnwerk in de eenvoudige rechthoekige vensteropeningen dateert op de begane grond uit de eerste helft en op de bovenverdieping uit de tweede helft van de 19de eeuw (zie archiefgegevens). De voorzetramen en hardstenen lekdrempels zijn jongere toevoegingen. Benedenvensters met luiken. Eveneens gecementeerde achtergevel met dezelfde indeling en identiek schrijnwerk als de voorgevel. Centrale eenvoudige deur gevat in een vlakke hardstenen omlijsting op neuten; hoge natuurstenen plint eveneens in hergebruikt materiaal.

Het gebouw wordt aan weerszij geflankeerd door twee verbouwde lagere aanbouwen met aandak en korfboogvormige muurnis onder pannen lessenaarsdak.

Interieur. De oorspronkelijke plattegrond, structuur en binnenindeling bleven behouden evenals de sobere aankleding die hoofdzakelijk uit recuperatiemateriaal bestaat. Minimale interieuraanpassingen door plaatsing van cementtegelvloeren, wijziging van schouwmantels en de toevoeging van tussenwanden op de bovenverdieping.

Traditioneel grondplan met een centrale gang die de woning in twee deelt met de ontvangstruimte aan de westzijde en de eetkamer en keuken aan de oostzijde. Haaks geplaatste traphal ter hoogte van de voorgevel. De samengestelde bordestrap met fraaie trappaal is waarschijnlijk afkomstig van het verdwenen klooster, net zoals het merendeel van de binnendeuren, hun omlijsting en sluitwerk.

Salon en eetkamer aan de tuinzijde bewaren oorspronkelijke moerbalken met verzorgd eenvoudig lijstwerk en schouwboezems met kenmerkend Lodewijk XVI-stucwerk. De schouwmantels werden in de loop van de 20ste eeuw gewijzigd. De Vlaamse schouw en de gerecupereerde binnendeuren in de keuken, waarvan er een naar de bijkamer en een naar de kelder leidt, werden van een houtimitatie voorzien (wellicht 19de eeuw). Via een kwartslagtrap bereikt men de vierdelige kelder met gedrukte gewelven onder het oostelijke woongedeelte.

De traphal is op de bovenverdieping afgesloten met een deur en in de zijwand is een opmerkelijk "uitkijkluik" gemaakt. Ook de zoldertrap is afgesloten met een opgeklampte deur.

De inrichting van de slaapvertrekken is beperkt tot sober lijstwerk en eenvoudige gepolijste granieten schouwmantels uit de 19de eeuw (zie archiefgegevens). De kapconstructie op de zolder bestaat uit vier hergebruikte samengestelde spanten met nokbalk. Tegen de oostgevel is er een opvallend gedraaid rookkanaal (van de keuken en de eetkamer).

De tuinaanleg die wellicht opklimt tot de ontstaansperiode van de pastorie is deels behouden. De tuin vertoont nog steeds een omlopend slingerpad (brevierpad) rond een grasperk met heuveltje en aanplanting met loofbomen. In de as van de woning een dendrologisch interessante beuk die voortgaande op zijn omvang (stamomtrek van 4,32 meter) en silhouet zeer oud is. Ten westen van de woning, moestuin met fruitbomen, waar al vóór 1865 de boomgaard was (zie het kadasterarchief). In het omhaagde voortuintje staat hedendaagse aanplanting. De toegang in de as van de woning is afgesloten door vernieuwd hekwerk aan bakstenen hekpijlers.

  • Rijksarchief Beveren, Provinciaal archief Oost-Vlaanderen, 1/3104/3.
  • Rijksarchief Gent, Provinciaal archief Oost-Vlaanderen 1850-1870, nr. 1757/9 dossier betreffende herstellingswerken aan de pastorij.
  • DE SUTTER H., Het klooster van Tussenbeke, Serskamp, 2005.
  • RUYS R. - DE SUTTER H. e.a., Bijdrage tot de geschiedenis van Serskamp, Serskamp, 1980.

Bron     : Bogaert C. , Duchêne H. , Lanclus K. & Verbeeck M. s.d.: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie Oost-Vlaanderen, Arrondissement Dendermonde, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 20N, (onuitgegeven werkdocumenten).
Auteurs :  Bogaert, Chris, Duchêne, Helena, Lanclus, Kathleen, Verbeeck, Mieke
Datum  : 2003


Relaties

  • Is deel van
    Serskamp
    Serskamp (Wichelen)

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Pastorie Sint-Denijsparochie [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/76569 (Geraadpleegd op 15-10-2019)