erfgoedobject

Landhuis Borchstadt met tuin

bouwkundig / landschappelijk element
ID: 76755   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/76755

Juridische gevolgen

  • is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Landhuis Borchstadt
    Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009

Beschrijving

Achterin gelegen, neotraditioneel landhuis gebouwd in 1935 naar ontwerp van architect Karel Van der Beken, omgeven door tuin in landschappelijke stijl van circa 2 hectare naar ontwerp van L.J. Breydel.

Borchstad, één van de belangrijkste archeologische sites van Asse, in de volksmond 'Romeins kamp' genoemd, is een heuvelplateau op 72 m hoogte ten westen van het centrum van Asse, waarop ook het landgoed De Bergen ligt. De site wordt al in 1314 vermeld onder de naam 'Ortum Caesaris' en heel de 19de eeuw lang wordt er druk gespeculeerd over de vraag of Borchstad een Romeins legerkamp is – misschien wel het winterkamp van Quintus Tullius Cicero uit de Commentarii de bello Gallico – of een latere nederzetting. Opgravingen in 1964 en 1971 wezen uit dat het gaat om een 'oppidum' van het type éperon barré, een hoefijzervormige, versterkte nederzetting op een uitloper van een plateau, van het plateau gescheiden door een gracht en een wal. Gezien de oppervlakte – 42 hectare, 13 hectare binnen de binnenwal – gaat het om de grootste nederzetting van dit type in België. Ceramiekfragmenten laten een brede datering toe: IJzertijd, meer bepaald La Tène I (450-250 BC) en zelfs misschien teruggaand tot de Hallstatperiode (700-450 BC). Het is niet uitgesloten dat de site ook bewoond was in de Gallo-Romeinse periode. Onder de aardewerklaag werd ook een silexlaag aangetroffen, die aantoont dat er al menselijke aanwezigheid was van in het neolithicum.

De huidige Putbergstraat snijdt de Borchstad doormidden van west naar oost. Op de zuidelijke helft werd in 1914 het landgoed De Bergen aangelegd. In 1935 liet bankier Marcel de Clippele aan de overzijde van de straat een neotraditioneel landhuis optrekken naar ontwerp van Karel Van der Beken, op het kadaster ingetekend in 1936 op een voorheen onbebouwd perceel. Het betreft een gedeeltelijk onderkelderd, onregelmatig complex van één à twee bouwlagen, opgetrokken uit baksteen onder gecombineerde leien bedaking, licht overkragend op daklijstbalkjes en voorzien van verspreide dakkapellen. Lijstgevels worden gecombineerd met een trap- en een tuitgevel. In de gevels werden eigentijdse sierankers verwerkt, evenals imitatienatuursteen voor de onderbouw, hoekkettingen, vensterstijlen en -posten en deuromlijsting. Het landhuis kent gevarieerde vensters, doch overwegend beluikte kruiskozijnen.

Tuin- en landschapsarchitect Louis-Julien Breydel, die in 1915 het stadspark van Aalst ontwierp, zorgde voor de omkadering: een aanleg in landschappelijke stijl van circa 2 hectare met het huis in het middelpunt. Het oorspronkelijke beplantingspatroon kan als volgt worden samengevat. De oprijlaan begint met een schuine insteek in het talud langs de Putbergstraat, buigt vervolgens naar rechts en loopt, geflankeerd door tamme kastanjes (Castanea sativa), rode paardenkastanjes (Aesculus x carnea) en zomerlinden (Tilia platyphyllos), vanuit het zuiden recht op het landhuis toe. Aan de noordzijde van het gebouw is er nog een min of meer lineaire aanplanting, ditmaal met Amerikaanse eik (Quercus rubra), zomerlinde, Noorse esdoorn met bruinrood blad (Acer platanoides 'Schwedleri') en tranenden (Pinus wallichiana) en ten westen een zesstammige sawaraschijncipres met stijf vertakte twijgen (Chamaecyparis pisifera 'Squarrosa'). De rest van de beplanting vormt een gordel van bomen – zilverlinde (Tilia tomentosa), bruine beuk (Fagus sylvatica 'Atropunicea'), tulpenboom (Liriodendron tulipifera), sawaraschijncipres met pluimvormig vertakte twijgen (Chamaecyparis pisifera 'Plumosa'), een liggende gele trompetboom (Catalpa ovata); struikmassieven van gele kornoelje (Cornus mas), duivelswandelstok (Aralia elata), Japanse hulst met geelgevlekt blad (Ilex crenata 'Aureovariegata'). Ten westen van het park, achter het garagegebouw en een nu verdwenen serre, lag de moestuin.

Na de Tweede Wereldoorlog werd een orchideeënkwekerij opgestart. Daartoe werd op een stuk bouwland ten oosten van het park een grote verwarmde serre opgetrokken. Na de eerste petroleumcrisis in 1973 waren de energiekosten in die mate gestegen dat het bedrijf niet meer rendabel was. Verscholen in het kreupelhout herinnert de ruïne van de serre aan deze episode. De recente aanbouw van een tweede wooneenheid aan de oostzijde van het huis ging gepaard met de aanleg van een door gleditsia's (Gleditsia triacanthos 'Inermis') overschaduwd kanaal met stapstenen naar ontwerp van tuinarchitect Frederick Charlier.

  • Kadasterarchief Vlaams-Brabant, kadastrale opmetingsschets Asse 1936/52.
  • Kadasterarchief Vlaams-Brabant, oude kadastrale legger 212A Asse, artikel 6795.
  • DE CLIPPELE Th. 2006: Borgstad, een oppidium uit de IJzertijd?, Feniks 1, Jaarboek van de archeologische vereniging Agilas v.z.w., 7-13.
  • VAN DEN BREMT P. 1989: In de marge van de stad: geschiedenis en ecologie van het Osbroek te Aalst, Monumenten & Landschappen 8.6, 25-40.

Deze tekst is een samenvoeging van de teksten:

  • DENEEF R. (red.) 2012: Historische tuinen en parken van Vlaanderen - Noordwestelijk Vlaams-Brabant: Affligem, Asse, Grimbergen, Kapelle-op-den-Bos, Londerzeel, Meise, Merchtem, Opwijk, Wemmel, M&L-cahier 20, 68-69.
  • KENNES H. 2005: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie Vlaams-Brabant, Gemeente Asse, Deelgemeenten Asse, Bekkerzeel, Kobbegem, Mollem, Relegem en Zellik, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen VLB6 (onuitgegeven werkdocumenten), 127.

Auteurs :  de Clippele, Thierry, Deneef, Roger, Kennes, Hilde, Wijnant, Jo
Datum  : 2019


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Landhuis Borchstadt met tuin [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/76755 (Geraadpleegd op 12-08-2020)