erfgoedobject

Burgerhuis in cottagestijl

bouwkundig element
ID: 7681   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/7681

Juridische gevolgen

Beschrijving

Burgerhuis in cottagestijl gebouwd in opdracht van de juffrouwen Engeringh, naar een ontwerp door de architecten Florent Vaes en Joan Coninck Westenberg uit 1910. Het betreft mogelijk de ongehuwde zussen Margaretha Charlotte Engeringh (°Leeuwarden, 1854) en Henriette Engeringh (°Breda, 1864). Hun Jaak Engeringh (°Gouda, 1815), werknemer van de Messageries Van Gend & Loos, had zich eind 1868 vanuit Bergen op Zoom te Antwerpen gevestigd. Hij was vergezeld van zijn echtgenote Margaretha Charlotte Sodenkamp (°Breda, 1823) en vijf van hun kinderen, drie zonen en twee dochters geboren te Breda, Alkmaar en Gouda tussen 1852 en 1864. Tweede oudste dochter Margaretha Charlotte vervoegde het gezin in 1875 vanuit Haarlem, en werd lerares aan een middelbare meisjesschool in Antwerpen. Jongste dochter Henriëtte was muzieklerares van beroep. Beide vroegen in 1887 de naturalisatie tot Belg aan.

Bescheidener van opzet dan de andere cottagevilla's die de architecten in deze wijk realiseerden, zoals de hotels Marsily, Magée en van der Groen, toont de woning Engeringh een discrete art-nouveau-inslag in de detaillering. De schoonbroers Vaes en Coninck Westenberg waren vóór de Eerste Wereldoorlog gedurende een zestal jaar geassocieerd in een gezamenlijke praktijk, die een kantoor deelde met vader Richard Vaes in hun privé-tweewoonst in de Bosmanslei. De pittoreske architectuur onder invloed van de Engelse ‘Old English’-stijl, die traditionele en regionalistische stijlkenmerken koppelt aan een op huiselijkheid gerichte vernieuwing van de wooncultuur, is één van de hoofdstromingen in het werk van de jonge associés, naast het meer klassieke beaux-arts-burgerhuis.

Deze rijwoning in halfopen bebouwing, met een gevelbreedte van twee ongelijke traveeën aan de straat, omvat een souterrain en twee bouwlagen onder een complex zadeldak (leien). Het gebouw is opgetrokken uit rood baksteenmetselwerk in kruisverband, schaars verwerkt met witte natuursteen voor de sokkel en de kozijnen. Een gevelsteen in de voorgevel vermeld het bouwjaar 1911. Waar de rijkere cottagevilla’s van Vaes en Westenberg zoals gebruikelijk worden gekenmerkt door stijl- en regelwerk, berust het pittoreske karakter hier vooral op de afgewolfde geveltop boven de zijgevel, uitgevoerd in houtbeschot met een drielicht en windborden. In de voorgevel ligt de klemtoon op de brede zijtravee, die wordt gemarkeerd door de bow-window waarop een typische houten balkonborstwering, en de klimmende dakkapel met een driehoekig pseudo-fronton. Opmerkelijk is de oplossing van het hoekportaal onder de vorm van een open loggia, waarvan de waterlijst over de zijgevel is doorgetrokken. Glas in lood vult de houten windschermen van de loggia; de schoorsteen erboven rust op een art-nouveauconsole. Verder vertoont de gevelcompositie een vrij regelmatige opbouw met een rechthoekige deur en vensters, nog voorzien van het oorspronkelijke houten schrijnwerk. Ook het smeedijzer van de bordesleuning, het traliewerk en het voortuinhek is bewaard.

Volgens de bouwplannen wordt de plattegrond over de volledige breedte opgedeeld door het trappenhuis met bovenlicht in het centrum van de woning. Op de begane grond bevindt het ontvangstsalon zich aan de straatzijde, en de woonkamer met office en de veranda met overdekt terras aan de tuinzijde. De bovenverdieping en het dakniveau omvatten vermoedelijk een voor- en een achterkamer, met de zolder op de vliering. Het souterrain biedt ruimte aan de keuken, uitgerust met een keukenlift.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossier 1910#2266; vreemdelingendossiers 481#25052, 481#34295 en 481#61328.

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2012


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Burgerhuis in cottagestijl [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/7681 (Geraadpleegd op 12-08-2020)