erfgoedobject

Hoeve Hof te Bollebeek

bouwkundig element
ID
76822
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/76822

Juridische gevolgen

  • is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Hoeve Hof te Bollebeek
    Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009

  • is aangeduid als beschermd monument Hoeve Hof te Bollebeek
    Deze bescherming is geldig sinds 10-01-1980

  • is deel van de aanduiding als beschermd stads- of dorpsgezicht, intrinsiek Centrum Bollebeek
    Deze bescherming is geldig sinds 10-01-1980

Beschrijving

Typisch Brabantse hoeve met huidig gebouwenbestand opklimmend tot de zeventiende en achttiende eeuw. Het complex werd beschermd als monument bij Besluit van 10 januari 1980 en maakt bovendien deel uit van het bij Koninklijk Besluit van dezelfde datum beschermde dorpsgezicht in Bollebeek-centrum.

Historiek

In 1117 schonk hertog Godfried I van Brabant zijn allodium in Bollebeek, gegroeid uit een oud domein van de abdij van Nijvel, aan de circa 1096 opgerichte vrouwenabdij van Meerhem bij Lede, die in 1102 werd overgebracht naar Vorst bij Brussel. Zo kwam niet alleen het Hof van Bollebeek, centrum van het domein, in handen van de abdij, maar verwierf de abdij ook het patronaat van de parochiekerk en dit tot het einde van het ancien régime. De naam "Hof te Bollebeek" komt voor het eerst voor in een pachtbrief van 1438. Eeuwenlang oefende dit hof als één van de oudste bezittingen van de abdij van Vorst, een belangrijke impact uit op zijn omgeving. Bij het hof hoorde oorspronkelijk ook een inmiddels verdwenen watermolen. In loop van de zestiende eeuw werd een eerste stenen huis gebouwd, maar in 1684 werd het grootste deel van het complex door brand vernield; voortgaande op de "Cronicke van Vorst" werd in 1687 gestart met de heropbouw "den 9 april 1687 hebben wij beginnen bauwen op het pachthof te Bollebeke een nieuwe scheure, waegenhuys, stalleken ende vier nieuwe poorten ende het hof alsoo rontom gesloten". Tot op dat ogenblik was het een open hoeve, bestaande uit losse bestanddelen met strodaken en doorkruist door de baan naar Asse, zoals blijkt uit de kaart opgemaakt door Ph. De Dyn in 1632; bij de heropbouw door de abdij werd de baan verlegd en evolueerde het hof naar een gesloten complex met binnenplaats. In dezelfde periode werd het hof trouwens gesplitst in een "Groot Hof" (Hof te Bollebeek) en een "Nieuw Hof", het huidige Hof ter Heiden, Terheidenboslaan nummer 15; volgens de kronieken van Vorst werden beide hoven in 1687 op kosten van de abdij verbonden door een lange eikendreef. In 1704 werd het opnieuw door brand geteisterd, maar in 1706 was alles met uitzondering van de schuur en het wagenhuis hersteld.

Beschrijving

Gesloten, monumentaal hoevecomplex met een ruime, gekasseide binnenplaats, waarvan de oudste bestanddelen opklimmen tot de zeventiende eeuw. Het ensemble vertoont een onregelmatige vijfzijdige plattegrond met het woonhuis en een aansluitende stal ten zuidwesten, bijkomende stallen aan de zuid-, oost- en noordoostzijden en een monumentale schuur aan de noordwestzijde; de oorspronkelijk ommuurde moestuin en een poel liggen ten zuidwesten, en wel aan de buitenzijde van het gesloten complex, dat toegankelijk is via een eenvoudige, overluifelde poort in de noordelijke hoek tussen schuur en stal; in de houten latei staat het jaartal 1700 gegraveerd. Een tweede poort, de zogenaamde veldpoort, ligt in de westelijke hoek en gaf toegang tot de omliggende landbouwgronden. Het geheel bestaat uit verankerde, bakstenen gebouwen met gewitte gevels op gepikte plint onder aaneengesloten pannen zadeldaken, met uitzondering van het woonhuis dat wordt afgedekt door een steil leien zadeldak tussen aandaken met vlechtingen; voorts diverse dakvensters met houten luik en een duiventil. Centraal op de binnenplaats ligt de mestvaalt en ter hoogte van de woning staat een oude weegschaal.

Het woonhuis is groots opgevat en bestaat uit twee delen met links een gedeelte van vier traveeën en twee bouwlagen en rechts een gedeelte van vier traveeën en één, onderkelderde en verhoogde bouwlaag. Getraliede, rechthoekige vensters op lekdrempels van blauwe hardsteen met contrasterend ontlastingsboogje van baksteen; benedenvensters met sponning in het linkerdeel. Korfboogdeurtje in zandstenen omlijsting met kwarthol beloop en accoladevormige waterlijst met gotisch getinte bekroning, in de loop van de twintigste eeuw gedeeltelijk weggebroken voor een rondbogig heiligennisje van baksteen.

Naderhand werd het woongedeelte nog uitgebreid met haakse aanbouwsels tegen de overigens met grote vensters aangepaste achtergevel, ook hier sporen van vroegere zandstenen omlijstingen en een nog deels zichtbare zandstenen onderbouw; haaks aangebouwd bakhuisje. Interieurbezoek werd niet toegelaten.

De rechts aansluitende stal van vier traveeën vertoont nog sporen van vroegere vakwerkbouw in de vorm van houten standvinken en zichtbare ankerbalkkoppen; voorts rechthoekige muuropeningen onder een houten latei. Dit deel is van latere datum dan het woonhuis vermits er in de heden ingebouwde rechterzijgevel van de woning duidelijke sporen zijn van een gedicht venster in een zandstenen omlijsting; hieruit kan immers besloten worden dat de stal werd aangebouwd tegen een al bestaande constructie. Inwendig bleven een houten hijsrad en het gebint met pen- en gatverbindingen bewaard.

De grosso modo U-vormig ingeplante stallen aan de zuid-, oost- en noordoostzijden hebben rechthoekige, ten dele aangepaste muuropeningen onder houten lateien, op een aantal plaatsen met bewaarde zandstenen rechtstanden en contrasterende bakstenen ontlastingsboogjes. Verspreide, klimmende laadluiken. De zuidelijke, blijkbaar latere stal wordt gemarkeerd door een overkragend dak op daklijstbalkjes, zandstenen hoekblokken en een hoger oplopende middentravee met rondboogpoort. Aan veldzijde vertonen de stallen een vrij gesloten karakter met uitzondering van de veelvuldige lichtgleuven en kleine rechthoekige venstertjes. Inwendig zijn de stallen overdekt door bakstenen troggewelven tussen ijzeren I-balken.

De noordwestzijde wordt volledig ingenomen door de monumentale, tweebeukige langsschuur met talrijke lichtgleuven in de zijpuntgevels. In de noordelijke zijgevel zitten twee rondboogpoorten in een zandstenen omlijsting met sluitsteen en imposten met vermelding AN NO 16 87; de linkerpoort, de voormalige toegang tot het erf, is nu gedicht; de sluitsteen hier draagt een afbeelding van de abdissenstaf. Rechts een recent ingebrachte rechthoekige poort. Latere aanbouwsels tegen beide langszijden.

  • LOONENS M., Cronicke van desen clooster van Vorst t'sedert den jaere 1682, in Eigen Schoon en de Brabander, jaargang 86, nummer 3, 2003, p. 381-388.
  • SABLON P., Over hoeven en molens, in Ascania, Mollem-nummer, jaargang 23, nummers 3-4, 1980, p. 75-79.
  • VERBESSELT J., Het domein van de abdij van Nijvel te Bollebeek, in Eigen Schoon en de Brabander, jaargang 49, nummers 8-10, 1966, p. 293-325.

Bron     : Kennes H. 2005: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie Vlaams-Brabant, Gemeente Asse, Deelgemeenten Asse, Bekkerzeel, Kobbegem, Mollem, Relegem en Zellik,Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen VLB6, (onuitgegeven werkdocumenten).
Auteurs :  Kennes, Hilde
Datum  : 2005


Relaties

  • Is deel van
    Centrum Bollebeek

  • Is gerelateerd aan
    Hoeve Klein Hof te Bollebeek


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Hoeve Hof te Bollebeek [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/76822 (Geraadpleegd op 17-06-2021)