Parochiekerk Sint-Bavo

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Vlaams-Brabant
Gemeente Asse
Deelgemeente Zellik
Straat Kerklaan
Locatie Kerklaan zonder nummer, Asse (Vlaams-Brabant)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Asse (adrescontroles: 24-08-2007 - 24-08-2007).
  • Herinventarisatie Asse (geografische herinventarisatie: 02-05-2003 - 01-04-2004).
  • Inventarisatie Asse (geografische inventarisatie: 01-01-1975 - 31-12-1975).
Links

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Parochiekerk Sint-Bavo

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

is beschermd als monument Parochiekerk Sint-Bavo

Deze bescherming is geldig sinds 25-03-1938.

omvat de bescherming als cultuurhistorisch landschap Parochiekerk Sint-Bavo: kerkhof met omheiningsmuur
gelegen te Kerklaan 203 (Asse)

Deze bescherming is geldig sinds 25-03-1938.

Beschrijving

Laatgotische kerk, gelegen op een hoogte en omgeven door een ommuurd kerkhof, sinds 1937 buiten gebruik en vervangen door een nieuwe begraafplaats elders in de straat, zie straatinleiding. De kerk werd beschermd als monument, de omgeving met kerkhof en omheiningsmuur als landschap bij Koninklijk Besluit van 25 maart 1938.

Historiek

Al in 974 is er sprake van een kerkje, vermoedelijk van hout met een strodak, dat werd opgericht door de Sint-Baafsabdij van Gent en daardoor toegewijd aan Sint-Bavo. Het brandde af in 1431 en werd vervangen door een romaanse kerk die werd ingewijd op 20 december 1432. Dit nieuwe gebedshuis werd zwaar beschadigd tijdens de godsdiensttroebelen en ten gevolge hiervan gesloopt in 1648.

De huidige kerk werd gebouwd ten tijde van pastoor Cornelius Lambrechts in de periode 1659-1662, zie de niet meer zichtbare gedenkstenen in de linkerzijbeuk; de torenbasis van de oude kerk bleef bewaard. Pastoor Snijders liet in 1684 het gotische venster van de doopkapel verwijderen en vervangen door een renaissancevenster met een chronogram dat verwijst naar het jaartal 1659 toen begonnen werd met de bouw van de kerk. Op een tekening van 1717 bewaard in het Rijksarchief (RA. KP. nummer 4652 met reproductie in het werk van J. Verbesselt) is de kerk te zien met min of meer hetzelfde uitzicht als vandaag, met uitzondering van de toren die bovenaan telkens twee openingen vertoont in plaats van één en een niet ingesnoerde spits; het koor was duidelijk korter en lager dan het huidige dat werd toegevoegd in 1839; ook de vorm en het volume van de huidige sacristie wijken af, waaruit kan afgeleid worden dat ook dit gedeelte een latere toevoeging is.

In 1783, ten tijde van pastoor Reussens, werd de kerk hersteld, zie jaarsteen 1783 in de voorgevel en de vandaag niet meer zichtbare vermelding I(acobus) R(eussens) Pastoor rechts van de deur; in hetzelfde jaar werd een nieuwe kerkdeur geplaatst, zie jaartal op de makelaar. J. Verbesselt is van mening dat de tot dan toe bewaarde romaanse torenbasis samen met de voorgevel in 1783 grondig werd verbouwd. In 1835 werd in de kerk een gewelf aangebracht en in 1839 werd het huidige koor toegevoegd. In 1862-1863 werd de haag rondom het kerkhof vervangen door een bakstenen muur om te voorkomen dat de opgehoogde aarde zou afkalven. Hoewel op foto's van 1893 van het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium nog niet zichtbaar, werd volgens literatuurbronnen in 1892 een ruimte gebouwd ten noorden van het koor vermits de bestaande sacristie ten zuiden te klein was geworden; deze laatste zou tegelijkertijd aangepast zijn met nieuwe vensters en een plat dak. Algemene restauratie in 1896-1897 naar ontwerp van architect Florent Van Roelen (Brussel) van 1894: deze werken omvatten het opvoegen van de buitenmuren, het herstel van de daken en de vervanging van de dakgoten, reconstructie van de steunberen en herstel van de sacristietrap. Voortgaande op de briefwisseling van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen en een aantal bewaarde plannen werd een nieuwe restauratiecampagne uitgevoerd in de periode 1969-1972 onder leiding van architect Simon Brigode en in het begin van het tweede millennium werden restauratie- en herstellingswerken gerealiseerd naar ontwerp van architect Emiel Van Lembergen (Opwijk) van 1991. Deze werken, aangevat op 3 september 2001 en beëindigd op 31 juli 2002, bestonden onder meer uit het herstellen van de goten en de draagstructuren, een behandeling tegen opstijgend vocht en het afschermen van de galmgaten.

Het kerkhof is sinds 1937 buiten gebruik; slechts een beperkt aantal grafzerken bleef bewaard. In 1931 werden de kerkhofmuur en de trap gereconstrueerd door architect Vanden Driessche in klampsteen

Beschrijving

Georiënteerde, laatgotische hallenkerk, volledig opgetrokken uit zandsteen onder gecombineerde leien zadeldaken. De plattegrond vertoont een driebeukig schip van drie traveeën met ingebouwde westtoren, links geflankeerd door een bergruimte, rechts door de doopkapel, een licht uitspringend pseudo-transept, twee traveeën breed met vlakke sluiting en een rechthoekig koor met driezijdige sluiting; flankerende rechthoekige zijkoren van één travee met vlakke sluiting; sacristie ten zuiden en ten noorden de uitbreiding van 1892. De westgevel met versneden hoeksteunberen wordt vooral gedomineerd door de sterk verankerde, vierkante westtoren van vier ongelijke geledingen onder ingesnoerde, leien naaldspits. Verschillen in het metselverband en het coloriet van het bouwmateriaal verwijzen duidelijk naar vroegere herstel- en verbouwingswerken; literatuurbronnen spreken in dit verband ook van het behoud van de romaanse torenbasis. Het vrij massieve karakter wordt slechts doorbroken door een gedrukte rondboogpoort in een geprofileerde omlijsting, ingeschreven in een rechthoekige; onder de rechterimpost zit een nieuw ingebrachte jaarsteen 2002 als herinnering aan de recente restauratiecampagne; hogerop een verdiept rondboogvenster en een gevelsteen met vermelding "RESTAURA/ TUM ANNO/ 1783", duidend op de herstelwerken ten tijde van pastoor Reussens, jaartal dat trouwens herhaald wordt in de deurmakelaar; de derde geleding wordt geopend door vier, rondbogige galmgaten, aan elke zijde één, onder omlopende waterlijst en jaarsteen 1662 in de westzijde, verwijzend naar het einde van de bouw.

Het schip dat geritmeerd wordt door versneden steunberen, vertoont in de zuidelijk westtravee een renaissancistisch venster in de zuidgevel, als resultaat van een ingreep van de toenmalige pastoor Snijders die in 1684 het gotische venster van de doopkapel liet verwijderen en vervangen door het huidige met chronogram "aVe eLeCta DeI Mater aeternI regIs porta nobIs patens esto" dat verwijst naar het jaartal 1659 toen begonnen werd met de bouw van de kerk; het gaat hier om een rondboogvenster in geprofileerde zandstenen omlijsting met sluitsteen en imposten, gevat tussen voluutvormige vleugelstukken en bekroond door een driehoekig fronton en vermelde gevelsteen met chronogram. De als dwarskapellen uitgewerkte zijbeuken hebben tuitgevels die geopend worden door eenvoudige spitsboogvensters zonder maaswerk onder een omlopende waterlijst die ook doorloopt over het transept en de zijkoren waarvan het uitzicht volledige aansluit bij dat van de zijbeuken. De derde travee aan de zuidelijke zijde toont duidelijke bouwsporen van een gedichte deur, terwijl de zuidelijke transeptarm in de top het jaartal 1659 bevat (aanvang bouw).

In tegenstelling tot de rest van de kerk is het vrij gesloten koor met uitzondering van de zandstenen hoekkettingen, volledig bepleisterd en beschilderd en vormt hiermee een duidelijke verwijzing naar de latere toevoeging in 1839, zie ook de gevelsteen "ME FT./ I.DE.MA.SENER./ ANNO 1839."; eenvoudige steekboogvensters ter verlichting, in de noordzijde in een geprofileerde omlijsting met sluitsteen, guttae en waterlijst. Tegen de kopgevel van het koor is er een overluifelde, heden lege rondboognis die voorheen en dit tot circa 1950 de symbolische voorstelling van het "vagevuur" bevatte; een bewaard fragment ervan hangt vandaag in de kerk.

Interieur

Het bepleisterde en beschilderde interieur vertoont een andere indeling dan het exterieur laat vermoeden: de rondboogarcade op zandstenen zuilen met achtzijdige sokkel en lijstkapiteel telt vier traveeën en loopt derhalve door over de pseudo-transeptarmen; de middenbeuk heeft een bepleisterd tongewelf met verzwakte gordelbogen; de zijbeuken en het transept zijn geplafonneerd en versierd met stucwerkpanelen, rijker uitgewerkt en voorzien van initialen in de pseudo-transeptarmen, laatstgenoemd vooral in de zuidelijke arm die in de oostwand bovendien een gotisch geprofileerd, heden gedicht deurtje naar de sacristie bevat. De eiken binnendeur naar de doopkapel dateert uit het derde kwart van de 18de eeuw, bevat een paneel met Jezusmonogram en is gevat in een natuurstenen rondboogomlijsting.

Mobilair

Schilderkunst: Jezus aan het kruis, Vlaamse School, 18de eeuw; Tenhemelopneming van Maria, C. Stevens, tweede kwart n19de eeuw.

Beeldhouwkunst: gotisch, houten beeld van Jezus aan het kruis, 15de eeuw, vernieuwd kruis; fragment Vagevuur, gedecapeerd hout, J.B. Du Ray, einde 18de eeuw; gepolychromeerde houten beelden Sint-Bavo, Heilige Blasius, Heilige Quirinus van Neuss en Heilige Barbara, 19de eeuw.

Meubilair: portiekaltaar, gemarmerd hout, circa 1839; deels ontmanteld koorgestoelte, eik, eerste helft 17de eeuw; preekstoel, bewaard in gedemonteerde toestand en verspreid over de kerk, eik, 1715; eiken biechtstoelen van circa 1625; orgel van 1916, Van Bever. Diverse grafstenen van de 16de tot de 19de eeuw.

  • Administratie Ruimtelijke Ordening, Huisvesting, Monumenten & Landschappen, Afdeling Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumentenzorg Vlaams-Brabant, Monumenten en Landschappen, Dossier Sint-Bavokerk.
  • Administratie Ruimtelijke Ordening, Huisvesting, Monumenten & Landschappen, Monumenten en Landschappen Brussel, Archief Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, plannen Sint-Bavokerk Zellik.
  • COEKELBERGHS D., JANSEN J. en JANSSENS W., Fotorepertorium van het meubilair van de Belgische bedehuizen. Provincie Brabant. Kanton Asse, Brussel, 1979, p. 48-50.
  • FAUCONNIER A. en ROOSE P., Het historisch orgel in Vlaanderen, deel 2a, Brussel, 1975, p. 460-461.
  • SCHOONJANS F., De St.-Bavokerk te Zellik, in Ascania, jaargang 33, nummers 3-4, 1990, p. 105-107.
  • SCHOONJANS F., Kijk- en leesboek over Zellik, Zellik, 1976, p. 48-61.
  • VAN HAVER J., Het "vagevuur" van de Sint-Bavokerk in Zellik, in Ascania, jaargang 45, nummer 1, 2002, p. 21-23.
  • VAN NIEUWENBORGH J., Geïllustreerde inventaris van het kunstpatrimonium in Asse. Deel IV. Zellik, Asse, 1986.
  • VERBESSELT J., Het parochiewezen in Brabant tot het einde van de dertiende eeuw. Deel IV. Tussen Zenne en Dender III, Pittem, 1965, p. 247-290.

Bron: Kennes H. 2005: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie Vlaams-Brabant, Gemeente Asse, Deelgemeenten Asse, Bekkerzeel, Kobbegem, Mollem, Relegem en Zellik,Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen VLB6, (onuitgegeven werkdocumenten).

Auteurs: Kennes, Hilde

Datum tekst: 2005

Alle teksten

Relaties

maakt deel uit van Kerklaan

Kerklaan (Asse)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.