erfgoedobject

Atelier van Decoratieve Kunst Gussenhoven & Van Wijck

bouwkundig element
ID: 7726   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/7726

Juridische gevolgen

Beschrijving

Complex in art-nouveaustijl, dat uit twee gekoppelde burgerhuizen en een kunstnijverheidsatelier bestaat, naar een ontwerp door de architect Jan Jacobs uit 1907. Opdrachtgevers waren Joseph Dominique Marie (Jozef) Gussenhoven (Rotterdam, 1874-1952) en Jacobus Johannes Wilhelmus (Jaak) van Wijck (Ginneken, 1870-Antwerpen, 1946), vennoten in het Atelier van Decoratieve Kunst Gussenhoven & Van Wijck, dat hier tot 1949 gevestigd was. Van Nederlandse afkomst, kregen beiden hun opleiding aan de academie van Antwerpen. De productie van het atelier bestond uit gebrandschilderde en glas-in-loodramen, muurschilderingen, tegeltableaus en mozaïeken.

Jozef Gussenhoven bewoonde met zijn echtgenote Jeanne Vreugde en hun gezin het rechter pand (nummer 30), Jaak van Wijck met zijn echtgenote Reine Schoeters het linker pand (nummer 32). Achter de woningen bevond zich hun gemeenschappelijke atelier. In de voorgevel en het interieur van het gebouw zijn mozaïeken, gebrandschilderde, glas-in-loodramen en tegeltableaus verwerkt, die aan het Atelier van Decoratieve Kunst Gussenhoven & Van Wijck zijn toe te schrijven.

Het complex Gussenhoven & Van Wijck maakt deel uit van het vroege oeuvre van Jan Jacobs, die omstreeks 1900 zijn debuut maakte als architect, en zich vóór de Eerste Wereldoorlog liet opmerken met woningen in sobere art-nouveaustijl. Het gebouw is verwant met de woning Jansen eveneens uit 1907 aan de Arthur Goemaerelei. Uit deze periode dateren ook meerdere landhuizen in Engels geïnspireerde cottagestijl, zoals de “Eikenhoeve” en het "Hof ter Vijvers" te Kapellen. Tijdens de jaren 1920, aanvankelijk in associatie met de architect Paul Smekens, ontwikkelde Jacobs een stijlvolle, zakelijke art-decostijl, waarvan het appartementsgebouw "Résidence La France" aan de Jan Van Rijswijcklaan en het kantoorgebouw Compagnie Nationale d’Eclairage aan de Louiza-Marialei als meest representatieve voorbeelden gelden. Vanaf de jaren 1930 zette de architect, die vermoedelijk tot in de jaren 1950 actief bleef, de stap naar een meer uitgesproken modernisme. Een belangrijk aandeel in zijn architectuurproductie betreft gebouwen voor infrastructuur en nijverheid.

Met een gevelbreedte van drie/vijf traveeën, omvat de rijwoning drie bouwlagen, volgens de bouwplannen onder een zadeldak, vandaag onder een pseudo-mansarde. De lijstgevel heeft een parement uit rood baksteenmetselwerk van variabele tint in kruisverband, met gebruik van witte natuursteen voor de ruw geboste pui, lateien, hoekblokken en waterlijsten, en blauwe hardsteen voor de plint en lekdrempels met spuwer. Geleed door de puilijst en axiaal van opzet, legt de compositie de klemtoon op de bel-etage. Deze wordt gemarkeerd door twee driezijdige houten erkers met afdak, geflankeerd door zijlichten met een mozaïek in het boogveld. Deze laatste stellen tekens van de dierenriem voor: links Stier en Leeuw, rechts Maagd en Waterman, wellicht de sterrenbeelden van de opdrachtgevers en hun echtgenoten. De gekoppelde inkomportalen van beide woningen, die de middenas accentueren, worden bekroond door een boogveld met waterlijst waarin oorspronkelijk de firmanaam van het atelier Gussenhoven & Van Wijck was aangebracht. Register van rechthoekige vensters met ontlastingsboog op de tweede verdieping, in de middenas onderbroken door een met meerkleurig mozaïek beklede rondboognis. Een omlijste blinde fries, wellicht bedoeld voor een mozaïek- of tegeldecor, en een vernieuwde kroonlijst vormen de gevelbeëindiging, gevat tussen hoger oplopende postamenten met topstuk. Bewaard houten schrijnwerk van de inkomdeuren en vensters, op de bovenverdieping inclusief het loodglas met gebrandschilderde medaillons. De lage inkomdeur uiterst rechts werd later toegevoegd.

De plattegrond van beide gespiegelde woningen beantwoordt aan de typologie van de bel-etagewoning, die over de volledige breedte wordt opgedeeld door de centraal ingeplante traphal met bovenlicht.

Het atelier vormt een drie traveeën brede constructie van drie bouwlagen onder een pseudo-mansarde. Oplopende laadluiken markeren de middenas, hoge atelierramen en een beglaasd dakvlak de topgeleding.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossier 1907#111.
  • VANHOVE B. 1978: De Art Nouveau-architectuur in het Antwerpse: een doorsnede, onuitgegeven licentiaatsverhandeling Rijksuniversiteit Gent, 60.

Bron     : -
Auteurs : Braeken, Jo
Datum  : 2017


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Atelier van Decoratieve Kunst Gussenhoven & Van Wijck [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/7726 (Geraadpleegd op 24-05-2019)