erfgoedobject

Moederhuis

bouwkundig element
ID: 7727   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/7727

Juridische gevolgen

  • is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Moederhuis
    Deze vaststelling is geldig sinds 29-03-2019

Beschrijving

Kraamkliniek in eclectische stijl gebouwd in opdracht van het Bestuur den Burgerlijke Godshuizen, naar een ontwerp door de ingenieur-architect Walter Van Kuyck. Het voorontwerp dateert uit 1905, het definitieve ontwerp uit 1906, en het gebouw werd ingehuldigd op 15 september 1909. Het Moederhuis vervoegde een cluster van openbare zorginstellingen in het bouwblok begrensd door de Lange Lozanastraat, de Van Schoonbekestraat en de Vinkenstraat, waartoe verder het Gesticht Bogaerts-Torfs (1872, gesloopt) en het Ouderlingentehuis (1876, gesloopt) behoorden, en dat in 1930 werd aangevuld met het Godshuis P. Creutz. In 1968 heringericht tot bejaardentehuis "Romi Goldmuntz", is het gebouw vandaag onderdeel van het Woonzorgcentrum Lozanahof.

Het Moederhuis behoort tot het vroege oeuvre van Walter Van Kuyck, die in 1901 debuteerde met het neotraditionele "In Het Huwelijksbootje" aan de Grote Markt. Zijn oeuvre bestond vóór de Eerste Wereldoorlog hoofdzakelijk uit burgerhuizen, stadsvilla's en landhuizen in stijl variërend van cottage en gematigde art nouveau, tot de klassiek geïnspireerde beaux-arts van de eigen woning in de Jan Blockxstraat, of het monumentale woon- en handelspand Coetermans uit 1906 op de hoek van Leysstraat en Jezusstraat, zijn belangrijkste realisatie tot dan. Zijn sleutelwerk uit het interbellum is de imposante Koloniale Hogeschool in art-decostijl aan de Middelheimlaan.

Het hoofdgebouw van het complex is opgetrokken op een oorspronkelijk U-vormige plattegrond, die door een dwarsvleugel wordt opgedeeld in twee binnenhoven. Aan de westzijde bevindt zich de vrijstaande kapel annex lijkenhuisje; de vroegere afzonderingsvleugel aan de zuidzijde werd gesloopt voor latere uitbreidingen die het tweede binnenhof volledig afsluiten.

De hoofdvleugel aan de Vinkenstraat met een gevelbreedte van elf traveeën telt twee bouwlagen onder een schilddak; de veertien traveeën lange secundaire vleugels en de zes traveeën brede dwarsvleugel die de binnenhoven omsluiten omvatten slechts één bouwlaag onder een schilddak. De constructie bestaat uit rood baksteenmetselwerk in kruisverband met knipvoegen, gebruik van blauwe hardsteen voor de plint en lekdrempels, witte natuursteen voor speklagen, sluit- en kraagstenen, hoekblokken, waterlijsten, verluchtingsroosters, steigergaten, consoles en dakkapellen, en ijzeren I-balken met rozetten voor de lateien. Vermoedelijk zijn de vloerplaten uitgevoerd in gewapend beton. De hoofdvleugel onderscheidt zich door een rijkere uitwerking van monumentale allure, de secundaire en dwarsvleugels rond de binnenhoven zijn eenvoudig van opzet. Het gevelfront beantwoordt aan een volkomen symmetrische compositie gemarkeerd door het drie traveeën brede middenrisaliet met het inkomportaal, en de zijrisalieten. Geritmeerd door kolossale pilasters, beantwoordt de opstand aan een regelmatig ordonnantieschema, opgebouwd uit registers van rechthoekige muuropeningen op de begane grond, en getoogde bovenvensters, met omlijste verluchtingsroosters in de borstwering. Een klassiek hoofdgestel met een architraaf op kraagstenen, een fries met steigergaten, en een gekorniste houten kroon- en tandlijst op gekoppelde voluutconsoles vormt de gevelbeëindiging; dakkapellen met klauwstukken, pilasters, entablement en fronton boven het middenrisaliet, in de derde en negende travee. Houten inkomdeur en vensters; smeedijzeren keldertralies. Ten westen aanpalende inrijpoort met aanplakborden op de pijlers en een smeedijzeren hek.

Volgens de bouwplannen boden de vleugels rond het eerste binnenhof op de begane grond ruimte aan de centrale vestibule met conciërgeloge, de woning van de vroedvrouw, consultatiekabinetten, kamers voor betalende patiënten, de keuken, een labo, de verlos- en operatiekamer, en isolatiekamers. De vleugels rond het tweede binnenhof herbergden elk een ziekenzaal van twintig bedden, met sanitair in een annex aan het uiteinde.

De neogotische kapel annex lijkenhuisje vormt een tweeledige constructie, opgetrokken uit rood baksteenmetselwerk in kruisverband, met gebruik van witte natuursteen voor de plint, speklagen, kraag- en dekstenen, deur- en vensteromlijstingen, maaswerk en kozijnen. De hogere, eenbeukige kapel van twee traveeën onder zadeldak met aandaken, onderscheidt zich aan de zuidzijde door een tuitgevel met schouderstukken, en spitsboogportaal gevat in een spitsbogig spaarveld, en een smeedijzeren kruis als topstuk. Twee brede spitsboogvenster met maaswerk doorbreken de oostelijke zijgevel. Het lijkenhuisje is gehuisvest in een lagere annex van drie traveeën onder een schilddak, die ten noorden tegen de kapel aanleunt. Kruiskozijn en twee deuren in de oostgevel. Blinde noord- en westgevels.

  • Stadsarchief Antwerpen, archieven Van Kuyck KUYCK#116.

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2017


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Moederhuis [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/7727 (Geraadpleegd op 15-12-2019)