Parochiekerk van de Heilige Kruisverheffing en de Heilige Jozef

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie West-Vlaanderen
Gemeente Brugge
Deelgemeente Sint-Kruis
Straat Moerkerkse Steenweg
Locatie Moerkerkse Steenweg 192, Brugge (West-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Brugge (adrescontroles: 01-11-2007 - 30-11-2007).
  • Inventarisatie Brugge - Deelgemeente Sint-Kruis (geografische inventarisatie: 01-09-2003 - 31-12-2005).

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Parochiekerk van de Heilige Kruisverheffing en de Heilige Jozef

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

Beschrijving

Moerkerkse Steenweg nummer 192. Georiënteerde parochiekerk van de Heilige Kruisverheffing en de Heilige Jozef.
Vroeg voorbeeld van rijpe neogotiek. Centrale en vrij geïsoleerde ligging op een verhoogde site in de dorpskern, omgeven door straten met enerzijds handelsfunctie en anderzijds een scholencomplex: Moerkerkse Steenweg en Boogschutterslaan, respectievelijk ten zuiden en ten noorden. Knooppunt van een aantal straten die reeds aanwezig zijn op de kaart van Marcus Gerards (1562): Schaakstraat aan de zuidzijde, Julius Delaplacestraat aan de westzijde en Polderstraat aan de oostzijde. Ten zuiden en ten oosten omringd door een deels gesaneerd kerkhof. Autoparking in betonklinkers aan de noordzijde. Kerk- en verstedelijkt dorpsplein aan de westzijde.
850-950: vermoedelijke stichting van de domaniale parochie Sint-Kruis vanuit de parochie Sijsele
1089: oudste betrouwbare vermelding van een domaniale kapel gewijd aan Sancta Crucis, gelokaliseerd langsheen de voormalige Romeinse route van Oudenburg naar Aardenburg, gelegen op het domein Gera en geplaatst onder de jurisdictie van het kanunnikenkapittel van de Brugse Sint-Donaaskerk
1183: in een vergunningsbrief van Filips van de Elzas is sprake van de kapel van Sint-Kruis
1194: gravin Margareta I van de Elzas wordt tijdelijk begraven in de kerk van Sint-Kruis
1275: de grenzen van het Brugse schependom worden vastgelegd: de kerk ligt binnen de Brugse Paallanden en valt onder het gezag van de heerlijkheid van Sint-Donaas
13de eeuw: oudst gekend gebruik van een kerkhof op de site cf. grafvondsten in de 19de en 20st eeuw
1297-1300: aanleg van de tweede stadsomwalling rond Brugge, dwars door de parochie Sint-Kruis
1333: vermelding van de kerkhofmuur waaraan een woning van een kluizenares is gebouwd
1383: vernieling van de eerste kerk door de Gentenaars; kort nadien bouw van een tweede, kruisvormige en gotische kerk met zware westtoren, middenschip, transept en noordbeuk
Eind 15de - begin 16de eeuw: tekening van de tweede kerk op een anoniem geschilderd plan van Brugge
1562: Marcus Gerards tekent de tweede kerk op zijn stadsplan van Brugge
Derde kwart van de 16de eeuw: tekening van de tweede kerk op de kaart van Jacob van Deventer
1566: prediking door calvinisten op het kerkhof
1571: Pieter Pourbus tekent de tweede kerk op zijn kaart van het Brugse Vrije
1574: Pieter Pourbus tekent de tweede kerk op zijn kaart van de Wateringen van den Broeck en Moerkerke-Zuid-over-de-Lieve
1577: de Brugse stadsmagistraat geeft bevel tot sloop van de tweede kerk
1585: op basis van de restanten wordt de tweede kerk heropgebouwd
1612: bouw van de derde kerk
1614: inwijding van de derde kerk door bisschop C.F. de Rodoan
1652: toevoeging van een zuidbeuk
1668: opsplitsing van de parochies Sint-Kruis en Sint-Anna
1690 en 1719: J. Lobbrecht tekent de derde kerk op zijn kaarten van Brugge met de Paallanden
1770-1778: aanduiding van de derde kerk op de Ferrariskaart
1784: keizer Jozef II verbiedt om nog binnen de stadsmuren te begraven, waardoor het plattelandskerkhof van Sint-Kruis een toevluchtsoord voor de welgestelde Brugse burgerij en aristocratie wordt
1793: op een gravure met de vluchtende bisschop F. Brénart staat de kerk met portaal, transept, zuidbeuk en klokkentorentje afgebeeld
1842: aanduiding van de kerk op de P.C. Poppkaart
1848: ontwerp door J.B. Bethune van het grafmonument Dezitter - Pottevyn
1849: ontwerp van T.H. King van het grafmonument Roskell – Kaye en bouw van het neoclassicistisch grafmonument de Carnin de Staden, toegeschreven aan P.F. Buyck
1851: datering van de plannen naar ontwerp van architect P.N. Croquison; omwille van plaatsgebrek en een te kleine klokkentoren voldoet de bestaande kerk niet meer aan de behoeften; de kerkfabriek kiest voor een volledige nieuwbouw, met een ligging meer naar het westen, omdat de bestaande muren en het dak in een te slechte staat zijn, de kerk te laag ligt ten opzichte van het omliggende kerkhof en omwille van de architecturale stijleenheid.
1854 en 1862: baron A. de Peellaert aquarelleert de derde kerk en het omliggende kerkhof
1853: eerstesteenlegging van de vierde kerk door bisschop J.B. Malou
1855: inwijding van de kerk door deken P.J. Tanghe
1856: voltooiing van de nieuwe kerk en afbraak van de voorgaande kerk
1874: bij het graven van een grafkelder wordt een graf met schilderingen uit circa 1300 gevonden
1879: ontwerp van J.B. Bethune voor het neogotisch grafmonument Sutton (thans verwijderd)
1931: aanbouw van een nieuwe sacristie in art deco naar ontwerp van architect M. Allaert
1948 en 1965: vondsten van middeleeuwse graven
Jaren 1960 en 1970: opeenvolgende verkleining van het kerkhof door gedeeltelijke sanering, met aanleg van de parking ten noorden van de kerk en de verbreding van de omliggende straten
1966: volledige witbeschildering van het gepolychromeerde interieur
1987-1995: gedeeltelijke, neogotiserende polychromering van het interieur
2000: inhuldiging van het kunstwerk In hoc signo vinces, uitgevoerd door J. Boudens

Plattegrond. Portaal onder westtoren, geflankeerd door doop- en rouwkapel. Doorgangen tussen portaal en kapellen naar kleine ruimten en trap naar doksaal en toren. Schip van drie traveeën, pseudo-transept, okselkapellen van één travee, koor van drie traveeën en driezijdige apsis. Koor ingebouwd door stookplaats en sacristie. In 1931 aangebouwde grotere sacristie ten zuidoosten van sacristie, nu weekdagkapel.

Materialen. Geelkleurige baksteenbouw gecombineerd met arduin voor dorpels, afzaten en druipstenen en kalkzandsteen in de vensteropeningen. Euville-steen voor deur- en vensteropeningen van de aangebouwde sacristie. Interieur volledig bepleisterd, samengestelde pijlerbasementen in arduin en vloer in Basècles-tegels. Geheel onder zadel- en lessenaarsdaken met leien bedekt en voorzien van uilendaken.

Exterieur
Voorgevel. Symmetrisch opgebouwde westgevel met centraal geplaatste klokkentoren op vierkant grondplan. Sterke verticale werking door meermaals verjongende steunberen aan de zijkanten van elke travee. Arduinen druipstenen ter hoogte van de verjongingen. Geprofileerd spitsboogportaal met houten poort en arduinen bovendorpel waarop calvariebeelden in beschilderde terracotta staan. Torengevel opengewerkt door opstapeling van geprofileerde en ongelijke spitsboogopeningen met maaswerk en druiplijst. Ter hoogte van de klokken aan vier zijden telkens spitsbogige bifora als galmgaten. In wimbergen geplaatste torenuurwerk. Achtkantige torenspits met leien bedekt, voorzien van vier dakkapellen met raamopeningen, smeedijzeren fioelen en monumentaal torenkruis. Zijtraveeën met puntgevel en arduinen kruis. Gevelvlak, telkens opengewerkt met geprofileerde spitsboogopening, waarin maaswerk. In de geveltop telkens een geprofileerde, driehoekige en blinde gevelopening.
Zijgevels. Gevels van zijbeuken geritmeerd door verjongende steunberen waartussen vier traveeën, elk met een geprofileerde spitsboogopening voorzien van ongelijk maaswerk. Lichtbeuk met lisenen en per travee gekoppelde en geprofileerde lancetvensters, doorgetrokken in zijgevels van transept. Transeptgevels met puntgevel, opengewerkt met geprofileerde spitsboogopening waarin maaswerk. Koor en apsis opengewerkt met een geprofileerde spitsboogopening per travee, waarin maaswerk. Smeedijzeren kruis op het dak boven apsis, in het dak een luikopening. In de zijgevels zijn grafstenen aangebracht. Vensteropeningen van later aangebouwde sacristie beveiligd met sierlijk smeedwerk in art deco. Tegen apsis aangebracht calvariekruis met 18de-eeuws houten Christusbeeld, onder baldakijn.

Interieur
Architectuur. Driebeukige, georiënteerde kruiskerk van het basilicale type. Schip met tweeledige opstand. Geprofileerde spitsbogenarcade op bundelpijlers. Schalken voorzien van samengestelde knopkapitelen waarop de gewelfribben steunen. Gepleisterde gewelven. Ter hoogte van lichtbeuk per travee gekoppelde lancetvensters. Transept met zwaardere vieringpijlers. Gewelf van transept, koor en apsis eveneens voorzien van schalken met knopkapitelen en gewelfribben.
Mobilair. 16de-eeuwse renaissancistische memoriesteen in noordbeuk. Classicistische doopvont uitgevoerd door E. Feys (1790-95). J.B. Bethune maakte neogotische ontwerpen voor preekstoel (uitvoering M. Abeloos 1860), hoogaltaar (uitvoering M. Abeloos 1861), brandglasramen in apsis voorstellende profeten, stamboom van Jezus en apostelen (atelier Bethune 1864), Maria-altaar (uitvoering M. Abeloos 1866), tabernakel (atelier A. Bressers - L. Blanchaert 1866), brandglasramen in koor voorstellende aartsvaders en heiligen (atelier Bethune 1867), Sint-Jozefaltaar (H. Pickery 1869), koorgestoelte (uitvoering Charles Van Robays 1872). Kruiswegstaties en disbank van F. De Vriendt (1875). Neogotisch beeld van Onze-Lieve-Vrouw-met-kind uit atelier A. Bressers en L. Blanchaert (1871). P. Schyven-orgel uit 1895, in 1988 verbouwd. Na volledige witbeschildering in 1966 wordt het interieur in de jaren 1980 en 1990 voorzien van een neogotiserende polychromie.

Kerkhof. Langs de zuidelijke, oostelijke en deels noordelijke zijde is het kerkhof begrensd door een bakstenen kerkhofmuur met arduinen dekstenen (20ste eeuw). Smeedijzeren lijkhekken op de zuidwesthoek van het grotendeels begraasd kerkplein, bakstenen hekkenpijlers (19de eeuw) elk bekroond met arduinen bol. Kerkhof omzoomd met onder meer linden. Monumentale taxusboom ten noorden van de kerk nabij de graven van de bouwpastoors A.G. Van Haverbeke en F. Verstraete (tweede helft 19de eeuw).

Hoofdzakelijk arduinen grafmonumenten uit de 19de en 20ste eeuw. Opvallende aanwezigheid van graven van belangrijke families en personen, onder meer Gilliodts, Vermeulen, Van Outryve d’Ydewalle, De Peñaranda, De Schietere de Lophem, Gillès de Pélichy, De Maleingrau d’Hembise, Visart de Bocarmé, Van de Walle de Ghelcke en de gouverneurs A. Ruzette en L. Janssens de Bisthoven. Tevens graven van Engelsen uit de 19de-eeuwse, in Brugge wonende katholieke kolonie. De kunsthistorisch belangrijkste monumenten zijn de neogotische graven van ‘Dezitter-Pottevyn’ naar ontwerp van J.B. Bethune (1848), uitgevoerd door K. Geerts, van ‘Roskell-Kaye’ naar ontwerp van T.H. King (1849) en het neoclassicistisch graf van de grafelijke familie de Carnin de Staden, toegeschreven aan P.F. Buyck. Grafkapel van de familie De Rycker-Valckenaere en verzameling van gietijzeren kruisen ten zuiden van de kerk.
Op het kerkplein staan twee monumenten in witsteen ter herdenking aan beide Wereldoorlogen, geplaatst voor een omvangrijke hulststruik. Monument voor de Eerste Wereldoorlog van de Brugse beeldhouwer Gustaaf Pickery, ingehuldigd in 1919. Beeldhouwwerk met voorstelling van de Maagd van België met palmtak over een gesneuvelde soldaat en op de achtergrond buste van de gefusilleerde Sint-Kruisenaar Julius Delaplace.

  • DENDOOVEN K., De neogotische H. Kruisverheffingskerk te Sint-Kruis. Een vroeg voorbeeld van rijpe neogotiek naar ontwerpen van P.N. Croquison en J.B. Bethune, 2000 (onuitgegeven licentiaatsverhandeling).
  • DENDOOVEN K., Croquison versus Buyck omtrent de bouw van de neogotische H. Kruisverheffingskerk te Sint-Kruis, in Brugs Ommeland, jaargang 40, nummer 4, 2000, pagina's 207-221.
  • DENDOOVEN K., DUYCK R., KEMEL Y. en andere, De kerk van de H. Kruisverheffing in Sint-Kruis. Een vroeg voorbeeld van rijpe neogotiek, Sint-Kruis, 2003.
  • DUYCK R., Sint-Kruis, geschiedenis van de Brugse rand, Brugge, 1987, pagina's 28-33.
  • DUYCK R., De kerk van de Heilige Kruisverheffing–Sint-Jozef te Sint-Kruis, in Kontaktblad Gidsenbond Brugge & West-Vlaanderen, jaargang 21, nummer 6, 2000, pagina's 92-105.
  • TANGHE G.F., Beschryving van Sint-Kruis, Brugge, 1856, pagina's 39-43.
  • VAN CLEVEN J., Twee neogotische graftekens onder invloed van A.W.N. Pugin op de begraafplaats van Sint-Kruis-Brugge, in Gentse bijdragen tot de kunstgeschiedenis, 26, 1981-84, pagina's 45-58.

Bron: Gilté S. & Van Vlaenderen P. met medewerking van Dendooven K. 2005: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Brugge, Deelgemeente Sint-Kruis, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL21, (onuitgegeven werkdocumenten).

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Moerkerkse Steenweg

Moerkerkse Steenweg (Brugge)

U kunt deze pagina citeren als:

Agentschap Onroerend Erfgoed 2017: Parochiekerk van de Heilige Kruisverheffing en de Heilige Jozef [online], https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/77424 (geraadpleegd op ).
Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.