erfgoedobject

Monumentaal ensemble van Ernest Dieltiëns

bouwkundig element
ID: 7760   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/7760

Juridische gevolgen

Beschrijving

Het monumentale ensemble dat het hoekhuis Wolfstraat/Nottebohmstraat, veertien rijwoningen in de Wolfstraat en één woning in de Nottebohmstraat omvat, werd in 1891 ontworpen door Ernest Dieltiëns in opdracht van mevrouw Douairière André Nottebohm, wonende op de Quinten Matsijslei.

Zij was de weduwe van André Gaspard Nottebohm, een zoon van Diederich Wilhelm Nottebohm (1787-1871). Deze laatste had zich in 1811 samen met zijn oudere broer Johann Abraham Nottebohm (1783-1866) vanuit het Duitse Bielefelt (Westfalen) in Antwerpen gevestigd. In 1817 richtten zij de firma Gebroeders Nottebohm Frères op met zetel in de Mutsaertstraat, die zich toelegde op de koloniale handel met name in graan, rijst, koffie en leder. Het bedrijf dat sinds 1852 over een rijstpellerij beschikte en betrokken was bij de uitbouw van trans-Atlantische pakketbootdiensten, werd in 1882 overgenomen door Albert de Bary & C°. De familie Nottebohm ontwikkelde een lange traditie in het kunstmecenaat en de filantropie.

Ernest Dieltiëns, de architect waarmee de douairière hier in zee ging, is één van de meest productieve bouwmeesters in Zurenborg, bekend om zijn ensembles waarin neoclassicistische gevels gecombineerd worden met kleurrijke bakstenen gevels in neo-Vlaamserenaissance-stijl. Nottebohm investeerde met dit project in percelen die op een aantrekkelijke plaats in de wijk lagen, en waarbij het hoekpand een visueel belangrijke plaats aanneemt op de hoek van de drukke verbindingsweg Plantin-Moretuslei.

Alle woningen tellen twee bouwlagen en twee tot drie traveeën, gevat onder zadeldaken. De woningen wijken van elkaar af in stijl en afwerking, waardoor het niet meteen opvalt dat het hier een vrij grootschalige reeksbouw betreft.

Het imposante hoekhuis (Wolfstraat 35) steelt de show. De neo-Vlaamserenaissance-gevels zijn opgetrokken in rode baksteenbouw, met rijkelijk gebruik van witte natuursteen voor speklagen, fries onder de kroonlijst en omvattende omlijsting van de twee boven elkaar liggende deuren in de voorgevel. De afgeschuinde en afgeronde hoektravee onder overkragende topgevel met loggia is uitgewerkt als voorgevel, uitkijkend op de Plantin-Moretuslei. Symmetrisch uitgewerkte, identieke zijgevels, met op de begane grond een houten winkelpui. In de Wolfstraat bestaat een deel van de gevel, ter hoogte van het achterhuis, uit een visueel afgescheiden, gepleisterde en neoclassicistische gevel van drie traveeën, met op de begane grond rechthoekige deur en twee vensters in een parement met imitatievoegen, en op de verdieping één centraal venster in vlak parement.

Het ensemble omvat in de Nottebohmstraat één woning, op nummer 54. Merken we op dat de aansluitende huizenrij in de Nottebohmstraat (30-52) eveneens door Ernest Dieltiëns ontworpen werd, ook voor de weduwe André Nottebohm, waardoor het hele bouwblok eigenlijk als een groot ensemble kan worden gezien. De woning heeft een smalle neoclassicistische lijstgevel, gekenmerkt door een opvallende decoratie: imitatievoegen op de begane grond, drielicht met tussenzuilen op de verdieping, neorenaissance-decoratie in de boogvelden boven de benedenvensters en in een fries onder de kroonlijst. De woning staat op een geknikt perceel, en heeft in de Wolfstraat een gelijkaardige achtergevel zonder deur.

De huizenrij van veertien woningen in de Wolfstraat (7-33) is een symmetrisch opgevat ensemble, waarin woningen met neoclassicistische lijstgevels worden gecombineerd met puntgevels in neo-Vlaamserenaissance-stijl, die visuele ritmering aanbrengt in het ensemble. De topgevel van nummer 17 vormt het middelpunt, waarrond de huizenrijen zijn gespiegeld, telkens met twee identieke woningen.

Nummers 7 en 27 zijn bijna identieke woningen met een rode bakstenen neo-Vlaamserenaissance-gevel twee traveeën en twee bouwlagen onder een leien mansardedak. Natuurstenen speklagen, hardstenen plint, eenvoudige begane grond met rechthoekige deur en venster. Nadruk op de verdieping, waar het centrale venster gevat zit in een natuurstenen lijst, doorlopend in de borstwering en in het met medaillon versierde boogveld dat het venster bekroont. Deze natuurstenen omlijsting loopt visueel verder in het centrale dakvenster, met vleugelstukken en gebogen fronton. Andere versiering eveneens in neorenaissancestijl: diamantkoppen, schildjes en wortelmotieven. Vernieuwd schrijnwerk.

Nummers 9 en 25 zijn twee identieke, gespiegelde neoclassicistische rijwoningen van twee traveeën en twee bouwlagen onder zadeldak. Eenvoudige bepleisterde en witgeschilderde lijstgevels, met hardstenen plint, houten kroonlijst, imitatievoegen op de begane grond, rechthoekige muuropeningen met vernieuwd schrijnwerk. Nadruk op de verdieping, waar een centraal venster geflankeerd wordt door twee paar pilasters en plastisch stucwerk, een typisch kenmerk voor de huizenrijen van Dieltiëns.

Nummers 11 en 23 lijken sterk op het duo 9 en 25, maar kregen een iets drukkere versiering, met een paneel met plastisch stucwerk boven de begane grond en een driehoekig fronton dat het venster op de verdieping bekroont, dat verder geflankeerd wordt door twee ruiten met chutes en plantenranken. Het parement van 23 is volledig vervlakt; schrijnwerk overal vervangen.

Nummers 13 en 21 waren neoclassicistische panden van drie traveeën en twee en een halve bouwlaag, die met hun bepleisterde lijstgevels iets boven de rij uitstaken. Alle twee kregen ze echter een volledig nieuw parement.

Nummers 15 en 19 zijn identieke neoclassicistische rijhuizen van drie traveeën en twee bouwlagen, met een markant balkon en rijk omlijst dakvenster in het leien mansardedak. Imitatievoegen op de begane grond, gekoppeld drielicht op de verdieping, met tussenzuilen en flankerende pilasters die met verticale panelen met plastische stucwerk zijn versierd, wat een vaak voorkomende decoratie is bij huizen van Dieltiëns. Schrijnwerk bewaard.

Nummer 17 vormt met de hoge, opvallende topgevel het centrale punt binnen de huizenrij. Het is een diephuis met rijk gedecoreerde, rode bakstenen topgevel in neo-Vlaamserenaissance-stijl. Baksteenbouw met functioneel en decoratief gebruik van natuursteen voor parement op begane grond, lisenen, panelen, driekwartzuilen, frontons en topornamenten. Rechthoekige deur en vensters op begane grond en eerste verdieping, met natuurstenen tussendorpel. Op de zolderverdieping drie rondboogvensters, links en rechts geflankeerd door ronde torentjes. Deze woning was in 1896 opgenomen met een plaat in het tijdschrift l’Emulation.

Nummer 29 is een neoclassicistische woning van twee traveeën en twee bouwlagen onder zadeldak. Klassieke indeling en aankleding van de gevel, met hardstenen plint, imitatievoegen op de begane grond, rechthoekige muuropeningen die regelmatig in de traveeën zitten en op de verdieping een geprofileerde omlijsting hebben. Opvallend element is de kroonlijst, met tandfries en uitgelengde modillons waartussen cirkels zijn aangebracht. Daaronder een fries met neoclassicistische draperingen. Schrijnwerk vernieuwd.

Nummers 31 en 33 zijn sterk gelijkende neoclassicistische rijhuizen van drie traveeën en twee bouwlagen, onder zadeldaken. Klassieke opbouw, met hardstenen plint, kroonlijsten op klossen of modillons, imitatievoegen op de begane grond, rechthoekige muuropeningen regelmatig in de traveeën geplaatst. Nummer 31 met een driehoekig fronton boven het centrale venster. Nummer 33 iets zwaarder versierd, met balkon en breed gebogen fronton, fries met rozetten onder de kroonlijst. Schrijnwerk vernieuwd, behalve deur van 31.

  • L'Emulation, 1896, Plaat 8.
  • Stadsarchief Antwerpen, Bouwdossiers, 1891 # 733.

Bron     : -
Auteurs :  Hooft, Elise
Datum  : 2015


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Monumentaal ensemble van Ernest Dieltiëns [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/7760 (Geraadpleegd op 27-02-2020)