erfgoedobject

Geheel van vijf gekoppelde burgerhuizen in art-nouveaustijl

bouwkundig element
ID: 7765   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/7765

Juridische gevolgen

Beschrijving

Geheel van vijf burgerhuizen in art-nouveaustijl bestemd voor verkoop, naar een ontwerp door de architect Louis Hamaide uit 1908. Op drachtgever was Alexis De Ley, die samen met de woningen door Hamaide op het binnenterrein een U-vormig bedrijfscomplex van twee bouwlagen met ateliers, pakhuis, garage, paardenstal en hangar liet optrekken. Dit laatste kreeg in 1909 nog een uitbreiding met een extra vleugel aan de vierde zijde en een verdieping bovenop de hangar. In januari 1910 worden als nieuwe eigenaars vermeld, de heer Bastiaensen voor de panden nummers 26 en 30, de heer Van Dessel voor nummer 28, Eugeen Bollekens voor nummer 32 en de firma Mols & Cie voor nummer 34.

In het bouwblok begrensd door Stanleystraat, Cobdenstraat en Zénobe Grammestraat realiseerde Louis Hamaide tussen 1904 en 1909 drieëntwintig bouwprojecten, goed voor in totaal eenenvijftig huizen. Twee projecten kwamen tot stand voor eigen rekening en een naaste verwante, de overige voor dertien verschillende opdrachtgevers. Met uitzondering van de huizenrij op nummers 1-5 en de hoekpanden met de Zénobe Grammestraat, bebouwde de architect in de Stanleystraat niet minder dan dertig van de achtendertig percelen. Deze huizen, het merendeel in een door de neorenaissance beïnvloede eclectische stijl en een tiental in gematigde art-nouveaustijl, behoren tot zijn rijpe oeuvre. Als architect actief vanaf omstreeks 1880, beantwoordden de vroege ontwerpen van Hamaide overwegend aan het conventionele neoclassicisme. Kort vóór de eeuwwisseling liet hij zich opmerken met de rijk geornamenteerde neorenaissance-architectuur van het hotel Dierckx en het winkelhuis Heye in de Leysstraat. Omstreeks 1905 leverde de architect een bescheiden bijdrage aan de Antwerpse art nouveau, om zijn loopbaan in 1925 stijlvol af te sluiten met de Herbosch Building, een vroeg voorbeeld van art deco.

De rijwoningen nummers 26-32 vormen een ensemble, elk met een gevelbreedte van drie traveeën, en drie bouwlagen hoog onder een plat dak. De individueel behandelde rijwoning op nummer 34, die de doorgang naar het achterliggende bedrijfscomplex incorporeert, telt vier traveeën en beschikt als enige in de rij over een volwaardig souterrain. Voor het parement van de lijstgevels is witte natuursteen gebruikt, op een plint uit blauwe hardsteen. Regelmatig van opzet, bestaat de ordonnantie uit registers van rechthoekige of getoogde deur- en vensteropeningen. Houten kroonlijsten met consoles vormen de gevelbeëindiging. Het houten schrijnwerk van inkomdeuren en vensters met typische roeden in het bovenlicht is nagenoeg integraal bewaard.

De opstanden van nummers 26-32 beantwoorden aan een symmetrisch compositieschema, opgebouwd uit twee hoger opgetrokken zijpanden die in spiegelbeeld de gekoppelde middenpanden flankeren. De laatste onderscheiden zich door naar boven toe verjongende muuropeningen met gegroefde imposten en vloeiende onderdorpels, op de begane grond geaccentueerd door een golvende waterlijst. De zijpanden beperken zich tot gestrekte waterlijsten onder ontlastingsbogen en vlakke onderdorpels. Nummer 34 ontleent een meer uitgesproken art-nouveau-karakter aan de kleurrijke mozaïekpanelen met bloemmotieven (papavers, lelies, gestileerde irissen) die de borstwering van de tweede verdieping accentueren, de kraagstenen die de lateien van de begane grond ondersteunen, en de typisch tweelobbige omlijsting van de bovenvensters. De compositie legt extra nadruk op de eerste verdieping door een balustrade en puilijst. De hoge inrijpoort met bovenlicht wordt overspannen door een ijzeren I-balk met rozetten; de souterrainvensters zijn voorzien van smeedijzeren art-nouveautralies.

De plattegronden beantwoorden aan de klassieke typologie van het burgerhuis dat uit een hoofdvolume en een smalle achterbouw in entresol bestaat, ontsloten door de zijdelings ingeplante inkom- en traphal. Volgens de bouwplannen beslaat de gebruikelijke enfilade van salon, eetkamer en veranda de begane grond. In nummers 26-32 bevinden keuken, pomphuis en wc zich in de achterbouw; in nummer 34 herbergt het souterrain de keuken, met gelijkvloers de office. De plattegronden van de bovenverdiepingen ontbreken in het bouwdossier.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossier 1908#1365, 1908#1455 en 1909#908.
  • VANHOVE B. 1978: De Art Nouveau-architectuur in het Antwerpse: een doorsnede, onuitgegeven licentiaatsverhandeling Rijksuniversiteit Gent, 72.

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2016


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Geheel van vijf gekoppelde burgerhuizen in art-nouveaustijl [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/7765 (Geraadpleegd op 12-12-2019)