erfgoedobject

Parochiekerk Sint-Gertrudis

bouwkundig element
ID: 77682   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/77682

Juridische gevolgen

Beschrijving

Vrijstaande parochiekerk geïntegreerd tussen de overwegende lintbebouwing aan de zuidelijke straatzijde, enkele meters achteruit wijkend ten overstaan van de oude rooilijn. Vooral de hoog oprijzende voorgeveltoren van het slanke kerkgebouw vormt in het vlakke Scheldelandschap een significant herkenningsteken dat het dorpscentrum van Wichelen domineert en markeert.

Historiek

Het Scheldedorp Wichelen beschikte wellicht minstens van in de 12de eeuw over een bidplaats. Het Sint-Gertrudiskapittel van Nijvel bezat het patronaatsrecht. De vroegere parochiekerk van Wichelen was meer noordwaarts gelegen dan de huidige, namelijk in de oude dorpskom bij de Schelde, op de excentrische noordwestelijke wijk Dorp en Paddenhoek. Door het problematisch bouwvallig karakter van de oude dorpskerk met Romaanse kruisingstoren werd in de jaren 1860 afgezien van herstel en gekozen voor nieuwbouw elders in de gemeente. De oude kerksite aan Dorp bleef herkenbaar bewaard in de vorm van het ommuurd oud kerkhof naast de Schelde met als monument beschermde grafkapel met dodenhuisje (Oud Dorp).

In 1866 werd architect Edmond Serrure senior (Sint-Niklaas) belast met de opmaak van de plannen voor de nieuw te bouwen kerk. Het twistpunt over de locatie vertraagde de uitvoering. Uiteindelijk werd beslist een nieuwe kerk meer centraal in een andere woonwijk van de parochie te bouwen die voor meer gelovigen gunstiger gelegen was. Voor de bouw van een nieuwe kerk werd een stuk grond aan de zuidzijde van de steenweg Wetteren-Dendermonde binnen de wijk Margote geschonken door de heer J.-B. Eeckhaudt-De Keyser.

Goedgekeurd door de gemeenteraad op 8.02.1867 en na opmerkingen van de KCML aangepast door architect E. Serrure; goedgekeurd door de Commissie in 1868. Aanbesteding op 3.04.1870. Funderingen aangevat in augustus 1870 met hardsteen afkomstig van de afbraak van de oude dorpskerk. Eind 1871 stond de kerk onder dak. Stenen overwelving beëindigd in maart 1872. De toren was voltrokken in juli 1872. De kerk toegewijd aan Sint-Gertrudis, patroon van de voorgaande parochiekerk, werd op 30.10.1872 ingezegend en op 28.07.1873 ingewijd door monseigneur Bracq, bisschop van Gent.

In 1914, tijdens de Eerste Wereldoorlog, werd de kerktorenspits vernield. Bovenste geleding van de kerktoren in 1926 vereenvoudigd heropgebouwd met nieuwe spits, volgens ontwerp (1924) van architect Theophiel Présiaux (Wichelen). Hij diende rekening te houden met de opmerkingen van provinciaal architect V. Vaerwyck (onder meer aangaande het materiaalgebruik). In 1970 gerestaureerd door architect F. Weyers (Sint-Niklaas). Sacristie uitgebreid met dagkapel in 1983.

Interieur van de kerk eind 1872 - begin 1873 aangekleed en uitgerust met het hersteld oud meubilair, voornamelijk 18de-eeuws, afkomstig uit de voorgaande parochiekerk. Later vervolledigd met kwaliteitsvol neogotisch meubilair overwegend uit het atelier van Mathias Zens. Zijn ontwerp voor het koorgestoelte van 1881 werd in 1882 door de Commissie goedgekeurd.

Volgens De Potter en Broeckaert was het interieur van de kerk volledig geschilderd. Van deze polychromie in neogotische stijl rest nog weinig. Het schilderwerk in het hoogkoor was van de hand van J. Janssens (Sint-Niklaas). Melding van gedeeltelijke herschildering van het hoogkoor in 1903 door Janssens (Gent). Bij de herschildering van het kerkinterieur in 1927 door Theo Goethals (Gent) adviseerde de KCML om de schilderingen van J. Janssens in het koor en achter de zijaltaren te behouden en te restaureren. In 1955 vonden schilderwerken plaats onder leiding van broeder Julien van het Gentse Sint-Lucasinstituut. Na de herstellingswerken van 1985 (aan dak, toren met vernieuwing van de haan) volgen eind 1988- begin 1989 schilderwerken (naar ontwerp van Dom Antoine van de abdij van Dendermonde) waarbij de figuratieve polychromie van het koor fors werd gereduceerd.

Beschrijving

Eenvoudige plattegrond van een transeptloze driebeukige kerk met ingebouwde vierkante voorgeveltoren, schip van zeven traveeën eindigend op een vijfzijdig koor gericht naar het zuiden; koor geflankeerd door sacristie rechts en een berging links. Benedenkerk onder een leien zadeldak met symmetrisch geplaatste houten dakkapelletjes; daknok doorlopend boven het koor.

Bakstenen kerk met verwerking van natuursteen voor de plintafzaat, bij de versnijdingen en afdekking van de steunberen, ter omlijsting van portaal en van de vensters en voor het maaswerk van de vensters. De voorgevel is als zichtgevel aan de straat uitgewerkt met een middenrisaliet dat tot toren is uitgebouwd. Vierkante toren van 47 meter hoog met vijf geledingen onder ingesnoerde achtkantige torenspits met torenkruis en windhaan. Opvallend accentuerende versneden hoeksteunberen. Verticaliserend effect door de superpositie van portaal, ruim doksaalvenster, beeldnis en galmgat, alle met spitsboogvorm, galmgaten met deelzuiltje en vierpas in het maaswerk. Bekronende horlogegeleding onder aflijnende bogenfries. Symmetrisch concept in de voorgevel beklemtoond door de plaatsing daarin van de spitsboogvensters van de zijbeuken; ook beide ronde bovenlichten met ingeschreven vierlob en de lichtspleten van de trapkokers in beide torenhoeken. Herhaling van dezelfde spitsboogvensters in de langsgevels van de zijbeuken en koor met variatie tussen twee types van elegant gotisch maaswerk. Zijgevels en koor zeer eenvoudig uitgewerkt met ritmerende steunberen; blinde driezijdige koorsluiting.

Oorlogsgedenkteken 1914-1918 met twee rechthoekige bronzen platen met tafereel in bas-reliëf ter herdenking aan de gesneuvelde soldaten en gestorven opgeëisten van de Eerste Wereldoorlog, aangebracht onder de grote vensters in de voorgevel van de kerk. Volgens opschrift op de rand van de gedenkplaten in de gieterij Verbeyst (Brussel) in brons gegoten beeldhouwwerk met signatuur van de bekende beeldhouwer Floris de Cuyper (1875-1965) uit Mortsel. De voorlopige plaasteren modellen van de gedenkplaten door deze kunstenaar werden op 24 oktober 1920 plechtig ingehuldigd. Zij werden nadien vervangen door de definitieve bronzen gedenkplaten. De gedenkplaat links van de deur met opschrift "Het dankbaar Wichelen aan zijne Helden en Martelaars 1914-1918" vermeldt tevens de namen van twaalf gesneuvelde Wichelse soldaten en toont een geknielde treurende vrouw met wapenschild van Wichelen en een naakte figuur die hulde brengt met palmtakken en lauwerkransen bij een opgebaarde soldaat . De rechter gedenkplaat vermeldt zeven burgerlijke slachtoffers bij voorstelling van drie mannelijke burgers met de kerk van Wichelen op de achtergrond.

Interieur. Portaal in de eerste travee overdekt met een kruisribgewelf. Hardstenen gedenkplaat aan de bouw in spitsbogige wandnis met volgend opschrift: "Kerk, Pastory en Muer/ Gebouwd 1870 = 1872/ T. Van Herzele. Pastor/ F.J. Laleman.t – Burger/ S. Van Caelenbergh. Voorz./ Gever des gronds :/ J-B. Eeckhaudt – De Keyser". Geschilderd opschrift met chronogram boven de deuropening naar de middenbeuk: "Deo CoeLI DIVaeqUe gertrUDI ConseCratUr" verwijzend naar de kerkwijding in 1873.

Middenbeuk, koor en beide lagere zijbeuken overkluisd door geprononceerd gebogen gewelven met kruisribben. Binnenruimte architecturaal sterk beheerst door de ritmering met spitsbogige gordelbogen en scheibogen, rustend op slanke zuilen met bladkapiteel. Kraagstenen eveneens met bladwerk vangen gewelfribben op in de zijbeuken en schalken in de middenbeuk. Ronde pseudo-bovenlichten aangebracht met ingeschreven vierpas in de wanden boven de scheibogen.

Van de oorspronkelijke neogotische polychromie van J. Janssens resten de figuratieve voorstellingen in twee blindnissen van het koor: de Heilige Barbara (rechts) en de Heilige Gertrudis (links), evenals de polychrome zogenaamde gordijnschilderingen achter de zijaltaren van Sint-Marculfus en Onze-Lieve-Vrouw met Kind. Onderaan op de koorwand zijn nog vage sporen zichtbaar van overige muurschilderingen evenals een figuur in een medaillon boven op de centrale koornis. Voorts is het kerkinterieur overwegend egaal licht geschilderd met een bescheiden eenvormige accentuering van gewelfribben, consoles en kapitelen.

Bij de inrichting van de kerk werden, naast meubilair, ook binnendeuren uit de vroegere dorpskerk aan de inkomzijde hergebruikt. Eikenhouten paneeldeuren met hun bijhorende omlijstingen, daterend uit de tweede helft van de 18de eeuw, met rijke ornamentiek met kenmerkende rococo elementen en in medaillons de afbeelding in bas-reliëf van beide patroonheiligen (de Heilige Gertrudis en de Heilige Marculfus) ook vereerd in de voorgaande kerk. De dubbele deur van de hoofdingang werd enigszins aangepast bij de herplaatsing in de nieuwe kerk.

Aan de koorzijde domineert de kwaliteitsvolle neogotische afwerking en uitrusting in overeenstemming met de bouwstijl van het kerkgebouw zelf. Dit vormt een eenheid met beide neogotische glasramen in de laatste travee. Ook de meeste heiligenbeelden horen in dat tijdskader thuis.

Mobilair: Beeldhouwkunst: Gepolychromeerd houten beeld van Sint-Gertrudis uit het begin van de 17de eeuw in de linker zijbeuk (in de jaren 1950 ondeskundig herschilderd), op houten console en met dito baldakijn, in Lodewijk XVI-stijl van einde 18de – begin 19de eeuw; gepolychromeerd eikenhouten beeld van Sint-Marculfus, van de apostelen Petrus en Paulus op rechter zijaltaar en gepolychromeerde natuurstenen beeld van Onze-Lieve-Vrouw met Kind op linker zijaltaar, allen afkomstig uit het atelier van Mathias Zens; gepolychromeerd houten beeld van de Heilige Barbara in de rechter zijbeuk; egaal geschilderd plaasteren beeld van de Heilige Antonius van Padua, van de Heilige Theresia van Lisieux, van een Heilige in bisschopskledij, van de Heilige Catharina van Alexandrië, van de Heilige Jozef met Kind, van de Heilige Gerardus Majella (op idem consoles uitgewerkt met engel met banderol); twee gepolychromeerde plaasteren beelden van Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes.

Meubilair: Neogotisch hoofdaltaar (hout en steen), eind 19de eeuw; twee neogotische zijaltaren (hout en steen) uit het atelier van Mathias Zens; neogotische eiken koorbanken en koorlambrisering door Mathias Zens (circa 1882); communiebankpanelen van 1738 in Lodewijk XV-stijl door Joannes De Smedt (Dendermonde), in 1873 verwerkt in de doksaalbalustrade; fraaie neogotische eiken communiebank met verfijnde detaillering en liturgische voorstellingen (atelier Mathias Zens ?); rijk gedecoreerde eikenhouten preekstoel in Lodewijk XIV-stijl uit het eerste kwart van de 18de eeuw. Onderstel met de symbolen van de vier evangelisten. Op de kuip in medaillons beide patroonheiligen de Heilige Marculfus en de Heilige Gertrudis; symbolen van de drie goddelijke deugden. Achterwand gevormd door een gordijn opgehouden door twee zwevende engelen en met medaillon met de afbeelding van de Goede Herder; twee eikenhouten biechtstoelen in classicistische stijl uit de tweede helft van de 18de eeuw (kapitelen van de pilasters niet origineel); twee neogotische biechtstoelen met passiesymbolen, uit het atelier van Mathias Zens; twee eikenhouten kerkmeestersbanken in Lodewijk XV-stijl (in de zijbeuken) uit tweede kwart van de 18de eeuw, mogelijk vervaardigd door Theodoor Verhaegen (1700-1759) uit Mechelen; een bank met voorstelling van het oordeel van Salomon, op de andere bank de zegening van een melaats kind door de Heilige Marculfus; twee eikenhouten kerkmeestersbanken (van de armendis) in Lodewijk XV-stijl (portaalzijde), daterend uit het midden van de 18de eeuw. Op de rug medaillon met de afbeelding van Christus en van Onze-Lieve-Vrouw; versiering met cherubs en bladwerk; cartouche met de afbeelding van de apostelen Petrus en Paulus; twee gepolychromeerde retabels één met voorstelling in bas-reliëf van de Heilige Familie, één met voorstelling van Onze-Lieve-Vrouw, beide gevat in gelijkaardig neogotisch uitgewerkt schrijnwerk; doopvont in messing in renaissancestijl van het einde van de 16de eeuw; kuip op ingesnoerde stam vroeger versierd met vier voluten (niet oorspronkelijk), thans drie. Deksel in koper vervaardigd in 1788 door Thomas van Coetshem; eikenhouten orgelkast in een late Lodewijk XV-stijl van het einde van de 18de eeuw. Varia: epitaafsteen van de familie de Cordes (deze familie was in het bezit van de heerlijkheid Wichelen van 1616 tot 1752); witmarmeren plaat met opschrift; overschilderde plaasteren kruisweg in bas-reliëf (sporen van vroegere polychromie); twee neogotische glasramen; rechter glasraam met voorstelling van de Hemelvaart van Christus en opschrift "Dono dedie JR Den Haerinck past. de Wichelen av a° 1893 av a°1899"; linker glasraam met voorstelling van de Hemelvaart van Maria en opschrift: "Ave Regina Caelum Van Herzele past. de Wichelen 1854 - 1893"; sacristiekast, eik, van circa 1750.

  • Gemeentearchief Wichelen, archief Wichelen (voor de fusie van 1977) 869. 3, Gedenkplaten oorlogsslachtoffers.
  • Pastorij Wichelen, Parochiearchief, Gedenkschriften Der Kerk van Wichelen beginnende met het opbouwen der Nieuwe Kerk 1870 (...).
  • Rijksarchief Beveren, Gemeentearchief Wichelen (Hedendaagse periode), kerkrekeningen.
  • Rijksarchief Beveren, Provinciaal archief Oost-Vlaanderen, 1/5366/23.
  • Rijksarchief Gent, Provinciaal archief Oost-Vlaanderen, nr. 1739.
  • Vlaams ministerie van Ruimtelijke Ordening, Wonen en Onroerend Erfgoed, Agentschap Ruimtelijke Ordening Vlaanderen, Ruimtelijke Ordening Oost-Vlaanderen, Onroerend Erfgoed, archief.
  • Vlaamse Overheid, Vlaams Instituut Onroerend Erfgoed, Archief van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, tekeningenarchief.
  • Sint-Gertrudisparochie Wichelen doorheen de eeuwen, Wichelen, 1973.
  • DE MAEYER J., De Sint-Lucasscholen en de neogotiek 1862-1914, Kadoc-studies 5, Leuven, 1988.
  • DE POTTER F. - BROECKAERT J., Geschiedenis van de gemeenten der provincie Oost-Vlaanderen. Vierde reeks. Arrondissement Dendermonde. Derde deel. Wichelen, Wieze, Zele, Gent, 1893.
  • HEYNDERICKX J., Wichelen rond de eeuwwisseling "De drie torens van de Sint Gertrudiskerk", in Heem en Oudheidkundige Kring Wichelen, V, 2, 1978, p. 28-31.
  • HEYNDERICKX J., De voormalige Sint-Gertrudiskerk te Wichelen, Dendermonde, 1981.
  • MATTHIJS P., De neogotiek te Wichelen, in Heem en Oudheidkundige Kring Wichelen, XXII, 2, 1995, p. 32-44.
  • RUYS R. (red.), Langs Schelde en Durme, Gent, 1986.
  • RUYS R., Sint Marculfus-verering te Wichelen, in Heem en Oudheidkundige Kring Wichelen, VII, 2-3, 1980, p. 17-30.
  • RUYS R., Twee gedenkplaten voor W.O. I in de voorgevel van de Sint Gertrudiskerk te Wichelen, in Heem en Oudheidkundige Kring Wichelen, VII, 4, 1980, p. 54-73.
  • RUYS R., Wichelen, in Heem en Oudheidkundige Kring Wichelen, XXVI, 1, 1999, p. 1-42.
  • VERBERCKMOES N., Wichelen verleden en heden, s.l., 1991.
  • VERSCHRAEGEN H., Fotorepertorium van het meubilair van de Belgische bedehuizen. Provincie Oost-Vlaanderen. Kanton Wetteren, Brussel, 1978, p. 41-43.

Bron     : Bogaert C. , Duchêne H. , Lanclus K. & Verbeeck M. s.d.: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie Oost-Vlaanderen, Arrondissement Dendermonde, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 20N, (onuitgegeven werkdocumenten).
Auteurs :  Bogaert, Chris, Duchêne, Helena, Lanclus, Kathleen, Verbeeck, Mieke
Datum  : 2003


Relaties

  • Is deel van
    Margote
    Margote (Wichelen)

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Parochiekerk Sint-Gertrudis [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/77682 (Geraadpleegd op 16-10-2019)