Deze historische hofstede, zogenaamd hoeve "De Drie Linden", is gelegen aan de Jagersstraat te Sint-Michiels. De hoeve ontleent zijn naam aan drie linden die circa 1900 op het erf stonden. Voorheen heette de hoeve "(De) Beerke(ns)". Oorspronkelijk wordt de hoeve vermeld als achterleen van het kasteel van Tillegem.
circa 1668: op een figuratieve kaart van circa 1668 (verzameling Franchoo) wordt de hofstede vrij imposant afgebeeld. Het neerhof, onmiddellijk palend aan de straatkant, is toegankelijk via een poortgebouw afgewerkt met kantelen; naast enkele kleinere gebouwtjes prijkt vermoedelijk een duiventoren. Het opperhof met woonhuis en bijhorend nutsgebouw is omwald door een rechthoekige gracht met brug.
1770-1778: de hoeve wordt ook afgebeeld op de kaart van Ferraris doch de configuratie is moeilijk afleesbaar.
circa 1834: de legger bij het primitief kadasterplan beschrijft de site als "huis met dreef, boomgaard, land, dennenbos, en weiland"; op het plan zelf is ook het poortgebouw getekend.
circa 1845: op de kaart in de Atlas der Buurtwegen is ook het poortgebouw getekend.
circa 1850: de Atlas van Vander Maelen (ca. 1850) toont duidelijk de situatie van het huidige woonhuis, een tweede gebouw rechts van het woonhuis en de nog bestaande schuur.
1882: het kadaster maakt melding van een gedeeltelijke afbraak en vergroting van het boerenhuis; ook wordt op dat moment de oorspronkelijke schuur/stal naast het woonhuis afgebroken en wordt een kleinere opgetrokken links van het woonhuis.
1907: volgens het kadaster wordt de schuur uitgebreid in westelijke en zuidelijke richting en het boerenhuis nog verder wordt vergroot, vermoedelijk met de kleine aanbouwen (o.m. het nog bestaande bakhuis).
1967: bouwen en uitbreiden van de stallingen aan beide kanten van het woonhuis. Vermoedelijk is ook in dat jaar het poortgebouw gesloopt.
2005: Consoliderende "kunstige herstelling" naar ontwerp van architect Erik Dumon. Tijdens de restauratie werden verschillende bouwsporen aangetroffen. Het natuurstenen kruiskozijn in de zijpuntgevel werd vrij gelegd. In de achtergevel werd ook een natuurstenen kruiskozijn opnieuw vrijgemaakt en opengewerkt.
De hoeve bestaat uit losse bestanddelen met name een woonhuis en een grote schuur ingeplant op een heraangelegd erf.
Volgens historische kaarten was de site oorspronkelijk voorzien van een omwalling. Het boerenhuis was oorspronkelijk omwald. De huidige configuratie van de verschillende gebouwen dateert pas uit de 19de-20ste eeuw. Het huidige uitzicht van het woonhuis is het resultaat van een "kunstige herstelling" in 2005. Toen werd ook een nieuw volume tegen de noordwestgevel van het boerenhuis gebouwd.
Ten zuiden van het erf gelegen, bestaat uit twee volumes respectievelijk drie en twee traveeën en twee bouwlagen onder afzonderlijk zadeldak bedekt met Vlaamse pannen. Lager tegenaan gebouwd volume onder lessenaarsdak. De volumes zijn opgetrokken in verankerde baksteen, witbeschilderd boven een gepekte plint. Tegen de noordwestgevel een nieuwbouwvolume.
Het woonhuis heeft een oude kern vermoedelijk uit de 15de-16de eeuw cf. de natuurstenen plint in de achtergevel met geprofileerde bovenlijst. Op de verdieping en in de eindgevel van de hogere vleugel natuurstenen kruiskozijnen (in de eindgevel met ontlastingsboog, rollaag). De hoek is afgewerkt met natuurstenen negblokken. De zoldering is opgebouwd uit moer- en kinderbalken in de hogere vleugel.
Huidig uitzicht resultaat van opeenvolgende verbouwingen. In de loop van de 19de eeuw (1882?) wordt het volume uitgebreid, eerst met één travee in zuidelijke richting, later in westelijke richting met o.m. het bakhuis.
De gevel is opengewerkt met rechthoekige muuropeningen voorzien van nieuw schrijnwerk gemaakt naar oud model. Op de begane grond voorzien van een houten kruiskozijn en kleine roedeverdeling. Op de verdieping eveneens houten kruiskozijnen met kleine roedeverdeling. Op de begane grond korfboogvormige deuropening.
Het woonhuis bewaart nog deels de moer- en kinderbalken en de dakconstructie.
Imposante dwarsschuur, ten noorden van het erf gelegen, daterend uit de 18de eeuw met uitbreiding in 1907 met een dubbele wagenbergplaats. Verankerde baksteenbouw onder pannen zadeldak gevat tussen twee puntgevels voorzien van steunberen. De eindgevels zijn voorzien van uitvlieggaten voor de duiven. Twee houten dakkapellen. De gevel is opengewerkt met rechthoekige muuropeningen. Centraal voorzien van een wagendoorrit. De linkertraveeën zijn voorzien van een dubbele wagenbergplaats.
Geïntegreerde paardenstal voorzien van boxen voor de paarden. Aanwezigheid van een arduinen drinkbak die doorloopt over de volledige diepte van de paardenstal.
Behouden dorsvloer en tasruimte.
Bron: • Onroerend Erfgoed, Digitaal beschermingsdossier 4.001/31005/102.1, Hoeve de drie Linden (GILTE S. 2012).
Auteurs: Gilté, Stefanie
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)
Je kan deze tekst citeren als: Gilté S. 2012: Hoeve de Drie Linden [online], https://id.erfgoed.net/teksten/442752 (geraadpleegd op ).
Hoeve de "Drie Linden", zogenaamd naar drie linden die circa 1900 op het erf stonden; voorheen "(De) Beerke(ns)".
Oorspronkelijk wordt de hoeve vermeld als achterleen van het kasteel van Tillegem. Op een figuratieve kaart van circa 1668 (verzameling Franchoo) wordt de hofstede vrij imposant afgebeeld. Het neerhof, onmiddellijk palend aan de straatkant, is toegankelijk via een gekanteeld poortgebouw; naast enkele kleinere gebouwtjes prijkt vermoedelijk een duiventoren(?). Het opperhof met woonhuis en bijhorend nutsgebouw is omwald door een rechthoekige gracht met brug. De hoeve wordt ook afgebeeld op de kaart van Ferraris (1770-1778) doch de configuratie is moeilijk afleesbaar.
De legger bij het primitief kadasterplan (circa 1834) beschrijft de site als "huis met dreef, boomgaard, land, dennenbos, en weiland"; op het plan zelf - en op de kaart in de Atlas der Buurtwegen (circa 1845) - is ook het poortgebouw getekend. De Atlas van Vander Maelen (circa 1850) toont duidelijk de situatie van het huidige woonhuis, een tweede gebouw rechts van het woonhuis en de nog bestaande schuur. In 1882 vermeldt het kadaster een gedeeltelijke afbraak en vergroting van het boerenhuis; ook wordt op dat moment de oorspronkelijke schuur/stal naast het woonhuis afgebroken en wordt een kleinere opgetrokken links van het woonhuis. Het kadaster meldt in 1907 dat de schuur wordt uitgebreid in westelijke en zuidelijke richting en het boerenhuis nog verder wordt vergroot, vermoedelijk met de kleine aanbouwen (onder meer het nog bestaande bakhuis). De stallingen aan beide kanten van het woonhuis zijn respectievelijk gebouwd en uitgebreid in 1967. Vermoedelijk is ook in dat jaar het poortgebouw gesloopt.
Het is een hoeve met losstaande bestanddelen waarvan het boerenhuis oorspronkelijk was omwald. De huidige configuratie van de verschillende gebouwen - als het ware in één lijn gelegen langs het uitgestrekte, begraasde erf - dateert pas uit de 19de-20ste eeuw. Woonhuis bestaande uit twee volumes respectievelijk drie en twee traveeën en twee bouwlagen onder afzonderlijk zadeldak bedekt met Vlaamse pannen. Lager tegenaan gebouwd volume onder lessenaarsdak.
Het woonhuis heeft een oude kern vermoedelijk uit de 15de-16de eeuw cf. de natuurstenen plint in de achtergevel met geprofileerde bovenlijst. Op de verdieping en in de eindgevel van de hogere vleugel zitten stenen fragmenten van kruisvensters (in de eindgevel met ontlastingsboog, rollaag), met natuurstenen negblokken. De zoldering is opgebouwd uit moer- en kinderbalken in de hogere vleugel.
Huidig uitzicht resultaat van opeenvolgende verbouwingen. In de loop van de 19de eeuw (1882?) wordt het volume uitgebreid, eerst met één travee in zuidelijke richting, later in westelijke richting met onder meer het bakhuis. De gevel is opengewerkt met rechthoekige muuropeningen met bewaard schrijnwerk. Op de begane grond grote roedeverdeling. Op de verdieping schuiframen met kleine roedeverdeling. Op de begane grond korfboogvormige deuropening.
Imposante dwarsschuur uit de 18de eeuw met uitbreiding in 1907 met een dubbele wagenbergplaats. Verankerde baksteenbouw onder pannen zadeldak gevat tussen twee puntgevels voorzien van steunberen. Twee houten dakkapellen aan erfzijde. Gevel is opengewerkt met wagendoorrit en was oorspronkelijk voorzien van een opengewerkte dubbele wagenbergplaats.
Bron: VANWALLEGHEM A. & VAN VLAENDEREN P. met medewerking van GILTÉ S. & DENDOOVEN K. 2005: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Brugge, Deelgemeente Sint-Michiels, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL22, onuitgegeven werkdocumenten.
Auteurs: Vanwalleghem, Aagje; Van Vlaenderen, Patricia
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)
Je kan deze tekst citeren als: Vanwalleghem A. & Van Vlaenderen P. 2005: Hoeve de Drie Linden [online], https://id.erfgoed.net/teksten/77783 (geraadpleegd op ).