Teksten van Stadhuis, belfort en politiecommissariaat van Diksmuide

Stadhuis, belfort en voormalig politiecommissariaat van Diksmuide (2005)

Stadhuis, belfort en voormalig politiecommissariaat van Diksmuide beschermd als monument bij M.B. van 24.11.1999. Het belfort is samen met 23 andere Vlaamse belforten sedert 01.12.1999 ingeschreven op de Lijst van het Werelderfgoed van de Unesco Conventie van 1972.

Administratief complex van 1923, zie jaarankers, gelegen aan de noordzijde van de Grote Markt en ten oosten begrensd door de Van Pouckestraat, ten westen door de Torenstraat en ten noorden door de Sint Niklaasstraat.

Geschiedenis

Vóór 1428: de lakenhalle aan de oostzijde van de Grote Markt doet ook dienst als schepenhuis.
1428: bouw van een "nieuw huis ten berecke" of stadhuis op de plaats van het huidige stadhuis.
1567: bouw van een nieuw stadhuis, nadat het eerste werd afgebroken.
1633: rechts van het stadhuis bouw van "het Kot" of de stedelijke gevangenis. Na de Eerste Wereldoorlog werd afgezien van de heropbouw van deze gevangenis.
1730: links van het stadhuis op de hoek met de Torenstraat, bouw van een politie- en militiekantoor met barokke gevel. Na de Eerste Wereldoorlog evenmin heropgebouwd.
1875-1880: onder het liberale bestuur Dautricourt wordt het oude stadhuis afgebroken. Het nieuwe en veel ruimere stadhuis met bijhorend belfort wordt in een neogotische stijl gebouwd naar ontwerp van architect Louis Delacenserie (Brugge). Behalve de gemeenteraad en de administratie vindt ook het Vredegerecht een onderkomen in het nieuwe gebouw.
1914-1918: de Eerste Wereldoorlog leidt tot de algeheele vernietiging van het stadhuis. Tijdens de Slag om Diksmuide (oktober-november 1914) fungeerde het stadhuis als hoofdkwartier van kolonel Jacques de Dixmude. Onder meer hierdoor was het een doelwit voor Duitse beschietingen met 310 en 420 houwitzers (drie hulzen voor het stadhuis refereren hieraan). Nadat Diksmuide ingenomen is door de Duitsers, vervolledigen Belgische beschietingen de vernietiging.
1923-1925: bij de heropbouw van het stadhuis wordt geopteerd voor een volledig nieuw ontwerp van de architect Valentin Vaerwyck (Gent) in een eclectische vormentaal met referenties aan de gotiek en de renaissance. Het mobilair wordt naar ontwerp van architect Luc Viérin (Brugge) uitgevoerd. Het nieuwe stadhuis is ook bescheidener in omvang dan zijn voorganger vermits het Vredegerecht na de Eerste Wereldoorlog in een ander gebouw werd ondergebracht (zie Koning Albertstraat nummer 10).
1935: een beiaard van 30 klokken wordt in het belfort ondergebracht.
27 mei 1940: het belfort ondervindt beperkte schade bij het bommentapijt van de Duitsers.
1984: restauratiewerkzaamheden voornamelijk aan de bedaking onder leiding van de architecten C. Vandenbussche en H. Pauwels (Technische Dienst Diksmuide).

Beschrijving

Stadhuis van twee bouwlagen onder leien zadeldaken, L-vormig gegroepeerd rondom een binnenplaats met hoogoprijzend belfort en ten zuidoosten het voormalige politiecommissariaat.

Hoofdvolume van negen traveeën op natuurstenen plint aan beide zijden gemarkeerd door risalietvormende trapgevels, verlevendigd met Brugse traveeën, natuurstenen kruiskozijnen, jaarankers "1923" en medaillons met de emblemen van de oude ambachten in de boogvelden en borstweringen. De centrale art-decogetinte inkompartij wordt benadrukt door een bordes en geprofileerde deuromlijsting in Euvillesteen met bovenaan het stads- en provinciewapen tussen twee gehurkte figuren als personificaties van de landbouw en de nijverheid. Erboven aansluitend erkerrisaliet als het ware als reminiscentie aan de omroepfunctie van deze laatste. Rechts, lager volume onder zadeldak met aansluitend twee ongelijke korfboogvormige poortdoorgangen naar de binnenplaats. Geprofileerde poortomlijstingen in blauwe hardsteen onder dito nis met beeld van Onze-Lieve-Vrouw met kind.

Interieur in een doorgedreven vormgeving met neogotische en secundair ook art-decogetinte elementen, onder meer trouwzaal en raadzaal: moerbalken, neogotische schouwmantel, sokkellambrizering en stucplafond met floraal lijstwerk in art-decostijl. De traphal en de zogenaamde gotische zaal respectievelijk overwelfd met een neogotisch houten ton- en spitstongewelf met gordelbogen. Voorts in de toegangshal zwarte gepolijste natuurstenen gedenkplaat en bronzen hoogreliëf door H. Le Roy (Gent) en Verbeyst 'Fondeur' (Brussel) voor de militaire en de burgerlijke slachtoffers van de Eerste en Tweede Wereldoorlog en de politieke gevangenen van de Tweede Wereldoorlog (onthuld in 1926), alsook kleinere witmarmeren gedenkplaat voor de Canadezen gesneuveld in Diksmuide tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Haaks op het hoofdvolume, lager volume onder leien zadeldak met inslag van de regionale baksteenarchitectuur zie rechthoekige houten kruiskozijnen met kleine roedeverdeling gevat in verdiepte korf- en segmentboogvormige vensternissen op doorgetrokken afzaat, getrapte dakvensters met overhoeks fiaal, houten dakkapelletjes met windborden, overkragende dakranden en geprofileerde schoorstenen.

Aansluitend diephuis met trapgevel op de hoek van de Torenstraat/ Sint-Niklaasstraat . Inslag van de regionale renaissance zie schelpmotief, geprofileerde korfboognis op afzaat en uitgewerkte vierledige houten winkelpui. Links ervan, eenvoudige achthoekig torentje met opengewerkt natuurstenen bovenstuk onder ingesnoerde leien spits.

Het belfort is ten noorden achter het hoofdvolume ingeplant. Vierkante bakstenen toren van zeven geledingen gemarkeerd door kordonlijsten. Onderste geledingen met rechthoekige beluikte muuropeningen. Zesde geleding opengewerkt met spitsbogige tweelichten met natuurstenen maaswerk en steigergaten. Licht uitkragende laatste geleding gemarkeerd door spuwers en afgeknotte hoektorentjes. De beiaard is ondergebracht in de opengewerkte klokvormige torenhelm omringd door vergulde vogels en bekroond met bol en vergulde zeemeermin als windhaan.

Voormalig politiecommissariaat (Van Pouckestraat nummer 1). Hoekpand Grote Markt/ Van Pouckestraat onder leien schilddak met inslag van de regionale baksteenarchitectuur zie onder meer trapgevel, houten kruiskozijnen gevat in segment- en korfboogvormige vensternissen op doorgetrokken afzaten in natuursteen, getrapt dakvenster met overhoeks fiaal en geprofileerde schoorstenen. Rechts aansluitend poortgebouw met dubbele korfboogpoorten gevat in een natuurstenen omlijsting.

  • Afdeling Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumentenzorg West-Vlaanderen, Cel Monumenten en Landschappen, archief nr. 1639.
  • Inventarisatie van Relicten uit de Eerste Wereldoorlog in de Westhoek (Provincie West-Vlaanderen, "Oorlog en Vrede in de Westhoek", en Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Afdeling Monumenten en Landschappen).
  • Provinciale Bibliotheek Tolhuis, Fototheek.
  • Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium, Fototheek en website.
  • Stadsarchief Diksmuide, Bestand wederopbouw Diksmuide na 1914-1918 (niet genummerd).
  • DEMOEN H., Het Diksmuidse van toen. Een verzameling beknopte historische gegevens, aangevuld met historische foto's en prentbriefkaarten, Brugge, 1984, p. 13-15.
  • DEMOEN W., Diksmuide, een stad in beweging. Wederopbouw 1915-1935, 1993, onuitgegeven licentiaatsverhandeling St.-Lucas Gent, p. 60-66.
  • JACOBS M., Zij die vielen als helden… Inventaris van de oorlogsgedenktekens van de twee wereldoorlogen in West-Vlaanderen, Deel 2, Brugge, 1996, p. 90-91.
  • MOONS W., Van IJzer tot polder, Leuven, 1995, p. 50.
  • Nos planches. Planche 15: Hôtel de Ville de Dixmude. Joseph Viérin et Valentin Vaerwyck Architecte, in L’Emulation, 46,4, p. 64, pl. 15, 1926.
  • NOTEBAERT A., NEUMANN C. e.a., Inventaris van het archief van de Dienst der Verwoeste Gewesten, Algemeen Rijksarchief, Brussel, 1986.
  • PIETERS R., De geschiedenis van Dixmude naar de beste oorkonden, Diksmuide, 1885, p. 213.

Bron: Missiaen H. & Vanneste P. met medewerking van Gherardts F. & Scheir O. 2005: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Diksmuide, Deel I: Deelgemeenten Diksmuide, Beerst, Esen, Kaaskerke, Keiem en Lampernisse, Deel II: Deelgemeenten Leke, Nieuwkapelle, Oostkerke, Oudekapelle, Pervijze, Sint-Jacobskapelle, Stuivekenskerke, Vladslo en Woumen, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL18, (onuitgegeven werkdocumenten).
Auteurs:  Missiaen, Halewijn, Vanneste, Pol
Datum: 2005


Je kan deze pagina citeren als: Missiaen, Halewijn; Vanneste, Pol: Stadhuis, belfort en politiecommissariaat van Diksmuide [online], https://id.erfgoed.net/teksten/78010 (geraadpleegd op 23-06-2021)


Stadhuis (Diksmuide - WOI) (2004)

Locatie

Het stadhuis van Diksmuide is gelegen langs de Grote Markt, aan de noordelijke kant. Hierin is het stadsarchief gevestigd. De burelen van het archief zijn gehuisvest op de bovenste verdieping van Huis Focke in de Van Pouckestraat 2A in het centrum van Diksmuide.

Historische achtergrond

In 1875 werd het middeleeuwse stadhuis afgebroken en door een neogotisch gebouw vervangen, ontworpen door de befaamde Brugse architect De la Censerie. In 1880 had de officiële opening plaats.

Tijdens 1914-1918 zou het stadhuis tot puin herleid worden.

Tijdens de Slag om Diksmuide (oktober – november 1914) fungeerde het gebouw onder meer tijdelijk als hoofdkwartier voor kolonel Jacques. Toen het bruggenhoofd Diksmuide uiteindelijk op 10 november 1914 door de Duitsers werd ingenomen, was het stadhuis reeds meerdere keren door de Duitse artillerie geraakt.

Deze beschietingen met onder meer 310 en 420 houwitzers eisten tientallen doden en gewonden, waaronder Kolonel Jacques, die er meermaals gewond raakte en zich uiteindelijk gedwongen zag zijn hoofdkwartier naar de Ijzerlaan te verhuizen. Drie exemplaren van dergelijke Duitse obussen staan voor het stadhuis opgesteld.

Na de Duitse beschietingen tijdens de Slag om Diksmuide, zou de Belgische artillerie gedurende de volgende jaren de vernietiging van het stadhuis voltooien.

Architect Jozef Viérin uit Brugge werd op 29 september 1919 belast met de opmaak van een aanlegplan en de coördinatie van de wederopbouw van Diksmuide. Samen met architect Vaerwijck uit Gent ontwierp hij het stadhuis van Diksmuide. De bouw startte in 1923 en raakte voltooid in 1925. In 1935 werd in het belfort met oorlogsschadevergoeding een nieuwe beiaard geïnstalleerd.

Beschrijving

Dubbelhuis opgetrokken in gele baksteen (Zandvoordse, oud Brugs formaat) van twee bouwlagen, onder met leien bedekt zadeldak met houten dakkapellen en geprofileerde schoorstenen. Middenrisaliet van 3 traveeën met dubbele steektrap, geflankeerd door 2 trapgevels met jaartalankers 1923 en beluikte rechthoekige raamopeningen. Eclectische vormtaal gedomineerd door neo-gotische, neo-renaissancistische en barokke (oculi) stijlelementen.

  • DEMOEN Herman 1984: Het Diksmuidse van toen, Brugge, Uitgeverij Marc Van de Wiele.
  • DEMOEN Herman 1992: Een wandeling binnen de Diksmuidse vestingen, (Script tot het behalen van het getuigschrift van toeristische gids, 1989-1991 - Westvlaamse Gidenskring, Afdeling Westhoek)? Diksmuide, Eigen beheer.
  • DEMOEN Wim 1993: Diksmuide, een stad in beweging. Wederopbouw 1915-1935, Eindverhandeling, 1992-1993 - Hoger Instituut voor Architectuur, Sint-Lucas Gent, Gent, Eigen beheer.

Bron: DECOODT H. & BOGAERT N. 2002-2005: Inventarisatie van het Wereldoorlogerfgoed in de Westhoek, project in opdracht van de provincie West-Vlaanderen, “Oorlog en Vrede in de Westhoek”, en Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Afdeling Monumenten en Landschappen.
Auteurs:  Bogaert, Nele, Decoodt, Hannelore
Datum: 2004


Je kan deze pagina citeren als: Bogaert, Nele; Decoodt, Hannelore: Stadhuis, belfort en politiecommissariaat van Diksmuide [online], https://id.erfgoed.net/teksten/195690 (geraadpleegd op 23-06-2021)