Parochiekerk Heilige Drievuldigheid en Heilige Christianus

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie West-Vlaanderen
Gemeente Damme
Deelgemeente Lapscheure
Straat Lapscheurestraat
Locatie Lapscheurestraat zonder nummer, Damme (West-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Damme (adrescontroles: 11-12-2007 - 11-12-2007).
  • Inventarisatie Damme (geografische inventarisatie: 01-01-2006 - 31-12-2006).
Links

Juridische gevolgen

is beschermd als monument Parochiekerk Heilige Drievuldigheid en Heilige Christianus

Deze bescherming is geldig sinds 17-06-1992.

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Parochiekerk Heilige Drievuldigheid en Heilige Christianus

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

Beschrijving

* Lapscheurestraat nr. 29/ Hoogstraat. Parochiekerk H. Drievuldigheid en H. Christianus. Beschermd als monument bij M.B. van 17/06/1992.
Georiënteerde renaissancistische polderkerk, uitzonderlijk voor de streek met oosttoren, gelegen in de dorpskern van Lapscheure, aan het kruispunt van de Lapscheure- met de Hoogstraat. Omringend kerkhof ten zuiden en westen, afgezoomd met lage, bakstenen muur onder ezelsrug, westelijk en zuidelijk toegankelijk via twee gietijzeren toegangshekken tussen bakstenen pijlers. Rijen zerken, waarvan de oudste van arduin; tien gietijzeren kruisen, verspreid over het kerkhof. Vier eenvoudige rode bakstenen pijlerkapelletjes onder betonnen zadeldak, gebouwd in 1930 ter ere van de H. Cornelius; korfboognis met gepolychromeerd plaasteren reliëf met taferelen betreffende de H. Cornelius. In de zuidelijke hoek van het kerkhof, gedenkzuil voor de militaire slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog, ingehuldigd in 1920, uitgevoerd door H. Rousseau uit Brugge (gesigneerd).

Historiek. De kerk werd in 1649-1652 gebouwd ter vervanging van een houten "noodkerk" die in 1640 op dezelfde plaats was opgetrokken. De bouw van het bedehuis op deze plaats was een belangrijke etappe in de geschiedenis van Lapscheure: het luidde de ontwikkeling in van de huidige dorpskern.
Het eerste bedehuis was meer oostwaarts in de parochie gelegen en ontstond in de 11de eeuw als een kapel die afhankelijk was van de parochie van Oostkerke. In 1236-1246 werd het gebied waarin de kerk en het omringende dorp van Lapscheure lag, ingedijkt als de Spermaliepolder. Ca. 1240 werd op de plaats van de kapel een ruime gotische kerk gebouwd. In 1583 werden de dijken van de Spermaliepolder om militaire redenen doorgestoken door de geuzen. Daarbij ontstond de kreek "het Lapscheurse Gat", waardoor een groot deel van het dorp werd overspoeld. Na de beveiliging van het achterland door het aanleggen van nieuwe dijken in 1611-1613 (Sint-Pietersdijk en Zeedijk), lag de kerk beschadigd en geïsoleerd in een schor. Naar aanleiding van zijn bezoek aan Lapscheure in 1639, beslist de deken van Aardenburg dat er een nieuwe kerk gebouwd moet worden. Als nieuwe locatie wordt gekozen voor de meer centraal gelegen Sint-Jobspolder. In 1640 werd langs de "Breede Wech" in de Sint-Jobspolder een houten kerk opgetrokken. In 1649 vroegen pastoor en parochianen toestemming om de middeleeuwse kerk af te breken en met het afbraakmateriaal de bouw van een nieuwe stenen kerk te starten. De kerk in renaissancestijl werd op 28 juli 1652 plechtig ingewijd ter ere van de H. Drievuldigheid, onder aanroeping van de H. Christianus. In de nabijheid van de kerk, langs de Hoogstraat, ontwikkelde zich een nieuwe dorpskern.
Het houten gewelf dateert van 1790, en werd geschilderd in 1885. In 1846 werd de toren gerestaureerd door architect M. Buyck uit Brugge. In 1853 werd vloer opnieuw gelegd, waarbij enkel de best bewaarde ingewerkte grafstenen werden behouden. In 1911 werd aan de zuidzijde van de toren een sacristie gebouwd. De kerk werd erg beschadigd tijdens de Tweede Wereldoorlog: artilleriegranaten sloegen een deel van dak en gewelf weg. Tijdens een herstellingsproject in 1958 werden nieuwe glasramen geplaatst in het koor. In 1996-97 werden herstellingswerken uitgevoerd door firma A. Vandendorpe, vooral aan de dakconstructie. Restauratie van gevels en bedaking in 2004-2005 (door I. Vermeersch uit Luchteren); andere fasen volgen.

Beschrijving. De plattegrond ontvouwt een driebeukig schip van vijf traveeën; de zijbeuken eindigen met een vlakke sluiting, bredere middenbeuk uitlopend op het driezijdige koor met aansluitend de vierzijdige oosttoren, met ronde noordelijke traptoren. De plaatsing van de toren ten oosten is uitzonderlijk in het noorden van West-Vlaanderen. Ten zuiden tegen de toren, de sacristie van 1911.
Het bouwmateriaal voor de kerk met pseudobasilicale opstand is deels afkomstig van de in 1649 gesloopte middeleeuwse kerk. Dit geldt voor de afgeschuinde plint van Doornikse steen, de muren van helrode moeffen tot ongeveer anderhalve meter, en het west- en zuidportaal in Balegemse steen. Voorts donkere baksteenbouw. Afdekking door leien zadel- en lessenaarsdaken.
Gebroken westpuntgevel met top- en schouderstukkenen vlechtingen wordt geritmeerd door versneden hoeksteunberen. Tudorbogig westportaal in omlijsting van Balegemse steen; negblokken en afgeschuind beloop eindigend op ezelsoor. Erboven, vlak omlijst segmentboogvenster met oren waarin 19de-eeuwse ijzeren roedeverdeling, gelijkaardige lagere segmentboogvensters voor de zijbeuken. Gedichte korfbogige muuropening in de top. Schip geritmeerd door versneden steunberen, waartussen telkens een segmentboogvenster in vlakke omlijsting met oren waarin 19de-eeuwse ijzeren roedeverdeling.
Vrij massieve vierkante oosttoren onder leien tentdak. Verjongende overhoekse steunberen en sporadisch voorkomende hoekblokken. Diverse grafstenen tegen de zuidgevel. Kruisbeeld in tweede westelijke travee. In eerste travee, kleiner zuidportaal, gelijkaardig aan dat van de centrale westgevel. Zichtbare muren van koor gelijkaardig doorbroken.
De oostelijke torenmuur is doorbroken met drie getoogde vensters in geblokte omlijsting. Ook op de zuidzijde waren drie segmentboog-vensters, waarvan enkel het bovenste intact gebleven is (gedicht op de benedenverdiepingverdieping, vergroot tot doorgang naar de zolder van de sacristie op de eerste verdieping). Getoogde galmgaten opgenomen in bakstenen omlijsting met oren. Druiplijst, van natuursteen op oost- en noordzijde, van baksteen op zuid- en westzijde; doorgetrokken en omlopende onderdorpel van natuursteen lijnt de klokkenverdieping af. Aflijnend bakstenen korfboogfries op blokken. Tegen de noordmuur, een rond traptorentje.
Haaks op de toren gelegen sacristie in geelbruine baksteen onder leien zadeldakje; topgevel met schouderstukken, uitgewerkte schoorsteenaanzet en druiplijsten boven de segmentbogige vensteropeningen op doorlopende hardstenen onderdorpels.

Interieur. Bespleisterd en witgeschilderd interieur. De middenbeuk is van de zijbeuken gescheiden door een rondboogarcade met Toscaanse zuilen op hoge achtzijdige sokkels. Boven de zuilen bevinden zich in de middenbeuk trigliefen als steun voor de kroonlijst waarop het korfbogig houten tongewelf aanzet. Centraal op het gewelf, aan oost- en westzijde, een houten gebeeldhouwd bladmotief in de vorm van een gewelfsleutel. Houten kruisribgewelf in zijbeuken. Vloer van zwarte natuursteen, met ingewerkte witte grafzerken.
Koor bevat twee moderne gebrandschilderde ramen van Michiel Martens uit Sint-Andries, uit 1959, met voorstelling van Maria en Christus. Vanuit het koor heeft men toegang tot de toren en het bijhorende traptorentje langs twee korfboogingangen, voorzien van oorspronkelijke deuren. De begane grond en de eerste verdieping van de toren zijn overdekt door een graatgewelf.

Mobilair.
Voornamelijk 17de- en 18de-eeuws mobilair.
Eikenhouten preekstoel in laat-renaissance, gedateerd "1654", zeszijdige kuip en klankbord.
Drie biechtstoelen van het drieledig gesloten type: twee in laat-renaissancestijl uit het einde van de 17de eeuw, één 18de-eeuwse.
Hoogaltaar, beschilderd hout, 1743. Portiekaltaar met schilderij op doek 'H. Drie-eenheid', vermoedelijk uit 1761 door Jan Garemijn, verwijzend naar de Broederschap van de Allerheiligste Drievuldigheid. Geflankeerd door drie zuilen waarboven een baldakijn. Broederschap der trinitariërs, afgebeeld in medaillons op de voetstukken.
In beglaasde kastjes in houten midden-18de-eeuwse lambrisering aan weerszijden van het altaar staan borstbeelden van HH. Cornelius en Quirinus, hout, 18de eeuw.
O.-L.-V.-altaar, beschilderd hout, 3de kwart 18de eeuw. Portiekaltaar met schilderij op doek: 'H. Familie', van Judocus Arschot (1713).
Altaar van Sint-Sebastiaan, beschilderd hout, 3de kwart 18de eeuw. Portiekaltaar met schilderij op doek: 'Marteldood H. Sebastiaan', van Jan Garemijn (1769).
Houten communiebank uit eind 18de eeuw in Lodewijk XVI-stijl.
Kerkbanken in noord- en zuidbeuk tegen de wanden, 1779.
Stenen doopvont met houten deksel.
Graven. Beschermheren van de kerk waren de Trinitariërs, leden van de Broederschap van de Allerheiligste Drievuldigheid, een organisatie die instond voor het vrijkopen van slaven. Veertien grafzerken van 'slavenmeesters' zijn in de kerk bewaard. Ook volksfiguur Pastoor Heldewijs (1685-1748), de Uilenspiegel onder de priesters en gedurende lange periode pastoor van Lapscheure, ligt begraven in de kerk.
Westdoksaal (tochtportaal) met vier composietzuilen uit 18de eeuw (geplaatst rond 1700?), waarboven midden-19de-eeuws orgel (1858), van de hand van Pieter Loncke uit Hoogstade. Na 1944 hersteld door Jules Anneessens uit Menen.
19de-eeuws gekleed beeld van Onze-Lieve-Vrouw met kind.
Kruisweg van 14 staties.

ROHM WEST-VLAANDEREN, CEL MONUMENTEN EN LANDSCHAPPEN, Dossier DW554, Archiefnummer W/00255.
Aanwijzende fotografische inventaris van de drie rechterlijke kantons Brugge, Brussel, 1965, p. 392-393.
BALLEGEER J., Gids voor de Zwinstreek. Antwerpen, 1986, p. 73-77.
BALLEGEER J. en BRAEMS J.-P., De Zwinstreek in oude prentkaarten deel 2, Zaltbommel, 1977, s.p.
CORNILLY J., Monumentaal West-Vlaanderen. Beschermde monumenten en landschappen in de provincie West-Vlaanderen, deel III: Arrondissementen Brugge, Diksmuide, Oostende en Veurne, Brugge, 2005, p. 62-63.
DE VLIEGHER L., De Zwinstreek, in Kunstpatrimonium van West-Vlaanderen, deel 4, Tielt, 1970, p. 107-127.
JACOBS M., Zij die vielen als helden… Inventaris van de oorlogsgedenktekens van de twee wereldoorlogen in West-Vlaanderen, Deel 2, Brugge, 1996, p. 209-210.
VAN HAECKE B., Wegwijs in Damme en omgeving. Brugge, 1985, p. 67-68.
VERMEERSCH G., Lapscheure. H.Drievuldigheid. S.l., s.d., s.p.
WEYMEIS C., Het land van Uilenspiegel. Damme, Knokke, Sluis, Leuven, 2001, p. 42-44.

Bron: Callaert G. & Hooft E. met medewerking van Santy P. & Snauwaert L. 2006: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Damme, Deel I: Stad Damme, Deelgemeenten Hoeke, Lapscheure en Moerkerke, Deel II: Deelgemeenten Oostkerke, Sijsele en Vivenkapelle, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL17, (onuitgegeven werkdocumenten).

Auteurs: Callaert, Gonda & Hooft, Elise

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Lapscheurestraat

Lapscheurestraat (Damme)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.