erfgoedobject

Hof van Sijsele

bouwkundig element
ID
78981
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/78981

Juridische gevolgen

Beschrijving

"Hof van Sijsele", historische hoeve met 19de- en 20ste-eeuwse hoevegebouwen en monumentale 18de-eeuwse schuur, gelegen ten zuidwesten van de Sint-Martinuskerk, op de -voorheen omwalde- site waar in de 6de eeuw één van de oudste pachthoeves in Sijsele door de Franken wordt opgericht, in de 11de eeuw met een waterburcht uitgebouwd tot vestigingsplaats van de Heren van Sijsele, verwoest in 1302.

Historiek

Op de plaats van de huidige hoeve zou in de 6de eeuw een hoeve gebouwd zijn op een domein dat eigendom is van de Frankische koningen. Deze hypothese steunt op de naam "Sijsele", waarvan de uitgang "-sele" verwijst naar het Frankische woord "sala" of erfpachthoeve, uitgebaat door een Frankische boer, Siedsu ("Sij-"), die waarschijnlijk in de 6de eeuw met de ontginning langs de huidige Dorpsbeek begint en tevens de Rijckeveldelanderijen in bezit heeft.

Zijn nakomelingen maken het domein erfelijk en evolueren tot de Heren van Sijsele, leenmannen van de Frankische koningen. De heerlijkheid Sijsele groeit uit tot één van de machtigste en meest uitgestrekte van de streek, waarvan de westgrens gevormd wordt door het riviertje de Reie, waarlangs in de 9de eeuw Brugge zal ontstaan.

In de eerste helft van de 11de eeuw wordt, onder één van de Elzasser graven, een indrukwekkende waterburcht een honderdtal meter ten zuidwesten van de kerk gebouwd, het "Hof van Sijsele" als onderkomen voor de Heren van Sijsele. Circa 1238-1240 eerste vermelding van Wouter of Walter van Siezele, erfelijk schout van Brugge; na zijn overlijden in 1258 is zijn opvolger Jan van Sijsele, grootbaljuw van Ieper.

Om hun status hoog te kunnen houden, dienen de Heren van Sijsele in de loop der tijd grote delen van hun grond te verkopen, onder meer  aan de Heren van Oostkerke, Viven en Praet. Op initiatief van gravin Margaretha van Constantinopel wordt in 1275, ondanks verzet, een groot deel van de heerlijkheid Sijsele onteigend om Brugge te kunnen voorzien van een tweede, grotere grachtengordel.

Hierna kiest Jan, Heer van Sijsele, bij de opstand van Vlaanderen tegen de Franse koning op het einde van de 13de eeuw, partij voor de koningsgezinde leliaards, waarna in 1302 zijn kasteel verwoest wordt onder bevel van Willem van Gullik, die samen met Pieter de Coninc ook het nabijgelegen kasteel van Male verwoest.

Op 23 oktober 1303 wordt door waarnemend graaf van Vlaanderen Filips van Thiette de heerlijkheid Sijsele verbeurd verklaard en bij de stad Brugge gevoegd; de inwoners worden Brugse poorters en de eigendommen van de Heren van Sijsele blijven grafelijk domein tot in 1360.
Ofschoon na 1305 de heerlijkheid terug wordt opgericht, wordt het kasteel van Sijsele niet meer heropgebouwd. Het reliëf in de bodem een 100-tal meter ten zuiden van de schuur getuigt nog van de ruïne waarvan eeuwenlang stenen worden gerecupereerd.

In de loop van de 16de eeuw verheft de Spaanse koning Filips II de heerlijkheid Sijsele tot baronie, die in 1558 (volgens enkele bronnen in 1569) verkocht wordt aan Juan Lopez-Gallo, tevens eigenaar van de heerlijkheid Male. De kaarten van het Brugse Vrije van Pieter Pourbus (1561-1571) en van Claes Visscher (1640) tonen het hof van Sijsele als een eenvoudige hofstede ten zuiden van het grote dorpsplein bij de kerk.

Zie het landboek van 1668-1669 bezit de Heer van Sijsele circa 120 ha land, meers en bos omheen de omwalde hoeve, bewoond door Olivier Dhont. Het hof paalt ten noorden aan de "Plaatse" of het dorpsplein, ten westen aan een uitweg, de huidige Kerkweg, ten zuiden aan de "Botermeers" en ten oosten aan de "Broekmeers". De gracht wordt voorzien van water door het (later zogenaamd) Sint-Trudoleken dat door de zuidkant van die gracht loopt.

In 1679 gaat de jurisdictie over Sijsele over naar het Brugse Vrije, terwijl Jozef van Schoore, Heer van Rostune, de titel van Heer van Sijsele overneemt. In 1746 worden zowel het Hof van Sijsele als van Rostune eigendom van de markiezen de Sucre.

Vermoedelijk in het derde kwart van de 18de eeuw wordt de hofstede door een brand verwoest. De -thans verdwenen- oude hoevegebouwen ten zuiden van de schuur, zijnde een groot woonstalhuis met aangebouwde stenen wagenbergplaats voorzien van dubbele korfboogdoorrit en losstaande bijgebouwen, worden vermoedelijk in het laatste kwart van de 18de eeuw ten noorden van de omwalde site opgetrokken. De thans nog bewaarde schuur dateert van 1780, zie inscriptie van bouwjaar in een stijl van het gebinte met vermelding van de pachter van de hoeve, met name Gabriel Sabot, herenboer, schepen en dismeester in Sijsele en lid van de Brugse schuttersgilde Sint-Sebastiaan.

Na de Franse bezetting wordt de heerlijkheid Sijsele afgeschaft, waarbij alle feodale en kerkelijke rechten wegvallen.
Op kaarten uit het eerste kwart van de 19de eeuw worden aan de zuidzijde van de hoeve restanten van de grachtengordel met duidelijke opperhof-neerhofstructuur weergegeven; tevens aanduiding van de moestuin omzoomd door bomen ten zuiden van de hoeve en enkele kleine nutgebouwtjes op het erf die kort erop worden afgebroken.

Op het primitief kadasterplan (1834) wordt een tweede moestuin aangeduid ten noorden van de reeds bestaande.
Midden 19de eeuw wordt de hofstede bewoond door burgemeester Alfons Verstraete, die op de hoeve een stokerij houdt waarbij het geoogste graan ter plaatse verwerkt wordt tot alcohol. Hiertoe gebeuren ingrijpende verbouwingen aan de hoeve, geregistreerd in het kadaster in 1862 doch enkele jaren ervoor gerealiseerd: onder meer uitbreiding ten zuiden van het woonhuis met aanbouw onder parallel zadeldak, uitbreiding aan noord- en zuidzijde van de stal voor de installatie van de stokerij, bouw van een magazijn en een bakhuis en afbraak van een ouder bijgebouw. Omdat er steeds meer water nodig is voor het stookprocédé, vestigt Verstraete zich in 1867 te Brugge waar hij een nieuwe stokerij sticht die later uitgroeit tot de Nederlandse Gistfabriek. Erna worden de installaties voor de stokerij terug afgebroken; het woonstalhuis, de schuur en het bakhuisje blijven behouden.
In 1899 wordt de beek die ten zuiden van het voormalige hof loopt, gedeeltelijk rechtgetrokken.

In het eerste kwart van de 20ste eeuw wordt het domein van het voormalige hof, dat oorspronkelijk tot aan de kerk reikt, geleidelijk aan opgesplitst voor verkaveling en bebouwing.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog plaatst de Duitse bezetter "houten" tanks op de hoeve om de vijand te verschalken.
Circa 1930 wordt, na een brand, het strodak van de schuur vervangen door een pannen bedaking. Het noordelijk deel van de schuur wordt afgesplitst en samen met een stukje weiland als apart landgebouw verkocht.
In 1938 wordt het woonhuis zwaar verbouwd: de parallelle zuidelijke vleugel onder zadeldak wordt afgebroken en er komen kleinere aanbouwen; ook het bakhuis wordt afgebroken.

De hofstede wordt in 1953 opgesplitst in twee eigendommen, met name een nieuw woonhuis aan de Meibosweg met de 18de-eeuwse schuur en een gedeelte van de stal enerzijds, en een deel van het voormalige woonstalhuis anderzijds.
In 1986 worden ten oosten van het nieuwe woonhuis twee kleine bijgebouwtjes opgetrokken. In de jaren 1990 sloopt men een deel van de bouwvallige stallingen en de wagenberging.

Beschrijving

Huidige hoeve met losstaande bestanddelen omheen onverhard erf; gedempte omwalling. Verdwenen erftoegang bestaande uit ijzeren hek tussen bakstenen pijlers langsheen de Dorpsstraat. Thans erf afgescheiden van de straat (Meibosweg) door middel van lage betonnen afsluiting, toegankelijk via hekje tussen lage bakstenen pijlers en links, ijzeren hek en verharde erfoprit naar achterliggende gebouwen van tweede eigendom aan oostzijde.
Nieuw woonhuis aan de straatzijde, opgetrokken in 1953 als vrijstaand bakstenen volume van twee bouwlagen onder schilddak (mechanische pannen) met uitspringende rechtertravee opgaand in puntgevel op licht uitkragende schouderstukken onder zadeldak. Zwart bakstenen rondboogomlijsting met sluitsteen omheen rondboogdeur, deels beglaasd en voorzien van gietijzeren hekwerk. Ingewerkt in noordwestelijke hoek, afgeschuinde natuurstenen beeldnis waarin beeld van Onze-Lieve-Vrouw met kind. Recente lage aanbouw onder plat dak aan zuidzijde.
Aan oostzijde, verbinding van woonhuis door kleine bakstenen bijgebouwtjes van 1986, met resterende 19de-eeuwse, deels verbouwde/afgebroken stalvleugel, een uitbreiding van de 18de-eeuwse stal. Eénlagige, verankerde baksteenbouw onder overkragend zadeldak (nok loodrecht op straat; mechanische pannen), met kleine vierkante stalvensters; aan erfzijde, tweeledig staldeurtje en rechthoekige poort, beide onder rechte latei.

Aan noordwestzijde van het erf, vrijstaande monumentale schuur daterend van 1780, zie gebeitelde inscriptie in stijl van gebinte : "GEMAECKT YN/ HET YAER 1780/ BEWONT BY/ GABRIEL SABOT". Langgestrekt, deels beplankt volume met bakstenen basis -vermoedelijk recuperatiemateriaal van oudere bebouwing- onder vrij hoog zadeldak met wolfeind aan zuidzijde en geschoorde dakoverstek, voorheen afgedekt door strodak, na een brand circa 1930 vervangen door pannen bedaking (nok evenwijdig met straat; mechanische pannen). Bakstenen zuidzijpuntgevel vermoedelijk als latere toevoeging. Centrale doorrit onder licht verhoogde dakrand; nieuwe schuurdeuren, aan westzijde in metaal. Eénbeukige dwarsschuur met eikenhouten skeletstructuur als drager van het dak. Combinatie van ankerbalkgebinten met jukgebinten en nokstijl en aard- of schaargebinten; de stijlen rusten op houten stijlzolen en stenen voeting, waarvan één in zandsteen met bloemmotief (recuperatie ?); toepassing van pen- en gatverbinding en gebeitelde telmerken. Noordelijke muur gevormd door buitenste gebint, in een latere fase ingevuld met bakstenen. Houten dorsvloer, gescheiden door middel van beplankte puien van de tasruimtes.
In erfgevel links, houten deurtje als toegang tot aangebouwde lage aardappelberging overwelfd door troggewelfjes tussen metalen liggers, vermoedelijk ingebouwd circa 1930.
Noordelijk deel van de schuur afgesplitst en verbouwd in 1930, opgetrokken in baksteen en voorzien van nieuwe (schuif-) poorten.

  • Kadasterarchief West-Vlaanderen te Brugge, 207 : Mutatieschetsen, Sijsele, 1862/16, 1875/4, 1895/2, 1899/2, 1904/3, 1922/5, 1929/12, 1931/15, 1938/9, 1953/18, 1986/27.
  • Kadasterarchief West-Vlaanderen te Brugge, 223 : Mutatiestaten, Sijsele, 1862/284-291, 1875/176-179, 1895/51-2, 1899/56-58, 1904/54, 1922/543, 1929/75-76, 1931/113-116, 1938/93-95, 1953/211-218, 1986/235-237.
  • Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium, Fototheek ACL, nr. B145184, B145185, B145186, B145187 (1953).
  • Rijksarchief Brugge, Fonds Watering van Blankenberge, nr. 1231: Kaart van een hofstede gelegen te Sijsele, in het bezit van markies de Preux, gemaakt door Ch. Gilliodts, 1805.
  • Rijksarchief Brugge, Fonds Watering van Blankenberge, nr. 1232: Kaart van een hofstede gelegen te Sijsele, in het bezit van Adolphe Goupy de Beauvolers, 19de eeuw.
  • Rijksarchief Brugge, Verzameling Kaarten en Plannen Mestdagh, nr. 1618: Kaart Sijsele Sectie E, divisie 2, in kaartenboek met kadastrale kaarten van Sijsele, Oostkamp, Zedelgem en Sint-Joris, 1810.
  • Rijksarchief Brugge, Verzameling kaarten en plannen Mestdagh, nr. 1664: 14 perceelsplannen van de gemeente Sijsele, in zes secties, 12: Sectie E divisie 2, circa 1810.
  • BLONDEEL C.; GODDYN P., Sijsele in oude prentkaarten, Zaltbommel, 1975, afb. 1, 3, 24.
  • DENDOOVEN L., Dorpen in de Brugse vlakte, Lissewege, 1956, p. 26-27.
  • DE SMET J., Aspecten uit onze geschiedenis, in 1000 jaar Sijsele, Brugge, 1976, p. 85-96.
  • TERRYN C., De houten schuur van het Hof van Sijsele. Graanschuren in Damme en omstreken, Damme, 2005.
  • VAN DE KERCKHOVE W., Familieboek Verleye uit Sijsele, Ternat, 2004, p. 7-8, 18-19.
  • VAN DEN BON A., Uit de geschiedenis van het duizendjarige Sijsele, in 1000 jaar Sijsele, Brugge, 1976, p. 7-48.
  • VERSTRAETE D., De bewoning van Sijsele in 1668, in Bos en Beverveld, jg. 1, 1966, p. 15-20.
  • WINTEIN W., Landschapsontwikkeling te Sijsele, in Bos en Beverveld, jg. 2, 1967, p. 9-41.

Bron     : Callaert G. & Hooft E. met medewerking van Santy P. & Snauwaert L. 2006: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Damme, Deel I: Stad Damme, Deelgemeenten Hoeke, Lapscheure en Moerkerke, Deel II: Deelgemeenten Oostkerke, Sijsele en Vivenkapelle, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL17, (onuitgegeven werkdocumenten).
Auteurs :  Callaert, Gonda, Hooft, Elise
Datum  :


Relaties


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Hof van Sijsele [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/78981 (Geraadpleegd op )