Neogotische pastorie Onze-Lieve-Vrouw-Geboorte en Heilige Philippusparochie

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie West-Vlaanderen
Gemeente Damme
Deelgemeente Damme
Straat Bradericplein
Locatie Bradericplein 18, Damme (West-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Damme (adrescontroles: 11-12-2007 - 11-12-2007).
  • Inventarisatie Damme (geografische inventarisatie: 01-01-2006 - 31-12-2006).

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Neogotische pastorie

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

is beschermd als monument Neogotische pastorie Onze-Lieve-Vrouw-Geboorte en Heilige Philippusparochie

Deze bescherming is geldig sinds 11-12-1980.

is deel van de bescherming als stads- of dorpsgezicht, intrinsiek Dorpskern Vivenkapelle

Deze bescherming is geldig sinds 11-12-1980.

Beknopte karakterisering

Beschrijving

Voormalige woning van de proost en later pastorie van de parochie Vivenkapelle. Neogotische losstaande woning met tuin naar een ontwerp uit 1860 van baron Jean-Baptiste de Béthune (1821-1894). Eerste realisatie binnen het beroemde 'neogotische complex' in Vivenkapelle, bestaande uit kerk, pastorie en scholen, dat in opdracht van de plaatselijke mecenassenfamilie Verhulst werd gerealiseerd onder begeesterende leiding van de Béthune. De pastorie werd beschermd als monument binnen een ruimer dorpsgezicht dat de dorpskern van Vivenkapelle omvat, bij K.B. van 11/12/1980. Meer informatie over het neogotische complex in de straat- en gehuchtsinleiding.

Historiek

In 1824 koopt Philippe Verhulst (1777-1858) uit Brugge de middeleeuwse kapel van Vivenkapelle om ze van dreigende afbraak te redden en ze opnieuw voor de eredienst te gebruiken. Voor het herstel van de kapel wendt hij zich tot baron Jean-Baptiste de Béthune, vriend van de familie en topfiguur binnen de neogotische beweging in Vlaanderen. Gaandeweg groeit bij de familie Verhulst de idee om Vivenkapelle uit te bouwen tot een zelfstandige parochie met eigen volwaardige kerk, pastorie en schoolgebouwen. Dit wordt, hoofdzakelijk om politieke redenen, slechts mogelijk na de dood van Philippe Verhulst in 1858. De Brugse bisschop Malou, een grote aanhanger van de Maria-verering, geeft de toestemming om jaarlijks twee missen te lezen in de Mariakapel van Vivenkapelle. In 1855 wordt de kapel plechtig ingewijd, in 1858 wordt ze tot proosdij verheven, waardoor aan de bidplaats een priester wordt verbonden, die elke dag een mis mag lezen. August Van Becelaere (1820-1909), leraar aan het Sint-Lodewijscollege in Brugge, wordt de eerste proost van Vivenkapelle. Hij zal een belangrijke inspirator zijn voor de uitbouw van de bedevaartplaats tot parochie. Eens een pastoor benoemd, moet men overgaan tot het bouwen van een pastorie. Dit initiatief is meteen het begin van het volledige ensemble. Nadat in 1859 een plan voor een kerk wordt gevraagd aan de Béthune, volgt op 25 mei van dat jaar de aanvraag voor de plannen voor een woning voor de proost. Aanvankelijk voorziet men het gebouw langs de Moerkerksesteenweg (nu Bradericplein), maar op 30 mei besluit men tot inplanting achter de kapel. Een eerste ontwerp uit 1859 toont een klein gebouw getypeerd door kruisvensters in eenvoudige rechthoekige nissen zonder versiering. Het tweede, definitieve ontwerp uit 1860 is ruimer en decoratiever opgevat, geïnspireerd op de Brugse burgerlijke baksteengotiek uit de 16de eeuw. De werken vangen aan op 22 juni 1859 en werden uitgevoerd door het vaste team medewerkers rond de Béthune, zoals aannemer Louis Bulckaert (1819-1897) uit Loppem en de Brugse schrijnwerker Charles van Robays (1822-1872). De proost neemt zijn intrek in de woning op 14 juli 1861. Als in 1885 de proosdij tot parochie verheven wordt, worden de pastorie en de kerk door Eliza Verhulst geschonken aan de Kerkfabriek. In de jaren 1960 worden restauratiewerken uitgevoerd. Op 11 december 1980 wordt de pastorie beschermd als monument. In 1987-88 worden dringende herstellingswerken uitgevoerd in spoedprocedure onder leiding van architect Aimé Meyer (Brugge), zoals hang- en sluitwerk, schilderwerken, bouwkundige herstellingen, dak- en gootherstellingen. In 1988 gebeurt de overdracht van de pastorie aan de stad Damme. In 2005 staat de pastorie leeg en wacht op herbestemming.

Beschrijving

De pastorie ligt ten zuidoosten van de neogotische parochiekerk Onze-Lieve-Vrouw-Geboorte en Heilige Philippus, op het einde van een beboomde dreef die langs de ommuurde kerktuin leidt. Er is een klein voorpleintje en een grote tuin achter het huis. Een paadje verbindt het voorplein van de pastorie met de sacristie. Kerktuin en voorpleintje zijn deels van elkaar afgescheiden door een haag.
Alleenstaand neogotisch gebouw op L-vormig grondplan, waarvoor baron J.-B. de Béthune zich inspireerde op de Brugse baksteengotiek uit de 16de eeuw, getypeerd door onder meer kruisvensters en spitsboognissen in de boogvelden boven de vensters. Rode verankerde baksteenbouw van zes traveeën en twee bouwlagen op kelderverdieping, gevat onder gecombineerde steile leien zadeldaken met twee kleine houten dakkapellen en hoge gemetselde schoorstenen. Gebruik van witsteen voor monelen, dekplaten en schouderstukken. Op schoorsteenaanzet in westgevel, gebruik van contrasterende gele baksteen voor een decoratief kruismotief en jaartal "1861". Voorgevel met in derde travee het inkomportaal met puntgevel op natuurstenen schouderstukken, doorbroken door spitsboogopening waarin trappen naar de voordeur; een nis met Mariabeeld in de geveltop. Aan voor- en tuinzijde lijstgevels, met hoge puntgevels voor het westelijke haakse gedeelte van de woning. Gevels doorbroken met stenen kruisvensters, blinde spitsbogen boven de benedenvensters; invulling met glas in lood.

Interieur. De pastorie bewaart de originele ruimte-indeling. Centrale inkom met een vooruitspringend inkomportaal, uitgevend op een gang met brede vestibule aan tuinzijde. Links in de vestibule, het trappenhuis. Links van de gang bevindt zich de keuken waarachter de bijkeuken. Rechts van de inkom bevindt zich een kleine spreekkamer. Rechts in de woning, een enfilade van salon en bibliotheek, in de voor- en achtergevel geaccentueerd door een puntgevel. Op de verdieping, dezelfde indeling voor slaap- en werkkamers; hoge zolderverdieping. Een eerste ontwerp uit 1859 toont een kleiner gebouw met een ander grondplan, waarin de gang achteraan op de vestibule uitkomt en op de trap naar de verdieping. Rechts van de ingang lagen aan de voorkant de keuken en de bibliotheek, met daarachter, aan de tuinzijde, de eetkamer; aan de linkerkant van de gang zou de spreekkamer komen.

Bij een bezoek van de Gentse Sint-Lucasgilde in 1900 aan het kerkdorp, wordt de inrichting van de pastorij als "een klein museum van middeleeuwse voortbrengselen" beschreven. Van deze voorwerpen is niets in situ bewaard. De vaste aankleding van de pastorie, die vrij sober is, werd wel bewaard. De kamers hebben gepleisterde en witgekalkte wanden en plafonds met moer- en kinderbalken. De vloeren op de gelijkvloerse verdieping zijn deels met een veelkleurig tegelpatroon bekleed, deels met planken vloeren; planken vloeren op de verdieping. Verzorgd binnenschrijnwerk, binnenluiken voor de vensters en met briefpanelen versierde deuren, hang- en sluitwerk bewaard. De schouwen en de trap, ontworpen door de Béthune, zijn authentiek.

  • Administratie Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumentenzorg West-Vlaanderen, Cel Monumenten en Landschappen, Dossier DW387 en Archiefnummer W/262.
  • BOTERBERGE R., Geschiedenis van het kerkdorp Vivenkapelle, Vivenkapelle, 1985.
  • CORNILLY J., Monumentaal West-Vlaanderen. Beschermde monumenten en landschappen in de provincie West-Vlaanderen, deel III: Arrondissementen Brugge, Diksmuide, Oostende en Veurne, Brugge, 2005, p. 66-67.
  • DE BETHUNE E., Een neogotische droom in 't Oosten van Brugge, in Biekorf, 78.9-12, 1978, p. 313-320.
  • DEVLIEGHER L. en VAN BIERVLIET L., Vivenkapelle. Een neogotisch kerkdorp in Vlaanderen, in Biekorf, 103.9-12, 2003, p. 196-230.
  • HELBIG J., Le baron Bethune, Fondateur des écoles Saint-Luc, Lille-Brugge, 1906.
  • RAU J., Het Damme van toen en omgeving, Brugge, 1981, p. 146.
  • OOSTERLYNCK F., Vivenkapelle, in Onze-Lieve-Vrouwecollege Assebroek/ Brugge 1955-1980, Brugge, 1980, p. 38-39.
  • WEYMEIS C., Het land van Uilenspiegel. Damme Knokke Sluis, Leuven, 2001, p. 55-62.

Bron: Callaert G. & Hooft E. met medewerking van Santy P. & Snauwaert L. 2006: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Damme, Deel I: Stad Damme, Deelgemeenten Hoeke, Lapscheure en Moerkerke, Deel II: Deelgemeenten Oostkerke, Sijsele en Vivenkapelle, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL17, (onuitgegeven werkdocumenten).

Auteurs: Callaert, Gonda & Hooft, Elise

Datum tekst: 2006

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Bradericplein

Bradericplein (Damme)

maakt deel uit van Dorpskern Vivenkapelle

Bradericplein, Sijseelsesteenweg, Vierscharestraat (Damme)

U kunt deze pagina citeren als:

Agentschap Onroerend Erfgoed 2018: Neogotische pastorie Onze-Lieve-Vrouw-Geboorte en Heilige Philippusparochie [online], https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/79017 (geraadpleegd op ).
Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.